Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM3325

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-05-2010
Datum publicatie
04-05-2010
Zaaknummer
05/901004-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hurwenense moordzaak. Verdachte wordt wegens twee moorden veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf. Bewezen is dat hij, tezamen met anderen, twee slachtoffers heeft mishandeld, gekneveld en door het hoofd geschoten, kennelijk om een diefstal te verhullen. Verdachte heeft geen (geloofwaardige) opening van zaken willen geven over de exacte toedracht, hoewel hij en zijn medeverdachte daartoe bij uitstek de aangewezen persoon zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/901004-08

Data zitting : 26 mei 2009, 30 juni 2009, 22 september 2009, 8 december 2009, 5 januari 2010, 30 maart 2010 en 20 april 2010

Datum uitspraak : 4 mei 2010

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in PI Rijnmond, De Schie, Rotterdam, Professor Jonkersweg 7

Rotterdam.

Raadsman : mr. J.C. Spigt, advocaat te Rotterdam.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten (medeplegen van) diefstal (met geweldpleging) van een of meer goederen (-onder meer- een SIM-kaartje en/of geld) en/of (medeplegen van) poging tot diefstal (met geweldpleging) van een of meer goederen (-onder meer- een SIM-kaartje en/of geld), en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkre-gene te verzekeren;

meer subsidiair:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden;

2.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren geno-men besluit, die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of de hals van die [slachtoffer 2] (met kracht) hebben/heeft dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of omgesnoerd en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en/of brand hebben/heeft gesticht in een zolderkamer (van de garage) van de woning aan de

[adres] te Hurwenen, tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] is overleden;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of de hals van die [slachtoffer 2] (met kracht) hebben/heeft dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of omgesnoerd en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en/of brand hebben/heeft gesticht in een zolderkamer (van de garage) van de woning aan de [adres] te Hurwe-nen, tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten (medeplegen van) dief-stal (met geweldpleging) van een of meer goederen (-onder meer- een SIM-kaartje en/of geld) en/of (medeplegen van) poging tot diefstal (met geweldpleging) van een of meer goederen (-onder meer- een SIM-kaartje en/of geld), en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

meer subsidiair:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of de hals van die [slachtoffer 2] (met kracht) hebben/heeft dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of omgesnoerd en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en/of brand hebben/heeft gesticht in een zolderkamer (van de garage) van de woning aan de [adres] te Hurwenen, tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] is overleden;

3.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Sim-kaartje en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschopt en/of gesla-gen en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 1] heb-ben/heeft geschoten en/of die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of de hals van die [slachtoffer 2] (met kracht) hebben/heeft dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of omgesnoerd en/of (ver-volgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en/of brand hebben/heeft gesticht in een zolderkamer (van de garage) van de woning aan de [adres] te Hurwenen, zulks terwijl het feit werd gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning ([adres] te Hurwenen) en/of zulks terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel, en/of (elders) in Nederland, ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of (een) goed(eren) van hun/zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededa-der(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, zich heeft begeven naar (de omgeving van) de woning aan de [adres] te Hurwenen, waarna verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of die [slachtoffer 1] heb-ben/heeft geschopt en/of geslagen en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten en/of die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekne-veld en/of de hals van die [slachtoffer 2] (met kracht) hebben/heeft dichtgeknepen en/of dichtge-drukt en/of omgesnoerd en/of (vervolgens) met een vuurwapen een kogel in/door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en/of brand hebben/heeft gesticht in een zolderkamer (van de garage) van genoemde woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, zulks terwijl het feit werd gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning ([adres] te Hurwenen) en/of zulks terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad;

4.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, althans in of omstreeks de maand september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel, en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht, hierin be-staande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk een brandbare (vloei-)stof (mo-torbenzine) hebben/heeft gesprenkeld en/of gegoten over de vloer en/of voorwerpen van/in een zolderkamer (van de garage) van een woning aan de [adres] te Hurwenen en/of die (vloei-)stof hebben/heeft gesprenkeld en/of gegoten over het lichaam van [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) die (vloei-)stof in brand hebben/heeft gestoken en/of (aldus) brand hebben/heeft gesticht in die zolderkamer, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de in (die zolderkamer van) die woning aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in (die zolderka-mer van) die woning aanwezige perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of ande-ren, te duchten was, zulks terwijl het feit de dood van die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 20 april 2010 laatstelijk ter terechtzitting inhoudelijk onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.C. Spigt, advocaat te Rotterdam.

De officier van justitie, mr. A. Zuil, heeft geëist dat verdachte ter zake van het 1 primair en 2 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het onder 1 subsidiair, 2 sub-sidiair, 3 primair en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Bewijsmiddelen en wijze van aanhalen in voetnoten.

Voor de na te melden bewijsmiddelen wordt (tenzij hierna anders vermeld) verwezen naar het door [naam 1], brigadier van de politie regio Gelderland-Zuid, TGO Appel, op ambtseed opgemaakte stamproces-verbaal, dossiernummer PL 0800/09-002549, gesloten op 13 juli 2009, met bijlagen, bestaande uit op ambtseed en/of ambtsbelofte opgemaakte processenverbaal van bevindingen en houdende verklaringen van verdachte(n) en getuige(n) en het stamproces-verbaal van de Technische Recherche (pg’s 2321 ev) met bijlagen bestaande uit wederom op ambtseed en/of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal en schriftelijke bescheiden waar-onder rapporten van het NFI en sectieverslagen. Verwezen wordt naar de doorgenummerde pagina’s van dit dossier.

Daarnaast wordt verwezen naar de volgende nagezonden aanvullende op ambtseed en/of ambts-belofte opgemaakte processen-verbaal:

I. Proces-verbaal aanvullend forensisch onderzoek (1), op ambtseed opgemaakt door [naam 2], inspecteur van politie, technisch rechercheur en coördinator forensische onderzoeken TGO Appel, gesloten op 17 september 2009, met bijlagen bestaande uit schriftelijke bescheiden en aanvullende in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal:

- NFI rapportage aanvullend haaronderzoek, opgemaakt door ing. [naam 3] op 9 juli 2009;

- NFI rapportage forensisch-medisch onderzoek van medische informatie met betrekking tot verwondingen [verdachte], opgemaakt door [naam 4], forensisch arts op 24 juli 2009, met bijlage;

- NFI rapportage vergelijkend tape-onderzoek, opgemaakt door dr. Ir. [naam 5] op 15 juli 2009, met bijlage;

- NFI rapportage vergelijkend tape-onderzoek, opgemaakt door ing. [naam 6] en ing. [naam 7] op 24 juli 2009, met bijlage;

- NFI rapportage souche/herkomstenonderzoek aan tapedelen, opgemaakt door [naam 8] op 19 augustus 2009;

- NFI rapportage vergelijkend vezelonderzoek, opgemaakt door ing. [naam 9] op 20 augustus 2009:

- Proces-verbaal digitale recherche betreffende onderzoek printapparatuur, opgemaakt op ambtseed door [naam 10] op 31 augustus 2009:

- Proces-verbaal KLPD, Dienst IPOL betreffende uitslag dactyloscopisch onderzoek, opge-maakt door [naam 11], senior adviseur dactyloscopie op 15 juli 2009, met bijlage;

