Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM2151

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-04-2010
Datum publicatie
23-04-2010
Zaaknummer
190996
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eis.conv./ged.reconv. legt aan haar vordering ten grondslag dat zij met gedn.conv./eis.reconv.is overeengekomen dat een maandelijkse rentevergoeding betaald zou worden voor de exploitatie van de manege en pensionstalling. Zij vordert nakoming van die overeenkomst, in die zin dat zij betaling van de facturen vordert. Verder stelt eis.conv./ged.reconv. dat zij na terugname van de exploitatie van de manege en de pensionstalling schoonmaakkosten heeft moeten maken, omdat een en ander niet schoon was achtergelaten door gedn.conv./eis.reconv.. Zij beroept zich derhalve op een tekortkoming in de nakoming van de verplichting van gedn.conv./eis.reconv. de zaken schoon achter te laten. Zij vordert betaling van die schoonmaakkosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 190996 / HA ZA 09-1834

Vonnis van 21 april 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eis.conv./ged.reconv.],

gevestigd te [vest.plaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A. de Feijter te Arnhem,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[ged.1conv./eis.1reconv.],

gevestigd te [vest.plaats],

2. [ged.2conv./ged.2reconv.],

wonende te [woonplaats],

3. [ged.3conv./eis.3reconv.],

wonende te [woonplaats],

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[ged.4conv/eis.4reconv.].,

gevestigd te [vest.plaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. E. Boersma te Tiel.

Eiseres zal hierna [eis.conv./ged.reconv.] genoemd worden. Gedaagden zullen [ged.1conv./eis.1reconv.], [ged.2conv./eis.2reconv.], [ged.3conv./eis.3reconv.] en Beheer genoemd worden. Gedaagden zullen gezamenlijk als [gedaagden] aangeduid worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- Het tussenvonnis van 16 december 2009

- Het proces-verbaal van comparitie van partijen van 8 maart 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. V.o.f. [gedaagden] is op 1 januari 2009 opgericht. Haar vennoten zijn [ged.3conv./eis.3reconv.], [ged.2conv./eis.2reconv.] en Beheer.

2.2. De aandelen in [eis.conv./ged.reconv.] worden gehouden door [naam Holding] [naam Holding] houdt daarnaast de aandelen in [naam park] en [naam restaurant] De aandelen in [naam Holding] worden gehouden door [betrokkene1] en de heer [betrokkene2].

2.3. Tussen ‘[betrokkene1]’ en ‘de heer [betrokkene2]’ als verkopers enerzijds en [ged.2conv./eis.2reconv.] en [ged.3conv./eis.3reconv.] als kopers anderzijds is op 24 december 2008 een ‘intentieovereenkomst inzake [naam Holding]’ gesloten. In deze overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

‘Beide partijen zijn overeengekomen tot een tot standkoming van een koop/verkoopovereenkomst met als doel een complete overname van [naam Holding] met de daartoe behorende BV’s: [eis.conv./ged.reconv.] [gedaagden] BV; [naam park] en [naam restaurant] met alle daarbij behorende roerende en onroerende zaken.

• Het doel van de koper is het in stand houden van pensionstalling, het organiseren van zoveel mogelijk activiteiten aangaande [eis.conv./ged.reconv.] [gedaagden] BV en het exploiteren van restaurant [gedaagden].

• Het doel van de verkoper is het realiseren van de koopovereenkomst met een toezegging voor het garant staan voor een bepaalde tijd voor een nader te noemen bedrag, indien nodig.

Beide partijen verklaren hiermede een koop/verkoopovereenkomst aan te gaan voor een bedrag van € 2.000.000,=. De termijn waarop alles gerealiseerd c.q. wenselijk is, is voorlopig vastgesteld op 1 januari 2009. Beide partijen werken er naartoe deze datum te realiseren.

Bovenstaande is alleen dan van kracht onder voorbehoud van financiering koper en na verrekening schulden en tegoeden van bovengenoemde BV’s aangaande verkoper.

