Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM6703

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
02-06-2010
Datum publicatie
03-06-2010
Zaaknummer
05/502567-09 en 05/900982-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Art. 326 Sr (internet)oplichting.

1.Verdachte heeft ten aanzien van de door hem ontkende feiten veronderstellender wijs naar voren gebracht dat niet hij, maar een ander - met gebruikmaking van het IP-adres dat is gekoppeld aan de internetverbinding van zijn vader en met gebruikmaking van onder meer een emailadres waarin de naam van zijn bedrijf wordt genoemd - de onderhavige advertenties op de website www.marktplaats.nl heeft geplaatst en de onderhavige emailcorrespondentie met de aangevers heeft gevoerd en dat niet hij, maar een ander geldbedragen van de bankrekening waarop door de aangevers geld was gestort, heeft opgenomen. Nu ten aanzien van dit door verdachte naar voren gebrachte scenario uit het verhandelde ter terechtzitting niet de minste aanwijzing naar voren is gekomen, acht de rechtbank deze lezing te onwaarschijnlijk en schuift deze terzijde.

2. Door de verdediging is het verweer gevoerd dat van het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid door verdachte geen sprake is geweest, waardoor niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting. In de visie van de verdediging kan het zich voordoen als een “betrouwbare ondernemer” niet gelden als een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr. Daarbij zijn gevallen die in de volksmond als “oplichting” worden betiteld strikt genomen veeleer te beschouwen als gevallen van civielrechtelijke wanprestatie, aldus de raadsman. De rechtbank verwerpt dit verweer, omdat uit de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen volgt dat verdachte nooit de intentie heeft gehad de goederen die hij via internet aanbood te leveren. Nu de modus operandi die uit de door de rechtbank ten aanzien van de door verdachte ontkende feiten gebezigde bewijsmiddelen naar voren komt sterke gelijkenis vertoont met de wijze van optreden van verdachte ten aanzien van de door hem bekende feiten, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte ook ten aanzien van die feiten nooit de intentie heeft gehad de goederen die hij de aangevers via internet aanbood te leveren.

3. Straf: 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en met als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde gedurende het eerste jaar van de proeftijd geen goederen en/of diensten (ter verkoop) mag aanbieden op een verkoopsite (www.marktplaats.nl, www.e-bay.nl, www.speurders.nl, www.tweedehands.net en/of (een) soortgelijke website(s)) op internet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers : 05/502567-09 en 05/900982-09 (en TUL 05/503937-08)

Datum zitting : 19 mei 2010

Datum uitspraak : 2 juni 2010

Promis II

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

Naam : [verdachte],

Geboren op : 4 februari 1987 te [geboorteplaats]

thans gedetineerd in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid, Ir. Molsweg 5

Arnhem.

Raadsman : mr. F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen.

1. De inhoud van de tenlastelegging.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 05/502567-09

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met

16 januari 2008 te Wijchen en/of te Zevenhuizen en/of te Nunspeet en/of te Eindhoven en/of te Gemert en/of te Zoetermeer en/of te Maasbree en/of te Best en/of te Oss en/of te Mijdrecht en/of te Hoek, althans in Nederland, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij24] en/of

[benadeelde partij25] en/of [benadeelde partij26] en/of [benadeelde partij27] en/of [benadeelde partij28] en/of

[benadeelde partij29] en/of [benadeelde partij30] en/of [benadeelde partij31] en/of [benadeelde partij32] en/of [benadeelde partij33] en/of [benadeelde partij34] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag, in elk geval van enig goed, hierin bestaande dat verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich op een internetsite (Marktplaats.nl) heeft voorgedaan als verkoper bij en/of eigenaar van een internetbedrijf en/of (in die hoedanigheid) meermalen, althans eenmaal, een goed/goederen (te weten (een) (gebruikte) Ipod(’s) en/of PSP(’s)) te koop heeft aangeboden, waardoor die [benadeelde partij24] en/of [benadeelde partij25] en/of [benadeelde partij26] en/of [benadeelde partij27] en/of [benadeelde partij28] en/of [benadeelde partij29] en/of [benadeelde partij30] en/of [benadeelde partij31] en/of [benadeelde partij32] en/of [benadeelde partij33] en/of [benadeelde partij34] werd/werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Voorts is aan verdachte, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd:

Parketnummer 05/900982-09

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 mei 2009 tot en met

18 november 2009 te Elst, gemeente Overbetuwe en/of te Wijchen en/of te Nijmegen en/of te Duiven en/of te Geleen en/of te Veenendaal en/of te Arnhem en/of te Elst (Ut) en/of te Ouddorp (Zh) en/of te Spijkenisse en/of te Heerde en/of te Culemborg en/of te Alkmaar en/of te Zoetermeer en/of te Aarle-Rixtel en/of te Nijkerk en/of te IJsselmuiden en/of te Delft en/of te