II. Proces-verbaal aanvullend forensisch onderzoek (2), op ambtseed opgemaakt door [naam 2], inspecteur van politie, technisch rechercheur en coördinator forensische onderzoeken TGO Appel, gesloten op 7 december 2009, met bijlagen bestaande uit schriftelijke bescheiden:

- NFI rapportage aanvullend onderzoek biologische sporen en DNA, opgemaakt door ing. [naam 12] op 3 november 2009;

- NFI rapportage aanvullend tape onderzoek, opgemaakt door dr. Ir. [naam 5] op 1 oktober 2009;

- NFI rapportage aanvullend tape onderzoek, opgemaakt door ing. [naam 13] op 5 november 2009;

- I-pol rapportage, samenvatting dactyloscopie onderzoeken, gedateerd 24 september 2009, met vakbijlage;

- NFI rapportage, samenvatting interdisciplinair onderzoek, opgemaakt door ing. [naam 14] op 3 december 2009, met bijlagen;

- NFI rapportage met betrekking tot onderzoek naar de aanwezigheid van dactyloscopische sporen, opgemaakt door dr. [naam 15] op 17 september 2009.

III. Proces-verbaal aanvullend met betrekking tot telecom-onderzoek, opgemaakt op ambtseed door [naam 16], brigadier van politie en informatiecoördinator TGO Appel, gesloten op 19 oktober 2009.

IV. Proces-verbaal van bevindingen betreffende rechtshulpverzoek België met bijlagen, opge-maakt door [naam 1], brigadier van politie, gesloten op 4 december 2009, met bijlagen.

De vaststaande feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Ten aanzien van de brand.

1. Op 24 september 2008 omstreeks 01.20 uur wordt er bij de meldkamer van de politie Gelderland-Zuid verzocht om assistentie van de politie naar aanleiding van een brandmelding en inbraakalarm op het adres [adres] te Hurwenen. Bij aankomst van de brandweer wordt er een brandhaard in de garage geconstateerd en deze wordt geblust. In de garage is na onderzoek gebleken dat er op twee plaatsen - onafhankelijk van elkaar- brand is geweest, te weten op de trap en op de zolder. De brand op zolder is ontstaan door het bijbrengen of achterlaten van vuur in enigerlei vorm, waarbij brand-versnellende middelen werden gebruikt. De secundaire brand op de trap is vermoedelijk ontstaan door het achterlaten/laten vallen van brandende kledingstukken. De brand op zolder is door gebrek aan voldoende zuurstof niet goed tot ontwikkeling gekomen en heeft zich vermoedelijk daardoor niet tot een uitslaande brand kunnen ontwikkelen.

Ten aanzien van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].

2. [slachtoffer 2] is op 23 september 2008 om circa 23.00 uur door zijn vriendin gebeld en heeft met haar gesproken.

3. Kort nadat de eerste politie-eenheid op 24 september 2008 om 01.27 uur is gearriveerd, verschijnt ook de brandweer. Wanneer de brandweerlieden naar binnen gaan treffen zij in de woonkamer op de benedenverdieping [slachtoffer 1] aan. [slachtoffer 1] lag op zijn rug met een ijzeren staaf over zijn benen en hij was gekneveld met tape. [slachtoffer 1] is overleden aan een schotwond door zijn hoofd en had diverse overige verwondingen aan zijn lichaam, onder andere in zijn gelaat als gevolg van uitwendig geweld. Op de zolderkamer boven de garage, ver verwijderd van [slachtoffer 1], wordt ook [slachtoffer 2], liggend op zijn rug en deels verbrand aangetroffen. In zijn lichaamsmateriaal zijn aanwijzingen verkregen op de aanwezigheid van benzine. Ook [slachtoffer 2] was gekneveld. De doodsoorzaak van [slachtoffer 2] is een schotwond door het hoofd in combinatie met een hoog koolmonoxidegehalte in het bloed. Ook zijn er sporen van verwurging en zijn er overige verwondingen aan diens lichaam geconstateerd.

Ten aanzien van [verdachte].

4. Op 23 september 2008 is vanaf 20.03:51 uur op de beelden van de beveiligingscamera’s van [naam 17] te zien dat er een oud model Volvo parkeert, er een man uitstapt en al bellend in de richting van de beveiligingscamera loopt. Om 20.50 loopt een man met een kaal hoofd weer richting de Volvo, stapt in en rijdt weg. Deze man is [verdachte].

5. Op 24 september 2008 om 01.27 uur treft de als eerste ter plaatse aangekomen politie-eenheid, op de oprit van het perceel [adres] te Hurwenen tussen twee aldaar geparkeerde auto’s, [verdachte] aan. [verdachte] is in de woning op de zolder-kamer boven de garage in brand geraakt.

Ten aanzien van de kluis.

6. In de slaapkamer van [slachtoffer 1] bevindt zich een kluis die geopend wordt aangetroffen. Op het bed van [slachtoffer 1] en op de grond van de slaapkamer worden diverse goederen, waaronder de paspoorten van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], autosleutels, een sleutelbos met sleutels van de kluisdeur en een handgeschreven briefje met een kluiscode aangetroffen. De kluis is leeg.

Ten aanzien van de Fiat 500.

7. De Fiat 500 die op de oprit van de [adres] te Hurwenen is aangetroffen was op 23 september 2008 gehuurd door [verdachte]. [verdachte] heeft die auto in het bijzijn van [medeverdachte 1] opgehaald. De auto wordt schoon afgeleverd. Op de Fiat 500 bevinden zich gestolen Belgische kentekenplaten. Verder zijn het bedrijfslogo en de ‘NL’ sticker afgeplakt. Verder zijn het bedrijfslogo en de ‘NL’ sticker afgeplakt. Op de tape waarmee de kentekenplaten aan voor- en achterzijde van de Fiat zijn bevestigd, zijn vingerafdrukken van zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] aangetroffen alsmede een DNA-profiel van [verdachte].

Ten aanzien van de goederen in de Fiat 500

8. In de Fiat 500 worden ondermeer aangetroffen: een honkbalknuppel waarvan het handvat is afgeplakt met tape, een zwarte staaf (gelijkend op een antenne), drie simkaarten, een colafles, een Fantafles en een baseball pet. De aangetroffen goederen worden op DNA bemonsterd en leveren de volgende matches op. Het celmateriaal in de bemonstering aan de rand van de colafles kan afkomstig zijn van [verdachte]. Het DNA-profiel van [medeverdachte 1] matcht met een deel van de DNA-nevenkenmerken. Het celmateriaal in de bemonstering van de rand van de Fantafles kan afkomstig zijn van [medeverdachte 1].

9. Bij de op de dorpel van de Fiat 500 aangetroffen simkaart (SVO nummer 317) hoort het telefoonnummer van [slachtoffer 2]. [Slachtoffer 2] is op 23 september 2008 omstreeks 23.00 uur op dit telefoonnummer nog gebeld door zijn vriendin [naam 18]. Op deze simkaart zit een druppel bloed die bemonsterd is. De conclusie van het NFI luidt dat dit bloed afkomstig kan zijn van [verdachte].

Ten aanzien van de sleutels.

10. In de garage worden onderaan de trap een tweetal sleutels aangetroffen aan een ring. De vierkante sleutel met het opschrift ‘BREUR’ past op de toegangsdeur van de loods aan de [adres] te Hellevoetssluis. Deze loods was in gebruik bij [verdachte].

