Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM8409

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-05-2010
Datum publicatie
18-06-2010
Zaaknummer
186751 / 193731
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koopovereenkomst met betrekking tot onroerende zaak. Vordering tot betaling van verbeurde boetes wegens te late levering. Termijn voor inroepen ontbindende voorwaarde is ongebruikt verstreken. Niet voldaan aan verplichting tot medewerking aan de levering, dus contractuele boete verschuldigd. Boete wordt gematigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 26 mei 2010

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 186751 / HA ZA 09-1201 (de hoofdzaak)

van

[eiseres in conventie in de hoofdzaak],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. B.H.H.M. Ramakers te Arnhem,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[Het kinderdagverblijf],

kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

2. [gedaagd[eiseres sub 2 in conventie in de vrijwaring],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde sub 3[eiseres sub 3 in conventie in de vrijwaring],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. M.E. Bosman te Arnhem,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 193732 / HA ZA 09-2253 (de vrijwaringszaak) van

1. de vennootschap onder firma

[Het kinderdagverblijf],

kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

2. [eiseres sub 2 in conventie in de vrijwaring],

wonende te [woonplaats],

3. [eiseres sub 3 in conventie in de vrijwaring],

wonende te [woonplaats],

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. M.E. Bosman te Arnhem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEEÙS MAKELAARS B.V.,

gevestigd te Amersfoort, kantoorhoudende te Breda,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HYPODOMUS ARNHEM B.V.,

gevestigd te Heerenveen, kantoorhoudende te Arnhem,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. P.J.A. Plattel te Arnhem.

De procedure in de hoofdzaak

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 december 2009

- de conclusie van antwoord in reconventie

- het proces-verbaal van comparitie van 31 maart 2010.

Daarna is vonnis bepaald.

De procedure in de vrijwaringszaak

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 februari 2010

- de conclusie van antwoord in reconventie

- het proces-verbaal van comparitie van 31 maart 2010.

Daarna is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1.1. [gedaagde sub 2 in conventie in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 3 in conventie in de hoofdzaak] zijn de vennoten van [Het[Het kinderdagverblijf] In 2008 zochten zij een nieuwe vestiging voor het kinderdagverblijf. In verband daarmee is met Meeùs op 10 oktober 2008 een “overeenkomst gerichte aankoopbemiddeling” gesloten. Daarbij is aan Meeùs opdracht gegeven tot aankoopbegeleiding bij de woning aan de [adres] te [woonplaats].

In de overeenkomst staat het volgende:

“Hiervoor verricht Meeùs Makelaars de volgende activiteiten:

1. het bezichtigen van de woning die aan uw wensen voldoet. Het beoordelen van de woning en het voeren van prijsonderhandelingen met als doel de beste aankoopprijs te realiseren. In overleg met u regelen wij de opleveringstermijn, notariskeuze en eventuele overname van roerende goederen. Indien nodig adviseren wij u een bouwtechnische keuring te laten uitvoeren. Wanneer u daartoe besluit zijn de kosten hiervan voor uw rekening;

2. het controleren van de door de verkopende makelaar opgestelde koopakte;

3. het nauwgezet controleren van de leveringsakte (transportakte) voordat u deze tekent. Samen met u verrichten wij een eindinspectie om vast te stellen of de woning in de afgesproken staat wordt opgeleverd. Tevens begeleiden wij u bij de notaris;

[…]

6. Indien er een transactie tot stand komt, berekenen wij:

* een courtage van 1,00% exclusief BTW van de gerealiseerde aankoopprijs;”

1.2. [eiseres in conventie in de hoofdzaak] was eigenaar van de woning aan de [adres] te [woonplaats].

1.3. Door of namens [Het kinderdagverblijf] is op 15 oktober 2008 bij de gemeente Arnhem een bouwaanvraag ingediend voor het pand aan de [adres] te [woonplaats]. Daarvoor al, in september 2008 was door of namens [Het kinderdagverblijf] bij de Gemeente een aanvraag ingediend voor wijziging van de bestemming.

1.4. [eiseres in conventie in de hoofdzaak] en [Het kinderdagverblijf] en haar vennoten (hierna [het kinderdagverblijf]) zijn overeengekomen dat [het kinderdagverblijf] de woning van [eiseres in conventie in de hoofdzaak] zou kopen voor een bedrag van € 382.000,00 k.k. De NVM-koopakte is ondertekend door [eiseres in conventie in de hoofdzaak] op 20 oktober 2008 en door [gedaagde sub 2 in conventie in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 3 in conventie in de hoofdzaak] op 31 oktober 2008. De levering zou uiterlijk op 1 februari 2009 plaatsvinden.

