Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BN4320

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
14-06-2010
Datum publicatie
18-08-2010
Zaaknummer
665461 - CV EXPL 10-1747
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid netbeheerder voor tijdelijk te hoog doorgegeven spanning afgewezen. Netbeheerder geslaagd in weerlegging vermoeden van artikel 6:237 sub f BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Arnhem

zaakgegevens 665461 \ CV EXPL 10-1747 \ MS\392\mvl

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

[eisende partij]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

gemachtigde Geerlings & Hofstede

tegen

de naamloze vennootschap Liander N.V.

gevestigd te Arnhem

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna [eisende partij] en Liander genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 27 januari 2010 met producties

- de conclusie van antwoord met producties

- de conclusie van repliek met producties

- de conclusie van dupliek.

2. De feiten

2.1 [eisende partij] is eigenaar van de woning aan de [straat, nummer en woonplaats] Aan dit adres wordt energie geleverd door Eneco via het elektriciteitsnet dat wordt beheerd door Liander.

2.2 Op 25 mei 2009 is een defect opgetreden in een verbindingsmof ter plaatse. Gevolg was een te hoge spanning op het overdrachtspunt tussen het elektriciteitsnet en de installatie in de woning van [eisende partij]. In plaats van de gebruikelijke 230 Volt is op de aansluiting een spanning komen te staan van 380 tot 400 Volt.

2.3 In een brief van 8 juni 2009 heeft [eisende partij] Liander aansprakelijk gesteld voor de als gevolg van voornoemde te hoge spanning ontstane schade aan diverse elektrische apparaten in zijn woning en gevolgschade. De schade wordt in de brief door [eisende partij] gesteld op € 4.431,85.

2.4 In een brief van 1 juli 2009 van Liander aan [eisende partij] heeft Liander aansprakelijkheid voor de door [eisende partij] geleden schade erkend. In een brief van 15 juli 2009 stelt Liander maximaal € 1.400,00 aan [eisende partij] te willen uitkeren.

2.5 Artikel 17.3 van de door Liander gehanteerde ‘Algemene Voorwaarden 2006 aansluiting en transport elektriciteit voor Kleinverbruikers’ (hierna: ‘de algemene voorwaarden’) luidt:

Behoudens ingeval de schade ontstaat als gevolg van opzet of bewuste roekeloosheid van de netbeheerder of diens leidinggevende werknemers, zijn in alle gevallen van vergoeding uitgesloten indirecte schade zoals in ieder geval schade als gevolg van bedrijfsstilstand, als gevolg van het niet kunnen uitoefenen van een beroep of als gevolg van winstderving.

2.6 Artikel 17.4 van de algemene voorwaarden luidt:

Indien en voor zover de netbeheerder jegens de contractant in het kader van deze algemene voorwaarden tot schadevergoeding verplicht is, komt schade aan personen en/of zaken slechts voor vergoeding in aanmerking tot een bedrag van ten hoogste Euro 910.000,- (negenhonderdtien duizend Euro) per gebeurtenis voor alle contractanten tezamen, met dien verstande dat de vergoeding van schade aan zaken, ongeacht de omvang van het totaal der schade, is beperkt tot ten hoogste Euro 1.400,- (éénduizend vierhonderd Euro) per contractant. Indien het totaal der schaden aan personen en/of zaken meer bedraagt dan Euro 910.000,-, is de netbeheerder niet gehouden meer schadevergoeding te betalen dan dit bedrag, waarbij met inachtneming van het eerder in dit lid genoemde maximum voor schade aan zaken Euro 1.400,- de aanspraken van de contractanten naar evenredigheid zullen worden voldaan.

3. De vordering en het verweer

3.1 [eisende partij] vordert vernietiging van de in de algemene voorwaarden opgenomen exoneratie waarop Liander zich beroept, veroordeling van Liander tot betaling van een bedrag van € 4.845,85, waarvan een bedrag van € 4.131,85 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding. [eisende partij] vordert dat Liander in ieder geval het toegezegde bedrag van € 1.400,00 aan hem voldoet, te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts vordert [eisende partij] veroordeling van Liander tot betaling van de kosten voor de bijstand die [eisende partij] voor deze procedure heeft ingeroepen, de kosten van deze procedure en de nakosten.

