Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM7405

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
02-06-2010
Datum publicatie
11-06-2010
Zaaknummer
194724
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Lease-overeenkomst. Huurkoop. Vraag is of gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld in verband met de doorverkoop van een auto.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 194724 / HA ZA 10-1

Vonnis van 2 juni 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCANIA FINANCE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Breda,

eiseres,

advocaat mr. C.A. Madern te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AUTO [gedaagde] B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

2. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. B.P. Kockelkorn te Heilig Landstichting, gemeente Groesbeek.

Partijen zullen hierna SFN en Auto [gedaagde] B.V. en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 3 maart 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 16 april 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. SFN is een bedrijf dat financieringsmogelijkheden biedt voor klanten van Scania, onder meer door middel van (financial) lease-overeenkomsten.

2.2. Auto [gedaagde] B.V. is een onderneming die sinds 2002 handelt in voertuigen. Als bestuurder van Auto [gedaagde] B.V. was tot 1 oktober 2009 [X] Investments B.V. geregistreerd, maar [gedaagde] heeft al sinds 2002 de leiding over de dagelijkse gang van zaken. Vanaf 1 oktober 2009 is [gedaagde] als bestuurder van Auto [gedaagde] B.V. ingeschreven in het register van de Kamer van Koophandel.

2.3. SFN heeft op enig moment met Container Logistics Holland B.V. verschillende, gelijktijdig lopende financiële lease-overeenkomsten gesloten. Op grond van deze overeenkomsten werden vrachtwagens en opleggers geleased.

2.4. Op 3 maart 2008 is door Container Logistics Holland B.V. een brief geschreven aan SFN, onder meer ondertekend door [gedaagde], waarin staat, voor zover van belang:

“(…)

Hierbij delen wij u mede dat Container Logistics Holland BV haar aandelen verkocht heeft aan [A] BV Handels- en transportonderneming te Beusichem. Wij verzoeken u de onderstaande lease- en onderhoudscontracten over te schrijven op [A] BV, Rijsbosch 4C, 4112 MC Beusichem en de maandelijkse betalingen in het vervolg te incasseren van Rabobank rekeningnr: 1410.35.765

(…)”

2.5. SFN heeft in het vervolg [A] en [X] Groep Holding B.V. (verder: [X]) als wederpartij bij de leasecontracten aangemerkt. Na 3 maart 2008 heeft SFN nieuwe leasecontracten met [A] afgesloten, met [X] als medelessee.

2.6. [gedaagde] was in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel van 29 maart 2004 tot 23 september 2009 geregistreerd als algemeen directeur van [A] B.V. (verder: [A]). Op 24 september 2009 is de handelsnaam van [A] gewijzigd in Speedyaway B.V.. Speedyaway B.V. is op 6 oktober 2009 in staat van faillissement verklaard.

2.7. SFN heeft met [A] en [X] een raamovereenkomst gesloten op 17 december 2007 ten behoeve van te sluiten lease-overeenkomsten. In deze raamovereenkomst staat, voor zover van belang:

“RAAMOVEREENKOMST FINANCIELE LEASE NR. 64298.002.

(…)

Partijen zijn overeengekomen met elkaar Financiële Lease-overeenkomsten te sluiten terzake van bedrijfsmiddelen.

(…)

1. LEASE

1.1 Financiële Lease-overeenkomsten tussen partijen betreffende een bedrijfsmiddel komen steeds tot stand door ondertekening van een onderliggende per bedrijfsmiddel opgemaakte en ondertekende lease-overeenkomst (…)

1.2 De lease betreffende een bedrijfsmiddel, welke laatste in de lease-overeenkomst zal zijn gespecificeerd, wordt steeds aangegaan voor een bepaalde periode, tegen een bepaalde lease-prijs (…)

2.2 Iedere leaseperiode beloopt de overeengekomen periode zoals in de lease-overeenkomst vermeld. De lease-overeenkomst is gedurdende de lease-periode onopzegbaar. (…)

4. LEASEPRIJS

4.1 Tenzij in de lease-overeenkomst anders is vermeld zijn in de lease-prijs inbegrepen:

a. de aflossing;

b. de leasevergoeding. (…)

5.3 (…) Het kentekenbewijs van het bedrijfsmiddel wordt gesteld ten name van de lessee. Wijziging van die tenaamstelling tijdens de lease-periode is niet toegestaan. Gedurende de looptijd van de lease-overeenkomst blijft het overschrijvingsbewijs van het kentekenbewijs onder berusting bij SFN. Het is de lessee niet toegestaan het bedrijfsmiddel gedurende de lease-periode buiten Nederland te stationeren en/of onder niet Nederlands kenteken te laten registreren zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van SFN. (…)