Leiden en/of te Zutphen en/of te Rotterdam en/of te Leusden en/of te Nieuw Vennep en/of te Heeswijk-Dinther en/of te Franeker en/of te Rijssen en/of te IJsselstein en/of te De Meern en/of te Groningen en/of te Emmeloord en/of te Amsterdam en/of Leiderdorp en/of te Ammerstol en/of te Breda en/of te Veghel, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[benadeelde partij1] en/of [benadeelde partij2] en/of [benadeelde partij3] en/of [benadeelde partij4] en/of [benadeelde partij35] en/of [benadeelde partij36] en/of [benadeelde partij37] en/of [benadeelde partij6] en/of [benadeelde partij7] en/of [benadeelde partij38] en/of [benadeelde partij39] en/of [benadeelde partij40] en/of [benadeelde partij8] en/of [benadeelde partij9] en/of [benadeelde partij10] en/of [benadeelde partij11] en/of [benadeelde partij42] en/of [benadeelde partij12] en/of

[benadeelde partij43] en/of [benadeelde partij44] en/of [benadeelde partij13] en/of [benadeelde partij45] en/of [benadeelde partij46] en/of [benadeelde partij14] en/of [benadeelde partij15] en/of [benadeelde partij47] en/of

[benadeelde partij16] en/of [benadeelde partij17] en/of [benadeelde partij48] en/of [benadeelde partij18] en/of [benadeelde partij19] en/of [benadeelde partij20] en/of [benadeelde partij49] en/of [benadeelde partij50] en/of [benadeelde partij21] en/of [benadeelde partij51] en/of [benadeelde partij23] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hierin bestaande dat verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich op de internetsite Marktplaats.nl heeft voorgedaan als bonafide verkoper van

I-pods en mobiele telefoons en/of waarbij hij, verdachte, (onder meer) vermelde dat de goederen zouden zijn opgekocht uit een faillissement van een firma in België en/of Duitsland en/of waarbij hij, verdachte vermelde dat de bestelde goederen via TNT in groepen zouden worden verzonden en/of waarbij, hij, verdachte, vermelde dat de bestelde goederen voorzien waren van fabrieksgarantie en/of bijbehorende accessoires en/of waarbij hij, verdachte, zich heeft voorgedaan als [naam1] en/of [naam2] en/of [naam3] en/of [naam4] en/of [naam5] en/of waarbij hij, verdachte, nadat kopers contact met hem, verdachte, hadden opgenomen, met die kopers heeft afgesproken dat ze onder een bepaald referentienummer geld moesten overmaken naar zijn, verdachtes, en/of [betrokkene] rekeningnummer, waarna hij, verdachte, die goederen naar de kopers zou verzenden, waardoor voornoemde [benadeelde partij1] en/of [benadeelde partij2] en/of [benadeelde partij3] en/of [benadeelde partij4] en/of

[benadeelde partij35] en/of [benadeelde partij36] en/of [benadeelde partij37] en/of [benadeelde partij6] en/of [benadeelde partij7] en/of [benadeelde partij38] en/of [benadeelde partij39] en/of [benadeelde partij40] en/of [benadeelde partij8] en/of [benadeelde [benadeelde partij9] en/of [benadeelde partij10] en/of [benadeelde partij11] en/of [benadeelde partij42] en/of [benadeelde partij12] en/of [benadeelde partij43] en/of [benadeelde partij44] en/of [benadeelde partij13] en/of [benadeelde partij45] en/of [benadeelde partij46] en/of [benadeelde partij14] en/of [benadeelde partij15] en/of [benadeelde partij47] en/of [benadeelde partij16] en/of [benadeelde partij17] en/of [benadeelde partij48] en/of [benadeelde partij18] en/of [benadeelde partij19] en/of

[benadeelde partij20] en/of [benadeelde partij49] en/of [benadeelde partij50] en/of [benadeelde partij21] en/of [benadeelde partij51] en/of [benadeelde partij23] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

1a. De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

Bij de stukken bevindt zich een vordering na voorwaardelijke veroordeling van 4 mei 2010, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem van 10 maart 2009 onder parketnummer 05/503937-08 voorwaardelijk aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

2. Het onderzoek ter terechtzitting.

De zaak is op 19 mei 2010 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen.

Ter terechtzitting zijn de zaken van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem, onder bovenstaande parketnummers bij afzonderlijke dagvaardingen aanhangig gemaakt, gevoegd.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

• [benadeelde partij1]

• [benadeelde partij2]

• [benadeelde partij3]

• [benadeelde partij4]

• [benadeelde partij5]

• [benadeelde partij6]

• [benadeelde partij7]

• [benadeelde partij8]

• [benadeelde partij9]

• [benadeelde partij10]

• [benadeelde partij11]

• [benadeelde partij12]

• [benadeelde partij13]

• [benadeelde partij14]

• [benadeelde partij15]

• [benadeelde partij16]

• [benadeelde partij17]

• [benadeelde partij18]

• [benadeelde partij19]

• [benadeelde partij20]

• [benadeelde partij21]

• [benadeelde partij22]

• [benadeelde partij23]

Als benadeelde partij is ter terechtzitting verschenen:

• [benadeelde partij1]

De officier van justitie mr. J.E.R. Osinga heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 05/502567-09 en het onder parketnummer 05/900982-09 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarde een marktplaatsverbod voor de duur van 1 jaar, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Voorts heeft de officier van justitie geëist dat de rechtbank de vordering na voorwaardelijke veroordeling zal afwijzen en de vorderingen van alle zich in het geding gevoegd hebbende benadeelde partijen zal toewijzen, telkens met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs en de motivering daarvan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, met betrekking tot het onder parketnummer 05/502567-09 ten laste gelegde vastgesteld.

