Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM3508

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-04-2010
Datum publicatie
06-05-2010
Zaaknummer
05/516832-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen. Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/516832-08

Datum zitting : 17 februari 2009 en 6 april 2010

Datum uitspraak : 20 april 2010

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum en plaats]

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsvrouw : mr. J.E. Kremer, advocaat te Nijmegen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 03 november 2008 te Bemmel, gemeente Lingewaard,,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] van het leven te beroven, tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen, opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit,

- die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] bij het cultureel centrum

aldaar heeft/hebben opgewacht of naar die lokatie heeft/hebben gevolgd en/of

daar aanwezig zijn geweest en/of

- (vervolgens) toen en daar die [slachtoffer2] met een mes, althans met

een scherp voorwerp in het hoofd en/of in de borst heeft gestoken en/of

- meermalen, althans eenmaal, stekende bewegingen met een mes, althans met

scherp voorwerp, in de richting van het lichaam van die [slachtoffer1]

heeft/hebben gemaakt

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 03 november 2008 te Bemmel, gemeente Lingewaard, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten de Van Ambestraat, althans op een parkeerplaats in de nabijheid van he aldaar gelelegen cultureel centrum genaamd De Kinkel, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2], welk geweld bestond uit het opzettelijk slaan en/of

stompen en/of trappen en/of schoppen en/of steken, met een mes, althans met een scherp voorwerp, van die [slachtoffer1] en/of die [slachtoffer2];

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 6 april 2010 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.E. Kremer, advocaat te Nijmegen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte – met vrijspraak van het primair tenlastegelegde – ter zake van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

2a. Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat de de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard moet worden omdat het onderzoek door de politie onzorgvuldig was, niet volledig en gekenmerkt kan worden door een tunnelvisie.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het betoog van de verdediging verworpen. Het onderzoek verdient niet op alle punten de schoonheidsprijs, echter alles is met open vizier uitgezocht.

Oordeel van de rechtbank

Al hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht wettigt niet het oordeel dat de rechten van verdachte opzettelijk en met grove verontachtzaming zijn geschonden, danwel komt neer op een bewijsverweer wat in het onderstaande aan bod zal komen. De rechtbank verwerpt derhalve dit verweer.

3. Het bewijs

De vaststaande feiten op 3 november 2008

Op grond van de bewijsmiddelen staan de navolgende feiten, die ook niet betwist zijn, vast.

1. Op 3 november 2008 vond een vechtpartij plaats op een parkeerplaats te Bemmel nabij het cultureel centrum De Kinkel.

2 Aan die vechtpartij namen in ieder geval deel: Medeverdachte[medeverdachte1](verder ook te noemen [medeverdachte1]), medeverdachte/ [[medeverdachte2](verder ook te noemen [medeverdachte2]), medeverdachte/ [medeverdachte3] (verder ook te noemen [medeverdachte3]), verdachte/[verdachte] (verder ook te noemen [verdachte]), [slachtoffer1] (verder ook te noemen [slachtoffer1]) en [slachtoffer2] (verder ook te noemen [slachtoffer2]).

3. Tijdens de vechtpartij raakten de volgende personen gewond:

a. [slachtoffer2]: diepe steekwond door de borstkas heen de buik in waarbij de dikke en de dunne darmen zijn geraakt; breuk schouder; kneuzingen over het gehele lichaam, open wonden op de knieën en het behaarde hoofd. Het hart en de mild van [slachtoffer2] zijn net gemist; er was sprake van enig levensgevaar.

b. [slachtoffer1]: verwonding bovenzijde neus en tussen lip en onderkin; ontvelling rechtermiddelvinger; zwelling voorzijde linkeronderbeen; zwelling rechterknie.

c. [medeverdachte1]: snijwond rechterzij van 4 cm; snijwond linkerschouder van 6 cm; verwonding rechterbovenarm; klaplong.

d. [medeverdachte2]: snijwond linkerzij van 9 cm.

