Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BN9787

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
05-10-2010
Datum publicatie
08-10-2010
Zaaknummer
10-913
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wraking ongegrond: Voorzover de gronden van wraking zien op het bekend maken van de naam van de behandelend kantonrechter en het toekennen van een proceskostenveroordeling, is de wrakingskamer van oordeel dat dit niet binnen haar bevoegdheid valt. Ten aanzien van de overige gronden die verzoeker aan het verzoek tot wraking ten grondslag heeft gelegd zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden als bedoeld in artikel 36 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Wrakingskamer

registratienummer: 10-913

Beschikking van 5 oktober 2010

inzake

Euro Beveiligingen B.V.,

verzoeker tot wraking,

gemachtigde [de heer A]

en

mrs. [X en Y],

te weten mr. [X] in hoedanigheid van rolrechter en mr. [Y] in hoedanigheid van behandelend kantonrechter in de zaak tussen Euro Beveiligingen B.V. en de maatschap OMVR Lunenberg Advocaten.

1. De procedure

1.1. Bij schrijven van 24 juli 2010 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mrs. [X en Y]

1.2. Bij schrijven van 7 september 2010 heeft mr. [X] aangegeven niet in de wraking te berusten en heeft zij haar zienswijze ten aanzien van het wrakingsverzoek uiteengezet. Bij faxbericht van 20 september 2010 heeft de gemachtigde [de heer A] zijn standpunt nader uiteengezet.

1.3. Op 4 oktober 2010 is het wrakingsverzoek ter zitting van de wrakingskamer behandeld. De heer [de heer B] is verschenen. De heer [A] is met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Wel is verschenen de heer [C] als vervanger van [A].

2. De beoordeling

2.1. Gelet op artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) dient in een wrakingsprocedure te worden beslist of er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.2. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid bij de rechter in de zin van artikel 6 lid 1 EVRM (en artikel 14 lid 1 IVBPR) dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.

2.3. Voorzover de gronden van wraking zien op het bekend maken van de naam van de behandelend kantonrechter en het toekennen van een proceskostenveroordeling, is de wrakingskamer van oordeel dat dit niet binnen haar bevoegdheid valt. Ten aanzien van de overige gronden die verzoeker aan het verzoek tot wraking ten grondslag heeft gelegd zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden als bedoeld in artikel 36 Rv.

2.4. Het voorgaande leidt ertoe dat het wrakingsverzoek zal worden afgewezen.

3. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot wraking af.

Deze beschikking is gegeven door mrs J.D.A. den Tonkelaar (voorzitter), G.H.W. Bodt en G.A. van Straaten in tegenwoordigheid van de griffier mr. S. Westerdijk.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.