Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BN3064

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
03-08-2010
Datum publicatie
03-08-2010
Zaaknummer
05/720391-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

1. Art. 141 SR. Op basis van de in het vonnis weergegeven feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde en bewezen verklaarde gedragingen (welke bestonden uit het maken van foto- en filmopnamen van het slachtoffer, het duwen van het slachtoffer en het tonen van een gebalde vuist aan het slachtoffer), een en ander in onderlinge samenhang bezien, onderdeel uitmaakten van "geweld" als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte heeft aan dit geweld een voldoende significante bijdrage geleverd.

2. Straf: een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, en een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

3. In afwijking van de eis van de officier van justitie zal de rechtbank aan de voorwaardelijke gevangenisstraf niet de bijzondere voorwaarde van een gebiedsverbod ten aanzien van het Collunaplein in Dieren koppelen, nu geen van de bewezen verklaarde feiten zich aldaar heeft afgespeeld en de rechtbank de noodzaak daartoe niet ziet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/720391-10

Datum zitting : 20 juli 2010

Datum uitspraak : 3 augustus 2010

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [...] 1991 te [plaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsman : mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging.

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 27 juni 2009 te Ellecom, gemeente Rheden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten

[slachtoffer1]) meermalen, althans eenmaal, (met kracht) tegen het hoofd heeft gestompt en/of (daarbij/vervolgens) (die dan op de grond liggende) [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal, op en/of tegen het hoofd en/of lichaam heeft geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer1] letsel (een bloedende lip) heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 03 juli 2009 te Spankeren, gemeente Rheden, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Renselaerweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer1], welk geweld bestond uit het opzettelijk (als groep) dreigend uit de bossages springen/rennen en/of daarbij/vervolgens die (daar fietsende) [slachtoffer1] (en/of een of meer anderen de) (vrije) doorgang te versperren/belemmeren en/of (aldus) tot stoppen te dwingen en/of (aldus) (als groep) een voor die [slachtoffer1] (en/of die ander/anderen) een dreigende en/of intimiderende en/of beangstigende sfeer/situatie te doen ontstaan en/of (daarbij/vervolgens) op/tegen het gezicht/kaak van die voornoemde [slachtoffer1] te

stompen/slaan;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 03 juli 2009 te Spankeren, gemeente Rheden, opzettelijk mishandeld een persoon (te weten [slac[slachtoffer1]) op/tegen het gezicht/de kaak heeft gestompt/geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer1] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 04 februari 2010 te Dieren, gemeente Rheden, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, [adres], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer2], welk geweld bestond uit het opzettelijk (als groep) dreigend voor het raam van een cafetaria ([naam cafetaria]), waarin die [slachtoffer2] zich bevond,

(groepsgewijs) foto- en/of filmbeelden van die [slachtoffer2] maken en/of (daarbij/vervolgens) die [slachtoffer2] (als deze dat cafetaria verlaat) terug dat cafetaria in te duwen en/of te dringen en/of (wanneer die [slachtoffer2] zijn auto heeft bereikt en daarin is ingestapt) het bijrijdersportier van die auto te openen en/of (vervolgens) die auto in te gaan en/of (daarbij/wederom) opnamen

van die [slachtoffer2] te maken en/of (daarbij) zijn gebalde vuist aan die [slachtoffer2] te tonen en/of aldus (als groep) een voor die [slachtoffer2] dreigende en/of intimiderende en/of beangstigende sfeer/situatie te doen ontstaan;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 04 februari 2010 te Dieren, gemeente Rheden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer2] heeft bedreigd met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en/of goederen, hierin bestaande dat verdachte (en/of zijn mededaders) opzettelijk dreigend voor het raam van een cafetaria ([naam cafetaria]), waarin die [slachtoffer2] zich bevond, (groepsgewijs) foto- en/of filmbeelden van die [slachtoffer2] maakt/maken en/of (daarbij/vervolgens) die [slachtoffer2] (als deze dat cafetaria verlaat) terug dat cafetaria in te duwen en/of te dringen en/of (wanneer die [slachtoffer2] zijn auto heeft bereikt en daarin is ingestapt) het bijrijdersportier van die auto te openen en/of (vervolgens) die auto in te gaan en/of (daarbij/wederom) opnamen van die [slachtoffer2] te maken en/of (daarbij) zijn/een gebalde vuist aan

die [slachtoffer2] te tonen en/of aldus (als groep) een voor die [slachtoffer2] dreigende en/of intimiderende en/of beangstigende sfeer/situatie te doen ontstaan;

4.

hij op of omstreeks 03 juli 2009 te Spankeren, gemeente Rheden, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Renselaerweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer3], welk geweld bestond uit het opzettelijk (als groep) dreigend uit de bossages springen/rennen en/of daarbij/vervolgens die (daar fietsende) [slachtoffer3] (en/of een of meer anderen) de (vrije) doorgang te versperren/belemmeren en/of (aldus) tot stoppen te dwingen en/of (aldus) (als groep) een voor die [slachtoffer3] (en/of die ander/anderen) dreigende en/of intimiderende en/of beangstigende sfeer/situatie te doen ontstaan en/of (daarbij/vervolgens) het achter die (vluchtende) [slachtoffer3] aan rennen en/of op de grond gooien/duwen en/of onderuit schoppen van die [slachtoffer3] en/of het (vervolgens/daarbij) meermalen, althans eenmaal, tegen het de been/benen schoppen/trappen van die voornoemde [slachtoffer3];