3.2 [eisende partij] legt aan zijn vordering ten grondslag de stelling dat de exoneratie van artikel 17.4 van de algemene voorwaarden (dat de aansprakelijkheid van Liander jegens [eisende partij] beperkt tot een bedrag van € 1.400,00) onredelijk bezwarend is en derhalve vernietigbaar. Liander dient het gehele door [eisende partij] gestelde schadebedrag te voldoen. Liander moet in elk geval de toegezegde € 1.400,00 aan [eisende partij] voldoen, hetgeen zij heeft nagelaten.

3.3 Liander voert gemotiveerd verweer waarop hierna, waar nodig, wordt ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 De aansprakelijkheid voor de door [eisende partij] geleden schade is door Liander erkend en behoeft dan ook geen verdere beoordeling, zodat het geschil tussen Liander en [eisende partij] louter ziet op de hoogte van het door Liander aan [eisende partij] te betalen bedrag ter compensatie. Uit het gestelde in de conclusie van repliek volgt dat [eisende partij] niet betwist het bestaan van de door Liander gestelde overeenkomst tussen [eisende partij] en Liander en de toepasselijkheid op die overeenkomst van de door Liander gehanteerde algemene voorwaarden. [eisende partij] stelt echter dat Liander zich in deze niet kan beroepen op de in die algemene voorwaarden opgenomen exoneratie omdat het exoneratiebeding vernietigbaar is, althans – zo begrijpt de kantonrechter - de toepassing van het beding naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

4.2 Artikel 6:237 sub f BW bepaalt dat een in algemene voorwaarden opgenomen exoneratie zoals thans door Liander ingeroepen, in relatie tot een consument, wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Het beding is om die reden vernietigbaar, tenzij Liander het wettelijke vermoeden voldoende weerlegt. [eisende partij] is, zo is onweersproken, een consument in de zin van dit artikel, zodat het artikel op de verhouding tussen [eisende partij] en Liander van toepassing is.

4.3 In het kader van de weerlegging van het wettelijk vermoeden van voornoemd artikel heeft Liander onweersproken gesteld dat de algemene voorwaarden tot stand zijn gekomen na overleg tussen de branchevereniging EnergieNed en de Consumentenbond in het kader van de Coördinatiegroep Zelfreguleringsoverleg van de Sociaal-Economische Raad (SER). De voorwaarden zijn getoetst door de Directie Toezicht energie (thans: de Energiekamer van de Nederlandse Mededingingsautoriteit). Voorts is door Liander onbetwist gesteld dat zij op grond van de Energiewet gehouden is klanten te accepteren en deze klanten gelijkluidende algemene voorwaarden aan te bieden. Zij mag daarvan niet afwijken.

4.4 Liander stelt ook dat het (vrijwel) ondoenlijk is zich tegen eventuele aansprakelijkheidsrisico’s te verzekeren zonder een aanmerkelijke stijging van haar tarieven door te voeren. Het risico dat Liander loopt staat niet in verhouding door de betaalde kosten per aansluiting. Daartegenover staat dat klanten zelf maatregelen kunnen nemen om schade als gevolg van verkeerde stroomdoorgave te voorkomen. [eisende partij] betwist zulks niet, doch stelt die maatregelen – net als vele anderen – niet te hebben genomen. Gesteld noch gebleken is daarnaast dat [eisende partij] zich tegen schade als de onderhavige had verzekerd.

