Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BN4463

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28-07-2010
Datum publicatie
19-08-2010
Zaaknummer
198640
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident.

De benaming ("bevoegdheidsincident" of "exceptie van onbevoegdheid") die eraan wordt gegeven, is op zichzelf niet van invloed op de beoordeling van het beroep op de onbevoegdheid. Het op art. 128 lid 3 Rv gegronde standpunt dat het recht om ten principale te antwoorden is komen te vervallen, omdat niet tegelijk met de exceptie ten principale is geantwoord, faalt.

Rechtbank onbevoegd omdat door de handelwijze die tussen partijen gebruikelijk is geworden, een forumkeuze tot stand is gekomen (art. 23 lid 1 sub b EEX-Ver.).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010/357
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 198640 / HA ZA 10-628

Vonnis in incident van 28 juli 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RIHO B.V.,

gevestigd te Dodewaard,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. A.A. Bart te Veenendaal,

tegen

de vennootschap naar Duits recht

DR. ECKEL GMBH,

gevestigd te Niederzissen, Duitsland,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. P.A.C. van Buul te Arnhem.

Partijen zullen hierna Riho en Dr. Eckel worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de incidentele conclusie strekkende tot onbevoegdheid van de Nederlandse rechter

- de conclusie van antwoord in het ‘incident’.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten

2.1. In het kader van het incident gaat de rechtbank uit van de volgende feiten.

2.2. In de periode oktober 2008 tot en met april 2009 levert Riho in opdracht van Dr. Eckel diverse producten en diensten aan Dr. Eckel. Het betreft de opslag van goederen in een loods van Riho en het leveren van producten bij Dr. Eckel. Er is tussen partijen geen sprake van een raamovereenkomst; iedere opdracht wordt door Dr. Eckel afzonderlijk schriftelijk bevestigd. Onderaan een opdrachtbevestiging en een brief van Dr. Eckel die in het geding zijn gebracht staat vermeld:

Unsere Allgemeinen Geschäftsbedingungen sind Vertragsbestandteil – siehe www.dr-eckel.de

Our standard terms and conditions are integral part of the contract. See www.dr-eckel.de

2.3. De “Allgemeine Verkaufs- und Lieferbedingungen der Dr. Eckel GmbH” luiden onder meer als volgt:

15. Anwendbares Recht, Auslegung von Klauseln ect.

1. Es gilt deutsches Recht […].

16. Erfüllungsort und Gerichtsstand; Wirksamkeitsklausel

1. Erfüllungsort für die Lieferung ist die jeweilige Versandstelle, für die Zahlung Niederzissen.

2. Gerichtsstand ist für beide Teile Koblenz. Der Verkäufer ist darüber hinaus berechtigt, seine Ansprüche an dem allgemeinen Gerichtsstand des Käufers geltend zu machen […].

2.4. Riho vordert in de hoofdzaak – samengevat – betaling van facturen van in totaal € 23.506,28 waarop al een bedrag van € 10.000,00 is voldaan, en verder vergoeding van wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

De facturen zien op de onder 2.2 genoemde producten en diensten die Riho aan Dr. Eckel heeft geleverd.

3. Het geschil in het incident

3.1. Riho stelt in de dagvaarding dat de rechtbank Arnhem bevoegd is om van het geschil kennis te nemen op grond van artikel 5 lid 1 onder b van de Europese Verordening nr. 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX-Verordening). Zij voert daartoe aan dat de plaats van feitelijke uitvoering van de werkzaamheden – opslag en levering van zaken – in Nederland was en dat de betaling van de facturen eveneens in Nederland plaatsvond.

3.2. Dr. Eckel vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Daartoe voert zij aan dat op grond van artikel 2 van de EEX-Verordening in beginsel de Duitse rechter bevoegd is. Verder verwijst zij naar haar algemene voorwaarden (Geschäftsbedingungen) die volgens haar toepasselijk zijn op de tussen partijen bestaande overeenkomsten en waarin de Duitse rechter is aangewezen als bevoegde rechter. Nu een raamovereenkomst tussen partijen ontbreekt, geldt volgens Dr. Eckel iedere bestelling als een afzonderlijke overeenkomst. Op iedere opdrachtbevestiging is verwezen naar de algemene voorwaarden en de voorwaarden zijn terug te vinden op de website van Dr. Eckel, hetgeen naar Duits recht leidt tot toepasselijkheid van die voorwaarden, aldus Dr. Eckel.

3.3. Riho voert gemotiveerd verweer. Zij stelt zich allereerst op het standpunt dat een beroep op onbevoegdheid geen ‘wettelijk incident’ is, maar een exceptie. Op grond van artikel 128 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) moet een exceptie tegelijk met de conclusie van antwoord ten principale naar voren worden gebracht, op straffe van verval van het recht om ten principale alsnog te antwoorden. Nu Dr. Eckel dit niet heeft gedaan, mag zij niet meer ten principale antwoorden, aldus Riho.

Indien toch sprake is van een incidentele vordering, stelt Riho zich op het standpunt dat deze moet worden afgewezen. Volgens haar is Nederlands recht van toepassing op de rechtsverhouding van partijen. Naar Nederlands recht, zo stelt Riho, is de enkele verwijzing op een opdrachtbevestiging naar algemene voorwaarden onvoldoende om te concluderen tot toepasselijkheid daarvan. Toepasselijkheid van de algemene voorwaarden is tussen partijen niet overeengekomen. Omdat de kenmerkende prestatie – opslag en levering van zaken – evenals de betaling in Nederland moest worden verricht, is volgens Riho de Nederlandse rechter bevoegd. Gelet op de vestigingsplaats van Riho is dit de rechtbank te Arnhem, aldus Riho.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in het incident

4.1. Ten aanzien van de stelling van Riho dat geen sprake is van een incident maar van een exceptie overweegt de rechtbank dat het beroep op de onbevoegdheid van de rechter soms wordt aangeduid als een incidentele vordering en soms als een exceptie van onbevoegdheid. De benaming die eraan wordt gegeven is op zichzelf niet van invloed op de beoordeling van het beroep op de onbevoegdheid.