Ten aanzien van [medeverdachte 2]

11. Op 11 oktober 2008 wordt het lijk van [medeverdachte 2] gevonden in de Hurwenensche Kil. Op 24 september 2008 wordt op de oprit ter hoogte van het linkerportier van de daar geparkeerde Fiat 500 een kruisje gevonden. Het kruisje is van [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] is tussen 23 en 24 september 2008 in de woning aan de [adres] te Hurwenen geweest. In de broekzakken van [medeverdachte 2] zitten onder andere een paar sokken (linkerachterzak van zijn broek), een onderbroek (rechterachterzak van zijn broek) en diverse handschoenen (zwarte in de rechterachterzak en blauwe in de beide voorzakken).

12. Vezels van deze handschoenen zijn aangetroffen op de tape waarmee de handen van het slachtoffer [slachtoffer 1] zijn vastgebonden.

Ten aanzien van overige aangetroffen sporen woning [adres] te Hurwenen

13. In en rondom het huis zijn diverse bloed- en schoensporen aangetroffen. Het aangetroffen bloed/celmateriaal op een muur in de keuken, op een keukenkastje, de klink van het hekwerk, op de vloer in de woonkamer en de keukenvloer, op de oprit bij de woning, op een boeiboord bij de garage, op de deurklink van de tuindeur onder een boog, op een zijdeur en op het hout en het lintje om een stammetje van een conifeer, kan afkomstig zijn van [verdachte].

Ten aanzien van de jerrycan

14. In de garage op de bovenste trede van de trap naar de zolderkamer stond een jerrycan met motorbenzine (4-takt). Het brandversnellend middel dat is gebruikt betrof dezelfde benzine. De familie [slachtoffer] had een gelijke jerrycan als aangetroffen met dezelfde soort benzine niet in huis.

Ten aanzien van de kogels

15. In de woning zijn twee kogels en twee hulzen aangetroffen. Eén kogel bevindt zich in de woonkamer onder het tapijt op de plek waar [slachtoffer 1] gelegen heeft. In de bloedplas was een gat in het tapijt. Op de zolderkamer van de garage wordt voor de zitbank in de vloer een kogel aangetroffen. Onder het aldaar liggende tapijt wordt een vuurwapen aangetroffen met een lege huls in de uitwerpopening. De vloerbedekking en de ondervloer waren geperforeerd. De andere huls is aangetroffen op de trap in de garage. Het aangetroffen wapen is onderzocht door het NFI. De twee hulzen (AAAR6231NL en AAR7008NL) die in de woning zijn aangetroffen zijn waarschijnlijk respectievelijk mogelijk verschoten met dit wapen. De twee kogels (AAAR6226Nl en AAAR7011NL) zijn mogelijk afgevuurd met dit wapen.

Ten aanzien van de schulden van [verdachte]

16. De schulden van [verdachte] bestaan uit:

- Belastingdienst tussen € 228.354,- en € 667.726,-;

- Postbank € 5.130,50;

- ABN AMRO bank € 781, 87;

- [naam 20] € 7.000,-;

- [naam 17] € 10.000,-;

- Frank REFRA Trading € 50.000,-;

- [naam 21] € 125.400,-;

- [slachtoffer 1] € 29.000,-

- [naam 22] € 6.000,-;

- [naam 16] € 1.600,-;

- [naam 23] € 77.000,-;

- [medeverdachte 1] € 7.000,-;

- [naam 24] € 12.000,-;

- [naam 25] € 12.000,-;

- [naam 26] € 39.300,-;

- [naam 27] € 2.500,-;

- [naam 28]/Floor Service Holding B.V. € 165.422,-;

- [naam 29] € 1.588,-;

- Onbekende groepering uit Amsterdam

met als tussenpersoon Achim tussen € 80.000 en € 290.000,-;

- Concurrente schuldeisers in faillissement € 25.279,37.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van het forensisch bewijs, telecom-informatie en getuigenbewijs wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in een bewuste en volledige samenwerking een overval op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben gepleegd, waarbij geld en een simkaart van [slachtoffer 2] zijn gestolen en [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn mis-handeld en gekneveld en [slachtoffer 2] bovendien is verwurgd en zij tenslotte zijn dood geschoten, waarna brand is gesticht in de woning.

Wat betreft de kwalificatie van wat er gebeurd is, beredeneert de officier van justitie dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gedood zijn om te voorkomen dat [medeverdachte 1] en [verdachte] aangewezen konden worden als de daders van de overval; zij waren immers bekenden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Aangezien [medeverdachte 1] en [verdachte] zwijgen en ander bewijs daarover geen uitsluitsel biedt, valt niet vast te stellen of gehandeld is na kalm beraad en rustig overleg en wie, wanneer door wie is doodgeschoten. De officier kiest dan ook voor een bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 tel-kens subsidiair, 3 primair en 4, en vrijspraak van de feiten 1 primair en 2 primair.

Standpunt van de verdediging

De verdediging is gebaseerd op de stelling dat onduidelijk is gebleven wat zich in de dramatische nacht van 23 op 24 september 2008 heeft afgespeeld in en om de woning aan de [adres] te Hurwenen.

Het forensische bewijs levert geen aanknopingspunten op om de werkelijke toedracht in de woning te achterhalen. Wel kan worden vastgesteld dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] en [verdachte] aanwezig zijn geweest in de woning; echter wat hun rol in het drama is geweest, valt niet vast te stellen. Verder is niet bewezen dat er daadwerkelijk goederen en/of geld zijn ontvreemd.

En voorts is de verklaring van [verdachte] –thans ter zitting afgelegd- aannemelijk. Deze wordt immers bevestigd door de gedetailleerde verklaring van de getuige [naam 21] over bedreiging en afpersing door dezelfde Marokkanen na de fatale nacht in Hurwenen, welke verklaring wordt bevestigd door andere getuigen en door bevindingen door de politie. Ook de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] verklaren over de bedreiging van de familie [verdachte] en de afpersing door die Marokkanen.

De verklaring van [verdachte] behelst -verkort zakelijk weergegeven- dat hij lange tijd door Marokkanen van wie hij ruim een jaar geleden geld had geleend, is afgeperst onder bedreiging van zijn hele familie. Op 23 september 2008 zijn [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en hijzelf onder bedreiging van pistolen door een viertal Marokkanen gedwongen naar Hurwenen te gaan, waar hij geld diende te vragen aan [slachtoffer 1]. Wat er gebeurd is nadat de Marokkanen de woning waren binnen-gedrongen weet hij niet meer. Hij werd wakker op de zolderkamer van [slachtoffer 2] boven de garage; daar woedde een brand en hij is door de vuurhaard heen de woning uitgevlucht.

Kortom, zo luidt de conclusie van de verdediging: niet bewezen is dat [verdachte] al dan niet tezamen met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van het leven heeft/hebben beroofd, goederen waaronder geld uit de woning heeft/hebben ontvreemd en de brand heeft/hebben gesticht. Hooguit kan een poging tot mede-plegen van diefstal met geweld bewezen worden.