1.5. In artikel 5.3. van de koopakte is aanvankelijk vermeld dat de onroerende zaak bij de eigendomsoverdracht de feitelijke eigenschappen zal bezitten die nodig zijn voor een normaal gebruik als woonhuis. Dit is door (de makelaar van) [het kinderdagverblijf] met de hand gewijzigd in “kinderdagverblijf”. Een kopie van de akte met deze wijziging bevindt zich bij de stukken. Er is echter ook een andere kopie van de akte waarin het woord “kinderdagverblijf” weer is doorgehaald en vervangen door het woord “woonhuis”. Op deze kopie staat onder de handtekeningen van [gedaagde sub 2 in conventie in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 3 in conventie in de hoofdzaak] het stempel van Meeùs. De inhoud van beide aktes is voor het overige gelijk.

1.6. In artikel 10.3 van de akte is een boeteclausule opgenomen, die, voor zover hier van belang, inhoudt dat de nalatige partij ten behoeve van de wederpartij na afloop van de termijn van acht dagen na ingebrekestelling voor elke daarna verstreken dag tot aan de dag van nakoming een boete verschuldigd is van drie promille van de koopprijs onverminderd het recht op aanvullende schadevergoeding en vergoeding van kosten van verhaal.

1.7. Verder is in artikel 16.1 bepaald (kort weergegeven) dat de overeenkomst door de koper kan worden ontbonden indien deze op 14 november 2008 geen hypothecaire geldlening of aanbod daartoe heeft verkregen. In een aanvullend artikel 25 is tevens bepaald dat de overeenkomst uiterlijk op 14 november 2008 (zonder boetebeding) door de koper kan worden ontbonden indien de gemeente Arnhem geen toestemming verleent een kinderdagverblijf te vestigen. Daarbij staat vermeld dat kopers reeds een aanvraag bij de Gemeente hebben ingediend.

1.8. In een mail van 5 november 2008 heeft de makelaar van [het kinderdagverblijf], de heer [betrokke[betrokkene I], aan de makelaar van [eiseres in conventie in de hoofdzaak], de heer [betrokkene II], het volgende geschreven:

“Conform afspraak bevestig ik je hierbij dat het vervangen van het woord “woonhuis” door “kinderdagverblijf” in artikel 5.3 van de koopakte niet juist is. Bij deze heb je toestemming van mijn cliënten om deze wijziging ongedaan te maken.”

1.9. In een offerte van de SNS-bank van 20 oktober 2008 is aan [het kinderdagverblijf] een SNS bedrijfshypotheek aangeboden voor € 385.000,00. Als één van de voorwaarden voor kredietverstrekking heeft de bank gevraagd om de vestigingsvergunning.

1.10. De termijn voor het inroepen van de ontbindende voorwaarde is op verzoek van [het kinderdagverblijf] verlengd met vier weken, dus tot 12 december 2008.

1.11. Bij brief van 28 januari 2009 heeft mr. [betrokkene III], de notaris ten overstaan van wie de akte van levering gepasseerd zou worden, onder meer het volgende aan [eiseres in conventie in de hoofdzaak] geschreven:

“Op 2 februari aanstaande zal de eigendomsoverdracht van de [adres] te [woonplaats] niet doorgaan, omdat ons kantoor de hypotheekstukken niet op tijd zal krijgen. Dit houdt verband met het feit dat de gemeente Arnhem, naar ik begrepen heb, een positief besluit zal nemen om een kinderdagverblijf te starten aan de [adres] te [woonplaats]. Omdat de geldgever van de kopers eerst dat positieve besluit wil afwachten zullen wij de hypotheekstukken ontvangen op het moment dat dat positieve besluit bij de geldgever binnen is.”

1.12. Bij brief van 11 februari 2009 heeft de makelaar van [eiseres in conventie in de hoofdzaak] [het kinderdagverblijf] in gebreke gesteld. In reactie hierop heeft [het kinderdagverblijf] op 13 februari 2009 aan (de makelaar van) [eiseres in conventie in de hoofdzaak] geschreven:

“Ondanks het feit dat de geplande overdracht op 2 februari 2009 helaas niet heeft plaatsgevonden, zijn wij nog vol goede moed dat dit binnen afzienbare tijd wel het geval zal zijn.