4. [medeverdachte1], [medeverdachte2], [medeverdachte3] en [verdachte] zijn op de parkeerplaats gearriveerd in een rode Renault Clio. [verdachte] bestuurde de auto, [medeverdachte1] zat naast hem, [medeverdachte2] en [medeverdachte3] zaten achterin.

5. [slachtoffer1] en [slachtoffer2] zijn op de parkeerplaats gearriveerd in de auto van [slachtoffer1], een donkerblauwe Mitsubishi Charisma.

6. [slachtoffer1] droeg een blauw jack en een camouflage broek. [slachtoffer2] droeg een blouse/jas die in het gele licht van de straatlantaarn beige oogde. [verdachte] droeg een beige/witte trui met capuchon en buidelzak.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht ten aanzien van de gebeurtenissen op 3 november 2008, het primair tenlastgelegde niet, maar de subsidiair tenlastegelegde openlijke geweldpleging wel wettig en overtuigend bewezen.

Standpunt verdediging

De vedediging voert een bewijsverweer:

Gelet op het onderzoek op de houten balk, dient de conclusie te worden getrokken dat [slachtoffer1] daar niet mee is geslagen, nu op de balk slechts een klein contactspoortje is gevonden van [slachtoffer1] dat niet is ontstaan door het uitoefenen van kracht in vloeibaar bloed.

Voorts dient op grond van de verklaringen van [getuige3], verdachte en de bewijsstukken van de technische recherche de conclusie te worden getrokken dat verdachte degene is geweest die werd vastgehouden door [slachtoffer1] en kennelijk werd geslagen door [slachtoffer2]. Verdachte heeft zelf dit geweld niet gebruikt. Ook kan verdachte niet in verband worden gebracht met het geweld gepleegd tegen [slachtoffer2]. De door [slachtoffer1] en [slachtoffer2] afgelegde verklaringen zijn op grond van de overige bewijsmiddelen in het dossier kennelijk leugenachtig. Het handelen van verdachte, voor zover daar sprake van was, is niet gericht op de voltooiing van het primair ten laste gelegde. Ook ontbreekt de opzet bij verdachte. Voorts ontbreekt ook de nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten, zodat ook van medeplegen geen sprake kan zijn. Het primair ten laste gelegde kan dan ook niet wettig en overtuigend worden bewezen.

Ook het subsidiair ten laste gelegde kan niet wettig en overtuigend worden bewezen, omdat verdachte geen significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Het enkele deel uitmaken van de groep is daartoe onvoldoende.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank kan op grond van de navolgende –zakelijk samengevat weergegeven- verklaringen van de, van de vechtenden, onafhankelijke getuigen gepast op de navolgende –zakelijk samengevat weergegeven – delen van de verklaringen van de vechtenden ten dele vaststellen wat zich op 3 november 2008 te Bemmel heeft afgespeeld.

a. Vooropgesteld

1. De rechtbank stelt bij het vaststellen van wat er gebeurd is voorop dat zij geloof hecht aan de verklaringen van [slachtoffer2]. De verwondingen van [slachtoffer2] zijn zodanig dat het onwaarschijnlijk is dat hij zich zelf heeft verwond met een mes dat hij bij zich had en bij de vechtpartij ingezet zou hebben . Dit terwijl de verwondingen van [medeverdachte1] en [medeverdachte2] zodanig zijn dat deze passen bij de verklaringen van [slachtoffer2] dat hij met een van [medeverdachte1] afgepakt mes heeft gezwaaid terwijl hij op zijn knieën zat . De rechtbank wijst er in dit verband op dat [slachtoffer2] ook open wonden aan zijn knieën had. [medeverdachte2] en [medeverdachte1] hadden immers “snijwonden” . Dit betekent dat naar het oordeel van de rechtbank [medeverdachte1] een mes bij zich had en heeft gebruikt bij de vechtpartij.

