Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM3220

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-04-2010
Datum publicatie
04-05-2010
Zaaknummer
05/516829-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zes en dertig) maanden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummers : 05/516829-08 en 05/503941-08

Datum zitting : 17 februari 2009 en 6 april 2010

Datum uitspraak : 20 april 2010

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum en plaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

Raadsman : mr. V.P.J Tuma, advocaat te Amersfoort.

1. De inhoud van de tenlasteleggingen

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, onder parketnummer 05/516829-08 tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 03 november 2008 te Bemmel, gemeente Lingewaard,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] van het leven te beroven, tezamen met verdachtes mededader(s), althans alleen, opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit,

- die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] bij het cultureel centrum

aldaar heeft/hebben opgewacht of naar die lokatie heeft/hebben gevolgd en/of

daar aanwezig zijn geweest en/of

- (vervolgens) toen en daar die [slachtoffer2] met een mes, althans met

een scherp voorwerp in het hoofd en/of in de borst heeft gestoken en/of

- meermalen, althans eenmaal, stekende bewegingen met een mes, althans met

scherp voorwerp, in de richting van het lichaam van die [slachtoffer1]

heeft/hebben gemaakt

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 3 november 2008 te Bemmel, mt een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten de Van Ambestraat, althans een parkeerplaats in de nabijheid van het aldaar gelegen cultureel centrum De Kinkel, in elk geval op of aan de openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2],

welk geweld bestond uit het opzettelijk slaan en/of stompen en/of trappen en/of schoppen, in ieder geval mishandelen van die [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] en/of opzettelijk steken met een mes, althans een scherp voorwerp van die [slachtoffer2];

en aan verdachte is onder parketnummer 05/503941-08 tenlastegelegd dat

hij op of omstreeks 23 november 2007 te Nijmegen met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Schaeck Matthonsingel, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer3] en/of [slachtoffer4] en/of

[slachtoffer5] welk geweld bestond uit het (meermalen) slaan en/of schoppen van die genoemde personen en/of het steken (met een mes, althans een scherp voorwerp) van die [slachtoffer5] en /of die [slachtoffer3];

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 6 april 2010 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. V.P.J Tuma, advocaat te Amersfoort.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 05/516829-08 primair en onder parketnummer 05/503941-08 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. Het bewijs

Parketnummer 05/503941-08

De vaststaande feiten

Op 23 november 2007 wordt [slachtoffer6] nabij het centraal station te Nijmegen door enkele mannen - ernstig- mishandeld, ook terwijl hij reeds in weerloze toestand op de grond lag. Zijn vrienden [vriend1] en [vriend2] staan in de onmiddellijke nabijheid van deze vechtpartij. [betrokkene1], [betrokkene2] [betrokkene3] en [verdachte] staan op dat moment voor de hal van het centraal station Nijmegen. Zij begeven zich allen richting de vechtpartij. Vervolgens wordt [slachtoffer3], een van de belagers van [slachtoffer6] twee maal in de rug gestoken. [slachtoffer5], ook een van de belagers van [slachtoffer6], wordt in de hals gestoken.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vindt het feit wettig en overtuigend bewezen. Met betrekking tot de strafmaat houdt de officier er rekening mee dat het een oud feit betreft.

Standpunt van de verdediging

Het feit kan niet wettig en overtuigend worden bewezen volgens de verdediging, nu verdachte en de medeverdachten niets over elkaars aandeel kunnen verklaren. Er is dan ook geen sprake van gezamenlijk handelen, maar ieder handelde voor zich. Onder deze omstandigheden kan niet gesproken worden van openlijk en in vereniging gepleegd geweld.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat weliswaar kan worden vastgesteld dat verdachte zich in de groep heeft bevonden, die naar de belagers van [slachtoffer6] zijn gegaan en dat vanuit die groep geweldshandelingen zijn verricht tegen [slachtoffer3], [slachtoffer4] en [slachtoffer5], maar het dossier biedt geen bewijs omtrent de feitelijke bijdrage van verdachte aan dit geweld. Slechts de aanwezigheid in de groep is onder de omstandigheden niet voldoende voor bewezenverklaring van openlijk en vereniging gepleegd geweld, nu niet gebleken is dat verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Dat hij na afloop van de vechtpartij het gebruikte mes heeft opgeraapt en meegenomen in de bus, maakt dit niet anders, nu het openlijk geweld toen reeds beëindigd was. Bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs zal de rechtbank verdachte vrij spreken van het tenlaste gelegde feit.

