Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BN5039

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-08-2010
Datum publicatie
26-08-2010
Zaaknummer
AWB 09/52
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aan eiseres zijn contanten en een boerderij gelegateerd. De boerderij is belast met een vruchtgebruik. Verweerder heeft deze verkrijging belast naar tariefgroep 3. Eiseres stelt dat zij een algemeen nut beogende instelling is zodat haar verkrijging belast moet worden tegen 8%. Rechtbank Arnhem is het met eiseres eens. Met de werkzaamheden en de taakopvatting van eiseres op korte termijn bezien in samenhang met de werkzaamheden en taakopvatting op langere termijn (op het moment dat het vruchtgebruik is geëindigd), wordt voor ten minste 50% het algemeen nut gediend

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2010/2432 met annotatie van Verstijnen
FutD 2010-2034
V-N 2010/57.2.2

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

registratienummer: AWB 09/52

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van 26 augustus 2010

inzake

Stichting [X], gevestigd te [Z], eiseres,

tegen

de inspecteur van de Belastingdienst/Randmeren, kantoor Zwolle, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2005 met dagtekening 29 januari 2008 een aanslag (aanslagnummer [000]) in het recht van successie opgelegd.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 18 november 2008 de aanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 29 december 2008, ontvangen door de rechtbank op dezelfde datum, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juli 2010 te Arnhem. Eiseres is daar vertegenwoordigd door mr. [gemachtigde], voorzitter. Namens verweerder zijn verschenen mr. [gemachtigde] en drs. [B] RA.

Eiseres heeft voorafgaand aan de zitting een pleitnota toegestuurd, waarvan een afschrift is verstrekt aan verweerder. Deze pleitnota wordt geacht te zijn voorgedragen en wordt tot de gedingstukken gerekend. Verweerder heeft ter zitting een pleitnota voorgedragen en afschriften daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan de wederpartij. Ook deze pleitnota en de daarbij gevoegde bijlage worden tot de gedingstukken gerekend.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast.

Eiseres is bij testament van 23 juni 2004 in het leven geroepen. Dit betreft het testament van de op 19 augustus 2005 overleden [A] (hierna: erflaatster). In dit testament zijn de statuten van eiseres neergelegd.

Statuten eiseres

In artikel 2 van de statuten is bepaald dat de stichting ten doel heeft het verlenen van financiële ondersteuning aan instellingen/rechtspersonen die ten doel hebben evangelisatie, zending en/of christelijke hulpverlening in de meest ruime zin van het woord, en voorts al hetgeen met één en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin des woords.

In artikel 3 van de statuten is bepaald dat het vermogen van de stichting wordt gevormd door:

- het uit de nalatenschap verkregen vermogen;

- rente-opbrengsten en andere revenuen van het vermogen;

- alle andere verkrijgingen en baten.

Het bestuur van de stichting bestaat uit drie leden, en wel uit:

- de accountant van de testateur, dan wel een ander ter zake kundig persoon bij voorkeur van diens kantoor;

- een jurist, bij voorkeur een notaris of kandidaat-notaris;

- een derde, bij voorkeur iemand uit de familie [C], zo mogelijk iemand met een bepaalde mate van affiniteit terzake het beheer van agrarisch registergoed.

De benoeming van de bestuursleden geschiedt door het bestuur, behoudens de benoeming van het eerste bestuur, welke benoeming ingaat ten tijde van de oprichting van de stichting (zie artikel 4 van de statuten).

Erflaatster heeft in haar testament, volgens de uitgangspunten zoals vermeld in artikel 4, het eerste stichtingsbestuur benoemd.

Legaten

Aan eiseres is bij voornoemd testament een boerderij met schuren, erf, tuin en grasland aan de [A-straat 1] te [Q] (hierna: de boerderij) gelegateerd. Voorts is aan eiseres een geldbedrag van € 200.000 gelegateerd, teneinde haar zonodig in staat te stellen de kosten die verband houden met de exploitatie en het beheer van de boerderij te voldoen. Beide legaten zijn vrij van rechten en kosten.

Ten laste van eiseres is het persoonlijk recht van gebruik en bewoning door erflaatster gelegateerd aan erflaatsters pleegzoon en bij opvolging aan zijn echtgenote. Dit persoonlijk recht is gevestigd op de boerderij. De pleegzoon en zijn echtgenote hebben op de sterfdag van erflaatster een leeftijd van respectievelijk [D] en [E] jaar.