De beoordeling door de rechtbank

I. Vooropgesteld

A. Het verhaal van de Marokkaanse afpersers

Ter bestrijding van het verwijt dat de officier van justitie hem maakt, heeft verdachte ter zitting van de rechtbank het volgende aangevoerd. Verdachte heeft in het verleden geld geleend van Marokkanen. Op de markt ontmoette hij een Marokkaan die aanbood hem geld te lenen voor het doen van investeringen. Daarop is hij ingegaan. Later heeft hij nog een aantal keren geld ge-leend waarbij het om steeds grotere bedragen ging. Op een gegeven moment kwam hij in de problemen bij het terugbetalen daarvan, en vervolgens werden boetes of heel hoge rentebedragen opgelegd. Toen begonnen ook de bedreigingen van hem en later ook zijn gezin. De Marok-kanen hadden een lijst met gegevens van familieleden die zij "wel zouden weten te vinden". Om de steeds oplopende bedragen te kunnen aflossen, heeft hij iedereen die hij kende om geld gevraagd.

In de avond van 23 september 2008 zijn verdachte, zijn vrouw [getuige 1], zijn zoon [medeverdachte 1] en diens vriend [medeverdachte 2], in de Volvo naar de loods aan de [adres] gereden, waar de eerder die dag gehuurde Fiat stond. Die loods moest worden leeggeruimd. [getuige 1] ging mee omdat zij de gelegenheid te baat wilde nemen om met verdachte te praten. Toen zij in de loods waren, kwam er plotseling een auto aan met daarin vier Marokkanen. Dat waren de Marokkanen die verdachte eerder bedreigd hadden. Zij stuurden [getuige 1] en [medeverdachte 2] naar de kantine en verdachte en [medeverdachte 1] werden gedwongen, onder bedreiging van vuurwapens, Belgische kente-kenplaten over de bestaande kentekenplaten van de Fiat te plakken met tape. Waar die kentekenplaten vandaan kwamen, weet verdachte niet; kennelijk waren die meegenomen door de Marokkanen. Het is goed mogelijk dat de gebruikte tape afkomstig was uit de loods; daar was immers wel tape voorhanden. Dat ook de bedrijfsnaam op de gehuurde Fiat is afgeplakt met tape, kan verdachte zich niet herinneren. Hij heeft dat wel gezien op de foto's in het dossier. Vervolgens moesten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de Volvo gaan zitten en verdachte en [getuige 1] moesten plaats nemen in de Fiat. In beide auto's stapte ook één van de Marokkanen. Verdachte had die avond al een afspraak staan met [naam 17] in Tilburg; hij zou aan [naam 17] een deel van zijn schuld gaan afbetalen. Klaarblijkelijk waren de Marokkanen op de hoogte van die afspraak. Beide auto's vertrokken om ongeveer 18.30 à 18.45 uur van de loods op weg naar Tilburg.

Onderweg heeft verdachte nog gebeld met [slachtoffer 2]; ze hadden eerder al een afspraak gemaakt om ergens die week samen te drummen en hij belde om te informeren of [slachtoffer 2] die avond tijd had. Bij [naam 17] in Tilburg aangekomen, stopten de auto's een paar straten van [naam 17]’s woning verwijderd. Daar ontmoetten zij ook de andere twee Marokkanen, die hen kennelijk achterna waren gereden. Verdachte kreeg instructies om naar [naam 17] te gaan en hem om meer geld te vragen. Hij stapte in de Volvo en reed naar [naam 17]. Hij is ongeveer drie kwartier bij [naam 17] gebleven, maar durfde niet opnieuw om geld te vragen. Toen hij onverrichter zake terug kwam bij de auto's waar [getuige 1], [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en de Marokkanen wachtten, ontstond er ruzie. Verdachte zei dat hij verder alle medewerking weigerde en dat ze hem maar moesten doodschieten. Hij werd toen opnieuw bedreigd, zowel verbaal als fysiek. Na enige tijd, de ruzie duurde ongeveer een half uur, werd besloten dat [getuige 1] naar huis mocht. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] moesten blijven ondanks aandringen van verdachte om hen ook te laten gaan. [getuige 1] is toen in de Volvo naar huis gereden. Verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn vervolgens tezamen met één van de gewapende belagers in de Fiat naar Hurwenen gereden. De anderen volgden in hun eigen auto. [slachtoffer 1] stond op de lijst van kennissen en zakenrelaties van verdachte, die deze ooit in opdracht van de Marokkanen had gemaakt. Daarop stonden mensen vermeld, waar veel geld te halen was. Op de inrit van de woning van [slachtoffer], zag verdachte de andere Marokkanen weer. Hij moest aanbellen bij [slachtoffer]. De deur werd open gedaan (verdachte weet niet meer of dat gebeurde door [slachtoffer 1] of door [slachtoffer 2]) en verdachte ging naar binnen. Even later werd er opnieuw aangebeld en nadat de deur was open gedaan, stormden de Marokkanen naar binnen. [medeverdachte 1] zou daar niet bij zijn geweest, maar [medeverdachte 2] is wel binnen geweest. Het was erg chaotisch. Verdachte werd naar de garage geduwd en belandde uiteindelijk met één van de Marokkanen in de kamer boven de garage. Wat er intussen met [slachtoffer 1] gebeurde, weet verdachte niet, maar [slachtoffer 2] zag hij op een gegeven moment ook in de kamer boven de garage. Hij kreeg een klap op zijn hoofd en viel bewusteloos op de grond. Toen hij weer ontwaakte stond de kamer in brand. Hij zag [slachtoffer 2] op de grond liggen, gekneveld en wel, en liep naar beneden. Hij liep eerst de verkeerde kant uit zodat hij weer door de vlammen moest. Zijn kleding heeft daarbij vlam gevat. Beneden aangekomen, zag hij ook [slachtoffer 1] liggen. Hij vluchtte naar buiten en wilde wegrijden. Klaarblijkelijk heeft hij toen weer geprobeerd binnen te komen, hij weet niet waarom. Misschien om [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te helpen, of om de autosleutels te pakken die hij moet hebben verloren. Verdachte noch zijn zoon [medeverdachte 1] hebben echter iets te maken met de dood van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]; dat moet het werk van de Marokkanen zijn geweest, aldus verdachte.

Deze versie van de gebeurtenissen vindt in enkele onderdelen steun in de vaststaande feiten. Zo staat vast dat verdachte omstreeks 20.00 uur bij [naam 17] voor de deur stond. Op beelden van de beveiligingscamera's van [naam 17] is te zien dat om 20.03 uur een oud model Volvo aan de kant van de weg parkeert, dat een man uitstapt en al telefonerend richting camera loopt en vervolgens is te zien dat om 20.50 uur een man met kaal hoofd weer naar de Volvo loopt, instapt en wegrijdt. Die man was verdachte.

De verklaring stemt in belangrijke mate overeen met hetgeen [getuige 1] heeft verklaard op 1 maart 2009. Die verklaring komt er, samengevat, op neer dat zij met verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] met de Volvo naar de loods is gegaan, waar even later vier Marokkanen kwamen die hen bedreigden en die geld wilden hebben. Zij was samen met [medeverdachte 2] in de kantine en hoorde iets over kentekenplaten, maar weet niet precies wat. Op een gegeven moment moesten zij en verdachte in de Fiat stappen, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de rode Volvo. In iedere auto zat ook een Marokkaan. De twee andere Marokkanen zaten in hun eigen auto. Zij reden naar Tilburg. Verdachte is daar met de Volvo alleen naar [naam 17] gereden. Hij zou een seintje moeten geven als de Marokkanen binnen konden vallen. Dat ging echter niet door vanwege de camera's. Toen verdachte terug kwam, was er een heel gedoe en uiteindelijk mocht zij naar huis.