Parketnummer 05/516829-09

De vaststaande feiten op 3 november 2008

Op grond van de bewijsmiddelen staan de navolgende feiten, die ook niet betwist zijn, vast.

1. Op 3 november 2008 vond een vechtpartij plaats op een parkeerplaats te Bemmel nabij het cultureel centrum De Kinkel.

2 Aan die vechtpartij namen in ieder geval deel: Verdachte/[verdachte] (verder ook te noemen [verdachte], medeverdachte/ [betrokkene1] (verder ook te noemen [betrokkene1]), medeverdachte/[betrokkene4](verder ook te noemen [betrokkene4]), medeverdachte[betrokkene5] (verder ook te noemen [betrokkene5]), [slachtoffer1] (verder ook te noemen [slachtoffer1]) en [slachtoffer2] (verder ook te noemen [slachtoffer2]).

3. Tijdens de vechtpartij raakten de volgende personen gewond:

a. [slachtoffer2]: diepe steekwond door de borstkas heen de buik in waarbij de dikke en de dunne darmen zijn geraakt; breuk schouder; kneuzingen over het gehele lichaam, open wonden op de knieën en het behaarde hoofd. Het hart en de mild van [slachtoffer2] zijn net gemist; er was sprake van enig levensgevaar.

b. [slachtoffer1]: verwonding bovenzijde neus en tussen lip en onderkin; ontvelling rechtermiddelvinger; zwelling voorzijde linkeronderbeen; zwelling rechterknie.

c. [verdachte]: snijwond rechterzij van 4 cm; snijwond linkerschouder van 6 cm; verwonding rechterbovenarm; klaplong.

d. [betrokkene1]: snijwond linkerzij van 9 cm.

4. [verdachte], [betrokkene1], [betrokkene4] en [betrokkene5] zijn op de parkeerplaats gearriveerd in een rode Renault Clio. [betrokkene5] bestuurde de auto, [verdachte] zat naast hem, [betrokkene1] en [betrokkene4] zaten achterin.

5. [slachtoffer1] en [slachtoffer2] zijn op de parkeerplaats gearriveerd in de auto van [slachtoffer1], een donkerblauwe Mitsubishi Charisma.

6. [slachtoffer1] droeg een blauw jack en een camouflage broek. [slachtoffer2] droeg een blouse/jas die in het gele licht van de straatlantaarn beige oogde. [betrokkene5] droeg een beige/witte trui met capuchon en buidelzak.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht ten aanzien van de gebeurtenissen op 3 november 2008, het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Standpunt verdediging

De verdediging bepleit door het voeren van diverse bewijsverweren, een vrijspraak van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit. [verdachte] heeft geen mes gebruikt en is aangevallen door [slachtoffer1] en [slachtoffer2]. Van een gezamenlijk optreden van [verdachte] en zijn companen was geen sprake.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank kan op grond van de navolgende –zakelijk samengevat weergegeven- verklaringen van de, van de vechtenden, onafhankelijke getuigen gepast op de navolgende –zakelijk samengevat weergegeven – delen van de verklaringen van de vechtenden ten dele vaststellen wat zich op 3 november 2008 te Bemmel heeft afgespeeld.

a. Vooropgesteld

1. De rechtbank stelt bij het vaststellen van wat er gebeurd is voorop dat zij geloof hecht aan de verklaringen van [slachtoffer2]. De verwondingen van [slachtoffer2] zijn zodanig dat het volstrekt onwaarschijnlijk is dat hij zich zelf heeft verwond met een mes dat hij bij zich had en bij de vechtpartij ingezet zou hebben . Dit terwijl de verwondingen van [verdachte] en [betrokkene1] zodanig zijn dat deze passen bij de verklaringen van [slachtoffer2] dat hij met een van [verdachte] afgepakt mes heeft gezwaaid terwijl hij op zijn knieën zat . De rechtbank wijst er in dit verband op dat [slachtoffer2] ook open wonden aan zijn knieën had. [betrokkene1] en [verdachte] hadden immers “snijwonden” . Dit betekent dat naar het oordeel van de rechtbank [verdachte] een mes bij zich had en heeft gebruikt bij de vechtpartij.