4.2. Voor zover Riho met een beroep op artikel 128 lid 3 Rv meent dat het recht van Dr. Eckel om ten principale te antwoorden is komen te vervallen omdat zij haar exceptie en haar antwoord ten principale niet tegelijk naar voren heeft gebracht, geldt dat een oordeel over dat standpunt achterwege kan blijven, gelet op hetgeen hierna in r.o. 4.3 en volgende wordt overwogen. Ten overvloede overweegt de rechtbank in dit verband echter als volgt. Inderdaad bevat artikel 128 lid 3 Rv de door Riho bedoelde hoofdregel. Echter, een tweetal excepties kan afzonderlijk, dat wil zeggen voorafgaand aan de conclusie van antwoord, bij incidentele conclusie worden opgeworpen. Eén daarvan betreft de exceptie van onbevoegdheid (zie ook de artikelen 11, 72, 110 en 1022 lid 1 Rv en de toelichting daarop in T&C Rv, 2010). De gedaagde partij mag er overigens ook voor kiezen om deze exceptie bij conclusie van antwoord op te werpen, maar is daartoe niet verplicht. Gezien het voorgaande faalt het standpunt van Riho.

4.3. Ten aanzien van het beroep op haar onbevoegdheid overweegt de rechtbank het volgende.

4.4. Nu beide partijen zijn gevestigd in landen die partij zijn bij de EEX-Verordening, moet de vraag naar de bevoegdheid van de rechtbank worden beantwoord aan de hand van die Verordening. Op grond van artikel 93 van de Grondwet en artikel 1 Rv heeft de EEX-Verordening voorrang boven commune bevoegdheidsregels. Uit artikel 1 lid 1 volgt de materiële toepasselijkheid van deze Verordening op het onderhavige geschil.

4.5. Dr. Eckel stelt zich op het standpunt dat de Duitse rechter op grond van het forumkeuzebeding in haar algemene voorwaarden bevoegd is van het geschil tussen partijen kennis te nemen, en niet de rechtbank Arnhem. De vraag die nu voorligt, is of partijen een dergelijke forumkeuze zijn overeengekomen.

4.6. Artikel 23 van de EEX-Verordening bepaalt dat, wanneer de partijen van wie er ten minste één woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, dit gerecht bevoegd is of de gerechten van die lidstaat bevoegd zijn. Deze overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten bij een schriftelijke overeenkomst (artikel 23 lid 1 sub a), dan wel in een vorm die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen partijen gebruikelijk zijn geworden (artikel 23 lid 1 sub b), dan wel, kort gezegd, in een vorm die in de internationale handelspraktijk gebruikelijk is (artikel 23 lid 1 sub c).

Een geldige forumkeuze als bedoeld in deze bepaling maakt de aldus aangewezen rechter, behoudens afwijkend beding, exclusief bevoegd en prevaleert boven de bevoegdheidsregels in de artikelen 2 en 5 van de EEX-Verordening.

4.7. In de onderhavige zaak is niet voldaan aan de vormvereisten van artikel 23 lid 1 sub a van de EEX-Verordening. Dr. Eckel heeft wel een aantal stukken overgelegd, namelijk een opdrachtbevestiging van 19 mei 2006 en een brief van haar aan Riho van 12 februari 2008 met daarop onderaan de vermelding dat de “Allgemeinen Verkaufs- und Lieferbedingungen der Dr. Eckel GmbH” deel uitmaken van de overeenkomst. Gesteld noch gebleken is echter dat sprake is van een tussen partijen ondertekend (raam)contract dat uitdrukkelijk naar de algemene voorwaarden verwijst (vgl. HvJ EG 14 december 1976, NJ 1977, 446).

4.8. Tussen partijen is niet in geschil dat zij in de periode van oktober 2008 tot en met april 2009 regelmatig zaken met elkaar hebben gedaan. Riho heeft voorts op zichzelf niet betwist dat Dr. Eckel in haar opdrachtbevestigingen en in de correspondentie, zowel voorafgaand aan (in 2006) als ten tijde van (in 2008) de onderhavige handelstransacties, telkens heeft verwezen naar haar algemene voorwaarden waarin het forumkeuzebeding is opgenomen. Gesteld noch gebleken is dat Riho op enig moment tegen die herhaalde verwijzingen heeft geprotesteerd. Gelet hierop doet zich naar het oordeel van de rechtbank de situatie voor zoals bedoeld in artikel 23 lid 1 sub b van de EEX-Verordening: de forumkeuze is tot stand gekomen door de handelwijze die tussen partijen gebruikelijk is geworden.

4.9. De conclusie luidt dat de rechter te Koblenz, Duitsland, op grond van de geldige forumkeuze in artikel 16 lid 2 van de algemene voorwaarden exclusief bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. De rechtbank Arnhem zal zich dan ook onbevoegd verklaren.

4.10. Riho zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Dr. Eckel worden begroot op:

- vast recht € 360,00

- salaris advocaat 452,00 (1,0 punt × tarief € 452,00)

Totaal € 812,00

5. De beslissing in de hoofdzaak en in het incident

De rechtbank

5.1. verklaart zich onbevoegd van het geschil tussen partijen kennis te nemen,

5.2. veroordeelt Riho in de proceskosten, aan de zijde van Dr. Eckel tot op heden begroot op € 812,00,

5.3. verklaart dit vonnis voor zover het de proceskosten betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2010.

Coll.: JC