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 03 juli 2009 te Spankeren, gemeente Rheden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer3]) op/tegen de grond heeft geduwd en/of (daarbij/vervolgens) meermalen, althans eenmaal, tegen het (scheen)been heeft geschopt/getrapt, waardoor voornoemde [slachtoffer3] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

2. Het onderzoek ter terechtzitting.

De zaak is op 20 juli 2010 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem.

Als benadeelde partij heeft [slachtoffer1] zich schriftelijk in het geding gevoegd. De benadeelde partij is niet ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte van het onder 2 primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2 subsidiair, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van

3 maanden, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en een gebiedsverbod ten aanzien van het Callunaplein in Dieren, en een werkstraf van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie geëist dat de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer1] tot een bedrag van € 25,00 zal toewijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering zal verklaren.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissingen inzake het bewijs en de motivering daarvan.

Vrijspraak

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet bewezen kan worden geacht dat verdachte op of omstreeks 3 juli 2009 openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer1], zodat verdachte van het onder 2 primair ten laste gelegd zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 subsidiair,

3 primair en 4 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 27 juni 2009 te Ellecom, gemeente Rheden, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk mishandelend een persoon (te weten

[slachtoffer1]) meermalen(met kracht) tegen het hoofd heeft gestompt en[slachtoffer1] meermalen tegen het hoofd en/of lichaam heeft geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer1] letsel (een bloedende lip) heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

hij omstreeks 03 juli 2009 te Spankeren, gemeente Rheden, opzettelijk mishandeld een persoon (te weten [slachtoffer1]) tegen de kaak heeft gestompt, waardoor voornoemde [slachtoffer1] pijn heeft ondervonden;

3.

hij op 04 februari 2010 te Dieren, gemeente Rheden, met een anderen, op of aan de openbare weg, [adres], openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer2], welk geweld bestond uit het opzettelijk (als groep) voor het raam van een cafetaria ([naam cafetaria]), waarin die [slachtoffer2] zich bevond,

(groepsgewijs) foto- en/of filmbeelden van die [slachtoffer2] maken en(vervolgens) die [slachtoffer2] (als deze dat cafetaria verlaat) terug dat cafetaria in duwen en(wanneer die [slachtoffer2] zijn auto heeft bereikt en daarin is ingestapt) het bijrijderportier van die auto openen en(vervolgens) die auto in te gaan en (daarbij/wederom) opnamen

van die [slachtoffer2] maken en zijn gebalde vuist aan die [slachtoffer2] tonen en aldus (als groep) een voor die [slachtoffer2] dreigende en/of intimiderende en/of beangstigende sfeer/situatie doen ontstaan;

4.

hij omstreeks 03 juli 2009 te Spankeren, gemeente Rheden, met een ander op of aan de openbare weg, Renselaerweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer3], welk geweld bestond uit het opzettelijk die (daar fietsende) [slachtoffer3] (en/of een of meer anderen) de (vrije) doorgang te belemmeren en (aldus) tot stoppen te dwingen en het achter die (vluchtende) [slachtoffer3] aan rennen en onderuit schoppen van die [slachtoffer3] en het meermalen tegen het been/de benen van die voornoemde [slachto[slachtoffer3] schoppen/trappen.

Hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

3a De bewijsoverwegingen.

De beslissing dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben. De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

Van de zijde van verdachte is ten aanzien van feit 3 primair aangevoerd dat het ten laste gelegde geweld, nu aangever [slachtoffer2] op geen enkele moment serieus in gevaar is gebracht, niet kan worden gekwalificeerd als openlijk geweld, zodat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

Uit de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen volgt het navolgende. Op 4 februari 2010 liep aangever [slachtoffer2] Cafetaria [naam cafetaria], gelegen aan de [adres] in Dieren, binnen. Bij binnenkomst zag hij een groep jongeren zitten, tot welke groep ook verdachte behoorde. Door één persoon van die groep werd geroepen: “Daar heb je de fotograaf”. Terwijl [slachtoffer2] aan een tafeltje in het cafetaria zat te eten, maakten meerdere personen van de groep, die ondertussen buiten het cafetaria voor het raam stond, foto’s van [slachtoffer2]. Ook werd [slachtoffer2] door onder meer verdachte gefilmd. [slachtoffer2] is opgestaan en naar buiten gelopen en heeft tegen de jongens gezegd: “Kunnen jullie niet stoppen? Ik wil verder eten”. Hierop werd door één van de personen van de groep tegen verdachte gezegd: “Dat zal ik maar doen, anders kan je deze eten”, waarbij die persoon naar zijn gebalde vuist wees. Vervolgens werd [slachtoffer2] door een persoon van de groep, nadat er “Ga naar binnen” tegen hem was gezegd, bij zijn schouder vastgepakt en het cafetaria in geduwd. Op het moment dat [slachtoffer2] enige tijd later het cafetaria verliet en naar zijn auto liep, werd hij opnieuw door meerdere personen uit diezelfde groep gefilmd. Terwijl [slachtoffer2] in zijn auto zat, werd het bijrijderportier door één persoon uit de groep geopend. Deze persoon ging met één knie op de bijrijderstoel zitten en filmde verdachte. Nadat deze persoon de auto verliet is [slachtoffer2] weggereden. Tijdens het wegrijden werd nog door twee personen van de groep aan de gordel aan de bijrijderzijde, die deels buiten de auto was blijven hangen, getrokken.