2. Voorts acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat [medeverdachte1] die avond toevallig op de parkeerplaats nabij het cultureel centrum De Kinkel is terechtgekomen. Naar het oordeel van de rechtbank had [slachtoffer1] een schuld van Euro 5.000,- aan [medeverdachte4], de vader van [medeverdachte1] . De verklaring van [medeverdachte4] dat [slachtoffer1] boos op hem was omdat hij, [medeverdachte4], weigerde 35 Euro aan [slachtoffer2] te lenen , acht de rechtbank volstrekt onwaarschijnlijk. Die middag is er telefonisch contact geweest tussen [slachtoffer1] en [medeverdachte4] en tussen [slachtoffer1] en [medeverdachte1] . Dat contact heeft er naar het oordeel van de rechtbank toe geleid dat [medeverdachte1] Zilberstein in verband met die schuld, voor hem gepland een ontmoeting met [slachtoffer1] had die avond op de parkeerplaats nabij cultureel centrum De Kinkel, waar [medeverdachte4] en [slachtoffer1] die avond een taalles hadden .

b. De verklaringen van de –onafhankelijke- getuigen :

1. [getuige1] heeft verklaard dat hij 2 auto’s zag komen aanrijden, een rode en een zwarte Mitsubishi. Uit de rode auto stapten de bestuurder ([verdachte]) en de bijrijder ([medeverdachte1]) en daarna de twee andere personen ([medeverdachte2] en [medeverdachte3]). De mannen uit de rode auto liepen naar de mannen in de zwarte Mitsubishi. Er werd geschreeuwd en geslagen door 4 personen tegen 2 personen.

2. [getuige2] heeft verklaard dat hij op de parkeerplaats tussen de geparkeerde auto’s 6 personen zag, waarvan hij eerst dacht dat ze aan het voetballen waren. Vervolgens zag hij 1 man in camouflage broek en blauw jack tegen een auto leunen; hij herkende hem als een cursist ([slachtoffer1]). Een andere man in beige kleding ([slachtoffer2]) liep bij de groep weg , zijn richting op. In een rode auto stapten 4 mannen en de rode auto reed weg. De man die richting de andere man liep, kon de rode auto ternauwernood ontwijken. De man in de camouflage broek en blauw jack en de man met de beige kleding stapten in andere auto en reden eveneens weg. De man met de beige kleding bestuurde de auto.

3. [getuige3] verklaart dat zij met haar auto van de parkeerplaats wegreed. Zij zag 3 mannen de parkeerplaats oversteken, 2 van hen pakten overduidelijk de 3e man. Hij werd door een van hen vastgepakt en de andere sloeg hem met de vuist. Ze heeft getoeterd en is vervolgens langzaam het parkeerterrein afgereden. Ze zag vervolgens tussen 2 geparkeerde auto’s een man op zijn buik op de grond liggen. Hij werd omklemd door een andere man die een beigekleurige trui met capuchon en buidelzak aanhad ([verdachte]) . Naast hen stond een derde man. In zijn handen had hij een blank stuk hout en daarmee sloeg hij de omklemde man zeker tweemaal op rug en billen. Zij toeterde wederom en wilde net 112 bellen, toen zij een man in beige kleding, met een bebloed hoofd en in zijn hand een mes ([slachtoffer2]) in de richting van de omklemde man zag lopen. Hij zwaaide met het mes richting andere mannen, alsof hij hen uit de buurt wilde houden. [getuige3] had duidelijk de indruk dat deze man de omklemde man wilde helpen.