De versie van verdachte bevat echter aspecten die in strijd zijn met de door de rechtbank vastgestelde feiten. Zo zouden de Marokkanen de Belgische kentekenplaten hebben meegenomen, die uiteindelijk op de Fiat zijn getaped. Zoals hierna zal worden overwogen, gaat de rechtbank er echter van uit dat de Belgische kentekenplaten zijn gestolen door in ieder geval [naam 30], de broer van [medeverdachte 1]. Bovendien is het niet zonder meer begrijpelijk waarom de Marokkanen verlangden dat de kentekenplaten van de Fiat zouden moeten worden afgedekt met valse kentekenplaten en die van de Volvo niet.

Ook ten aanzien van de tijdslijn is er sprake van ongerijmdheden. Uit de eerder vermelde came-rabeelden van de beveiligingscamera's van [naam 17] blijkt dat verdachte om 20.50 uur de woning van [naam 17] heeft verlaten. Volgens zijn verklaring ontstond er vervolgens een discussie en mocht [getuige 1] uiteindelijk wegrijden met de Volvo. [getuige 1] heeft verklaard dat haar terugtocht naar huis niet zonder problemen verliep. De Volvo haperde en stotterde en wilde niet in de vijfde versnelling en viel steeds uit. Uiteindelijk was zij volgens haar verklaring om ongeveer 00.30 uur thuis. Met deze verklaringen is onverenigbaar de constatering van de politie dat haar telefoon ([nummer]) om 21.06 uur en 22.47 uur een zendmast in Hellevoetsluis aanstraalde , terwijl de afstand tussen Tilburg en Hellevoetsluis ruim 100 kilometer bedraagt en de reisduur volgens de gangbare routeplanners ten minste 1 uur is, waarbij wordt uitgegaan van de meest ideale omstandigheden, waarvan, uitgaande van het relaas van [getuige 1], bepaald geen sprake was.

Met het verhaal over de onverhoedse overval in de loods en het aansluitend gedwongen wegrij-den naar [naam 17], is voorts niet te rijmen het gegeven dat in de Fiat, die slechts luttele uren daarvoor was gehuurd en leeg en schoon was afgeleverd, zich allerlei spullen bevonden als: twee flessen frisdrank, enkele gebruikte simkaarten, drie niet gebruikte simkaarten, een honkbalknuppel waarvan het handvat was afgeplakt met tape, een zwarte, antenne-achtige staaf. Onverklaarbaar is hoe men deze spullen in de haast, terwijl ze werden bedreigd door de Marokka-nen, heeft kunnen verzamelen. Waarom zou men de moeite nemen deze spullen mee te nemen? Het duidt er eerder op dat een en ander tevoren was gepland en voorbereid.

Datzelfde geldt voor de voorwerpen die zijn aangetroffen bij de nadien in de Hurwenensche Kil gevonden [medeverdachte 2], waarvan de rechtbank aanneemt dat deze ook aanwezig is geweest in de woning van [slachtoffer]. : een extra paar sokken (in de linker achterzak van de broek), een extra onderbroek (in de rechter achterzak van de broek), een paar zwarte handschoenen (in de rechter achterzak van de broek) en een paar blauwe handschoenen (in beide broekzakken voor-zijde). De sokken en onderbroek zijn door familieleden van [medeverdachte 2] herkend als diens eigendom. Waarom zou [medeverdachte 2] deze voorwerpen die avond bij zich hebben gehad? Het is moeilijk voorstelbaar dat deze kledingstukken toevallig in de loods lagen en dat [medeverdachte 2] deze heeft meegegrist toen hij door de Marokkanen onder bedreiging van vuurwapens werd gedwongen in de auto te stappen.Waarom zouden ze daar liggen en waarom zou hij ze meenemen? Bij gebreke van enige andere geloofwaardige verklaring, moet het ervoor gehouden worden dat [medeverdachte 2] deze spullen bij zich had als onderdeel van een vooropgezet plan.

Een, gezien de context, opmerkelijke vaststelling is dat verdachte onderweg van de loods naar [naam 17] twee maal heeft getelefoneerd met geluidsstudio's, te weten om 19.17 uur met Total Music te Schiedam en om 19.25 uur met Soundcheck in Schiedam. Opmerkelijk, omdat verdachte en zijn familieleden op dat moment in de auto volgens verdachte werden bedreigd door zwaarbewapende Marokkanen.

Dan is er de brief, die bij de doorzoeking in verdachtes woning op 3 december 2009 is gevonden in de tas van [getuige 1]. Enkele passages van die brief luiden als volgt:

"Als er dna van [medeverdachte 1] gevonden wordt, dan moeten jullie het volgende verklaren:

We hebben gelogen omdat we bedreigd zijn.

[verdachte] jij kwam thuis van [naam 17] en ging naar boven (telefoon boven op je nacht-kastje gelegd ? dit alleen vermelden als ze er naar vragen).

Je kwam thuis om ± 10.00 (22.00u). Je hoorde lawaai beneden en ging kijken ([getuige 1] sliep). [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren beneden met twee, drie vier mannen met bivakmutsen en pistolen en werden onder schot gehouden. Jullie moesten mee. De rode auto had je op de jouw bekende plaats gezet want die deed het niet meer goed.

Jullie kregen een blinddoek om en handen werden vastgebonden. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] moesten met de zilveren auto mee en 1 van die mannen ging rijden en 1 hield de jongens onder schot. [verdachte] moest met die ander mee en werd op de achterbank gelegd, en toen werden ook [verdachte] z'n benen vastgebonden. Onder bedreiging moesten jullie naar [slachtoffer 1] toe rijden. Ze wisten al het adres (hoe dat weet je niet). Geen details vermelden over hoe ze praten of huidskleur o.i.d. Ook niet over de auto waarin [verdachte] mee moest, want je was geblinddoekt. Bij [slachtoffer 1] moest [verdachte] uitstappen en aanbellen en binnen komen. Daarna …

heb ik een klap op m'n hoofd gehad en weet ik niks meer. [medeverdachte 1] heeft kunnen vluchten en is thuis gekomen waar hij alles verzwegen heeft omdat hij bang was en hoopte dat [medeverdachte 2] en ik later vrij gelaten zouden worden. [medeverdachte 1] moet ook vertellen dat hij liftend (dus niet met de taxi) naar huis is gekomen.

[verdachte]: goed bedenken wat je gaat zeggen over wat je gehoord hebt (schoten) bv je kwam een beetje bij en hoorde schoten (is aannemelijk). […]

[medeverdachte 1] en jij moeten nog samen bespreken wanneer hij gevlucht is en wat hij heeft gezien. ([medeverdachte 2] weten jullie niks van) Misschien is hij vermoord of ook gevlucht en verdronken??!

Ze zullen zich natuurlijk afvragen waarom [medeverdachte 1] niks gezegd heeft. Gewoon uit angst en paniek en kon toen niet meer terug. [...] Toen jij bij kwam wist je niks meer. Dit is stukje bij beetje terug gekomen. …"

In een ander handschrift is hieraan de tekst toegevoegd:

"als die taximan al heeft gesprooken met politie: ik ben gelift tot Utrecht of Tilburg.

