Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BN5029

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
26-08-2010
Zaaknummer
195680
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De vraag die voorligt is of partijen inderdaad een ontbindende voorwaarde zijn overeengekomen. Gelet op de standpunten van partijen en tevens gelet op het feit dat Intres in haar eis in reconventie een beroep doet op het intreden van de ontbindende voorwaarde, zal Intres in overeenstemming met de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) worden opgedragen te bewijzen dat partijen deze ontbindende voorwaarde zijn overeengekomen.

De vraag in reconventie is of aan Intres een actie uit onverschuldigde betaling conform artikel 6:203 BW toekomt.

Indien na bewijslevering vast komt te staan dat partijen de ontbindende voorwaarde zijn overeengekomen, komt aan Intres een actie uit onverschuldigde betaling toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 195680 / HA ZA 10-177

Vonnis van 21 juli 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COACH SPORTS EMMEN B.V.,

gevestigd te Emmen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.A. Venema te Emmen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTRES B.V.,

gevestigd te Hoevelaken,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. I.J.G.H. Hage te Ede.

Partijen zullen hierna Coach en Intres genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 april 2010

- de conclusie van antwoord in reconventie

- het proces-verbaal van comparitie van 8 juni 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Dhr. [betrokkene1], directeur van Coach heeft de Coachformule in 2003 verkocht aan Intres. Daarna is hij franchisenemer van een aantal Coachwinkels geworden.

2.2. Bij het ingaan van een nieuwe franchiseperiode van 5 jaar per 1 januari 2008, hebben dhr. [betrokkene1] van Coach en dhr. [betrokkene2] van Intersport, een divisie van Intres, mondeling afspraken gemaakt. Dhr. [betrokkene2] heeft die mondelinge afspraken per brief van 29 oktober 2007 bevestigd aan dhr. [betrokkene1].

In deze brief, productie 1 bij de dagvaarding, staat het volgende:

(…)

Tijdens ons gesprek zijn wij de volgende zaken overeengekomen:

- Door jou zal ten behoeve van je Coach winkels een nieuwe franchise overeenkomst voor 5 jaar worden afgesloten ingaande per 1 januari 2008.

- Het uitgangspunt hierbij is dat je met minimaal 3 Coach winkels aangesloten blijft.

- Voor alle aangesloten Coach winkels wordt door jou een franchisefee van 4% betaald.

- Voor de contractperiode van 5 jaar heb jij recht op een jaarlijkse restitutie van € 20.000,00, direct na afloop van het kalenderjaar, uit te betalen in februari.

- Voorts heb jij recht op de grote leden bonus zoals deze van toepassing is voor alle Intersport Nederland ondernemers. Voor de condities in deze verwijs ik je naar de bijlage.

(…)

2.3. Bij brief van 30 november 2007, productie 2 bij de dagvaarding, heeft dhr. [betrokkene1] aan dhr. [betrokkene2] onder meer meegedeeld:

(…)

Ik heb jouw brief van 29 oktober jl. in goede orde ontvangen. In deze brief geef je een opsomming van de gemaakte afspraken tijdens ons gesprek van afgelopen zomer.

Echter, deze opsomming is op een aantal punten niet geheel conform de gemaakte afspraken. Onderstaand zal ik hierop reageren:

• Er is niet gesproken over een minimaal door mij te behouden aantal Coach-winkels.

(…)

2.4. Op de brief van 30 november 2007 heeft Intres gereageerd door de betreffende brief terug te sturen met handgeschreven aan- en opmerkingen en voorzien van het logo van Intres, productie 2A bij de dagvaarding.

2.5. Coach heeft op 17 maart 2009 EUR 20.000,00 ontvangen middels een creditnota met de omschrijving ‘Bonus 2008’. In maart 2009 had Coach twee Coachwinkels.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Coach vordert samengevat - veroordeling van Intres tot betaling van EUR 20.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente van 6:119a BW vanaf de datum van betekening van dit vonnis tot aan het tijdstip der algehele voldoening en tot betaling van de proceskosten en de buitengerechtelijke incassokosten. Voorts vordert Coach een verklaring voor recht dat Intres respectievelijk op 1 februari 2011, 1 februari 2012 en 1 februari 2013 jaarlijks een bedrag ad EUR 20.000,00 verschuldigd is.

3.2. Coach legt aan haar vordering ten grondslag nakoming uit hoofde van de verplichtingen die zijn ontstaan uit de overeenkomst die partijen met elkaar hebben gesloten.