c. De verklaringen van verdachte en de medeverdachten

1. [slachtoffer2] verklaart dat hij met [slachtoffer1] in de auto van [slachtoffer1] op de parkeerplaats arriveerde. [slachtoffer1] stapte uit om de lerares van de taalcursus te vertellen dat hij te laat zou komen, hij moest [slachtoffer2] wegbrengen naar zijn schoonfamilie in Haalderen. Er kwam een rode auto aan waaruit 4/5 mannen stapten. Ze liepen op [slachtoffer1] af; hij hoorde [slachtoffer1] gillen. Hij is de auto uitgestapt en op hen afgelopen. Hij werd vervolgens geslagen en is op de grond gevallen. Hij is door [medeverdachte1] aangevallen met een mes en gestoken. Dat mes heeft hij afgepakt en terwijl hij op zijn knieën zat, heeft hij met het mes boven zijn hoofd gezwaaid om aanvallers weg te jagen. Hij is als bestuurder met [slachtoffer1] in de auto gestapt om naar het ziekenhuis te rijden. Het mes heeft hij uit het raam gegooid.

2. [slachtoffer1] verklaart dat hij uit de auto is gestapt om naar het cultureel centrum De Kinkel te lopen. Hij werd aangevallen door veel mensen waaronder [medeverdachte1]. [slachtoffer2] kwam hem te hulp. [medeverdachte1] is met een mes achter [slachtoffer2] aangegaan; [slachtoffer2] is erin geslaagd het mes van [medeverdachte1] af te pakken. Hijzelf werd ondertussen geslagen en geschopt door andere mannen.

3. [medeverdachte1] verklaart dat hij met [verdachte] of [medeverdachte2] uit de auto is gestapt om een frisse neus te halen. Hij zag [slachtoffer1] en is op hem afgelopen. [slachtoffer1] viel hem aan met een witte balk. Er kwam een 2e man bij. Die heeft [medeverdachte2] en hem gestoken. Hij heeft [verdachte] op de grond zien liggen tussen 2 auto’s. Hij werd met de witte balk geslagen. Met z’n allen zijn ze vervolgens naar de auto gegaan en weggereden.

4. [medeverdachte2] verklaart dat [medeverdachte1] en [verdachte] uit de auto zijn gestapt om een sigaret te roken. Hij hoorde [medeverdachte1] roepen en zag dat [medeverdachte1] en [verdachte] aan het vechten waren met 2 jongens. Samen met [medeverdachte3] is hij uit de auto gestapt. Hij hoorde [medeverdachte1] roepen dat hij gestoken was met een mes. Hij is op de jongen met het mes afgelopen en heeft hem geslagen. De jongen zakte in elkaar en kwam daarna op hem aflopen, waarna hij voelde dat hij ook gestoken was in zijn buik. Onderwijl heeft hij [verdachte] en [medeverdachte3] zien vechten met een andere jongen, waarbij [verdachte] een man vasthield.

5. [verdachte] verklaart dat hij gezien heeft dat een man stekende bewegingen met een mes maakte naar [medeverdachte1] en [medeverdachte2]. Hij zelf heeft gevochten met een man, die met een balk op hem af kwam lopen.

d. (Deel van de) Vechtpartij

De rechtbank stelt vast dat in ieder geval [medeverdachte1] naar [slachtoffer1] is gelopen en dat de anderen zich daar snel bij hebben gevoegd. [slachtoffer2] is erbij gekomen om [slachtoffer1] te redden. De ontmoeting is in 2 groepen uiteengevallen. [medeverdachte1] en [medeverdachte2] enerzijds en [slachtoffer2] anderzijds zijn in gevecht geraakt, waarbij [slachtoffer2] is gestoken met een mes door [medeverdachte1] en geslagen door [medeverdachte2]. [slachtoffer2] is op de grond gevallen, heeft het mes van [medeverdachte1] afgepakt en daarmee gezwaaid om zijn belagers van zich af te houden. Daarbij hebben [medeverdachte1] en [medeverdachte2] hun snijwonden opgelopen. [verdachte] en [medeverdachte3] hebben gevochten met [slachtoffer1], waarbij [verdachte] [slachtoffer1] om de nek geklemd op de grond heeft gehouden terwijl [medeverdachte3] [slachtoffer1] sloeg met een houten balk. [slachtoffer2] is op enig moment in de richting van de op grond liggende en door [verdachte] omklemde [slachtoffer1] gelopen met het mes nog in zijn hand. Daarna zijn [medeverdachte1], [medeverdachte2], [verdachte] en [medeverdachte3] in hun auto terechtgekomen en weggereden, waarbij [slachtoffer2] nog in de weg stond maar ontweken is. Ook [slachtoffer2] en [slachtoffer1] zijn in hun auto gestapt en weggereden. Dat is hen niet gelukt. Ze zijn teruggekeerd en hebben zich gewond gemeld in De Kinkel, alwaar de politie is gewaarschuwd en gekomen.