De financiering van het pand is afgerond, zij het dan één van de voorwaarden van de betrokken bank gelegen is in de toestemming van de gemeente Arnhem om op de locatie een kinderdagverblijf te mogen vestigen. Deze toestemming is, zoals u wellicht bekend, tot op heden nog niet geregeld.”

1.13. Op 26 februari 2009 heeft de heer [betrokkene I] [gedaagde sub 2 in conventie in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 3 in conventie in de hoofdzaak] het volgende geschreven:

“Op 31 oktober 2008 heeft u beiden op mijn kantoor de koopakte van bovengenoemde woning ondertekend. Tijdens het doornemen van de koopakte hebben wij gezamenlijk geconstateerd dat het voorgenomen gebruik van deze woning (artikel 5.3) niet juist was omschreven.

In het artikel werd vermeld dat u als kopers voornemens was om de woning te gaan gebruiken als woonhuis, terwijl tijdens de onderhandelingen duidelijk is aangegeven dat u de woning zou gaan gebruiken als kinderdagverblijf. Ik heb dit artikel dan ook in overleg met u en in bijzijn van u beiden gewijzigd.”

1.14. Op vordering van [eiseres in conventie in de hoofdzaak] heeft de voorzieningenrechter [Het kinderdagverblijf] bij vonnis in kort geding van 17 april 2009 veroordeeld mee te werken aan transport van de woning. [het kinderdagverblijf] zijn bij dat vonnis veroordeeld aan [eiseres in conventie in de hoofdzaak] als voorschot op verbeurde boetes te betalen een bedrag van € 24.066,--.

1.15. Op 8 mei 2009 is de woning alsnog aan [Het kinderdagverblijf] geleverd.

Het geschil

in de hoofdzaak

2. [eiseres in conventie in de hoofdzaak] heeft gevorderd [het kinderdagverblijf] hoofdelijk te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 64.176,-- aan verbeurde boetes, vermeerderd met rente en kosten, waaronder de nakosten. Zij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de onroerende zaak pas op 8 mei 2009, dus 77 dagen te laat, aan [Het kinderdagverblijf] is geleverd, zodat [het kinderdagverblijf] op grond van artikel 10 lid 3 van de koopovereenkomst een boete aan haar verschuldigd zijn van € 1.146,-- (3 ‰ van de koopprijs) x 77 = € 88.242,--. Daarvan heeft [het kinderdagverblijf] een bedrag van € 24.066,-- voldaan, zodat resteert € 64.176,--.

3. [het kinderdagverblijf] hebben het gevorderde gemotiveerd weersproken.

In reconventie hebben zij gevorderd te verklaren voor recht dat geen koopovereenkomst met [eiseres in conventie in de hoofdzaak] tot stand is gekomen, en [eiseres in conventie in de hoofdzaak] te veroordelen aan hen terug te betalen een bedrag van € 24.066,-- en opdracht aan notaris [betrokkene III] te geven een bedrag van € 12.568,04 (het restant van de door [het kinderdagverblijf] op grond van artikel 4 van de koopovereenkomst onder de notaris gestorte waarborgsom) aan hen terug te storten.

4. [eiseres in conventie in de hoofdzaak] heeft de vorderingen in reconventie gemotiveerd weersproken

in de vrijwaringszaak

5. [het kinderdagverblijf] hebben gevorderd Meeùs te veroordelen aan hen te betalen al hetgeen waartoe [het kinderdagverblijf] jegens [eiseres in conventie in de hoofdzaak] in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met veroordeling van Meeùs in de kosten van de hoofdzaak en de vrijwaring. [het kinderdagverblijf] hebben ter comparitie hun vordering ingetrokken voor zover deze was gericht tegen Hypodomus, zodat daarop niet meer behoeft te worden beslist.

6. Meeùs heeft het gevorderde gemotiveerd weersproken. In reconventie heeft zij gevorderd [het kinderdagverblijf] te veroordelen aan haar te betalen € 4.545,80 aan courtage, vermeerderd met rente en kosten. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling van het geschil

in de hoofdzaak

in conventie

7. Het komt in deze procedure aan op de vraag wat de partijen nu precies met elkaar zijn overeengekomen. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de tekst van de overeenkomst, waarbij tevens van belang is wat de partijen op basis van hun verklaringen en gedragingen over en weer van elkaar mochten verwachten.