In het testament zijn met betrekking tot dit recht van gebruik en bewoning onder meer de volgende bepalingen opgenomen:

a. de pleegzoon dan wel diens echtgenote heeft het recht om de boerderij zelf en door zijn gezin te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten;

b. de gebruiks- en bewoningsgerechtigde (hierna: de gebruiksgerechtigde) kan de rechten van gebruik en bewoning niet vervreemden of bezwaren, noch de goederen waarop de rechten betrekking hebben door een ander laten gebruiken of door een ander laten bewonen;

c. de gebruiksgerechtigde is het niet toegestaan de bestemming van de boerderij te veranderen zonder toestemming van eiseres;

d. de gebruiksgerechtigde is bevoegd tot alle handelingen die tot een goed beheer van de boerderij dienstig kunnen zijn. Tot alle overige handelingen zijn de gebruiksgerechtigde en eiseres slechts tezamen bevoegd;

e. buitengewone herstellingen, onderhoud, gewone lasten en herstellingen worden door eiseres gedragen en verricht. Schilderwerkzaamheden dienen voor rekening van de gebruiksgerechtigde te komen;

f. de terzake van de eigendom van de boerderij verschuldigde onroerende zaakbelasting en alle andere zakelijke lasten komen voor rekening van eiseres; de overige gebruikersbelastingen zijn voor rekening van de gebruiksgerechtigde;

g. de registergoederen dienen deugdelijk te worden verzekerd tegen gevaren waartegen het gebruikelijk is een verzekering te sluiten, zulks voor rekening van eiseres;

h. het recht van gebruik en bewoning eindigt:

- bij het overlijden van de gebruiksgerechtigde;

- bij het metterwoon verlaten door de gebruiksgerechtigde van de boerderij gedurende meer dan drie maanden;

i. na het eindigen van het recht van gebruik en bewoning rust op de gebruiksgerechtigde of zijn rechtverkrijgende(n) de verplichting de zaken ter beschikking van eiseres te stellen;

j. de gebruiksgerechtigde is niet bevoegd de tijdens de duur van het recht door hem aangebrachte veranderingen en toevoegingen weg te nemen.

Aanwending vermogen

Over de aanwending van het vermogen is in het testament bepaald dat de stichting niet eerder kan worden ontbonden dan na een periode van vijf jaar nadat de rechten van de in dit testament vermelde gebruiksgerechtigde met betrekking tot de boerderij zijn geëindigd. Verder is hierin vermeld dat het de wens van de testateur is dat het bestuur van de stichting, nadat de rechten van de gebruiksgerechtigde op de boerderij zijn beëindigd, jaarlijks 20% van het vermogen van de stichting schenkt aan doeleinden zoals in de doelomschrijving opgenomen, zodat na verloop van vijf jaren het vermogen van de stichting tot nihil zal zijn gereduceerd. Vervolgens kan de stichting worden geliquideerd.

Het beleidsplan

Het bestuur van eiseres, dat is samengesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 van de statuten, heeft een beleidsplan opgesteld. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

‘ (…)

Beheer vermogen

De stichting is ervoor verantwoordelijk dat de boerderij (…), welke door (een) derde(n) wordt bewoond, in een zodanige staat blijft verkeren dat het voor de betrokkene(n) mogelijk blijft om het registergoed te blijven bewonen/gebruiken gedurende de tijd dat diens recht voortduurt.

De boerderij kan naar het oordeel van het stichtingsbestuur derhalve gezien worden als een soort “stamvermogen” dat in stand dient te blijven gedurende een bepaalde periode.

Voormeld banktegoed ten bedrage van ongeveer € 200.000,-- is door het bestuur op een rentedragende rekening gezet bij de Rabobank.

Het bestuur streeft ernaar om jaarlijks tenminste € 5.000,-- te schenken aan doeleinden overeenkomstig de doelstelling van de stichting. (…)

Het bestuur streeft ernaar om een voorzichtig beleid te voeren met betrekking tot het doen van schenkingen aan zogenaamde “goede doelen” vanwege het feit dat de stichting financieel verantwoordelijk is voor de instandhouding van de boerderij. Aangezien het om een boerderij gaat waarvan het toekomstig onderhoud en de toekomstige beheerkosten op voorhand nogal moeilijk te bepalen zijn, heeft het bestuur ervoor gekozen om een zodanig beleid te voeren dat de stichting in elk geval aan haar financiële verplichtingen m.b.t. de boerderij in de toekomst zal kunnen blijven voldoen. Anderzijds is het zo dat het bedrag dat het bestuur van de stichting jaarlijks schenkt aan de zogenaamde “goede doelen” wel enigszins hoger mag zijn dan de jaarlijkse rente-opbrengsten bij de bank.