- Door [benadeelde partij24], wonende te Zevenhuizen , [benadeelde partij25], wonende te Nunspeet , [benadeelde partij26], wonende te Eindhoven , [benadeelde partij27], wonende te Gemert , [benadeelde partij28], wonende te Zoetermeer , [benadeelde partij29], wonende te Maasbree , [benadeelde partij30], wonende te Best , [benadeelde partij31], wonende te Zoetermeer , [benadeelde partij32], wonende te Oss , [benadeelde partij33], wonende te Mijdrecht en [benadeelde partij34], wonende te Hoek , is aangifte gedaan ter zake van (internet)oplichting, gepleegd in de periode van 1 oktober 2007 tot en met 16 januari 2008;

- De voornoemde aangevers hebben in de genoemde periode via de website www.marktplaats.nl (een) iPod(’s) of een PSP besteld, maar hebben deze na (gedeeltelijke) betaling niet geleverd gekregen;

- Verdachte, destijds wonende te Wijchen, heeft in de genoemde periode de door voornoemde aangevers op verdachtes Postbankrekeningen [nummer] en [nummer] gestorte geldbedragen ontvangen, maar heeft die personen geen iPod(’s) of PSP geleverd;

- Verdachte heeft in de advertenties [de rechtbank begrijpt: waarin verdachte (een) i-Pod(’s) en/of (een) PSP(’s) aanbood en waarop de voornoemde aangevers reageerden] doen voorkomen dat hij een eigen bedrijf had en liet belangstellenden altijd via de e-mail weten dat hij een webwinkel had. Verdachte heeft nooit de intentie gehad goederen die hij via internet aanbood te leveren.

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, met betrekking tot het onder parketnummer 05/900982-09 ten laste gelegde vastgesteld.

- Door [benadeelde partij1], wonende te Duiven , [benadeelde partij2], wonende te Geleen , [benadeelde partij3], wonende te Veenendaal , [benadeelde partij4], wonende te Arnhem , [benadeelde partij5] (namens [benadeelde partij35], wonende te Elst (Ut) ), [benadeelde partij36], wonende te Ouddorp , [benadeelde partij37], wonende te Spijkenisse , [benadeelde partij6], wonende te Heerde , [benadeelde partij7], wonende te Culemborg , [benadeelde partij38], wonende te Alkmaar , [benadeelde partij39], wonende te Zoetermeer , [benadeelde partij40], wonende te Aarle-Rixtel , [benadeelde partij8], wonende te Gouda , [benadeelde partij9], wonende te Elst (Gld) , [benadeelde partij10], wonende te Elst (Gld) , [benadeelde partij11], wonende te Nijkerk , [benadeelde partij42], wonende te IJsselmuiden , [benadeelde partij12], wonende te Delft , [benadeelde partij43], wonende te Leiden , [benadeelde partij13], wonende te Zutphen , [benadeelde partij45], wonende te Rotterdam , [benadeelde partij46], wonende te Leusden , [benadeelde partij14], wonende te Nieuw Vennep , [benadeelde partij15], wonende te Heeswijk-Dinther , [benadeelde partij47], wonende te Franeker , [benadeelde partij16], wonende te Rijssen , (benadeelde partij17], wonende te IJsselstein , [benadeelde partij48], wonende te De Meern , [benadeelde partij18], wonende te Groningen , [benadeelde partij19], wonende te Emmeloord , [naam)(namens)[benadeelde partij20], wonende te Amsterdam ), [benadeelde partij49], wonende te Leiderdorp (benadeelde partij50), wonende te Ammerstol , [benadeelde partij21], wonende te Breda , [benadeelde partij51], wonende te Veghel en [benadeelde partij23], wonende te Heerlen , is aangifte gedaan ter zake van (internet)oplichting, gepleegd in de periode van 15 mei 2009 tot en met 18 november 2009;

- De voornoemde aangevers hebben in de genoemde periode via de website www.marktplaats.nl (een) iPod(’s) of (een) GSM(’s) besteld, maar hebben deze na (gedeeltelijke) betaling niet geleverd gekregen;

- Tegenover een of meer van de voornoemde aangevers vermeldde de aanbieder van de iPod’s en GSM’s (onder meer) dat de goederen zouden zijn opgekocht uit een faillissement (uit België of Duitsland ) en/of dat de bestelde goederen via TNT (in groepen) zouden worden verzonden en/of dat de bestelde goederen voorzien waren van fabrieksgarantie en/of bijbehorende accessoires ;

- Tegenover een aantal van de voornoemde aangevers deed de aanbieder van de iPod’s en GSM’s zich voor als [naam1] of [naam2] of [naam3] of [naam4] of [naam5];