3.3. Intres voert primair formeel verweer door te stellen dat Coach niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vorderingen dan wel dat haar vorderingen dienen te worden afgewezen, met veroordeling in de kosten, omdat niet Intres de franchisegever is, maar Coach Holland B.V. Subsidiair stelt zij zich op het standpunt dat Intersport geen bedrag van EUR 100.000,00 verschuldigd is aan Coach, nu Coach niet met minimaal drie winkels was aangesloten.

Voorts stelt Intres dat zij geen buitengerechtelijke kosten verschuldigd is omdat zij de aard en de hoogte van de vorderingen ontkent. Zij doet een beroep in deze op artikel 241 Rv.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5. Intres vordert samengevat - veroordeling van Coach tot betaling van EUR 20.000,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 maart 2010 tot aan de dag der algehele voldoening en tot betaling van de proceskosten.

3.6. Intres legt aan haar vordering ten grondslag dat zij een bedrag van EUR 20.000,00 onverschuldigd heeft betaald, aangezien [betrokkene1] op het moment van uitbetaling slechts twee winkels had en derhalve geen recht meer kon uitoefenen op de jaarlijkse restitutie van EUR 20.000,00.

3.7. Coach voert verweer en stelt zich op het standpunt dat de betaling wel een geldige titel had en gedaan is, terwijl (meer) dan bekend was dat Coach eind 2008 een winkel had verkocht, dan wel van plan was om filialen te verkopen.

3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en reconventie

4.1. Ter comparitie is vast komen te staan dat Intres de moedermaatschappij is van onder meer Coach Holland B.V. Intres heeft erkend dat de afspraak gemaakt is met Intres zelf en dat Intres deze moet nakomen. Intersport is een divisie van Intres zonder rechtspersoonlijkheid.

Daarmee mist het primaire verweer van Intres verder doel en zal dit door de rechtbank worden gepasseerd.

4.2. Kernpunt in dit geschil is of partijen hebben afgesproken dat Coach minimaal drie Coachwinkels diende te behouden om onder meer aanspraak te kunnen maken op de jaarlijkse restitutie (bonus) van EUR 20.000,00 gedurende de franchiseperiode van 5 jaar.

Coach stelt zich op het standpunt dat partijen niet hebben gesproken over een minimum door Coach te behouden aantal Coachwinkels. Ter comparitie heeft Coach haar standpunt onderbouwd door te wijzen op de brief van 30 november 2007, die door Intres is teruggestuurd zonder dat Intres afwijzend heeft gereageerd op dit punt, terwijl Intres wel een handgeschreven aantekening wat betreft de nacalculatie heeft toegevoegd. Bovendien voert Coach ter onderbouwing van haar standpunt aan dat zij ook uit het feit dat de creditering van de bonus over 2008 heeft plaatsgevonden nadat zij het filiaal in Groningen had verkocht, mocht afleiden dat Intres het eens was met de zienswijze van Coach, aangezien bij Intres bekend was dat Coach het filiaal in Groningen verkocht had en bezig was met de verkoop van één van de nog resterende filialen. Ter comparitie heeft Coach zich op het standpunt gesteld dat met het een en ander ook het vertrouwen bij haar is opgewekt dat het aantal filialen geen voorwaarde was.

4.3. Intres betwist de stellingen van Coach en stelt zich op het standpunt dat partijen wel als voorwaarde zijn overeengekomen dat door Coach minimaal drie Coachwinkels gehandhaafd dienden te worden om onder meer aanspraak te kunnen maken op de jaarlijkse restitutie (bonus) van EUR 20.000,00 gedurende de franchiseperiode van 5 jaar. Ter onderbouwing van haar standpunt wijst Intres er op dat dhr. [betrokkene1] al verschillende andere Coachwinkels had verkocht en dat Intres niet wilde dat dhr. [betrokkene1] zijn betrokkenheid bij de formule zou verliezen of zou overstappen naar Sneekers. Ter comparitie heeft Intres betoogd dat dhr. [betrokkene2] uitdrukkelijk heeft vastgelegd dat dhr. [betrokkene1] met minimaal drie Coachwinkels aangesloten bleef. Dat was voor de franchiseorganisatie belangrijk.

Ten aanzien van de aan Coach geretourneerde bevestigingsbrief van 30 november 2007 heeft Intres zich ter comparitie op het standpunt gesteld dat de aantekening een administratieve afhandeling van de rente betreft. De brief is teruggestuurd aan dhr. [betrokkene1] ter kennisneming op het punt van de nacalculatie en niet ter bevestiging van de afwijkende mening van dhr. [betrokkene1] omtrent het aantal te behouden filialen. Zulks blijkt volgens Intres ook niet uit de aantekening.