4.5 Voornoemde door Liander gestelde – onbetwiste - omstandigheden maken dat Liander naar het oordeel van de kantonrechter is geslaagd in het weerleggen van het in artikel 6:237 sub f BW neergelegde vermoeden. De stelling van [eisende partij] dat hij aanzienlijke schade heeft geleden terwijl het voor een bedrijf als Liander om een gering bedrag gaat, doet daaraan niet af. De algemene voorwaarden van Liander behoeden haar immers voor een veelvoud van claims zoals die van [eisende partij] waartegen Liander zich, zoals hiervoor uiteengezet, niet tegen redelijke voorwaarden kan verzekeren. Het is Liander voorts niet toegestaan voor [eisende partij] een uitzondering te maken en het gehele door [eisende partij] gestelde schadebedrag uit te keren.

4.6 Voor zover [eisende partij] bedoelt te stellen dat sprake is van opzet of grove schuld van Liander waardoor het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat Liander enkel een deel van de gestelde schade van [eisende partij] vergoedt, wordt deze stelling gepasseerd omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Liander erkent dat door een menselijke fout op 25 mei 2009 een te hoog voltage op de aansluiting van [eisende partij] is komen te staan. Dat zulks met opzet is geschied, danwel het gevolg is van grove schuld aan de zijde van Liander is niet af te leiden uit de door [eisende partij] gestelde omstandigheden. Ook overigens maakt (de beperkende werking van) de redelijkheid en billijkheid niet Liander jegens [eisende partij] geen beroep toekomt op (de exoneratie uit) de algemene voorwaarden.

4.7 Op grond van het vorenstaande wordt de vordering van [eisende partij] tot veroordeling van Liander tot betaling van de gehele door [eisende partij] gestelde schade afgewezen. [eisende partij] heeft wel recht op de door Liander toegezegde € 1.400,00. Liander stelt in de conclusie van dupliek dit bedrag per abuis niet eerder te hebben uitgekeerd. Dit is volgens Liander alsnog, vermeerderd met een bedrag van € 50,00 aan wettelijke rente, gebeurd op 8 april 2010. Liander heeft deze stelling echter niet onderbouwd door het overleggen van een betalingsbewijs. De zaak wordt naar de rol verwezen om Liander in de gelegenheid te stellen dat alsnog bij akte te doen. [eisende partij] dient zich op dezelfde roldatum bij akte uit te laten over de vraag of Liander inmiddels inderdaad het bedrag ad € 1.450,00 heeft voldaan. Is dat niet het geval, dan ligt het (alsnog) voor toewijzing gereed. Tevens liggen in ieder geval voor toewijzing gereed de buitengerechtelijke kosten over dit bedrag, nu Liander het bedrag, ondanks herhaalde aanmaning, niet of eerst na geruime tijd heeft voldaan.

4.8 De kantonrechter overweegt reeds nu dat voor zover Liander (in reconventie) de buitengerechtelijke kosten vordert, deze worden afgewezen omdat niet voldoende is onderbouwd dat andere werkzaamheden zijn verricht dan die welke nodig zijn in het kader van de voorbereiding van deze procedure. Deze zijn op grond van art. 241 Rv onderdeel van de proceskosten. Bovendien heeft Liander erkend dat door interne fouten verschillende (bijlagen van) brieven van [eisende partij] zijn weggeraakt en, ondanks eerdere toezeggingen daartoe, het bedrag van € 1.400,00 niet tijdig is uitgekeerd. Ook om die reden worden de ligt deze vordering voor afwijzing gereed.

4.9 Voorts wordt geoordeeld dat [eisende partij] in de kosten van deze procedure wordt veroordeeld daar hij grotendeels in het ongelijk wordt gesteld. Het salaris voor de gemachtigde wordt op nihil gesteld omdat Liander zich in deze procedure heeft laten vertegenwoordigen door een bij haar in loondienst werkende persoon, [naam medewerker]. Liander heeft dan ook in feite ‘in persoon’ geprocedeerd.

4.10 Voor het overige wordt iedere beslissing aangehouden.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1 verwijst de zaak naar de rol van 12 juli 2010 voor akte aan de zijde van [eisende partij] en Liander zoals hiervoor in r.o. 4.7 overwogen;

5.2 houdt voor het overige iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.I.A. Schlaghecke-Bouman en in het openbaar uitgesproken op