5.4 De lessee is niet gerechtigd het bedrijfsmiddel te vervreemden, te verpanden of anderszins te bezwaren. (…)

7. EIGENDOM

7.1 Tijdens de looptijd van de lease-overeenkomst is en blijft het bedrijfsmiddel eigendom van SFN. (…)

7.5 Bij betaling van de laatste termijn en al hetgeen de lessee uit hoofde van de lease-overeenkomst verschuldigd is, gaat het eigendom van het bedrijfsmiddel over op de lessee. (…)”

2.8. Op 16 maart 2008 heeft SFN een overeenkomst met nummer 60.5417 (hierna: de overeenkomst) gesloten met [A] en [X], betreffende een vrachtwagen met kenteken [nr.] (verder: de Scania). In deze overeenkomst staat, voor zover van belang:

“(…)

2. SPECIFICATIE BEDRIJFSMIDDEL

- Merk en Type : Scania R 124LA 4x2NA (…)

- Kenteken : [nr.]

- Afleveringsdatum : 16 maart 2008 (…)

3. LEASEPERIODE

3.1 Deze lease-overeenkomst heeft een looptijd van 12 maanden en is gedurende deze periode niet opzegbaar. (…)

4. LEASE-PRIJS/PLAN VAN AFBETALING

4.1 De lease-prijs is als volgt samengesteld:

Contante prijs van het bedrijfsmiddel EUR 21.285,00

B.T.W. over de contante prijs EUR 4.044,15

Subtotaal EUR 25.329,15

Af: aanbetaling te voldoen door lessee EUR

Bij: lease-vergoeding EUR 615,00

Totaal door lessee te voldoen EUR 25.944,15

4.2 Het hiervoor vermelde bedrag van de B.T.W. over de contante prijs van het bedrijfsmiddel en de eventuele aanbetaling wordt door de lessee aan SFN ineens voldaan bij ondertekening van deze lease-overeenkomst. (…)

4.4 De restant lease-prijs wordt door de lessee betaald in 12 achtereenvolgende termijnen, elk groot EUR 1.825,00. (…) Bij aflevering vanaf de 2e dag van de maand tot en met de 16e dag van de maand:

De eerste vervaldag wordt de 16e dag van dezelfde maand.”

2.9. [A] heeft de laatste twee betalingstermijnen die zij ingevolge de overeenkomst aan SFN verschuldigd was niet betaald.

2.10. Op 27 maart 2009 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen de heren [Q] en [W] en mevrouw [S] aan de zijde van SFN en de heren [gedaagde] en [X] aan de zijde van [A]. Deze bespreking ging over de betalingsachterstanden die [A] op dat moment had bij SFN.

2.11. Bij de stukken bevindt zich een namens SFN ondertekende brief aan [A], gedateerd op 9 april 2009, waarin – voor zover van belang – staat:

“Betreft: Bevestiging verlenging en ophoging lease-kontrakt 60.5417, kenteken [nr.]

Geachte heer [X],

Hierbij bevestigen wij u de verlenging en ophoging van bovengenoemd kontrakt. In deze verlenging is een bedrag ad EUR 12.500,00 opgenomen welke aangewend wordt ter afboeking van een gedeelte van de achterstand bij Scania Finance Nederland B.V. d.d. 08-04-2009. Het kontrakt wijzigt als volgt:

Ingangsdatum : 16-04-2009

Restant looptijd : 12 maanden

Lease-prijs : EUR 1.081,00

De genoemde lease-prijs is gebaseerd op rente en aflossing. (…)

Ten teken van uw accoordbevinding verzoeken wij u de kopie van deze brief getekend aan ons te retourneren. (…)”

Het stuk is door [A] niet getekend.

2.12. [A] heeft in mei 2009 en juni 2009 betalingen van € 1.081,- aan SFN gedaan.

2.13. Op 7 september 2009 heeft Auto [gedaagde] B.V. de Scania verkocht aan een zekere [R] in [buitenland]. Op de betreffende factuur staat, voor zover van belang:

“(…)

merk Scania (…)

kenteken [nr.] (…)

Uw verkoopadviseur: Jan [gedaagde] Geplande leverdatum: 07-09-2009

(…)

Totaal ex. BTW 12000.00”

3. Het geschil

3.1. SFN vordert samengevat - hoofdelijke veroordeling van Auto [gedaagde] B.V. en [gedaagde] tot betaling van € 12.000,-, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 september 2009, de beslag- en proceskosten en nakosten. SFN baseert haar vordering op de onrechtmatige daad van Auto [gedaagde] B.V. en [gedaagde], nu zij de Scania hebben doorverkocht terwijl SFN daarvan eigenaar was.