2. Voorts acht de rechtbank het ongeloofwaardig dat [verdachte] die avond toevallig op de parkeerplaats nabij het cultureel centrum De Kinkel is terechtgekomen. Naar het oordeel van de rechtbank had [slachtoffer1] een schuld van Euro 5.000,- aan [[vader verdachte] , de vader van [verdachte] . De verklaring van [ vader verdachte] dat [slachtoffer1] boos op hem was omdat hij, [vader verdachte], weigerde 35 Euro aan [slachtoffer2] te lenen , acht de rechtbank ongeloofwaardig. Die middag is er telefonisch contact geweest tussen [slachtoffer1] en [vader verdachte] en tussen [slachtoffer1] en [verdachte]. Daarbij heeft [verdachte] verklaard dat hij op de hoogte was van het conflict tussen [slachtoffer1] en zijn vader, hetgeen hij later weer heeft ontkend. Dat contact heeft er naar het oordeel van de rechtbank toe geleid dat [verdachte] in verband met die schuld, voor hem gepland een ontmoeting met [slachtoffer1] had die avond op de parkeerplaats nabij cultureel centrum De Kinkel, waar [vader verdachte] en [slachtoffer1] die avond een taalles hadden .

b. De verklaringen van de –onafhankelijke- getuigen :

1. [getuige1] heeft verklaard dat hij 2 auto’s zag komen aanrijden, een rode en een zwarte Mitsubishi. Uit de rode auto stapten de bestuurder ([betrokkene5]) en de bijrijder ([verdachte] en daarna de twee andere personen ([betrokkene1] en [betrokkene4]). De mannen uit de rode auto liepen naar de mannen in de zwarte Mitsubishi. Er werd geschreeuwd en geslagen door 4 personen tegen 2 personen.

2. [getuige2] heeft verklaard dat hij op de parkeerplaats tussen de geparkeerde auto’s 6 personen zag, waarvan hij eerst dacht dat ze aan het voetballen waren. Vervolgens zag hij 1 man in camouflage broek en blauw jack tegen een auto leunen; hij herkende hem als een cursist ([slachtoffer1]). Een andere man in beige kleding ([slachtoffer2]) liep bij de groep weg , zijn richting op. In een rode auto stapten 4 mannen en de rode auto reed weg. De man die richting de andere man liep, kon de rode auto ternauwernood ontwijken. De man in de camouflage broek en blauw jack en de man met de beige kleding stapten in andere auto en reden eveneens weg. De man met de beige kleding bestuurde de auto.

3. [getuige3] verklaart dat zij met haar auto van de parkeerplaats wegreed. Zij zag 3 mannen de parkeerplaats oversteken, 2 van hen pakten overduidelijk de 3e man ([slachtoffer1]). Hij werd door een van hen vastgepakt en de andere sloeg hem met de vuist. Ze heeft getoeterd en is vervolgens langzaam het parkeerterrein afgereden. Ze zag vervolgens tussen 2 geparkeerde auto’s een man op zijn buik op de grond liggen. Hij werd omklemd door een andere man die een beigekleurige trui met capuchon en buidelzak aanhad ([betrokkene5]) . Naast hen stond een derde man. In zijn handen had hij een blank stuk hout en daarmee sloeg hij de omklemde man zeker tweemaal op rug en billen. Zij toeterde wederom en wilde net 112 bellen, toen zij een man in beige kleding, met een bebloed hoofd en in zijn hand een mes ([slachtoffer2]) in de richting van de omklemde man zag lopen. Hij zwaaide met het mes richting andere mannen, alsof hij hen uit de buurt wilde houden. [getuige3] had duidelijk de indruk dat deze man de omklemde man wilde helpen.

c. De verklaringen van verdachte en de medeverdachten

1. [slachtoffer2] verklaart dat hij met [slachtoffer1] in de auto van [slachtoffer1] op de parkeerplaats arriveerde. [slachtoffer1] stapte uit om de lerares van de taalcursus te vertellen dat hij te laat zou komen, hij moest [slachtoffer2] wegbrengen naar zijn schoonfamilie in Haalderen. Er kwam een rode auto aan waaruit 4/5 mannen stapten. Ze liepen op [slachtoffer1] af; hij hoorde [slachtoffer1] gillen. Hij is de auto uitgestapt en op hen afgelopen. Hij werd vervolgens geslagen en is op de grond gevallen. Hij is door [verdachte] aangevallen met een mes en gestoken. Dat mes heeft hij afgepakt en terwijl hij op zijn knieën zat, heeft hij met het mes boven zijn hoofd gezwaaid om aanvallers weg te jagen. Hij is als bestuurder met [slachtoffer1] in de auto gestapt om naar het ziekenhuis te rijden. Het mes heeft hij uit het raam gegooid.