- Nadat de voornoemde aangevers contact met de aanbieder van de iPod’s en GSM’s hadden opgenomen, sprak de aanbieder met de meerderheid van die personen af dat ze onder een bepaald referentienummer geld moesten overmaken naar een door de aanbieder opgegeven rekeningnummer, waarna de aanbieder de goederen zou verzenden;

- Uit onderzoek is gebleken dat een meerderheid van de aan de genoemde aangiften ten grondslag liggende advertenties en e-mailcorrespondentie van hetzelfde IP-adres, te weten [nummer], afkomstig was;

- Na raadpleging bij de provider bleek dat voornoemd IP-adres was afgegeven aan [vader verdachte] wonende te [adres], zijnde de vader van verdachte ;

- Verdachte, die in de genoemde periode in Nijmegen en bij zijn ouders in [woonplaats] woonde , maakte in de genoemde periode in de woning van zijn vader regelmatig gebruik van de internetverbinding op de laptop van zijn vader;

- Uit onderzoek is gebleken dat bij een meerderheid van de aan de genoemde aangiften ten grondslag liggende advertenties en e-mailcorrespondentie door de aanbieder gebruik werd gemaakt van het emailadres (naam).marktplaats@gmail.com;

- Verdachte had in de genoemde periode een eigen bedrijf in webdesign en hardware-reparatie, genaamd [naam]. De domeinnaam van dit bedrijf was [domeinnaam];

- In voornoemde periode had verdachte een ASN bankrekening met nummer [nummer] en een ABN AMRO bankrekening met nummer [nummer] op zijn naam staan;

- Op deze bankrekeningen is in voornoemde periode door de meerderheid van de voornoemde aangevers een of meer geldbedragen gestort;

- Bij inzage in de bankafschriften van voornoemde bankrekeningen bleek dat er kort nadat op deze bankrekeningen een of meer geldbedragen afkomstig van een of meer van de voornoemde aangevers waren gestort in Nijmegen of Wijchen een of meer geldbedragen van die bankrekeningen werden opgenomen, dan wel dat er kort na die storting(en) in die plaatsen betalingen middels een geldautomaat plaatsvonden;

- Verdachte heeft in voornoemde periode meermalen geldbedragen van de ABN AMRO bankrekening met nummer [nummer] opgenomen.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht op basis van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is geweest die zich tegenover de onder de parketnummers 05/502567-09 en 05/900982-09 genoemde aangevers als bonafide verkoper heeft voorgedaan en stelt zich op het standpunt dat het handelen van verdachte, die in de visie van de officier van justitie in zijn voorkomen als bonafide verkoper een valse naam en/of valse hoedanigheid heeft aangenomen, kan worden gekwalificeerd als oplichting ex artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Standpunt verdediging

Verdachte, die ook ter terechtzitting van de rechtbank van 19 mei 2010 de onder parketnummer 05/502567-09 ten laste gelegde feitelijkheden bekent te hebben gepleegd, ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan hetgeen hem onder parketnummer 05/900982-09 ten laste is gelegd.

Ter terechtzitting van de rechtbank van 19 mei 2010 heeft verdachte kort gezegd veronderstellender wijs naar voren gebracht dat niet hij, maar een ander - met gebruikmaking van het IP-adres dat is gekoppeld aan de internetverbinding van zijn vader en met gebruikmaking van onder meer een emailadres waarin de naam van zijn bedrijf wordt

genoemd - de onderhavige advertenties op de website www.marktplaats.nl heeft geplaatst en de onderhavige emailcorrespondentie met de onder parketnummer 05/900982-09 genoemde aangevers heeft gevoerd en dat niet hij, maar een ander geldbedragen van de ASN bankrekening met nummer [nummer] heeft opgenomen. Verdachte stelt dat hij in de ten laste gelegde periode niet in het bezit was van het bankpasje van deze bankrekening, omdat hij dit was verloren, en dat hij niet wist dat er door de voornoemde aangevers geldbedragen op de ABN AMRO bankrekening met nummer [nummer] waren gestort.

De raadsman van verdachte stelt zich voorts op het standpunt dat verdachte van het onder parketnummer 05/502567-09 en het onder parketnummer 05/900982-09 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu verdachte zich niet schuldig heeft gemaakt aan oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Van het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid door verdachte is in de visie van de verdediging geen sprake.

Ter onderbouwing van deze stelling heeft de raadsman van verdachte onder meer verwezen naar het arrest van het Hof Arnhem van 6 augustus 2009 (LJN BJ4706), waarin het hof heeft geoordeeld dat het zich voordoen als “betrouwbare ondernemer” niet kan gelden als een valse hoedanigheid in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht en dat gevallen die in de volksmond als “oplichting” worden betiteld strikt genomen veeleer te beschouwen zijn als gevallen van civielrechtelijke wanprestatie.

De beoordeling

Op basis van de vaststaande feiten en de ter terechtzitting van de rechtbank van 19 mei 2010 afgelegde bekennende verklaring van verdachte, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/502567-09 ten laste gelegde heeft begaan.

Met betrekking tot het onder parketnummer 05/900982-09 ten laste gelegde overweegt de rechtbank het navolgende.