3.2. Auto [gedaagde] B.V. en [gedaagde] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Auto [gedaagde] B.V. en [gedaagde] voeren allereerst aan dat onderhavige procedure moet worden opgeschort vanwege samenloop met een procedure voor de kantonrechter te Tiel tegen [X]. In die procedure heeft SFN namelijk dezelfde schade gevorderd. SFN heeft hierover ter comparitie verklaard dat, indien in één van de twee aanhangige procedures de gevorderde schade zal worden toegewezen, de eis in de andere procedure dienovereenkomstig zal worden verminderd.

4.2. De rechtbank ziet geen aanleiding om de behandeling van de zaak op te schorten. Bij de veronderstelde samenloop handelt het om een andere vordering van SFN op [X] (en dus niet Auto [gedaagde] B.V. en [gedaagde]). Nog daargelaten dat SFN heeft toegezegd bij toewijzing in één procedure haar vordering in de andere dienovereenkomstig te verminderen, brengt de eventuele aansprakelijkheid van [X] niet zonder meer met zich dat de Auto [gedaagde] B.V. en [gedaagde] niet ook aansprakelijk kunnen zijn.

4.3. SFN stelt ter onderbouwing van haar vordering dat [A] gedurende de looptijd van de overeenkomst een betalingsachterstand heeft opgelopen. In het kader van een betalingsregeling zijn SFN en [A] een verlenging van de overeenkomst voor de Scania overeengekomen. Aan het einde van deze verlenging zou de Scania eigendom van [A] worden. [gedaagde] heeft echter al voor het einde van de looptijd de Scania verkocht, terwijl [gedaagde] wist dat de Scania nog eigendom was van SFN. Daardoor heeft [gedaagde] inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van SFN en aldus onrechtmatig jegens haar gehandeld, aldus SFN. De wetenschap van [gedaagde] moet bovendien aan Auto [gedaagde] B.V. worden toegerekend, aldus SFN, omdat [gedaagde] daar werkzaam was als verkoopadviseur en kort na de verkoop bestuurder van Auto [gedaagde] B.V. is geworden. Ook Auto [gedaagde] B.V. heeft daarom onrechtmatig jegens SFN gehandeld. De schade die SFN heeft geleden komt overeen met de verkoopwaarde van de Scania, aldus SFN.

4.4. Auto [gedaagde] B.V. en [gedaagde] voeren als verweer tegen de vordering van SFN aan dat [gedaagde] in zijn hoedanigheid van bestuurder van [A] heeft besloten tot verkoop van de Scania. [gedaagde] heeft de Scania daarna via Auto [gedaagde] B.V. verkocht, omdat bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen bestond dat de huurkoopsom volledig was voldaan. Daartoe stellen zij dat [gedaagde] de administratie van [A] heeft geraadpleegd en dat daaruit bleek dat [A] op 7 september 2009, conform de overeenkomst, twaalf termijnen aan SFN had betaald. Van een verlenging van de overeenkomst wist [gedaagde] niets. Het overgaan van de eigendom werd bovendien bevestigd doordat [A] in bezit was van het overschrijvingsbewijs, dat SFN onder zich pleegt te houden totdat de eigendom is overgegaan.

4.5. De rechtbank stelt voorop dat de overeenkomst is te kwalificeren als huurkoop. Daarin is immers overeengekomen dat de eigendom van de Scania pas zou overgaan op [A] zodra zij de overeengekomen koopprijs plus de leasevergoeding had voldaan of, met andere woorden, door vervulling van de opschortende voorwaarde van algehele betaling van wat [A] uit hoofde van de overeenkomst verschuldigd is (art. 7A:1576h BW). Tussen de partijen is verder niet in geschil dat de op 16 maart 2008 overeengekomen (huur)koopsom voor de Scania van € 21.900,- door [A] niet is voldaan. [A] heeft tien termijnbetalingen van € 1.825,- en twee termijnbetalingen van € 1.081,- gedaan, zodat in totaal € 20.412,- is betaald, waarmee aan de opschortende voorwaarde voor overgang van de eigendom van de Scania op [A] ten tijde van de verkoop niet was voldaan. De rechtbank constateert verder dat Auto [gedaagde] B.V. en [gedaagde] zich niet verweren tegen de stelling van SFN dat de wetenschap van [gedaagde] aan Auto [gedaagde] B.V. moet worden toegerekend. Integendeel, zij spreken steeds over [gedaagde], zonder enig onderscheid te maken tussen de beide gedaagden. De rechtbank zal de gedaagden daarom ook op één lijn stellen en in het vervolg samen aanduiden als [gedaagde] c.s.. Verder staat vast dat [gedaagde] c.s. de Scania in september 2009 hebben verkocht. [gedaagde] c.s. hebben niet bestreden dat zij daarmee een inbreuk op het eigendomsrecht van SFN hebben gepleegd zoals bedoeld in art. 6:162 BW. Het verweer van [gedaagde] c.s., dat zij er gerechtvaardigd op mochten vertrouwen dat de Scania volledig was afbetaald, moet dan ook worden beschouwd als een betwisting van de toerekenbaarheid van de onrechtmatige daad aan [gedaagde] c.s..

