Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BN1498

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-07-2010
Datum publicatie
16-07-2010
Zaaknummer
685308 - HA VERZ 10-1192
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Slecht werknemerschap.

Werknemer weigert instemming met redelijk voorstel werkgever om wegens slechte bedrijfseconomische omstandigheden de "auto van de zaak" die hij door functiewijziging voor zijn werk niet meer nodig heeft, in te leveren. Werkgever heeft financiele tegemoetkoming aangeboden, alsmede steun bij financiering van de overname van de auto door werknemer. Werknemer verwijt werkgever dat hij geen mediation heeft beproefd. Kantonrechter biedt ter zitting aan zaak naar mediation te verwijzen wanneer nader schikkingsoverleg zou stranden. Dat overleg strandt, maar werknemer gaat niet in op aanbod mediation en vraagt beschikking.

Kantonrechter concludeert dat werknemer op het redelijke voorstel positief had moeten reageren en acht het weigeren van instemming niet in overeenstemming met de eisen van goed werknemerschap. Een vruchtbare samenwerking is naar het oordeel van de kantonrechter niet meer mogelijk, zodat er sprake is van een verandering in de omstandigheden. Ontbinding per direct zonder vergoeding".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2010-0581
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 685308 \ HA VERZ 10-1192 \ 19bw

uitspraak van 15 juli 2010

Beschikking

in de zaak van

de besloten vennootschap Dales B.V.

gevestigd te Doetinchem

verzoekende partij

gemachtigde mr. W.W.J. Ribbers

tegen

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

gemachtigde mr. C.A.M.J.M. Joosten

Partijen worden hierna Dales en [werknemer] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties

- het verweerschrift met producties

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 15 juni 2010, mede inhoudende de pleitnotities van de gemachtigde van Dales.

2. De feiten

2.1 [werknemer], geboren op [dag en maand] 1952 en nu dus 57 jaar oud, is op 16 november 1998 in dienst getreden van Dales, in de functie van verkoopmedewerker buitendienst/magazijnmedewerker.

Zijn laatstverdiend salaris bedraagt € 3.059,-- per maand, exclusief vakantiebijslag.

2.2 De schriftelijke arbeidsovereenkomst van 16 november 1998 vermeldt in artikel 6, voor over hier van belang:

“Faciliteiten:

- Voor de werknemer wordt een middenklasse auto ter beschikking gesteld, tevens voor privé-gebruik.

Ingeval van arbeidsongeschiktheid van langer dan twee weken, is bedoelde auto gedurende de resterende duur van arbeidsongeschiktheid, zonder enige beperking, ter beschikking van de werkgever.

(…)”

2.3 Dales exploiteert een technische groothandel en handelt met name in sanitair en installatiematerialen. Haar hoofdkantoor is gevestigd in Doetinchem. Er zijn showrooms in Doetinchem, Nijmegen, Tilburg en Utrecht. [werknemer] verricht zijn werkzaamheden gewoonlijk in, althans vanuit Nijmegen.

2.4 Een brief van Dales aan [werknemer] van 7 juli 2008 luidt, voorzover hier van belang:

“(…)

Hierbij bevestigen wij u dat u in goed overleg, met ingang van 18 augustus 2008, volledig de functie van vertegenwoordiger gaat uitoefenen. Uw arbeidsvoorwaarden blijven gelijk.

Een half jaar en één jaar na de start van uw nieuwe functie, vindt er een evaluatie plaats met uw vestigingsleider en de commercieel directeur en/of de heer Dales.

wanneer er bij 1 van de partijen twijfel is over het succes van deze functiewijziging, is het mogelijk dat u, zonder verdere discussie, geheel of gedeeltelijk teruggaat naar de binnendienst.

(…)”

3. Het verzoek en het verweer

3.1 Dales verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden wegens gewichtige redenen.

3.2 Zij onderbouwt het verzoek, kort samengevat, als volgt.

Bij de aanvang van de arbeidsovereenkomst lag het accent van [werknemer]s werkzaamheden op de buitendienst. De functie verkoopmedewerker buitendienst – tegenwoordig “vertegenwoordiger” geheten – bestaat uit het verkopen, het werven van nieuwe klanten en het onderhouden en uitbouwen van bestaande relaties, voornamelijk installateurs.

De taak van magazijnmedewerker is die van opslag en controle van goederen en balieverkoop.