4.4. De vordering van Intres in reconventie betreft het bedrag van € 20.000,00 dat op 17 maart 2009 door Intres middels een creditnota met de omschrijving ‘Bonus 2008’ aan Coach is overgemaakt. Intres heeft in haar eis in reconventie gesteld dat Intres een actie uit onverschuldigde betaling toekomt nu vaststaat dat Coach in maart 2009 slechts twee Coachwinkels had en zich derhalve niet aan de voorwaarde heeft gehouden dat zij drie Coachwinkels zou behouden. Intres vordert het desbetreffende bedrag van EUR 20.000,00 terug en stelt zich op het standpunt dat de betaling zonder rechtsgrond is geschied.

Coach voert verweer en stelt dat de betaling wel een geldige titel had en gedaan is terwijl (meer dan) bekend was dat Coach eind 2008 een winkel had verkocht. Coach onderbouwt zijn stelling door er op te wijzen dat ten tijde van de onderhandelingen met [betrokkene2] het voor beide partijen duidelijk was dat dhr. [betrokkene1] (Coach) doende was een vestiging af te stoten.

4.5. De rechtbank constateert dat partijen het eens zijn dat zij een restitutie (bonus) van EUR 20.000,00 zijn overeengekomen. Intres stelt zich echter op het standpunt dat aan voornoemde restitutie (bonus) de ontbindende voorwaarde gekoppeld was dat Coach met minimaal drie Coachwinkels aangesloten zou blijven bij de franchisegever. Coach betwist deze ontbindende voorwaarde.

De vraag die nu voorligt is of partijen inderdaad een dergelijke ontbindende voorwaarde zijn overeengekomen. Gelet op de standpunten van partijen en tevens gelet op het feit dat Intres in haar eis in reconventie een beroep doet op het intreden van de ontbindende voorwaarde, zal Intres in overeenstemming met de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) worden opgedragen te bewijzen dat partijen deze ontbindende voorwaarde zijn overeengekomen.

4.6. Indien Intres slaagt in haar bewijslevering, zal de rechtbank de vorderingen van Coach in conventie afwijzen. Slaagt Intres er niet in te bewijzen dat partijen de ontbindende voorwaarde zijn overeengekomen, dan zal de rechtbank de vorderingen van Coach toewijzen omdat zij recht heeft op de overeengekomen restitutie (bonus) van EUR 20.000,00 voor een periode van vijf jaar.

4.7. De vraag die voorligt in reconventie is of aan Intres een actie uit onverschuldigde betaling conform artikel 6:203 BW toekomt. Het begrip ‘onverschuldigd’ i.c. betekent dat de betaling zonder rechtsgrond zou zijn verricht. De rechtbank heeft reeds hiervoor geconcludeerd dat tussen partijen vaststaat dat zij een restitutie (bonus) zijn overeengekomen. Daarbij is het twistpunt of partijen tevens een ontbindende voorwaarde zijn overeengekomen.

Indien na bewijslevering vast komt te staan dat partijen de ontbindende voorwaarde zijn overeengekomen, doet het intreden van de ontbindende voorwaarde de overeengekomen restitutie (bonus) vervallen, nu vaststaat dat Coach in maart 2009 slechts twee Coachwinkels had. In dat geval komt aan Intres een actie uit onverschuldigde betaling toe zodat de eis in reconventie door de rechtbank zal worden toegewezen.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie en reconventie

5.1. draagt Intres op te bewijzen feiten of omstandigheden waaruit kan worden afgeleid:

dat partijen de ontbindende voorwaarde zijn overeengekomen dat Coach minimaal drie Coachwinkels diende te behouden om aanspraak te kunnen maken op de jaarlijkse restitutie (bonus) van EUR 20.000,00 over een periode van vijf jaar,

5.2. bepaalt dat, indien Intres het bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. N.W. Huijgen in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op 7 december 2010 van 9.00 tot 13.00 uur,

5.3. bepaalt dat binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank - ter attentie van de enquêtegriffie van de sector civiel (e-mail: rc.civiel.rb.arnhem@rechtspraak.nl) - en aan de wederpartij moet berichten of zij bewijs door getuigen wil leveren en zo ja, onder opgave van het aantal en de namen van de te horen getuigen,

5.4. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de roladministratie van de sector civiel - om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum,

5.5. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.6. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2010.