4.6. Dat verweer faalt. Het lag op de weg van [gedaagde] om zich ervan te vergewissen dat de volledige huurkoopsom was betaald. Dat heeft [gedaagde] ook gedaan, nu hij voorafgaand aan de verkoop de administratie van [A] heeft gecontroleerd, en [gedaagde] c.s. hadden daarom behoren te weten dat dat niet het geval was. [gedaagde] had niet mogen volstaan met controle van het aantal betalingen voor de Scania, maar had de voldoening van de huurkoopsom behoren na te gaan. Daar komt in dit geval nog bij dat er al betalingsproblemen waren, waardoor [A] in verzuim was geraakt ten aanzien van de laatste twee termijnen die zij ingevolge de overeenkomst aan SFN verschuldigd was en waarover op 27 maart 2009 al een gesprek met SFN was gevoerd. Dat [gedaagde] de lagere termijnbedragen en daardoor de onvolledige betaling niet heeft opgemerkt, zoals [gedaagde] c.s. stellen, behoort voor rekening en risico van [gedaagde] c.s. te blijven. Verder passeert de rechtbank de stelling van [gedaagde] c.s. dat zij op de beschikkingsbevoegdheid van [A] mede mochten vertrouwen door het bezit van het overschrijvingsbewijs. De advocaat van SFN heeft ter comparitie het origineel getoond en [gedaagde] c.s. hebben daarop verklaard dat zij mogelijk een 001-duplicaat hadden, zodat ervan uit moet worden gegaan dat SFN het overschrijvingsbewijs nooit aan [A] heeft afgegeven. Het verweer dat de onrechtmatige daad niet aan [gedaagde] c.s. kan worden toegerekend wordt daarom verworpen. Ook wanneer, zoals [gedaagde] c.s. stellen, de opbrengst van de Scania ten goede is gekomen aan [A] maakt dat, bij gebreke aan verdere onderbouwing van die stelling, het voorgaande niet anders. Het voorgaande geldt, bij gebreke aan onderbouwing, ten slotte net zozeer wanneer [gedaagde] – zoals hij aanvoert, maar waarover de standpunten van de partijen de rechtbank niet duidelijk zijn geworden – heeft gehandeld in hoedanigheid van bestuurder van [A] (en ook in die hoedanigheid is gedagvaard).

4.7. Gezien het voorgaande zijn [gedaagde] c.s. gehouden de schade te vergoeden die SFN als gevolg van de gepleegde inbreuk op haar eigendomsrecht heeft geleden. SFN vordert als schadevergoeding de opbrengst na verkoop van de Scania door Auto [gedaagde] B.V. ad

€ 12.000,-. [gedaagde] c.s. betwisten de hoogte van de schade en voeren aan dat [A] in totaal

€ 20.412,- aan SFN heeft voldaan, zodat in totaal een bedrag van € 1.488,- van de huurkoopsom onbetaald is gebleven. De schade die SFN heeft geleden kan dan ook niet groter zijn dan dat bedrag, aldus [gedaagde] c.s.. De door SFN gestelde verlenging van de overeenkomst is verder niet overeengekomen. Dat desalniettemin twee betalingen in mei en juni 2009 zijn gedaan, komt doordat SFN samengestelde facturen verzond zodat deze termijnbedragen niet zijn opgevallen.

4.8. SFN heeft op geen enkele wijze onderbouwd hoe zij tot de gevorderde schade van € 12.000,- komt. Voor zover zij stelt dat de schadevergoeding moet worden gelijk gesteld aan de opbrengst na verkoop van de Scania, is dit uitgangspunt onjuist. Bij de bepaling van de schade die SFN heeft geleden door de onrechtmatige daad van [gedaagde] c.s. komt het immers aan op een vergelijking tussen de huidige vermogenspositie van SFN en zoals die zou zijn geweest als het onrechtmatig handelen van [gedaagde] c.s. wordt weggedacht, dus zonder de verkoop van de Scania. Een dergelijke vergelijking leidt tot het volgende.