En toen de taxi. Miss heeft die … vrachtautoman wel gepraat.

Mijn kleding was nat. .. IK WEET NIET

Miss weten ze het al. aleen wille ze [onleesbaar] over de telefoon zegge als er geen hart bewijs is, kenne ze jou ook nix maken."

Deze brief is volgens [getuige 1] door haar geschreven om verdachte te laten herinneren wat er allemaal gebeurd was. Zij heeft de brief meegenomen naar het ziekenhuis waar verdachte verbleef en daar achter gelaten. [medeverdachte 1] heeft de brief weer mee terug genomen, nadat hij er zelf iets bij geschreven had. Blijkens de bevindingen van het NFI is de laatste passage in de brief (beginnend met "als die taximan …") waarschijnlijk geschreven door [medeverdachte 1].

Geconfronteerd met deze brief, heeft [getuige 1] verklaard dat de brief voor een deel verzinsels bevat; zij moest iets bedenken dat zij hetzelfde zouden verklaren zodat het het minst belastend zou zijn. Zij, [medeverdachte 1] en verdachte hebben wel besproken dat zij moesten vertellen hoe het gegaan was ingeval zij werden aangehouden. Dit wordt ondersteund door een tapgesprek tussen verdachte en [getuige 1] op 9 mei 2009, waarin laatstgenoemde zegt dat ze een verklaring heeft afgelegd, die totaal geen waarde had, want dat was wat ze hadden afgesproken.

Concluderend overweegt de rechtbank dat verdachte zijn verklaring in een zeer laat stadium heeft gedaan, immers pas ter zitting van de rechtbank op 20 april 2010, dus nadat het hele onderzoek was afgerond. Opmerkelijk daarbij is dat [verdachte] eerder niet heeft willen verklaren. De reden die hij daarvoor aanvoerde - afgezien van de wens om over een afgerond onderzoek te beschikken – is echter een reden die –indien al waar- thans nog steeds geldt: angst dat de Marokkanen hem en zijn familie iets zouden aandoen.

De door verdachte gepresenteerde versie van de gebeurtenissen bevat voorts enerzijds te veel ongerijmdheden en strijdigheden met anderszins vastgestelde feiten, en anderzijds lijkt die versie kloppend te zijn gemaakt met forensisch vastgestelde feiten en de eerder genoemde verklaring van [getuige 1] van 1 maart 2009.

Een en ander brengt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de verklaring van [verdachte] als ongeloofwaardig terzijde wordt gesteld.

B. Aanwezigheid [medeverdachte 1]

De aanwezigheid van [medeverdachte 1]bij en in de woning van [slachtoffer].

[verdachte] heeft ter zitting van de rechtbank van 20 april 2010 verklaard dat [medeverdachte 1] samen met in ieder geval [medeverdachte 2] en hijzelf in de gehuurde Fiat bij de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is aangekomen. Hoewel de rechtbank, zoals hiervoor is overwogen, geen geloof hecht aan de verklaring van [verdachte] dat hij door Marokkanen hiertoe is gedwongen, gaat de rechtbank er van uit dat de verklaring van [verdachte] dat hijzelf, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de Fiat naar Hurwenen zijn gereden, wel klopt.

Deze verklaring vindt immers ook steun in de aangetroffen sporen op de in de Fiat gevonden frisdrankflessen: een colafles en een Fantafles. Zoals onder de vaststaande feiten al is weergegeven, zijn op deze flessen DNA-sporen gevonden die van [medeverdachte 1] kunnen zijn. Op de colafles is tevens een vingerafdruk van [medeverdachte 1] aangetroffen.

In de Fiat is een sleutel van de loods in gebruik bij [verdachte] aangetroffen. Eenzelfde soort sleutel is gevonden in de garage van [slachtoffer], onderaan de trap . [verdachte] heeft verklaard dat hijzelf, zijn vrouw [getuige 1], en [medeverdachte 1] een sleutel van de loods hadden. Ook [medeverdachte 1] heeft verklaard dat alleen die drie personen over de sleutel van de loods beschikten, en misschien ook de vroegere eigenaar van de loods. [medeverdachte 1] verklaarde verder dat hij die sleutel altijd in zijn zak had. In aanmerking genomen dat er in het geheel geen aanwijzingen zijn dat [getuige 1] dan wel de vroegere eigenaar van de loods in de Fiat dan wel in Hurwenen aanwezig zijn geweest, gaat de rechtbank er van uit dat de in de Fiat aangetroffen sleutel, of de in de woning aangetroffen sleutel van de loods van verdachte [medeverdachte 1] was. De verklaring van [medeverdachte 1] dat hij met [medeverdachte 2] in de Fiat is geweest toen deze voor de woning in Hellevoetsluis stond geparkeerd, acht de rechtbank gezien de verklaringen van [verdachte] en [getuige 1] ongeloofwaardig. Immers, [verdachte] heeft verklaard dat hij de Fiat direct na terugkomst van de verhuurder (en enkele uren vóór het vertrek naar [naam 17]) in de loods heeft geplaatst en er niet mee naar huis is gereden; [medeverdachte 1] was met de Volvo vertrokken van de verhuurder. En [getuige 1] heeft verklaard dat zij met z’n allen in de Volvo van huis naar de loods zijn gereden. Hiermee is niet aannemelijk dat [medeverdachte 1] de sleutel al in Hellevoetsluis heeft verloren. Hij moet de sleutel dus verloren zijn in de Fiat onderweg naar of in Hurwenen (of in de garage, als de sleutel in de Fiat van [verdachte] was). Het sleutelverhaal draagt in ieder geval bij aan de conclusie dat [medeverdachte 1] in de Fiat en bij de woning van [slachtoffer] in Hurwenen is geweest.

De vraag is of uit de bewijsmiddelen ook kan worden afgeleid dat [medeverdachte 1] niet alleen bij, maar ook in de woning is geweest. Ten aanzien hiervan wijst de rechtbank op de volgende bewijsmiddelen.

[getuige 1] heeft verklaard dat voor zover zij wist [medeverdachte 1] binnen is geweest. Dit heeft ze bevestigd in een latere verklaring waarin zij zegt dat zij natuurlijk wist dat [medeverdachte 1] in de woning in Hurwenen was geweest, omdat hij haar dat eerder had verteld.

Voorts is in de tas van [getuige 1] de hiervoor reeds genoemde en deels geciteerde brief aangetroffen. Deze brief vangt aan met de zin: “Als er DNA van [medeverdachte 1] wordt gevonden dan moeten jullie het volgende verklaren:”. Deze zin zou geen enkel doel dienen, indien [medeverdachte 1] niet in de woning te Hurwenen zou zijn geweest. Uit deze zin kan dan ook niet anders wor-den afgeleid dan dat [medeverdachte 1] in de woning is geweest. Zij verklaart dit nadat zij in het verhoor is gevraagd naar de betreffende zin in de brief over het aantreffen van DNA. [getuige 1] legt dan uit dat zij die zin had geschreven, omdat zij wist dat bij [medeverdachte 1] DNA was afgenomen en zij verder “natuurlijk” wist dat [medeverdachte 1] in de woning was geweest. [verdachte], [medeverdachte 1] en zijzelf moesten dus een verhaal klaar hebben in geval er daadwerkelijk DNA van [medeverdachte 1] in de woning zou worden gevonden. [medeverdachte 1] heeft deze brief in handen gehad en er een passage aan toegevoegd; kennelijk vond hij het niet noodzakelijk deze tekst van [getuige 1] als overbodig door te strepen. Dat er uiteindelijk geen DNA van [medeverdachte 1] in de woning is gevonden doet hier niet aan af.