Medio 2003 is met [werknemer] afgesproken dat hij gedeeltelijk, namelijk 3 dagen per week, in de binnendienst ging werken. De andere twee dagen werkte hij als vertegenwoordiger in de buitendienst. Nadat [werknemer] in 2007 arbeidsongeschikt is geraakt en vervolgens gereïntegreerd heeft hij medio 2007 zijn buitendiensttaken grotendeels afgestoten. Slechts een beperkt aantal (5 à 6) klanten heeft hij behouden, evenals de auto om deze klanten te kunnen bezoeken.

In augustus 2008 is [werknemer] volledig in de buitendienst gaan werken.

De bedrijfseconomische situatie van Dales is op dit moment zorgwekkend. In 2009 heeft zij een reorganisatie van alle bedrijfsonderdelen, met gedwongen ontslagen, moeten doorvoeren en het personeel om een loonoffer moeten vragen. Het boekjaar 2009 is afgesloten met een verlies van ruim € 2.000.000,--.

[werknemer] weet onvoldoende omzet te genereren om hem verantwoord langer op de functie van vertegenwoordiger te handhaven. Zijn inzet staat overigens niet ter discussie.

Zij heeft hem aangeboden weer volledig in de binnendienst te gaan werken. Zijn salaris zou gelijk blijven, maar hij zou niet langer gebruik kunnen maken van een bedrijfsauto, nu die voor de functie in de binnendienst niet noodzakelijk is en zij het zich financieel niet kan permitteren voor medewerkers die geen auto nodig hebben voor hun werk een bedrijfsauto ter beschikking te stellen. Zij heeft hem een financiële compensatie aangeboden.

[werknemer] heeft bij monde van zijn gemachtigde laten weten dat hij, ondanks zijn voorkeur voor zijn huidige functie, bereid is in te stemmen met de voorgestelde functiewijziging, maar dat hij niet bereid is in te stemmen met het inleveren van de auto. Hij beroept zich daarbij op de arbeidsovereenkomst en stelt dat Dales die op dit punt niet eenzijdig kan wijzigen en acht de aangeboden financiële compensatie onvoldoende.

3.3 [werknemer] voert gemotiveerd verweer. Hij concludeert tot afwijzing van het verzoek. Op dat verweer gaat de kantonrechter hierna, waar nodig, in.

4. De beoordeling

4.1 De kantonrechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen, nu de werkzaamheden gewoonlijk in, althans vanuit Nijmegen worden verricht.

4.2 De arbeidsovereenkomst tussen Dales en [werknemer] bevat geen eenzijdig wijzigingsbeding. Dat brengt ingevolge artikel 7:613 BW in beginsel mee de arbeidsovereenkomst door Dales niet eenzijdig kan worden gewijzigd, en dat zij daar dus de instemming van [werknemer] voor nodig heeft.

In beginsel, omdat werkgever en werknemer op grond van artikel 7:611 BW verplicht zijn zich tegenover elkaar als een goed werkgever, respectievelijk werknemer, te gedragen.

En dat brengt, waar het de werknemer aangaat, weer mee dat hij op redelijke voorstellen van de werkgever, die verband houden met gewijzigde omstandigheden op het werk, in het algemeen positief hoort in te gaan en dergelijke voorstellen alleen mag afwijzen wanneer de aanvaarding daarvan redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd. (HR 26 juni 1998,

NJ 1998/767 en HR 11 juli 2008, JAR 2008/204, Taxi Hofman respectievelijk Stoof/Mammoet).

4.3 De volgende vragen zijn daarom aan de orde.

Is er sprake is van gewijzigde omstandigheden op het werk?

Zo ja, kon Dales als goed werkgeefster daarin aanleiding vinden om [werknemer] het voorstel te doen dat zij hem heeft gedaan? Zo ja, is het gedane voorstel in de gegeven omstandigheden redelijk en, wederom: zo ja, kon van [werknemer] de aanvaarding van dat voorstel redelijkerwijs worden gevergd?

4.4 Namens [werknemer] is niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken dat er sprake is van zorgelijke bedrijfseconomische omstandigheden bij Dales. Met name is niet weersproken dat er bij een reorganisatie in 2009 gedwongen ontslagen zijn gevallen en dat er over het boekjaar 2009 een aanzienlijk verlies is geleden. Dat gevoegd bij de malaise in de bouw als gevolg van de mondiale economische crisis – een feit van algemene bekendheid – maakt dat de kantonrechter uitgaat van de juistheid van het standpunt van Dales dat zij in haar onderneming alles dat kan leiden tot beperking van kosten moet aanwenden. In zoverre is er sprake van gewijzigde omstandigheden op het werk.