In aanvulling op hetgeen hiervoor met betrekking tot het onder parketnummer 05/900982-09 ten laste gelegde onder de vaststaande feiten is opgenomen, stelt de rechtbank ook het volgende vast.

Drie van voornoemde aangevers hebben een geldbedrag gestort op een bankrekening van de Triodos Bank met nummer [nummer]. Kort na deze stortingen hebben er overboekingen van die bankrekening naar de bankrekening van verdachte bij de ABN AMRO Bank plaatsgevonden. De bankrekening van de Triodos Bank staat op naam [betrokkene].

Desgevraagd heeft [betrokkene] verklaard dat hij, terwijl hij gedetineerd was in “De Koepel” te Arnhem, verdachte heeft gevraagd zijn bankpas bij zijn ouders thuis op te halen, zodat verdachte geld kon overmaken naar de rekening van “De Koepel”. [betrokkene] heeft verdachte daarbij zijn pincode gegeven. Een week nadat [betrokkene] op vrije voeten was, heeft hij naar zijn banksaldo gekeken en zag hij dat er via Marktplaats meerdere bedragen op zijn rekening waren gestort en vervolgens naar de rekening van verdachte waren overgeboekt. Daarnaar gevraagd zei verdachte tegen [betrokkene] “dat hij mensen had opgelicht via internet”.

De vader van [betrokkene], [vader betrokkene], heeft verklaard dat verdachte het bankpasje van de Triodos Bank van zijn zoon [betrokkene] kwam ophalen, toen zijn zoon gedetineerd was in “De Koepel”.

Verdachte heeft ter terechtzitting van de rechtbank van 19 mei 2010 zonder nadere onderbouwing gesteld [betrokkene] en [vader betrokkene] niet naar waarheid hebben verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de genoemde verklaringen [betrokkene] en [vader betrokkene] echter, voor zover gebezigd tot het bewijs, zodanig overeenstemmend, dat zij betrouwbaar worden geacht en als zodanig bruikbaar voor het bewijs. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen dat de ter zake gevoerde e-mailcorrespondentie (onder meer met gebruikmaking van het emailadres [adres]) eveneens van IP-adres [nummer] afkomstig was.

Aangever [benadeelde partij1] heeft verklaard dat hij, nadat hij via internet had vernomen dat verdachte mogelijk een oplichter was, op het adres [adres] is geweest, alwaar hij de vader van verdachte en verdachte zelf heeft gesproken. [benadeelde partij1] heeft met de vader van verdachte afgesproken dat het door hem naar de bankrekening van verdachte overgemaakte geldbedrag door verdachte zou worden terugbetaald. Verdachte heeft nog getracht het geldbedrag van zijn bankrekening op te nemen, maar dit is niet gelukt. [benadeelde partij1] heeft het gestorte geldbedrag niet teruggekregen.

Aangeefster [benadeelde partij38] heeft op 28 mei 2009 een bedrag van € 120,00 overgemaakt naar bankrekeningnummer [nummer] ten name van verdachte [zijnde de bankrekening van verdachte bij de ASN Bank].

Desgevraagd heeft [benadeelde partij38] medegedeeld dat verdachte op 22 juni 2009 het genoemde bedrag op haar bankrekening heeft teruggestort.

De rechtbank merkt op dat uit deze verklaring van [benadeelde partij1] noch uit deze mededeling van [benadeelde partij38] blijkt dat verdachte zijn betrokkenheid bij die geldtransacties heeft ontkend.

Nu ten aanzien van het genoemde door verdachte veronderstellender wijs naar voren gebrachte scenario uit het verhandelde ter terechtzitting niet de minste aanwijzing naar voren is gekomen, acht de rechtbank deze lezing te onwaarschijnlijk en schuift deze terzijde. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij in de ten laste gelegde periode niet in het bezit was van het bankpasje van de ASN bankrekening en dat hij niet wist dat er door de voornoemde aangevers geldbedragen op de ABN AMRO bankrekening met nummer [nummer] waren gestort dan ook ongeloofwaardig.

Uit de vaststaande feiten en de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden, een en ander in onderlinge samenhang en (tijds)verband bezien, leidt de rechtbank af dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte degene is geweest die zich tegenover de voornoemde aangevers als bonafide verkoper heeft voorgedaan. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/502567-09 ten laste gelegde heeft begaan.

Met betrekking tot het door de raadsman van verdachte gevoerde verweer dat het handelen van verdachte niet kan worden gekwalificeerd als oplichting overweegt de rechtbank het navolgende.

Uit de door de rechtbank met betrekking tot het onder parketnummer 05/502567-09 ten laste gelegde gebezigde bewijsmiddelen volgt dat verdachte nooit de intentie heeft gehad de goederen die hij via internet aanbood te leveren. Op grond daarvan oordeelt de rechtbank dat verdachte tegenover de onder dat parketnummer genoemde aangevers telkens valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid de hoedanigheid van een bonafide verkoper heeft aangenomen, waarbij verdachte zichzelf ook incidenteel een valse - niet zijnde zijn eigen - naam heeft gegeven en zich onder die naam heeft gepresenteerd. Dat in de feitelijke omschrijving van de tenlastelegging niet is opgenomen dat verdachte ook (incidenteel) gebruik heeft gemaakt van (een) valse na(a)m(en), doet daaraan niet af. Doordat verdachte een valse naam en/of een valse hoedanigheid aannam, werden de voornoemde aangevers bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen.