Ook de zin uit de brief “[medeverdachte 1] en jij moeten nog samen bespreken wanneer hij gevlucht is en wat hij heeft gezien” acht de rechtbank veelzeggend, in die zin dat ook hieruit volgt dat [medeverdachte 1] aanwezig is geweest bij de gebeurtenissen in de woning van [slachtoffer]. Anders zou er immers geen noodzaak zijn voor [medeverdachte 1] en zijn vader om met elkaar af te stemmen wanneer [medeverdachte 1] gevlucht is en wat hij gezien heeft. [medeverdachte 1] zou daar, als hij niet in de woning geweest was, immers niets over kunnen verklaren, dus ook geen verklaring kunnen afleggen die zou afwijken van een verklaring van zijn vader.

Daarnaast dragen ook verklaringen van [naam 21] bij aan de overtuiging van de rechtbank dat [medeverdachte 1] aanwezig is geweest in de woning van [slachtoffer]. [naam 21] heeft verklaard dat [getuige 1] in maart 2009 tegen hem had gezegd dat [medeverdachte 1] en [verdachte] beiden in Hurwenen waren. [naam 21] had eerst niet geweten dat [medeverdachte 1] er bij betrokken was. Later verklaart [naam 21] dat hij zich nog kan herinneren dat, toen hij kort na 23 september 2008 samen met [getuige 1], [medeverdachte 1] en [naam 20] op een terras zat, [medeverdachte 1] had gezegd dat het in Hurwenen verschrikkelijk uit de hand was gelopen. [naam 21] had toen nog niet in de gaten gehad dat [medeverdachte 1] bij dat uit de hand lopen betrokken was geweest.

Gelet op het hiervoor overwogene acht de rechtbank bewezen dat [medeverdachte 1] in de woning van de slachtoffers te Hurwenen aanwezig is geweest.

C. Kentekenplaten

De Belgische kentekenplaten die over de eigen kentekenplaten van de Fiat waren getaped, zijn in de nacht van 6 op 7 september 2008 tussen 19.00 uur en 11.00 uur gestolen van een auto die geparkeerd stond aan de [adres] te Hoogstraten, België. Historische printgegevens van de telefoon van [naam 30] wijzen uit dat deze telefoon op 6 september 2008 om 23.38 uur en op 7 september 2008 om 01.01 uur zendmasten in Breda aanstraalde. Ook de telefoon van [medeverdachte 1] heeft op 6 september 2008 om 23.08 uur een zendmast in Breda aangestraald. Hij had daarbij contact met de telefoon van [naam 30]. Voorts is de telefoon van [naam 30] die nacht om 00.22 uur gelokaliseerd op nog geen 221 meter van de plaats waar de kentekenpla-ten zijn gestolen. De afstand tussen Breda en Hoogstraten in België is ongeveer 15 kilometer. [naam 30] heeft verklaard dat hij zijn telefoon nooit uitleent. Voorts heeft [naam 30] geen aannemelijke verklaring gegeven voor zijn aanwezigheid in België toen en aldaar. De rechtbank acht dan ook aannemelijk dat [naam 30] de kentekenplaten heeft ontvreemd. En bij gebreke van een anderszins aannemelijke verklaring, kan het niet anders zijn geweest dan dat hij deze aan zijn vader ([verdachte]) en/of zijn broer ([medeverdachte 1]) heeft gegeven.

D Diefstal van geld en simkaart.

Wanneer op 24 september 2008 de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door de politie en/of brandweer betreden wordt, is de kluis op de slaapkamer van [slachtoffer 1] open. De kluis is leeg. Rondom de kluis (op het bed van [slachtoffer 1] en op de grond van de slaapkamer) worden de paspoorten van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], sleutels, een briefje met een kluiscode en diverse mapjes met onder andere autopapieren, aangetroffen. Diverse getuigen hebben verklaard dat [slachtoffer 1] altijd (veel) contant geld in huis en/of bij zich had in wisselende bedragen van soms wel duizenden euro’s. De conclusie is dan ook dat geld is ontvreemd uit de woning.

Voorts lag er een simkaart op de dorpel van de Fiat 500 aan de bijrijderzijde. Op het telefoon-nummer behorend bij deze simkaart is [slachtoffer 2] op 23 september 2008 gebeld door zijn vriendin [naam 18]. Deze simkaart moet dus in de telefoon van [slachtoffer 2] hebben gezeten. Op deze simkaart is bloed van [verdachte] aangetroffen . De conclusie kan niet anders zijn – zo zonder nadere redengevende verklaring –dan dat deze simkaart uit de woning is ontvreemd.

II Conclusies

1. Het hiervoor besproken bewijsmateriaal houdt in dat [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar Hurwenen zijn gegaan om geld te ontvreemden. Zij hebben immers de gehuurde Fiat vermomd en [verdachte] verkeerde in grote geldnood. Zij zijn alle drie in de woning geweest . Bij de overval zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] door het hoofd geschoten terwijl zij op de grond lagen en gekneveld waren. Voorts zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] mishandeld. Er is geld ontvreemd en een simkaart van [slachtoffer 2]. Ten slotte is brand gesticht.

2. De schoten waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van het leven zijn beroofd, waren gerichte schoten. Er zijn immers maar twee kogels en twee hulzen gevonden. En [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] lagen op de grond op hun rug op ver van elkaar verwijderde plaatsen, immers in de woonkamer en op zolder boven de garage. Het schieten kan dan ook niet anders zijn gebeurd dan na een –wellicht zeer kort- moment van beraad en levert dus moord op.

3. Het hiervoor besproken bewijsmateriaal is zeer belastend voor verdachte en wijst redengevend, zonder meer in zijn richting als - minstgenomen- iemand die ten nauwste betrokken is bij de overval in de woning. Verdachte ontkent strikt genomen ook niet iedere betrokkenheid; hij geeft immers toe dat hij ten tijde van het misdrijf op de plaats van het misdrijf is geweest. Wanneer er dan omstandigheden zouden zijn die, in afwijking van het voorhanden bewijsmateriaal, de conclusie zouden kunnen rechtvaardigen dat er 'meer aan de hand is' dan uit het dossier naar voren komt, en die in zekere zin ontlastend kunnen werken en twijfel kunnen zaaien over de juistheid van de aan het voorhanden bewijsmateriaal te ontlenen conclusies, is het aan de verdachte om daarover opheldering te verschaffen; hij is ook (in dit geval tezamen met de medeverdachte) de enige die een dergelijke opheldering zou kunnen verschaffen.