2. [slachtoffer1] verklaart dat hij uit de auto is gestapt om naar het cultureel centrum De Kinkel te lopen. Hij werd aangevallen door veel mensen waaronder [verdachte]. [slachtoffer2] kwam hem te hulp. [verdachte] is met een mes achter [slachtoffer2] aangegaan; [slachtoffer2] is erin geslaagd het mes van [verdachte] af te pakken. Hijzelf werd ondertussen geslagen en geschopt door andere mannen.

3. [verdachte] verklaart dat hij met [betrokkene5] of [betrokkene1] uit de auto is gestapt om een frisse neus te halen. Hij zag [slachtoffer1] en is zonder reden op hem afgelopen omdat het een oude bekende was. [slachtoffer1] viel hem aan met een witte balk. Er kwam een 2e man bij. Die heeft [betrokkene1] en hem gestoken. Hij heeft [betrokkene5] op de grond zien liggen tussen 2 auto’s. Hij werd met de witte balk geslagen. Met z’n allen zijn ze vervolgens naar de auto gegaan en weggereden.

4. [betrokkene1] verklaart dat [verdachte] en [betrokkene5] uit de auto zijn gestapt om een sigaret te roken. Hij hoorde [verdachte] roepen en zag dat [verdachte] en [betrokkene5] aan het vechten waren met 2 jongens. Samen met [betrokkene4] is hij uit de auto gestapt. Hij hoorde [verdachte] roepen dat hij gestoken was met een mes. Hij is op de jongen met het mes afgelopen en heeft hem geslagen. De jongen zakte in elkaar en kwam daarna op hem aflopen, waarna hij voelde dat hij ook gestoken was in zijn buik. Onderwijl heeft hij [betrokkene5] en [betrokkene4] zien vechten met een andere jongen, waarbij [betrokkene5] een man vasthield.

5. [betrokkene5] verklaart dat hij gezien heeft dat een man stekende bewegingen met een mes maakte naar [verdachte] en [betrokkene1]. Hij zelf heeft gevochten met een man, die met een balk op hem af kwam lopen.

d. (Deel van de) Vechtpartij

De rechtbank stelt vast dat in ieder geval [verdachte] naar [slachtoffer1] is gelopen en dat de anderen zich daar snel bij hebben gevoegd. [slachtoffer2] is erbij gekomen om [slachtoffer1] te redden. De ontmoeting is in 2 groepen uiteengevallen. [verdachte] en [betrokkene1] enerzijds en [slachtoffer2] anderzijds zijn in gevecht geraakt, waarbij [slachtoffer2] is gestoken met een mes door [verdachte] en geslagen door [betrokkene1]. [slachtoffer2] is op de grond gevallen, heeft het mes van [verdachte] afgepakt en daarmee gezwaaid om zijn belagers van zich af te houden. Daarbij hebben [verdachte] en [betrokkene1] hun snijwonden opgelopen. [betrokkene5] en [betrokkene4] hebben gevochten met [slachtoffer1], waarbij [betrokkene5] [slachtoffer1] om de nek geklemd op de grond heeft gehouden terwijl [betrokkene4] [slachtoffer1] sloeg met een houten balk. [slachtoffer2] is op enig moment, toen hij gewond was, in de richting van de op grond liggende en door [betrokkene5] omklemde [slachtoffer1] gelopen met het mes nog in zijn hand. Daarna zijn [verdachte], [betrokkene1], [betrokkene5] en [betrokkene4] in hun auto gestapt en weggereden, waarbij [slachtoffer2] nog in de weg stond maar ontweken is. Ook [slachtoffer2] en [slachtoffer1] zijn in hun auto gestapt en weggereden. Dat is hen niet gelukt. Ze zijn teruggekeerd en hebben zich gewond gemeld in De Kinkel, alwaar de politie is gewaarschuwd en gekomen.

