Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM4207

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
12-05-2010
Zaaknummer
05/900492-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Om de tenlastegelegde feiten te kunnen bewijzen is nodig dat verdachte zich in meerdere of mindere mate bewust was van de aanwezigheid van de tenlastegelegde drugs op 31 oktober 2006. In het dossier bevindt zich onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om dit te kunnen concluderen.Spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/900492-06

Data zittingen : 30 mei 2007, 14 oktober 2009, 2 december 2009 en 29 april 2010

Datum uitspraak : 12 mei 2010

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum en plaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

Raadsman : mr. M.L. van Gessel, advocaat te Amsterdam.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging op 14 oktober 2009, tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 31 oktober 2006 te Zwartebroek, gemeente Barneveld, en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand/kantoor gelegen

aan de [adres]) ongeveer 2076 kilogram hasjiesj, in

elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram, van een materiaal bevattende

een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van

hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj) en/of

ongeveer 126 kilogram henneptoppen en/of henneppoeder, in elk geval (telkens)

een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel vermeld op de bij de

Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde

lid van die wet;

2.

hij op of omstreeks 31 oktober 2006 te Zwartebroek, gemeente Barneveld, en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 59 kilogram, in elk

geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde

amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

hij op of omstreeks 31 oktober 2006 te Zwartebroek, gemeente Barneveld,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

aanwezig heeft gehad ongeveer 25 XTC-tabletten/pillen, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 29 april 2010 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte niet verschenen. Wel is verschenen de raadsman van verdachte, mr. M.L. van Gessel, advocaat te Amsterdam, die heeft verklaard uitdrukkelijk gemachtigd te zijn.

De officier van justitie, mr. M.H. de Weert, heeft geëist dat verdachte ter zake van alle tenlastegelegde feiten zal worden vrijgesproken.

De raadsman van verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de raadsman, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte is tenlastege¬legd en zal hem derhalve van alle feiten vrijspreken.

Om de tenlastegelegde feiten te kunnen bewijzen is nodig dat verdachte zich in meerdere of mindere mate bewust was van de aanwezigheid van de tenlastegelegde drugs op 31 oktober 2006. In het dossier bevindt zich onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om dit te kunnen concluderen.

4. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Aldus gewezen door:

mr. E.G. Smedema, rechter als voorzitter,

mr. J.M. Hamaker, rechter,

mr. M.A.E. Somsen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. N. ter Horst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 mei 2010.