Bij ontbinding van de stichting zal ingevolge het bepaalde in artikel 12 van de statuten een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting zoveel mogelijk worden besteed overeenkomstig het doel van de stichting.

Werkzaamheden stichting

Het bestuur van de stichting verricht geen activiteiten waardoor de stichting extra inkomsten ontvangt, behoudens dat de stichting zorg draagt voor een goede belegging van de gelden.

Tot de taak van het bestuur behoort met name (overeenkomstig de wens van de testateur) de instandhouding van de boerderij teneinde de woonrechten/gebruiksrechten van de in het testament genoemde derde(n) zo veel mogelijk veilig te stellen.

Tot de taak van het bestuur behoort eveneens het doen van schenkingen uit dat gedeelte van het vermogen dat niet benodigd is voor instandhouding van voormelde boerderij.

Nadat de woonrechten/gebruiksrechten van de in het testament genoemde derde(n) zijn beëindigd, zal het bestuur (overeenkomstig de in het testament van de testateur opgenomen wens) de boerderij te gelde maken en zullen aanmerkelijk grotere schenkingen aan de “goede doelen” worden gedaan, en wel in een zodanig tempo dat na verloop van 5 jaren na ontbinding der stichting het vermogen van de stichting tot nihil is gereduceerd.’

Schenkingen

In het jaar 2007 heeft eiseres voor het eerst schenkingen gedaan conform haar doelstelling. In totaal is in dat jaar € 5.000 geschonken aan christelijke/evangelistische instellingen. In het jaar 2008 is voor een bedrag van € 2.000 aan schenkingen conform de doelstelling van eiseres gedaan. Deze schenkingen zijn gedaan uit het aan eiseres gelegateerde bedrag van

€ 200.000. In beide jaren is meer geschonken dan eiseres van de Rabobank aan rente heeft ontvangen.

Aanslag recht van successie

Aan eiseres is ter zake van de verkrijgingen uit de nalatenschap van erflaatster een aanslag in het recht van successie opgelegd. De verkrijging is daarbij vastgesteld op € 342.421. Dit bedrag is als volgt berekend.

Legaat in contanten € 200.000

Legaat boerderij, belast met vruchtgebruik

afhankelijk van twee levens, € 255.200 à 10% € 25.520

€ 225.520

Bij: primair recht (tariefgroep 3) € 116.901

Totale verkrijging € 342.421

Het verschuldigde successierecht is vervolgens berekend op € 185.872 (tariefgroep 3).

3. Geschil

In geschil is of eiseres kan worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling in de zin van artikel 24, vierde lid, van de Successiewet 1956 (tekst 2005) (hierna: Sw).

4. Beoordeling van het geschil

4.1 In artikel 24, vierde lid, van de Sw is bepaald:

“Indien geërfd of verkregen wordt door een binnen het Rijk gevestigde kerkelijke, levensbeschouwelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke of het algemeen nut beogende instelling, is verschuldigd 8 ten honderd over de waarde van de verkrijging, indien en voor zover aan de verkrijging niet een opdracht is verbonden, welke aan de verkrijging het karakter ontneemt van te zijn geschied in het algemeen belang.”

4.2 Algemeen nut beogende instellingen zijn instellingen wier doelstelling een werkzaamheid betreft, welke op zichzelf rechtstreeks een algemeen belang raakt. Daartoe behoort niet een instelling die ten doel heeft een werkzaamheid die op zichzelf voorziet in een particulier belang waaraan een bepaalde kring van personen behoefte heeft. Dat wordt niet anders als de voorziening in dit belang indirect het algemene nut dient (zie onder meer Hoge Raad 12 oktober 1960, nr. 14 413, BNB 1960/296, LJN AY1355). Bij de vraag of een instelling een algemeen nut beogende instelling is, moet niet slechts worden gelet op de statutaire doelstelling maar ook op hetgeen zij werkelijk nastreeft (Hoge Raad 31 oktober 1979, nr. 19 464, BNB 1979/314, LJN AX2630).