Op basis van deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde en bewezen verklaarde gedragingen, een en ander in onderlinge samenhang bezien, onderdeel uitmaakten van “geweld” als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte heeft aan dit geweld, door in de groep te blijven waarvan bedoeld openlijk geweld uitging en foto’s en/of filmopnamen van aangever [slachtoffer2] te maken, een voldoende significante bijdrage geleverd. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer. De door de raadsman geformuleerde eis voor bewezenverklaring dat [slachtoffer2] daadwerkelijk in gevaar moet zijn gebracht, vindt geen steun in de wet. Van het samenstel van gedragingen van de groep ging een voldoende mate van dreiging uit om een en ander te kwalificeren als openlijke geweldpleging.

De rechtbank is ten aanzien van de overige door de verdediging gevoerde verweren, strekkende tot (gedeeltelijke) vrijspraak van onder 1, 2 subsidiair, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde, van oordeel dat deze worden weersproken door de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen.

4. De kwalificatie van het bewezen verklaarde.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van mishandeling.

Het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

Mishandeling

Het onder 3 en 4 bewezen verklaarde levert telkens op:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte.

Verdachte is strafbaar, zijnde feiten of omstandigheden welke zijn strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten niet aannemelijk geworden.

6. De motivering van de op te leggen straf.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Gezien het gewelddadige karakter van het onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde handelen, waarbij door verdachte een grove inbreuk is gemaakt op de persoonlijke integriteit van de slachtoffers en waardoor door verdachte gevoelens van angst en onveiligheid bij de slachtoffers, maar niet alleen bij hen, zijn veroorzaakt, acht de rechtbank in beginsel oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

Gelet echter op de persoon van verdachte - drs. [naam psycholoog], klinisch psycholoog, heeft in zijn rapport van 15 juli 2010 geadviseerd verdachte licht verminderd tot verminderd toerekeningsvatbaar te achten - en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken, zal de rechtbank verdachte conform de eis van de officier van justitie een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf opleggen. Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

In het verhandelde ter terechtzitting ziet de rechtbank aanleiding aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht te koppelen.

In afwijking van de eis van de officier van justitie zal de rechtbank aan de voorwaardelijke gevangenisstraf niet de bijzondere voorwaarde van een gebiedsverbod ten aanzien van het Callunaplein in Dieren koppelen, nu geen van de bewezen verklaarde feiten zich aldaar heeft afgespeeld en de rechtbank geen verband kan leggen met eventuele ongewenste gedragingen van verdachte op het Callunaplein.

De rechtbank acht de eis van de officier van justitie voor het overige passend bij de persoon van de verdachte en de ernst van en omstandigheden waaronder de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd.

6a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingmaatregel.

De benadeelde partij [slachtoffer1] heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De voornoemde benadeelde partij vordert een bedrag van € 220,00.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van verdachtes onder 1 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 25,00. Dit betreft de waarde van het door verdachte en zijn medeverdachte vernielde T-shirt van de benadeelde partij. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden.

Voor het overige houdt de vordering onvoldoende direct verband met het onder 1 bewezen verklaarde feit. In zoverre kan de benadeelde partij daarom in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank ziet aanleiding ter zake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 36f, 47, 57, 141 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing.

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 subsidiair, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder

punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezen verklaarde tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 3 (zegge: drie) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (zegge: twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

- Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens de (stichting) Reclassering Nederland zullen worden gegeven, voor zover en voor zolang dat door genoemde instelling nodig wordt geacht.

Geeft opdracht aan de (stichting) Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

En voorts tot:

Het verrichten van een werkstraf gedurende 100 (zegge: honderd) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 50 (zegge: vijftig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 Sr dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht naar rato van twee uren per dag, te weten 22 (zegge: tweeëntwintig) uren, zijnde 11 (zegge: elf) dagen hechtenis.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 25,00.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer1], wonende te

([adres]) [woonplaats], [adres] te betalen € 25,00 (zegge: vijfentwintig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer1], wonende te ([adres]) [woonplaats], [adres] te betalen € 25,00 (zegge: vijfentwintig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 (zegge: één) dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door mrs. I.D. Jacobs, voorzitter, J.M. Hamaker en F.J.H. Hovens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. Tanghe, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 augustus 2010.