4.9. Als de overeenkomst niet is verlengd, zoals [gedaagde] c.s. aanvoeren, zijn er twee mogelijke scenario’s als de Scania niet zou zijn verkocht (hypothetische situatie). De eerste mogelijkheid is dat [A] vóór het faillissement het nog openstaande deel van de huurkoopsom van € 1.488,- aan SFN zou hebben afbetaald. Het tweede scenario is dat [A] in gebreke zou zijn gebleven met de betaling van de resterende huurkoopsom, waarna – zoals in de dagvaarding aangegeven – bij het faillissement van [A] de Scania zou zijn teruggehaald. In dat geval bepaalt art. 7A:1576s BW dat terugname van het verkochte vanwege de niet-nakoming door de koper van zijn verplichtingen ontbinding van de huurkoop tot gevolg heeft. Vervolgens bepaalt art. 7A:1576t BW dat bij ontbinding van de huurkoop wegens niet nakoming door de koper volledige verrekening dient plaats te vinden indien de verkoper door de ontbinding in een betere vermogenspositie zou geraken dan bij in stand blijven van de overeenkomst. Daarbij maakt art. 7A:1576t BW geen onderscheid naar de oorzaak voor de ontbinding.

4.10. Wanneer die beide hypothetische situaties worden vergeleken met die waarin SFN feitelijk is komen te verkeren – de huurkoopsom is niet volledig betaald en de Scania kan ook niet worden teruggenomen – luidt de conclusie dat de schade € 1.488,- is.

4.11. Wanneer het ervoor zou moeten worden gehouden dat de overeenkomst is verlengd – zoals SFN stelt maar [gedaagde] c.s. betwisten – geldt het voorgaande evenzeer maar dan ten aanzien van de volgens die verlengde overeenkomst geldende onbetaalde termijnen. Voor zover SFN haar vordering tot voldoening van schade (subsidiair) op de verlengde overeenkomst baseert, geldt dat uit de stellingen van SFN en de ter onderbouwing daarvan overgelegde stukken niet valt af te leiden welke bedragen hiermee gemoeid zijn. In de brief van 9 april 2009 staat dat van de nieuwe leaseprijs van € 12.972,- een bedrag van € 12.500,- is bedoeld ter voldoening van betalingsachterstanden. De verhoging van de koopsom van de Scania bedraagt dan € 472,-. Uit de stellingen van SFN blijkt niet of deze € 472,- bij de eerste termijnbetaling is voldaan of naar rato zou moeten worden toegerekend aan de twaalf betalingstermijnen. Evenmin blijkt of betalingsachterstand voor de Scania van € 1.488,- bij voldoening van de € 12.500,- zou zijn ingelopen. Hoe dan ook zag het overige deel van de termijnen klaarblijkelijk op andere betalingsachterstanden. SFN heeft kortom niet duidelijk gemaakt welk deel van de maandelijkse termijnbetalingen zou hebben gezien op de voldoening van de betalingsachterstand van de Scania zelf en welk deel op andere openstaande schulden.

4.12. Bij gebreke aan enige deugdelijke onderbouwing van (de grondslag van) de primair gevorderde schadevergoeding van € 12.000,- wordt die vordering afgewezen. Dit geldt op grond van hetgeen hiervoor (rov. 4.11.) is overwogen ook voor zover SFN heeft bedoeld (rov. 4.9. en 4.10.) subsidiair schade te vorderen op grond van de verlenging van de overeenkomst. Overeenkomstig het verweer van [gedaagde] c.s. en hetgeen hiervoor is overwogen zal dan ook een bedrag van € 1.488,- aan geleden schade als gevolg van het onrechtmatig handelen worden toegewezen. Over de toe te wijzen schadevergoeding is de wettelijke rente gevorderd vanaf 7 september 2009. Nu de schade is ontstaan door de onrechtmatige verkoop van de Scania op 7 september 2009 zal de rente vanaf deze datum worden toegewezen.

4.13. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Auto [gedaagde] B.V. en [gedaagde] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan SFN te betalen een bedrag van € 1.488,00 (éénduizendvierhonderdachtentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 7 september 2009 tot de dag van volledige betaling,

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.P. Giesen en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2010.

Coll.: CW