Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BN3449

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-07-2010
Datum publicatie
09-08-2010
Zaaknummer
195535
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Declaraties advocaat.

De rechtbank is van oordeel dat voorzover de declaraties van eiseres slaan op het kort geding, zij betrekking hebben op de uitvoering van werkzaamheden waarin eiseres toerekenbaar is tekortgeschoten. Vooralsnog is de rechtbank niet gebleken dat eiseres in enig ander opzicht toerekengaar is tekortgeschoten. Het is thans aan partijen zich rekening houdend met deze conclusie en hetgeen hierboven onder 4.6 is overwogen, uit te laten.

De zaak zal daartoe op de rol worden geplaatst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 195535 / HA ZA 10-139

Vonnis van 21 juli 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ADVOCATEN B.V.,

gevestigd te Duiven,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. C.W. Reintjes te Duiven,

tegen

de vereniging

SPORT VERENIGING BABBERICH,

gevestigd te Babberich,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. K. van der Meulen te Zevenaar.

Partijen zullen hierna [eiseres] Advocaten en SV Babberich genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 28 april 2010

- de conclusie van antwoord in reconventie

- het proces-verbaal van comparitie van 30 juni 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] Advocaten verricht vanaf 25 juni 2009 werkzaamheden ten behoeve van SV Babberich. Aanleiding hiervoor is een verzoek tot faillietverklaring van SV Babberich dat door de Belastingdienst en de Bedrijfsvereniging is ingediend. Het belang van SV Babberich bij het voorkómen van een faillissement is groot. Het ligt onder meer in het feit dat zij, spelend in de Hoofdklasse Amateurs, haar licentie verliest bij een faillietverklaring.

2.2. Na een eerste gesprek laat [eiseres] Advocaten SV Babberich bij brief van 25 juni 2009 weten dat zijn uurtarief € 225,00 is. Eventuele verschotten zullen volgens deze brief afzonderlijk in rekening worden gebracht. In de brief vraagt [eiseres] Advocaten SV Babberich om in verband met de voor 30 juni 2009 geplande faillissementszitting nog dezelfde dag een voorschot van € 7.500,00 aan hem over te maken. Dit doet SV Babberich.

2.3. De werkzaamheden van [eiseres] Advocaten duren tot medio september 2009. In de laatste periode ligt er al een beginselovereenkomst tussen SV Babberich en wethouders van de gemeente Zevenaar waardoor behoudens toestemming van de gemeenteraad, het faillissement wordt voorkomen. Deze toestemming wordt begin september 2009 gegeven.

2.4. [eiseres] Advocaten brengt SV Babberich in totaal € 23.896,22 in rekening.

2.5. Twee van zijn facturen, te weten factuur 1000003109 d.d. 27 augustus 2009 ten belope van € 6.892,12 en factuur 1000003146 d.d. 5 oktober 2009 ten belope van € 1.933,53 – totaal van deze facturen: € 8.825,65 – worden ook na aanmaningen niet voldaan.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eiseres] Advocaten vordert – samengevat – veroordeling van SV Babberich tot betaling van € 9.851,81, vermeerderd met rente en kosten. De gevorderde hoofdsom is opgebouwd uit het onder 2.5 bedoelde, openstaande factuurbedrag, rente en incassokosten. [eiseres] Advocaten stelt dat SV Babberich ten onrechte betaling van de facturen nalaat.

3.2. SV Babberich voert verweer. Zij stelt dat [eiseres] Advocaten gelet op de eenvoud van de casus en haar financiële omstandigheden niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Zij onderbouwt dit betoog mede met het verwijt dat een door [eiseres] Advocaten voorgesteld kort geding is geëindigd in niet-ontvankelijkverklaring van SV Babberich. Zij betwist dat voor € 23.896,22 werkzaamheden zijn verricht. Haar aanvankelijk subsidiair gevoerde verweer dat de opdracht aan [eiseres] Advocaten omstreeks medio augustus 2009 was geëindigd, heeft SV Babberich laten varen.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. SV Babberich vordert ontbinding van de overeenkomst tussen partijen op grond van het toerekenbaar tekortschieten dat zij ook in haar verweer in conventie aanvoert. Voorts vordert zij veroordeling in de kosten. [eiseres] Advocaten voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1. Bij antwoord in conventie is gesteld dat [eiseres] Advocaten in het eerste gesprek heeft gezegd dat hij de kosten op ongeveer € 7.000,00 begrootte. Ter comparitie heeft SV Babberich aangevoerd uit de brief van 25 juni 2009 te hebben afgeleid dat ze een bedrag van € 7.500,00 niet zouden overstijgen. Het is onduidelijk welke formele rol deze bedragen in de verweren spelen. Kennelijk dienen zij alleen ter illustratie van de stelling dat het uiteindelijk gedeclareerde bedrag niet in verhouding staat tot de gegeven prognose. Vast staat echter dat SV Babberich de brief van 25 juni 2009 zonder commentaar heeft behouden en niet weersproken is dat [eiseres] Advocaten op die datum niet kon overzien hoeveel werk het tegenhouden van het faillissement zou meebrengen. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat [eiseres] Advocaten er op mocht vertrouwen dat SV Babberich instemde met zijn uurtarief en het genoemde voorschot en dat niet is komen vast te staan dat een vast bedrag voor zijn werkzaamheden overeengekomen was.