(…)’

2.4. Met ingang van 1 januari 2009 is, vooruitlopend op de uitvoering van deze overeenkomst, de exploitatie van [eis.conv./ged.reconv.] al overgedragen aan [ged.1conv./eis.1reconv.]. Dit betrof de exploitatie van de pensionstalling en de manege. In dat kader heeft [ged.1conv./eis.1reconv.] de in die tijd aan [eis.conv./ged.reconv.] gerichte facturen voldaan en de betaling van klanten voor de stalling van hun paarden ontvangen en behouden. Daarnaast heeft [ged.1conv./eis.1reconv.] de werknemer van [eis.conv./ged.reconv.] in dienst genomen.

2.5. Voor zij de exploitatie op zich nam hebben [eis.conv./ged.reconv.] en [ged.1conv./eis.1reconv.] een overzicht opgesteld van de aanwezige voorraden. [eis.conv./ged.reconv.] heeft voor de afrekening van deze voorraden aan [ged.1conv./eis.1reconv.] op 26 januari 2009 een factuur gestuurd ten bedrage van € 26.614,53, waarvan een bedrag van € 8.690,00 zag op de overname van de voorraden. Deze factuur is voldaan voor zover deze zag op de voorraden.

2.6. [ged.1conv./eis.1reconv.] heeft twee nieuwe poetsplaatsen gecreëerd. Verder heeft zij twee stallen afgebroken en elders opnieuw opgebouwd, een zadelkamer gecreëerd en het zand in de bak laten aanvullen. De kosten die hiermee gemoeid waren bedroegen € 12.697,82 incl. btw.

2.7. Op 16 februari 2009 heeft [eis.conv./ged.reconv.] aan [ged.1conv./eis.1reconv.] een factuur gestuurd met de volgende tekst:

‘Rente Januari 2009: € 8.125,=

Totaal te betalen: € 8.125,=’

2.8. Deze factuur is door Beheer op 19 maart 2009 voldaan. [eis.conv./ged.reconv.] heeft verder nog de volgende facturen gestuurd:

datum factuur rente over maand bedrag

23 februari 2009 februari 2009 € 8.125,00

27 maart 2009 maart 2009 en correctie januari en februari € 8.749,99

23 april 2009 april 2009 € 8.333,33

12 mei 2009 mei 2009 € 8.333,33

12 juni 2009 juni 2009 € 8.333,33

18 september 2009 juli en augustus 2009 € 16.666,66

totaal € 58.541,64

2.9. Deze facturen zijn niet betaald.

2.10. [ged.2conv./eis.2reconv.] en [ged.3conv./eis.3reconv.] hebben de financiering voor de koop niet rond kunnen krijgen en hebben zich beroepen op het financieringsvoorbehoud.

2.11. Op 19 juni 2009 heeft [eis.conv./ged.reconv.] de exploitatie weer van [ged.1conv./eis.1reconv.] overgenomen, nadat [ged.2conv./eis.2reconv.] en [ged.3conv./eis.3reconv.] daar meermalen op hadden aangedrongen. Op 19 juni 2009 heeft ook een oplevering plaatsgevonden, waarbij de voorraden zijn geteld of geschat en de staat van de manege en pensionstallen is vastgesteld en goedgekeurd.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eis.conv./ged.reconv.] vordert samengevat - veroordeling van [gedaagden] tot betaling van € 58.541,64 ter zake van de maandelijkse rentevergoedingen en € 2.380,00 ter zake van de schoonmaakkosten, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten van € 1.788,- en de wettelijke rente over alle bedragen vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.

3.2. [eis.conv./ged.reconv.] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij met [gedaagden] is overeengekomen dat een maandelijkse rentevergoeding betaald zou worden voor de exploitatie van de manege en pensionstalling. Zij vordert nakoming van die overeenkomst, in die zin dat zij betaling van de facturen vordert. Verder stelt [eis.conv./ged.reconv.] dat zij na terugname van de exploitatie van de manege en de pensionstalling schoonmaakkosten heeft moeten maken, omdat een en ander niet schoon was achtergelaten door [gedaagden]. Zij beroept zich derhalve op een tekortkoming in de nakoming van de verplichting van [gedaagden] de zaken schoon achter te laten. Zij vordert betaling van die schoonmaakkosten. Tenslotte vordert [eis.conv./ged.reconv.] veroordeling van [ged.1conv./eis.1reconv.] in de kosten van de procedure.