Nu naar het oordeel van de rechtbank de modus operandi die uit de met betrekking tot het onder parketnummer 05/900982-09 ten laste gelegde gebezigde bewijsmiddelen naar voren komt sterke gelijkenis vertoont met de wijze van optreden van verdachte in hetgeen onder parketnummer 05/502567-09 aan verdachte ten laste is gelegd en door hem is bekend, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte ook ten aanzien van de onder parketnummer 05/900982-09 genoemde aangevers nooit de intentie heeft gehad de goederen die hij hen via internet aanbood te leveren. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat verdachte ook tegenover deze aangevers telkens valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, ook door middel van een opeenstapeling van leugens, de hoedanigheid van een bonafide verkoper heeft aangenomen, waarbij verdachte zichzelf ook hier enkele malen een valse - niet zijnde zijn

eigen - naam heeft gegeven en hij zich onder die naam heeft gepresenteerd. Door het aannemen van die valse naam en/of valse hoedanigheid en/of door dat samenweefsel van verdichtsels, werden de voornoemde aangevers bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen.

Hetgeen de raadsman van verdachte ter zake overigens heeft aangevoerd, waaronder begrepen de stelling dat mensen die bewust een risico lopen niet worden beschermd door het strafrecht, waarbij de raadsman van verdachte heeft verwezen naar de wetsgeschiedenis en jurisprudentie, doet aan het vorenstaande niet af.

De rechtbank verwerpt het verweer in al zijn onderdelen.

3a. De bewezenverklaring.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/502567-09 en het onder parketnummer 05/900982-09 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

Parketnummer 05/502567-09

hij in de periode van 1 oktober 2007 tot en met 16 januari 2008 te Wijchen en/of te Zevenhuizen en/of te Nunspeet en/of te Eindhoven en/of te Gemert en/of te Zoetermeer en/of te Maasbree en/of te Best en/of te Oss en/of te Mijdrecht en/of te Hoek, met het oogmerk om zich

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid [benadeelde partij24] en

[benadeelde partij25] en [benadeelde partij26] en [benadeelde partij27] en [benadeelde partij28] en

[benadeelde partij29] en [benadeelde partij30] en [benadeelde partij31] en [benadeelde partij32] en

[benadeelde partij33] en [benadeelde partij34] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag, hierin bestaande dat verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich op een internetsite (Marktplaats.nl) heeft voorgedaan als verkoper bij en/of eigenaar van een internetbedrijf en (in die hoedanigheid) meermalen een goed/goederen (te weten (een) Ipod(’s) en/of (een) PSP(’s)) te koop heeft aangeboden, waardoor die [benadeelde partij24] en [benadeelde partij25] en [benadeelde partij26] en [benadeelde partij27] en [benadeelde partij28] en [benadeelde partij29] en [benadeelde partij30] en [benadeelde partij31] en [benadeelde partij32] en [benadeelde partij33] en [benadeelde partij34] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Parketnummer 05/900982-09

hij in de periode van 15 mei 2009 tot en met

18 november 2009 te Elst, gemeente Overbetuwe, en/of te Wijchen en/of te Nijmegen en/of te Duiven en/of te Geleen en/of te Veenendaal en/of te Arnhem en/of te Elst (Ut) en/of te Ouddorp (Zh) en/of te Spijkenisse en/of te Heerde en/of te Culemborg en/of te Alkmaar en/of te Zoetermeer en/of te Aarle-Rixtel en/of te Nijkerk en/of te IJsselmuiden en/of te Delft en/of te

Leiden en/of te Zutphen en/of te Rotterdam en/of te Leusden en/of te Nieuw Vennep en/of te Heeswijk-Dinther en/of te Franeker en/of te Rijssen en/of te IJsselstein en/of te De Meern en/of te Groningen en/of te Emmeloord en/of te Amsterdam en/of Leiderdorp en/of te Ammerstol en/of te Breda en/of te Veghel, althans in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[benadeelde partij1] en [benadeelde partij2] en [benadeelde partij3] en [benadeelde partij4] en [benadeelde partij35] en

[benadeelde partij36] en [benadeelde partij37] en [benadeelde partij6] en [benadeelde partij7] en [benadeelde partij38] en

[benadeelde partij39] en [benadeelde partij40] en [benadeelde partij8] en [benadeelde partij9] en [benadeelde partij10] en [benadeelde partij11] en [benadeelde partij42] en [benadeelde partij12] en

[benadeelde partij43] en[benadeelde partij13] en [benadeelde partij45] en [benadeelde partij46] en [benadeelde partij14] en [benadeelde partij15] en [benadeelde partij47] en

[benadeelde partij16] en [benadeelde partij17] en [benadeelde partij48] en [benadeelde partij18] en [benadeelde partij19] en