4.2. Er zijn door SV Babberich geen andere feiten of omstandigheden gesteld ter onderbouwing van haar stelling dat [eiseres] Advocaten kosten heeft laten ontstaan waarvan hij wist dat SV Babberich ze niet kon voldoen. De rechtbank passeert dan ook dit onderdeel van haar betoog. Dit staat overigens los van SV Babberichs stelling dat niet dan wel nodeloos gemaakte uren zouden zijn gedeclareerd.

4.3. SV Babberich betoogt dat [eiseres] Advocaten is tekortgeschoten door haar een kort geding te laten voeren dat is geëindigd in haar niet-ontvankelijkverklaring. In reactie op dit verwijt stelt [eiseres] Advocaten dat in overleg met SV Babberich gekozen is het kort geding als extra mogelijkheid om een barrière op te werpen tegen de Belastingdienst te voeren en dat dit expliciet met SV Babberich is besproken. Dit laatste is juist, zo blijkt uit een brief van [eiseres] Advocaten aan SV Babberich d.d. 29 juli 2009, maar niet is gebleken dat [eiseres] Advocaten zijn cliënte gewaarschuwd heeft tegen het zeer aanzienlijke risico van een niet-ontvankelijkverklaring dat zich vervolgens realiseerde.

4.4. De voorzieningenrechter bij deze rechtbank heeft bij vonnis van 3 augustus 2009 in de zaak met kort gedingnummer 09-519 overwogen dat in het kort geding geen taak voor hem weggelegd was. “De inhoudelijke beoordeling van (de juistheid van) de belastingaanslagen is voorbehouden aan de belastingrechter en de vraag of SV Babberich naar aanleiding van het niet kunnen betalen van die aanslagen in staat van faillissement moet worden verklaard, komt zeer binnenkort bij de faillissementskamer van deze rechtbank aan de orde”, overweegt de voorzieningenrechter en hij vervolgt: “Dat is ook het (enige) forum waar SV Babberich haar argumenten die zij in dit kort geding heeft aangehaald, naar voren kan brengen.” Daaraan wordt toegevoegd dat door toewijzing van de vorderingen van SV Babberich – onder meer gericht op een gebod voor de Belastingdienst om het faillissementsrekest in te trekken – de Belastingdienst de gang naar de rechter c.q. de voortzetting van die rechtsgang in strijd met art. 6 lid 1 EVRM zou worden onthouden.

4.5. De rechtbank is van oordeel dat waar de voorzieningenrechter op drie gronden tot niet-ontvankelijkheid van SV Babberich heeft besloten en heeft kunnen besluiten, [eiseres] Advocaten wat het entameren van dit kort geding betreft, niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht.

4.6. Voor het overige is dit echter vooralsnog niet gebleken. Of [eiseres] Advocaten niet dan wel nodeloos gemaakte uren heeft gedeclareerd en of – als dat zo is – daaruit moet worden afgeleid dat hij ook overigens niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht, kan thans niet beoordeeld worden. De beoordeling van de juistheid van de declaraties in verband met de verrichte werkzaamheden is immers op zichzelf niet aan de rechtbank. Een conclusie uit het resultaat van zo’n beoordeling kan dan ook niet getrokken worden.

4.7. Het voorgaande betekent dat de rechtbank van oordeel is dat voorzover de declaraties van [eiseres] Advocaten slaan op het kort geding 09-519, zij betrekking hebben op de uitvoering van werkzaamheden waarin [eiseres] Advocaten toerekenbaar is tekortgeschoten. Vooralsnog is de rechtbank niet gebleken dat [eiseres] Advocaten in enig ander opzicht toerekenbaar is tekortgeschoten. Het is thans aan partijen zich rekening houdend met deze conclusie en hetgeen hierboven onder 4.6 is overwogen, uit te laten. De zaak zal daartoe op de rol worden geplaatst.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 11 augustus 2010 voor het nemen van een akte door [eiseres] Advocaten over hetgeen is vermeld onder 4.6 en 4.7, waarna SV Babberich op de rol van drie weken daarna een antwoordakte kan nemen,

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2010.?