4.3 Daarenboven kan een instelling slechts worden aangemerkt als het algemeen nut beogend, indien komt vast te staan dat met de door haar verrichte werkzaamheden het algemeen belang ten minste in gelijke mate als het particulier belang wordt gediend (Hoge Raad 13 juli 1994, nr. 29 936, BNB 1994/280, LJN ZC5717).

4.4 De rechtbank overweegt als volgt.

4.5 Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres op grond van haar statuten aangemerkt kan worden als een algemeen nut beogende instelling. Wel in geschil is of eiseres met de feitelijk door haar verrichte werkzaamheden voor ten minste 50% het algemeen nut dient. De bewijslast hiervoor rust op eiseres (Hoge Raad 9 juli 1999, nr. 33 741, BNB 1999/361, LJN AA2805).

4.6 De rechtbank stelt vast dat het door het bestuur van eiseres opgestelde beleidsplan goede aanknopingspunten biedt om inzicht te krijgen in de feitelijke werkzaamheden van eiseres. Daarbij dient ook getoetst te worden in hoeverre eiseres aan deze plannen daadwerkelijk uitvoering heeft gegeven.

4.7 Verweerder stelt zich op het standpunt dat de feitelijke werkzaamheden van eiseres onder meer bestaan uit het ter beschikking stellen van de boerderij aan de pleegzoon van erflaatster en diens echtgenote en dat reeds hierom de feitelijke werkzaamheden van eiseres nooit als ten algemene nutte kunnen worden aangemerkt. Dit standpunt is naar het oordeel van de rechtbank onjuist. Dat de boerderij aan de pleegzoon en zijn echtgenote ter beschikking staat is op zichzelf geen werkzaamheid van eiseres, maar is het gevolg van het door de erflaatster in haar testament gevestigde recht van gebruik en bewoning welk recht eiseres moet respecteren. Ook uit het beleidsplan blijkt niet dat eiseres dit tot haar werkzaamheden rekent.

4.8 In dit beleidsplan is wel opgenomen dat het bestuur ervoor verantwoordelijk is dat de boerderij in een zodanige staat blijft verkeren dat het voor de derde(n) (de pleegzoon en zijn echtgenote) mogelijk blijft hierin te blijven wonen zolang hun woon- en gebruiksrecht voortduurt. In verband hiermee rekent eiseres het met name tot haar taak de boerderij in stand te houden teneinde deze rechten zo veel mogelijk veilig te stellen. Hieruit zou de conclusie kunnen worden getrokken dat eiseres primair tot doel heeft het behartigen van particuliere belangen omdat zij ervoor zorgt dat de boerderij waarin de pleegzoon en zijn echtgenote wonen in goede staat blijft. Naar het oordeel van de rechtbank moet echter worden gekeken naar de werkzaamheden en de taakopvatting van het bestuur van eiseres in zijn geheel. Daarbij moeten ook de taakopvatting en werkzaamheden van eiseres op het moment dat de woon- en gebruiksrechten zullen zijn geëindigd worden betrokken.

4.9 In dat kader is in de eerste plaats van belang dat in het beleidsplan is opgenomen dat de boerderij het stamvermogen van eiseres vormt en dat, nadat het recht van gebruik en bewoning is geëindigd, de boerderij wordt verkocht en de opbrengst daarvan in vijf jaar volledig zal worden aangewend voor het doen van schenkingen overeenkomstig de doelstelling van eiseres. Omdat een eventuele koper van de boerderij meer zal overhebben voor de verkrijging van de volle eigendom dan voor de zogenoemde bloot eigendom, heeft het besluit van eiseres tot gevolg dat te zijner tijd waarschijnlijk een hogere verkoopopbrengst kan worden gerealiseerd waardoor een hoger bedrag beschikbaar zal komen voor het doen van schenkingen. Deze opbrengst zal vervolgens in vijf jaar tijd volledig beschikbaar komen voor het doen van schenkingen overeenkomstig de doelstelling van eiseres. Dit alles in aanmerking nemende, is de rechtbank van oordeel dat het bestuur met dit besluit handelt overeenkomstig haar doelstelling en daarmee rechtstreeks het algemeen belang dient. Dat het gelet op de leeftijd van de pleegzoon en zijn echtgenote nog geruime tijd kan duren voordat de volle eigendom van de boerderij wordt verkocht, ontneemt aan de beslissing om de bloot eigendom van de boerderij aan te houden als stamvermogen teneinde uit de opbrengst van de boerderij te zijner tijd schenkingen te kunnen doen, niet het karakter van handelen in overeenstemming met het algemeen belang.