8. [het kinderdagverblijf] hechten veel belang aan het bepaalde in artikel 5.3. van de overeenkomst. Hun stelling is dat daar behoort te staan dat de onroerende zaak bij de overdracht de feitelijke eigenschappen zal bezitten voor normaal gebruik als kinderdagverblijf. Dit artikel betreft volgens hen een garantieverklaring van de verkoper. De stelling van [het kinderdagverblijf] impliceert derhalve dat [eiseres in conventie in de hoofdzaak] de garantie zou geven dat de onroerende zaak geschikt zou zijn voor gebruik als kinderdagverblijf. Uit de overgelegde stukken blijkt echter dat zij zich ervan bewust waren dat de onroerende zaak een woonhuis betrof. Zij hebben Meeús ook opdracht gegeven voor bemiddeling bij de aankoop van een woonhuis. [gedaagde sub 2 in conventie in de hoofdzaak] en [gedaagde sub 3 in conventie in de hoofdzaak] hebben zelf bij de gemeente Arnhem een bouwaanvraag en een aanvraag tot wijziging van de bestemming voor het pand ingediend en met de Gemeente over de toestemming tot vestiging van een kinderdagverblijf onderhandeld. Tijdens de comparitie is gebleken dat zij dienaangaande ook geen inspanningen van [eiseres in conventie in de hoofdzaak] verwachtten. Deze handelwijze is niet te rijmen met de stelling dat zij van [eiseres in conventie in de hoofdzaak] een garantie verwachten met betrekking tot het gebruik van het pand als kinderdagverblijf. Onder deze omstandigheden heeft vermelding van het woord kinderdagverblijf in artikel 5.3. (gesteld dat dat de juiste versie zou zijn) slechts geringe betekenis. Het was voor alle partijen duidelijk dat [eiseres in conventie in de hoofdzaak] alleen een woonhuis kon verkopen en ook zou verkopen en dat [het kinderdagverblijf] met de Gemeente zou overleggen over een wijziging van het gebruik in kinderdagverblijf.

9. De conclusie is dat een koopovereenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot het woonhuis aan de [adres] te [woonplaats]. [het kinderdagverblijf] zijn aan die overeenkomst gebonden. Zij hebben de termijn voor het inroepen van de ontbindende voorwaarde (ook in tweede instantie) ongebruikt voorbij laten gaan. Desondanks hebben zij niet aan hun verplichting mee te werken aan levering voldaan. Dat betekent dat zij de contractuele boete verschuldigd zijn.

10. [het kinderdagverblijf] hebben een beroep gedaan op matiging van de boete.

Uitgangspunt daarbij is de in artikel 6:94 lid 1 BW neergelegde maatstaf dat voor matiging slechts reden kan zijn indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Dit brengt mee dat de rechter pas van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal de rechter niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen (HR 27 april 2007, NJ 2007, 262).

11. De contractuele boete dient als prikkel tot nakoming van contractuele verplichtingen. Het gaat in deze zaak om de niet nakoming van een voor de koop wezenlijke verplichting die op [het kinderdagverblijf] rustte, namelijk de verplichting tot medewerking aan de levering van de onroerende zaak, zodat de rechtbank in de aard en ernst van de overtreding geen aanleiding ziet voor matiging van de contractuele boete. Overige feiten en omstandigheden leveren evenmin grond op voor matiging. [het kinderdagverblijf] hebben nog wel opgeworpen dat het niet nakomen was gelegen in het feit dat de bank de koop niet meer wilde financieren, maar dat is een omstandigheid die voor risico van [het kinderdagverblijf] komt. Bovendien heeft van Embden, alvorens de contractuele boete op te eisen, [het kinderdagverblijf] geruime tijd de gelegenheid geboden alsnog aan hun verplichtingen te voldoen, van welke gelegenheid [het kinderdagverblijf] geen gebruik hebben gemaakt.

12. [het kinderdagverblijf] hebben verder aangevoerd dat de boete moet worden gematigd vanwege de discrepantie tussen de boete en de door [eiseres in conventie in de hoofdzaak] geleden schade en vanwege de financiële positie van [Het kinderdagverblijf] Toewijzing van de gevorderde boete zal volgens hen leiden tot het faillissement van de vennootschap.