3.3. [gedaagden] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. [gedaagden] vordert samengevat –, na vermindering van haar eis ter comparitie, veroordeling van [eis.conv./ged.reconv.] tot betaling van € 74.763,01 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 8.125,00 vanaf 19 maart 2009 en voor het restant vanaf de dag van de conclusie van eis in reconventie (2 december 2009), met veroordeling van [eis.conv./ged.reconv.] in de kosten van de procedure.

3.5. [gedaagden] vordert in de eerste plaats op grond van onverschuldigde betaling terugbetaling van het bedrag van € 8.125,00 dat zij naar aanleiding van de factuur van 26 januari 2009 per abuis heeft betaald aan [eis.conv./ged.reconv.]. Zij stelt dat daarvoor geen grondslag bestond, omdat zij geen exploitatievergoeding is overeengekomen met [eis.conv./ged.reconv.]. Verder vordert [gedaagden] betaling van de bij de overdracht van de exploitatie op 19 juni 2009 achtergelaten voorraden. [gedaagden] vordert voorts betaling van een bedrag van € 36.000,00 op grond van ongerechtvaardigde verrijking, omdat [ged.2conv./eis.2reconv.] en [ged.3conv./eis.3reconv.] gedurende een half jaar werkzaamheden hebben verricht voor [eis.conv./ged.reconv.] en daarvoor geen loon hebben ontvangen. Zij stelt daartoe dat de werkzaamheden die [ged.2conv./eis.2reconv.] en [ged.3conv./eis.3reconv.] hebben verricht te kwalificeren zijn als managementwerkzaamheden en dat daarvoor een redelijke vergoeding had moeten worden betaald. Deze redelijke vergoeding stelt zij op hetbedrag van € 36.000,00. Ten slotte vordert [gedaagden] betaling van een bedrag van € 12.967,82, eveneens op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Zij stelt dat [eis.conv./ged.reconv.] ongerechtvaardigd is verrijkt door de verbeteringen die [gedaagden] op haar kosten heeft aangebracht aan de bak, de poetsplaats en de zadelkamer.

3.6. [eis.conv./ged.reconv.] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. [gedaagden] voert aan dat zij niet met [eis.conv./ged.reconv.] is overeengekomen dat zij voor de exploitatie van het [eis.conv./ged.reconv.] een rentevergoeding zou betalen. De factuur van 26 januari 2009 heeft zij per abuis betaald. Verder voert zij aan dat een exploitatievergoeding voor de periode na 19 juni 2009, toen [eis.conv./ged.reconv.] de exploitatie zelf weer ter hand nam, sowieso niet aan de orde kan zijn.

4.2. [eis.conv./ged.reconv.] stelt dat zij wel degelijk met [ged.1conv./eis.1reconv.] is overeengekomen dat een exploitatievergoeding zou worden betaald. Zij stelt dat dat in een gesprek tussen de heer Van Oort en [ged.2conv./eis.2reconv.] is afgesproken. Dat gesprek vond volgens [eis.conv./ged.reconv.] plaats nadat de exploitatie al was overgenomen. Ook de wijze waarop de rente is berekend is in dat gesprek aan de orde geweest volgens [eis.conv./ged.reconv.]. Zij stelt dat toen is besproken dat deze vergoeding overeen zou komen met 5% van 1/12e deel van de koopsom van € 2.000.000,00, omdat dat bedrag ongeveer gelijk zou zijn aan de rente die [gedaagden] na de overname aan de bank zou moeten betalen. Tot maart 2009 werd nog uitgegaan van een koopprijs van € 1.950.000,00, waardoor de vergoeding in de maanden januari en februari 2009 nog 5% van 1/12e deel van € 1.950.000,00, derhalve € 8.125,00, bedroeg. [eis.conv./ged.reconv.] stelt dat het ongeloofwaardig is dat de factuur van 26 januari 2009 per abuis betaald is.