4.10 Verder geeft het bestuur van eiseres in zijn beleidsplan aan hoe ze willen omgaan met het aan eiseres gelegateerde bedrag van € 200.000. Dit geld wordt voor het grootste deel gereserveerd voor het in stand houden van de boerderij. Uit hetgeen hiervoor is overwogen onder 4.8 volgt dat hiermee de particuliere belangen van de pleegzoon en zijn echtgenote worden gediend. Echter, uit hetgeen hiervoor is overwogen onder 4.9 volgt dat deze beslissing tevens verband houdt met de beslissing om de bloot eigendom van de boerderij aan te houden teneinde uit de opbrengst daarvan te zijner tijd schenkingen te doen, met welke beslissing het algemeen belang wordt gediend. Verder is in het beleidsplan te lezen dat het bestuur een groter bedrag wil schenken aan doeleinden overeenkomstig de doelstelling van eiseres dan het bedrag dat eiseres ontvangt aan rente-opbrengsten bij de bank. Gelet op de door eiseres in de jaren 2007 en 2008 geschonken bedragen wordt aan dit plan ook daadwerkelijk uitvoering gegeven. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres met de door haar gedane schenkingen heeft gehandeld overeenkomstig haar doelstelling en daarmee rechtstreeks het algemeen belang dient. Tussen partijen staat ook vast dat het feit dat eiseres vóór 2007 geen schenkingen heeft gedaan niet in strijd is met deze doelstelling, omdat eiseres die tijd nodig heeft gehad om haar activiteiten op te starten. Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat eiseres met haar beslissingen en werkzaamheden ten aanzien van het aan haar gelegateerde bedrag weliswaar ook deels particuliere belangen dient, maar dat deze werkzaamheden zeer beperkt zijn en daarnaast op termijn ook ten dienste zijn van het algemeen belang, namelijk voor zover zij bijdragen aan de instandhouding van het stamvermogen.

4.11 Alles overwegende kan de conclusie naar het oordeel van de rechtbank geen andere zijn dan dat met de door eiseres verrichte werkzaamheden het algemeen belang ten minste in gelijke mate als het particulier belang wordt gediend. Met de werkzaamheden en de taakopvatting van eiseres op korte termijn bezien in samenhang met de werkzaamheden en taakopvatting op langere termijn (op het moment dat de woon- en gebruiksrechten zijn geëindigd), wordt derhalve voor ten minste 50% het algemeen nut gediend.

4.12 Ter onderbouwing van zijn standpunt dat eiseres geen algemeen nut beogende instelling is heeft verweerder nog gewezen op de uitspraak van gerechtshof ’s-Gravenhage van 21 juli 2010, gepubliceerd op rechtspraak.nl, LJN BN2741. In de door het gerechtshof berechte casus was de stichting echter nog niet begonnen met handelen conform haar doelstelling onder meer omdat de langstlevende echtgenote, tevens medeoprichter van de stichting, nog in leven was. Deze situatie doet zich hier niet voor.

4.13 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat eiseres met haar werkzaamheden voor ten minste 50% het algemeen nut dient. Eiseres is door verweerder derhalve ten onrechte niet als een algemeen nut beogende instelling aangemerkt. Het beroep dient gegrond te worden verklaard.

4.14 De aanslag recht van successie dient dan als volgt te worden berekend:

Totale verkrijging eiseres € 225.520

Berekening primair recht:

Totale verkrijging € 225.520

Vrijstelling € 1.865 -/-

€ 223.655 x 8% = € 17.892

Verkrijging inclusief primair recht € 243.412

Berekening successierecht:

Vrijstelling € 1.865 -/-

€ 241.547 x 8% = € 19.323

======

5. Proceskosten

De rechtbank vindt geen aan¬lei¬ding verweerder te veroordelen in de kos¬ten die eiseres in verband met de behande¬ling van het beroep redelij¬kerwijs heeft moeten maken, omdat niet gesteld of gebleken is dat eiseres kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de aanslag recht van successie tot € 19.323 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;

- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 288 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. van Baaren, voorzitter, mr. M.C.G.J. van Well en mr. J.M.W. van de Sande, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.J.G. Tiemessen, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Uitgesproken in het openbaar op: 26 augustus 2010

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.