Voor zover de verdediging in het (bewijs-)verweer een andere vaststelling huldigt van wat feitelijk is gebeurd, passeert de rechtbank dus dat (bewijs-)verweer.

e. Het tenlastegelegde

Bovenstaande vaststelling van wat naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval gebeurd is, houdt dat [verdachte] samen met [medeverdachte3] op 3 november 2008 op een parkeerplaats te Bemmel geweld heeft gepleegd jegens [slachtoffer1]. Niet bewezen kan worden dat hij tezamen met [medeverdachte1] en/of [medeverdachte2] en/of [medeverdachte3] gepoogd zou hebben [slachtoffer2] en/of [slachtoffer1] te doden danwel geweld te plegen jegens [slachtoffer2]. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde en het subsidiair tenlastegelegde is wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

hij op 03 november 2008 te Bemmel, gemeente Lingewaard, met een

ander of anderen, op of aan de openbare weg, op een parkeerplaats in de nabijheid van het aldaar gelegen cultureel centrum genaamd De Kinkel, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slacht[slachtoffer1] welk geweld bestond uit het opzettelijk slaan en stompen van die [slachtoffer1] .

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Standpunt van de verdediging

Verdachte was ingesloten door twee mannen; hij werd omklemd en hij werd met een houten balk geslagen. In deze toestand heeft verdachte zich moeten verweren, zodat verdachte wegens een beroep op noodweer dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Mocht hij daarin zijn doorgeschoten in de noodzakelijke verdediging, dan komt verdachte onder genoemde omstandigheden een beroep op noodweerexcess toe.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer1] heeft omklemd en dat hem in die hoedanigheid geen beroep op noodweer toekomt.

Oordeel van de rechtbank

Anders dan de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] degene was die de nek van [slachtoffer1] omklemd had toen ze beiden op de grond lagen. De bewijsmiddelen wijzen niet uit dat [verdachte] daartoe genoodzaakt was omdat [slachtoffer1] hem of een van zijn companen aanviel of had aangevallen. Het gedane beroep op noodweer(exces) wordt dan ook verworpen.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 22 januari 2009;

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd

Oordeel van de rechtbank.

Naar het oordeel van de rechtbank wijzen de bewijsmiddelen uit dat [medeverdachte1] erop uit was om er op een of andere manier voor te zorgen dat [slachtoffer1] de schuld die hij bij de vader van [medeverdachte1] had, zou (gaan) betalen. In het gevecht dat is ontstaan heeft verdachte zich zonder enige, gebleken noodzaak gemengd. Dit is een ernstig feit waar geen andere straf bij past dan een – zoals ook door de officier qua modaliteit is geëist- onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De door de officier van justitie geëiste straf is naar het oordeel van de rechtbank ook qua duur in overeenstemming met wat in vergelijkbare gevallen wordt opgelegd. Over de persoon van verdachte zijn geen feiten en omstandigheden gebleken die de rechtbank leiden tot een andere modaliteit of een lagere of hogere duur dan de op te leggen straf.

De eis van de officier van justitie zal dan ook gevolgd worden.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde.

Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder

punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer¬legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mrs. D.R. Sonneveldt (voorzitter), J.P. Bordes, M.M.L.A.T. Doll,

in tegenwoordigheid van mr. G. Croes (griffier).

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 april 2010.