[benadeelde partij20] en [benadeelde partij49] en [benadeelde partij50] en [benadeelde partij21] en [benadeelde partij22] en

[benadeelde partij23] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), hierin bestaande dat verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich op de internetsite Marktplaats.nl heeft voorgedaan als bonafide verkoper van

I-pods en mobiele telefoons en/of waarbij hij, verdachte, (onder meer) vermelde dat de goederen zouden zijn opgekocht uit een faillissement (uit België of Duitsland) en/of waarbij hij, verdachte vermelde dat de bestelde goederen via TNT (in groepen) zouden worden verzonden en/of waarbij, hij, verdachte, vermelde dat de bestelde goederen voorzien waren van fabrieksgarantie en/of bijbehorende accessoires en/of waarbij hij, verdachte, zich heeft voorgedaan als [naam1] of [naam2] of [naam3] of [naam4] of

[naam5] en/of waarbij hij, verdachte, nadat kopers contact met hem, verdachte, hadden opgenomen, met die kopers heeft afgesproken dat ze onder een bepaald referentienummer geld moesten overmaken naar zijn, verdachtes, [betrokkene] rekeningnummer, waarna hij, verdachte, die goederen naar de kopers zou verzenden, waardoor voornoemde [benadeelde partij1] en [benadeelde partij2] en [benadeelde partij3] en [benadeelde partij4] en [benadeelde partij35] en [benadeelde partij36] en [benadeelde partij37] en

[benadeelde partij6] en [benadeelde partij7] en [benadeelde partij38] en [benadeelde partij39] en

[benadeelde partij40] en [benadeelde partij8] en [benadeelde partij9] en [benadeelde partij10] en [benadeelde partij11] en [benadeelde partij42] en [benadeelde partij12] en [benadeelde partij43] en [benadeelde partij13] en [benadeelde partij45] en

[benadeelde partij46] en [benadeelde partij14] en[benadeelde partij15] en [benadeelde partij47] en

[benadeelde partij16] en [benadeelde partij17] en [benadeelde partij48] en [benadeelde partij18] en [benadeelde partij19] en [benadeelde partij20] en [benadeelde partij49] en [benadeelde partij50] en [benadeelde partij21] en [benadeelde partij51] en [benadeelde partij23] (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezen verklaarde.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 05/502567-09 en 05/900982-09:

Oplichting, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte.

Verdachte is strafbaar, zijnde feiten of omstandigheden welke zijn strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten niet aannemelijk geworden.

6. De motivering van de op te leggen straf.

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zich louter uit geldelijk gewin (teneinde in zijn gokverslaving te kunnen voorzien) schuldig heeft gemaakt aan (grootschalige) oplichting, door zich op de internetsite www.marktplaats.nl voor te doen als bonafide verkoper van iPod’s, PSP’s en GSM’s. Verdachte heeft met zijn handelen het door bonafide internetgebruikers in hem gestelde vertrouwen beschaamd en heeft tevens schade toegebracht aan het vertrouwen in het handelsverkeer via internet in het algemeen.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting voorts rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister

d.d. 29 april 2010 reeds eerder ter zake van soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

In het verhandelde ter terechtzitting ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf deels niet ten uitvoer zal worden gelegd. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf de na te melden bijzondere voorwaarde koppelen. Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

De rechtbank komt op grond van voormelde overwegingen tot oplegging van een straf die lager is dan de straf die door de officier van justitie is geëist en die hoger is dan door en namens verdachte ter verdediging is bepleit. De rechtbank acht de hierna op te leggen straf, zowel wat betreft strafsoort als strafmaat, het meest passend bij de persoon van de verdachte en de ernst van en omstandigheden waaronder de bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd.

6a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling.

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank, evenals de officier van justitie en de raadsman van verdachte, toewijzing van de vordering na voorwaardelijke veroordeling van 4 mei 2010, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem van 10 maart 2009 onder parketnummer 05/503937-08 voorwaardelijk aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, niet opportuun nu de aan die veroordeling ten grondslag liggende feiten van geheel andere aard zijn dan de feiten waarvoor verdachte thans wordt veroordeeld. De rechtbank zal deze vordering dan ook afwijzen.

6b. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de telkens gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De benadeelde partij [benadeelde partij1] vordert een bedrag van € 305,21. De benadeelde partij

[benadeelde partij2] vordert een bedrag van € 280,00. De benadeelde partij [benadeelde partij3] vordert een bedrag van € 120,00. De benadeelde partij [benadeelde partij4] vordert een bedrag van € 140,00.

De benadeelde partij [benadeelde partij5] vordert een bedrag van € 140,00. De benadeelde partij

[benadeelde partij6] vordert een bedrag van € 120,00. De benadeelde partij [benadeelde partij7] vordert een bedrag van € 140,00. De benadeelde partij [benadeelde partij8] vordert een bedrag van

€ 140,00. De benadeelde partij [benadeelde partij9] vordert een bedrag van € 140,00.

De benadeelde partij [benadeelde partij10] vordert een bedrag van € 90,00. De benadeelde partij

[benadeelde partij11] vordert een bedrag van € 140,00. De benadeelde partij [benadeelde partij12] vordert een bedrag van € 140,00. De benadeelde partij [benadeelde partij13] vordert een bedrag van € 120,00.