13. [eiseres in conventie in de hoofdzaak] heeft tijdens de comparitie onweersproken verklaard dat haar schade daaruit heeft bestaan dat zij drieënhalve maand dubbele woonlasten heeft gehad. Dat komt neer op een schade van in totaal ongeveer € 5.000,--. Gelet op het verschil tussen deze werkelijke schade en de contractuele boete (€ 88.242,--) moet worden geoordeeld dat er sprake is van een (wan) verhouding die maakt dat toepassing van het tussen de partijen overeengekomen boetebeding tot een onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij speelt mee dat op grond van de onweersproken concept winst- en verliesrekening van [Het kinderdagverblijf] over het jaar 2009 en de onweersproken “verklaring overzicht financiële situatie per 31 december 2009” van haar boekhouder ([boekhouder] van [het adviesbureau]) aangenomen moet worden dat de financiële positie van [Het kinderdagverblijf] dusdanig is dat niet ondenkbaar is dat toewijzing van de gevorderde boete zal leiden tot haar faillissement. Dat alles leidt tot het oordeel dat toepassing van het onderhavige boetebeding tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, en dat de boete daarom zal worden gematigd tot een bedrag van € 30.000,--. Omdat [het kinderdagverblijf] al een bedrag van € 24.066,-- aan [eiseres in conventie in de hoofdzaak] hebben betaald, resteert een te betalen bedrag van € 5.934,--, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de onweersproken dag van ingang, 8 mei 2009.

14. Gelet op de verhouding tussen de gevorderde en de toe te wijzen boete is [eiseres in conventie in de hoofdzaak] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij te beschouwen. Zij zal daarom in de kosten van de procedure worden veroordeeld. [eiseres in conventie in de hoofdzaak] is in het incident tot vrijwaring eveneens als de in het ongelijk gestelde partij te beschouwen, zodat zij ook de kosten van die procedure moet dragen.

In reconventie

15. Uit hetgeen in de conventie is overwogen volgt dat de vorderingen in reconventie aan [het kinderdagverblijf] moeten worden ontzegd. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen zij in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

In de vrijwaringszaak

in conventie

16. [het kinderdagverblijf] hebben gesteld dat Meeùs is tekort geschoten in de uitvoering van de op 10 oktober 2008 gesloten overeenkomst van opdracht en dat Meeùs niet heeft gehandeld zoals van een redelijk handelend en bekwaam makelaar onder de gegeven omstandigheden verwacht mocht worden. Zij hebben daarvoor concreet aangevoerd:

a. dat de overeenkomst van opdracht behelsde dat Meeùs zou bemiddelen in de aankoop van een bedrijfspand door [het kinderdagverblijf] met de bestemming kinderdagverblijf, en dat zij er dus van uit mochten gaan dat het aan te kopen pand geschikt was om te worden gebruikt als kinderdagverblijf,

b. dat Meeùs zonder overleg en toestemming van [het kinderdagverblijf] aan de makelaar van [eiseres in conventie in de hoofdzaak] heeft bericht dat in artikel 5.3 van de koopovereenkomst de bestemming kinderdagverblijf kon worden veranderd in de bestemming woonruimte, waardoor de financiering werd bemoeilijkt,

c. dat de in artikel 25 van de koopovereenkomst opgenomen mogelijkheid tot ontbinding niet ziet op de door de Gemeente te geven beslissing op de door [het kinderdagverblijf] aangevraagde bestemmingsplanwijziging, zodat er een discrepantie is tussen dit artikel en artikel 5.3 van de koopovereenkomst, waarvoor Meeùs [het kinderdagverblijf] had moeten waarschuwen;

d. dat, indien artikel 25 daarop wel zou zien, Meeùs [het kinderdagverblijf] erover had moeten informeren dat de beslissing van de Gemeente niet binnen de in artikel 25 neergelegde termijn te verwachten viel.

17. Op grond van hetgeen hiervoor in de conventie onder 8 is overwogen moet worden geoordeeld dat Meeùs jegens [het kinderdagverblijf] niet toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst van opdracht, ook niet als veronderstellenderwijs wordt uitgegaan van de juistheid van de stelling sub 16.b. De financiering was immers niet afhankelijk van de vermelding “kinderdagverblijf” of “woonruimte” in koopovereenkomst, maar van de beslissing van de Gemeente over de bestemmingsplanwijziging/vestigingsvergunning, zo blijkt uit de brief van de bank aan [het kinderdagverblijf] van 4 november 2008.