Verdachte doet dat echter niet. Hij volstaat met de stelling dat hij en zijn zoon het niet gedaan hebben en verklaart, behalve over zijn eigen malheur, niets over de exacte gang van zaken in de woning, noch over het voortraject, afgezien van het hiervoor besproken verhaal over de afpersers, dat de rechtbank echter, in de versie zoals door verdachte gepresenteerd, ongeloofwaardig voorkomt. Niet verklaren over wat er is gebeurd, is een recht van de verdachte en dat recht moet in de procedure worden gerespecteerd. Een en ander laat de rechtbank echter geen andere keus dan gevolgtrekkingen te verbinden aan de redengevende feiten en omstandigheden die de rechtbank wel bekend zijn. De rechtbank kan dan ook niet anders dan oordelen dat verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de moorden hebben medegepleegd, met als aannemelijk motief dat zij ontdekking wilden voorkomen. Immers verdachte (en zijn medeverdachte [medeverdachte 1]) zijn de enige(n) die aannemelijk kunnen maken dat voor (een van) hen het doden van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], ondanks hun aanwezigheid in huis, en ondanks hun roofzuchtige bedoelingen, een onvoorspel-en onvoorstelbare gebeurtenis was waarvan zij zich niet hebben kunnen distantiëren. Een en ander brengt mee dat de feiten 1 primair en 2 primair wettig en overtuigend bewezen zijn.

4. Hetzelfde geldt ten aanzien van de ontvreemding van het geld en de simkaart van [slachtoffer 2] alsmede de brandstichting waarvan het niet anders kan- zo zonder nadere redengevende verklaring- dan dat het is gebeurd om ontdekking van de daders van de overval te voorkomen. Ook hier kan de rechtbank niet anders dan oordelen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] deze feiten hebben medegepleegd.

De feiten 3 en 4 zijn daarom eveneens wettig en overtuigend bewezen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade A.[slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) op-zettelijk na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekneveld en/of met een vuurwapen een kogel door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden;

2.

hij in of omstreeks de nacht van 23 op 24 september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) op-zettelijk na kalm beraad en rustig overleg, die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of met een vuurwapen een kogel door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en brand hebben/heeft gesticht in een zolderkamer (van de garage) van de woning aan de [adres] te Hurwenen, tengevolge waarvan die [slachtoffer 2] is overleden;

3.

hij in de nacht van 23 op 24 september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een sim-kaartje en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) die [slachtoffer 1] hebben/heeft gekne-veld en/of die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschopt en/of geslagen en/of met een vuurwapen een kogel door het hoofd van die [slachtoffer 1] hebben/heeft geschoten en die [slachtoffer 2] hebben/heeft gekneveld en/of de hals van die [slachtoffer 2] (met kracht) hebben/heeft dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of met een vuurwapen een kogel door het hoofd van die [slachtoffer 2] hebben/heeft geschoten en/of brand hebben/heeft gesticht in een zolderkamer (van de garage) van de woning aan de [adres] te Hurwenen, zulks terwijl het feit werd gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning ([adres] te Hurwenen) en zulks ter-wijl het feit de dood van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] ten gevolge heeft gehad;

4.

hij in de nacht van 23 op 24 september 2008, te Hurwenen, gemeente Maasdriel, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk brand heeft gesticht, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk een brandbare (vloei-)stof (motorbenzine) hebben/heeft gesprenkeld en/of gegoten over de vloer en/of voorwerpen van/in een zolderkamer (van de garage) van een woning aan de [adres] te Hurwenen en die (vloei-)stof hebben/heeft gesprenkeld en/of gegoten over het lichaam van [slachtoffer 2] en/of (vervolgens) die (vloei-)stof in brand hebben/heeft gestoken en/of (aldus) brand hebben/heeft gesticht in die zolderkamer, ten gevolge waarvan brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de in (die zolderkamer van) die woning aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in (die zolderkamer van) die woning aanwezige perso(o)n(en), te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2];

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 telkens:

Medeplegen van moord

Ten aanzien van het onder de feiten 3 en 4 bewezenverklaarde:

De eendaadse samenloop van:

Diefstal voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of aan andere deelnemers hetzij de vlucht mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, de dood ten gevolg heeft gehad en wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

en

Medeplegen van opzettelijk brandstichten met gevaar voor goederen.

en

Medeplegen van opzettelijk brandstichten met gevaar voor personen.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Standpunt van de verdediging

De verdediging doet een beroep op overmacht. [verdachte] werd al geruime tijd afgeperst door een groep Marokkanen onder bedreiging van hem en zijn familie. Onder dwang van die Marokkanen is hij naar Hurwenen gereden. Hij heeft het belang van zijn familie voorrang moeten verlenen boven het belang van de familie [slachtoffer].

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie betoogt dat uitgebreid forensisch, telecom en getuigenonderzoek naar een eventuele betrokkenheid van derden bij de gebeurtenissen in Hurwenen geen enkel spoor heeft opgeleverd. Het verhaal van [verdachte] is dan ook onaannemelijk.

En indien al sprake zou zijn geweest van afpersing en/of dwang en/of bedreiging door Marokkanen, dan had [verdachte] zich daaraan op weg naar en in Hurwenen moeten en kunnen onttrekken. Het beroep op overmacht dient te worden verworpen.

Beoordeling door de rechtbank

Nu de rechtbank vast heeft gesteld dat het verhaal dat [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] onder bedreiging met vuurwapens door Marokkanen naar Hurwenen zijn gegaan niet geloofwaardig is, kan er ook geen sprake kan zijn van overmacht. De rechtbank verwerpt dit verweer. Ook voor het overige is er niet gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 30 maart 2010.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich schuldig gemaakt aan moord op twee mensen, die vooraf werd gegaan en gevolgd door andere gruwelijke daden. Het lichaam en gezicht van [slachtoffer 1] vertoonden tekenen van geweld, die er op duiden dat [slachtoffer 1] voorafgegaan aan de moord tevens ernstig is mishandeld. In de hals van [slachtoffer 2] zijn tekenen van verwurging geconstateerd. [slachtoffer 2] is voorts in de brand gestoken. Beide slachtoffers zijn gekneveld geweest en toen, terwijl ze machteloos op de grond lagen doodgeschoten door het hoofd. Dit alles –naar de rechtbank acht- om te voorkomen dat ontdekt zou worden dat verdachten de daders waren van de diefstal van geld.

Zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] hadden met de (geld-) problemen van [verdachte] en zijn gezin niets te maken. [slachtoffer 1] heeft zelfs [verdachte] geholpen door hem geld te lenen, een lening die [verdachte] nog niet had afgelost. Toch zijn zij op gruwelijk wijze om het leven gebracht enkel en alleen omdat [slachtoffer 1] over geld beschikte.

[slachtoffer 1] was een liefhebbende en geliefde vader, zoon en broer. [slachtoffer 2] was een liefhebbende en geliefde zoon, broer, kleinzoon en vriend; zijn leven is in de knop gebroken. Onmetelijk leed is toegebracht aan hen die om [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gaven. Niets kan hen ooit meer terug brengen.

Bij deze feiten past als genoegdoening en uit generaal preventief oogpunt geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een duur die de samenleving thans als langst tijdelijke gevangenisstraf geboden acht.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 47, 55, 57, 157, 289 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. J.P. Bordes, als voorzitter,

mr. I.D. Jacobs, rechter,

mr. F.J.H. Hovens, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. S. Westerdijk en mr. G.J.M. van Wijk, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 mei 2010.