De benadeelde partij [benadeelde partij14] vordert een bedrag van € 140,00. De benadeelde partij

[benadeelde partij15] vordert een bedrag van € 155,00. De benadeelde partij [benadeelde partij16] vordert een bedrag van € 125,00. De benadeelde partij [benadeelde partij17] vordert een bedrag van

€ 100,00. De benadeelde partij [benadeelde partij18] vordert een bedrag van € 60,00. De benadeelde partij [benadeelde partij19] vordert een bedrag van € 150,00. De benadeelde partij [benadeelde partij20] vordert een bedrag van € 120,00. De benadeelde partij [benadeelde partij21] vordert een bedrag van € 120,00. De benadeelde partij [benadeelde partij22] vordert een bedrag van € 120,00. De benadeelde partij [benadeelde partij23] vordert een bedrag van € 185,00.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat voornoemde benadeelde partijen als gevolg van verdachtes onder parketnummer 05/900982 bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade hebben geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vorderingen - die niet door verdachte zijn betwist - tot de genoemde bedragen toewijsbaar zijn.

De rechtbank ziet telkens aanleiding ter zake de maatregel van artikel 36f van Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c 27, 36f, 57, 63, 326 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing.

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05-502567-09 en het onder parketnummer 05/900982-09 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder

punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezen verklaarde tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel de navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

Veroordeelde mag gedurende het eerste jaar van de proeftijd geen goederen en/of diensten (ter verkoop) aanbieden op een verkoopsite (www.marktplaats.nl,

www.e-bay.nl, www.speurders.nl, www.tweedehands.net en/of (een) soortgelijke website(s)) op internet.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij1], wonende te ([adres], te betalen € 305,21 (zegge driehonderdvijf euro en eenentwintig eurocent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij1], wonende te ([adres], te betalen € 305,21 (zegge driehonderdvijf euro en eenentwintig eurocent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 (zegge zes) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij2], wonende te ([adres], te betalen

€ 280,00 (zegge tweehonderdtachtig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij2], wonende te ([adres], te betalen € 280,00 (zegge tweehonderdtachtig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 5 (zegge vijf) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij3], wonende te ([adres], te betalen

€ 120,00 (zegge honderdtwintig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij3], wonende te ([adres], te betalen € 120,00 (zegge honderdtwintig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij4].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij4], wonende te [adres] te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij4], wonende te [adres] te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij5].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij5], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij5], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij6].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij6], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij6], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij7].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij7], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij7], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij8].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij8], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij8], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij9].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij9], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij9], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij10].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij10], wonende te [adres], te betalen € 90,00 (zegge negentig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij10], wonende te [adres], te betalen € 90,00 (zegge negentig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 (zegge één) dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij11].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij11], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij11], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij12].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij12], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij12], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij13].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij13], wonende te ([adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij13], wonende te ([adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij14].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij14], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij14], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij15].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij15], wonende te [adres], te betalen € 155,00 (zegge honderdvijfenvijftig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij15], wonende te [adres], te betalen € 155,00 (zegge honderdvijfenvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 (zegge drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij16].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij16], wonende te [adres], te betalen € 125,00 (zegge honderdvijfentwintig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij16], wonende te [adres], te betalen € 125,00 (zegge honderdvijfentwintig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij17].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij17], wonende te [adres], te betalen € 100,00 (zegge honderd euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij17], wonende te [adres], te betalen € 100,00 (zegge honderd euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij18].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij18], wonende te [adres] te betalen € 60,00 (zegge zestig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij18], wonende te [adres] te betalen € 60,00 (zegge zestig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 (zegge één) dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij19].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij19], wonende te [adres], te betalen € 150,00 (zegge honderdvijftig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij19], wonende te [adres], te betalen € 150,00 (zegge honderdvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 (zegge drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij20].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij20], wonende te [adres] te betalen

€ 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij20], wonende te [adres] te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij21].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij21], wonende te [adres], te betalen

€ 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij21], wonende te [adres], te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij22].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij22], wonende te [adres] te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij22], wonende te [adres] te betalen € 140,00 (zegge honderdveertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 (zegge twee) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij23].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij23], wonende te [adres], te betalen € 185,00 (zegge honderdvijfentachtig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij23], wonende te [adres], te betalen € 185,00 (zegge honderdvijfentachtig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 (zegge drie) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Wijst af de vordering na voorwaardelijke veroordeling van 4 mei 2010, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem van 10 maart 2009 onder parketnummer 05/503937-08 voorwaardelijk aan de veroordeelde opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden.

Aldus gewezen door mrs. I.D. Jacobs, als voorzitter, H.P.M. Kester - Bik en A.M.P.T. Blokhuis, in tegenwoordigheid van mrs. G.L.M. Verstegen en T. Tanghe, als griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juni 2010.