Dat een discrepantie zou bestaan tussen de artikelen 5.3 en 25 van de koopovereenkomst valt niet in te zien. Artikel 25 is duidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Er staat dat [Het kinderdagverblijf] de overeenkomst voor 14 november 2008 zonder boete kan ontbinden als de gemeente Arnhem geen toestemming geeft in het door [Het kinderdagverblijf] gekochte pand een kinderdagverblijf te beginnen. Evident is dat dat ziet op vorenbedoelde beslissing van de Gemeente. Nog (ruimschoots) voor de in de koopovereenkomst vermelde - later in overleg tussen de partijen tot 12 december 2008 verlengde - termijn was verstreken, waren [het kinderdagverblijf] ervan op de hoogte dat zij er rekening mee moesten houden dat de Gemeente niet tijdig (positief) op hun aanvraag zou beslissen en zij hadden toen met een beroep op artikel 25 de koopovereenkomst kunnen ontbinden. Waarom Meeùs [het kinderdagverblijf] erop had moeten attenderen dat de beslissing van de Gemeente niet tijdig zou afkomen valt niet in te zien.

18. De slotsom is dat de vordering aan [het kinderdagverblijf] moet worden ontzegd. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen zij in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

In reconventie

19. De rechtbank is op grond van het bepaalde in artikel 97 Rv bevoegd van de onderhavige vordering, met een beloop van minder dan € 5.000,--, kennis te nemen.

20. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt ertoe dat [het kinderdagverblijf] de overeengekomen courtage aan Meeùs verschuldigd zijn. [het kinderdagverblijf] hebben de omvang van de daarop betrekking hebbende factuur van 23 oktober 2008 niet betwist. De vordering zal daarom tot dat bedrag worden toegewezen. De daarover gevorderde wettelijke handelsrente is toewijsbaar, zij het vanaf de in de factuur vermelde vervaldatum, 1 februari 2009.

21. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen [het kinderdagverblijf] de kosten van de procedure moeten dragen.

De beslissing

De rechtbank

In het incident

veroordeelt [eiseres in conventie in de hoofdzaak] in de kosten van het incident, tot aan dit vonnis aan de zijde van [het kinderdagverblijf] begroot op € 452,-- voor salaris van de advocaat,

verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

in conventie

veroordeelt [het kinderdagverblijf] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de een betaalt ook de anderen zullen zijn bevrijd, aan [eiseres in conventie in de hoofdzaak] te betalen een bedrag van € 5.934,-- (zegge: vijfduizend negenhonderdvierendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 8 mei 2009 tot aan de dag der algehele voldoening,

veroordeelt [eiseres in conventie in de hoofdzaak] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [het kinderdagverblijf] bepaald op € 1.788,-- voor salaris van de advocaat en op € 1.425,-- wegens vast recht,

veroordeelt [eiseres in conventie in de hoofdzaak] tevens in de nakosten, aan de zijde van [het kinderdagverblijf] bepaald op € 131,-- voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met € 68,-- voor nasalaris advocaat,

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde,

in reconventie

ontzegt aan [het kinderdagverblijf] hun vorderingen,

veroordeelt [het kinderdagverblijf], hoofdelijk, zodat indien en voor zover de een betaalt ook de anderen zullen zijn bevrijd, in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [eiseres in conventie in de hoofdzaak] bepaald op € 579,-- voor salaris van de advocaat,

veroordeelt [het kinderdagverblijf], hoofdelijk, zodat indien en voor zover de een betaalt ook de anderen zullen zijn bevrijd, in de nakosten, aan de zijde van [eiseres in conventie in de hoofdzaak] bepaald op € 131,-- voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met € 68,-- voor nasalaris advocaat,

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

in de vrijwaring

in conventie

ontzegt aan [het kinderdagverblijf] hun vordering,

veroordeelt [het kinderdagverblijf] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Meeùs bepaald op € 1.788,-- voor salaris van de advocaat en € 1.425,-- wegens vast recht,

in reconventie

veroordeelt [het kinderdagverblijf] tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Meeùs te betalen een bedrag van € 4.545,80 (vierduizend vijfhonderd vijfenveertig euro en tachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW daarover vanaf 1 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening,

veroordeelt [het kinderdagverblijf] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Meeùs bepaald op € 384,-- voor salaris van de advocaat,

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde,

in conventie en in reconventie

veroordeelt [het kinderdagverblijf] in de nakosten, aan de zijde van Meeùs bepaald op € 205,-- voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met € 68,-- voor nasalaris advocaat,

verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Driel van Wageningen en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2010.

Coll.: ED