4.5 [werknemer] voert aan dat het gebruik van de auto hem bij de aanvang van de arbeidsovereenkomst is aangeboden om hem ertoe te bewegen bij Dales te komen werken. Die auto vormt volgens hem een compensatie voor de reistijd en -afstand en is nooit functiegerelateerd geweest. Daarom kan Dales in zijn visie de arbeidsovereenkomst op dit essentiële onderdeel niet eenzijdig wijzigen.

4.6 [werknemer] heeft, naar zijn eigen stelling, tot ongeveer 2007 (punt 1.2 verweerschrift) bij Dales voornamelijk in de buitendienst gewerkt. In elk geval heeft dus, zoals ook Dales stelt, het accent van [werknemer]s werkzaamheden vele jaren op de buitendienst gelegen.

Mede gelet op de omschrijving van zijn functie in de arbeidsovereenkomst is niet aannemelijk dat het gebruik van de auto, zoals [werknemer] meent, van het begin af aan absoluut niet functiegerelateerd was.

[werknemer] had voor zijn werk in de buitendienst eenvoudigweg een auto nodig. Dat hij die daarnaast bij wijze van compensatie kreeg, zoals hij stelt, maar Dales betwist, voor reistijd en –afstand, en de auto privé kon gebruiken, zou, als dat zou vaststaan, nog niet maken dat daarin onder geen voorwaarde wijziging zou kunnen komen.

Toen het gebruik van de auto voor de uitoefening van [werknemer]s functie niet meer nodig was kon Dales in de gewijzigde bedrijfseconomische omstandigheden aanleiding zien een nieuwe afweging te maken. Die afweging is aldus uitgevallen dat aan [werknemer] financiële compensatie is aangeboden voor het feit dat hij de auto zou moeten inleveren. Daarbij is hem, zo staat als onweersproken vast, ook gezegd dat Dales, als hij de compensatie onvoldoende vond, bereid was aan de hand van een concrete opgave van [werknemer] nadere compensatie te bezien, zonodig een overgangsregeling met hem te treffen of de mogelijkheid van overname van de auto en hulp bij financiering daarvan te onderzoeken.

Aldus en onder die omstandigheden is er sprake van een redelijk voorstel, waarop een positieve reactie van [werknemer] zou passen.

[werknemer] heeft echter bij verweerschrift en ter zitting slechts gesteld dat de compensatie onvoldoende is en heeft vastgehouden aan zijn standpunt dat eenzijdige wijziging niet mogelijk is, ook nadat hij en zijn gemachtigde door de kantonrechter uitdrukkelijk, met klem en ruimschoots zijn gewezen op het risico dat aan die stellingname is verbonden.

Door ongemotiveerd te stellen dat de aangeboden compensatie onvoldoende is en vervolgens instemming te weigeren heeft [werknemer] niet redelijk op het voorstel van Dales gereageerd. Dat is niet in overeenstemming met zijn verplichting als goed werknemer.

4.7 [werknemer] heeft Dales verweten dat zij niet heeft geprobeerd via mediation tot een oplossing te komen, maar heeft gekozen voor de weg van een verzoek tot ontbinding.

Ter zitting heeft de kantonrechter uitdrukkelijk verwijzing naar mediation aangeboden, voor het geval het nadere schikkingsoverleg niet tot resultaat zou leiden, maar [werknemer] heeft van dat aanbod kennelijk geen gebruik willen maken nu hij om een beschikking van de kantonrechter heeft gevraagd.

Dat verwijt aan Dales past [werknemer] dus niet.

4.8 Het onder 4.2 tot en met 4.7 overwogene leidt tot de conclusie dat er geen goede basis meer is voor een vruchtbare samenwerking tussen Dales en [werknemer]. Die verandering in de omstandigheden maakt dat deze arbeidsovereenkomst billijkheidshalve behoort te eindigen. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst daarom ontbinden.

4.8 [werknemer] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van vandaag;

veroordeelt [werknemer] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Dales begroot op € 500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. B.P.M. Weusten en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2010.