Voor zover de verdediging in het (bewijs-)verweer een andere vaststelling huldigt van wat feitelijk is gebeurd, passeert de rechtbank dus dat (bewijs-)verweer.

e. Het tenlastegelegde

Bovenstaande vaststelling van wat naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval gebeurd is, houdt in dat [verdachte] gepoogd heeft [slachtoffer2] te doden. Door een mes in te zetten en [slachtoffer2] daar te raken waar hij geraakt is, heeft [verdachte] naar algemene ervaringsregelen de aanmerkelijke kans voor lief genomen dat de afloop fataal zou zijn. Niet bewezen kan worden dat verdachte dit handelen in nauwe en bewuste samenwerking met een ander heeft gedaan. Het dossier biedt voorts onvoldoende aanknopingspunten dat voorafgaande aan dit handelen een moment van bezinning of kalm beraad is geweest. Wettig en overtuigend is daarom bewezen dat:

onder parketnummer 05/516829-08

hij op 03 november 2008 te Bemmel, gemeente Lingewaard,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [[slachtoffer2]ffer2] van het leven te beroven, opzettelijk

- die [slachtoffer1] en [slachtoffer2] bij het cultureel centrum

aldaar heeft opgewacht en daar aanwezig is geweest en

- (vervolgens) toen en daar die [slachtoffer2] met een mes in het hoofd en/of in de borst

heeft gestoken en terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het onder parketnummer 05/516829-08 primair bewezenverklaarde levert op:

Poging doodslag.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Verdachte heeft betoogd dat hij werd aangevallen door [slachtoffer1] en [slachtoffer2] en zich daartegen heeft verdedigd. Al wat overwogen is ten aanzien van het bewijs houdt evenwel in dat de rechtbank het verhaal van verdachte niet aannemelijk acht.

De steekverwondingen van [slachtoffer2] zijn door verdachte toegebracht en niet aannemelijk is geworden dat verdachte zo werd belaagd/aangevallen dat hij genoodzaakt was te handelen zoals hij heeft gedaan.

Het beroep op noodweer(exces) wordt dan ook niet gehonoreerd.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 22 januari 2009;

• een voorlichtingsrapport, gedateerd 12 februari 2009, opgemaakt door [deskundige], betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft [slachtoffer2] zonder enige noodzaak zwaar verwond. Van enig levensgevaar was sprake. Verdachte was erop uit om op een of andere manier ervoor te zorgen dat [slachtoffer1] de schuld die hij bij de vader van verdachte had, zou (gaan) betalen. Hij heeft gewapend met een mes het recht in eigen handen genomen. [slachtoffer2] was daar toevallig bij en werd slachtoffer zonder voor hem duidelijke reden. Dit alles maakt dat verdachte een zeer ernstig feit heeft gepleegd waarvoor geen andere straf passend is dan een langdurige - zoals ook door de officier qua modaliteit is geëist- onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De door de officier van justitie geëiste straf is naar het oordeel van de rechtbank ook qua duur in overeenstemming met wat in vergelijkbare gevallen wordt opgelegd. Over de persoon van verdachte zijn geen feiten en omstandigheden gebleken die de rechtbank leiden tot een lagere of hogere duur van de op te leggen straf.

De eis van de officier van justitie zal dan ook gevolgd worden.

6a. De beoordeling van de civiele vordering van [slachtoffer5] met betrekking tot parketnummer 05/503941-08

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van de geleden schade.

De benadeelde partij [slachtoffer5] vordert een bedrag van € 1200,-.

De verdachte heeft de vordering van de benadeelde weersproken en heeft te kennen gegeven niet bereid te zijn deze schade te vergoeden.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, nu verdachte van het hem onder parketnummer 05/503941-08 tenlastegelegde wordt vrijgesproken

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt de verdachte vrij met betrekking tot het onder parketnummer 05/503941-08 tenlastegelegde.

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder

punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zes en dertig) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer¬legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Aldus gewezen door:

mrs. M.M.L.A.T. Doll (voorzitter), J.P. Bordes, D.R. Sonneveldt,

in tegenwoordigheid van mr. G. Croes (griffier).

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 april 2010.