4.3. Nu [eis.conv./ged.reconv.] zich beroept op het bestaan van de overeenkomst tussen partijen en daarvan nakoming vordert en het bestaan van deze overeenkomst gemotiveerd wordt betwist door [gedaagden], dient [eis.conv./ged.reconv.] op grond van de hoofdregel van art. 150 Rv. het bestaan van de overeenkomst tot betaling van een rentevergoeding van € 8.333,33 per maand te bewijzen. Aan haar zal dit bewijs worden opgedragen. De rechtbank ziet geen aanleiding om reeds als vaststaand aan te nemen dat de overeenkomst bestaat, zoals [eis.conv./ged.reconv.] heeft betoogd.

4.4. Als [eis.conv./ged.reconv.] niet slaagt in dit bewijs, zal haar vordering ter zake van de rentevergoeding worden afgewezen. Indien [eis.conv./ged.reconv.] slaagt in dit bewijs zal de vordering ter zake van de rentevergoedingen over de periode tot 19 juni 2009 aan haar moeten worden toegewezen. De rechtbank is van oordeel dat geen rechtsgrond bestaat voor het toewijzen van de vordering over de periode nadat de exploitatie weer was overgedragen aan [eis.conv./ged.reconv.]. Dat [eis.conv./ged.reconv.] pas in september 2009 een andere exploitant heeft gevonden maakt nog niet dat [gedaagden] over de periode waarin geen exploitant was gevonden een exploitatievergoeding dient te betalen aan [eis.conv./ged.reconv.]. Zij exploiteerde de manege en pensionstalling in die periode immers niet. Dat was overeengekomen ook over die periode een vergoeding te betalen is gesteld noch gebleken. Dat [eis.conv./ged.reconv.] ‘onder voorbehoud van alle rechten’ de exploitatie heeft overgenomen van [gedaagden] maakt dit niet anders. De vordering zal dan ook in zoverre worden afgewezen.

4.5. De vordering van [eis.conv./ged.reconv.] tot betaling van de schoonmaakkosten is gegrond op een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen, nu uit het de contractuele plicht van de [ged.1conv./eis.1reconv.] was om een en ander in dezelfde staat, derhalve schoon, op te leveren bij het einde van de overeenkomst. De rechtbank stelt vast dat [gedaagden] niet in gebreke is gesteld ter zake van deze schoonmaak. De kosten van schoonmaak zijn eerst in de dagvaarding aan de orde gesteld en gevorderd, nadat de kosten al gemaakt waren. De vordering van de schoonmaakkosten kan niet worden toegewezen, omdat verzuim aan de zijde van [gedaagden] daarvoor vereist is, gelet op het bepaalde in art. 6:74 en 6:82 BW. Een ingebrekestelling dient op grond van art. 6:82 BW schriftelijk plaats te vinden. De vordering zal dan ook in zoverre worden afgewezen.

4.6. Indien [eis.conv./ged.reconv.] bewijs wenst te leveren door middel van het horen van getuigen geldt het volgende. Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.

4.7. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank op een zitting bepaald voor de getuigenverhoren een mondeling tussenvonnis kan wijzen waarbij een verschijning van partijen op diezelfde zitting wordt bevolen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Zij moeten daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen. Een rechtspersoon moet ter zitting vertegenwoordigd zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoordiging.

4.8. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

in reconventie

4.9. Ten aanzien van de terugbetaling van hetgeen [ged.1conv./eis.1reconv.] heeft betaald op de factuur van januari 2009 voert [eis.conv./ged.reconv.] aan dat deze factuur niet onverschuldigd is betaald, nu partijen de betaling van de exploitatievergoeding zijn overeengekomen. De rechtbank heeft in conventie aan [eis.conv./ged.reconv.] bewijs opgedragen van dit standpunt en zal de beslissing over deze vordering in reconventie aanhouden tot na de bewijslevering. Indien [eis.conv./ged.reconv.] niet slaagt in haar bewijs, dient [eis.conv./ged.reconv.] dit bedrag aan [ged.1conv./eis.1reconv.] terug te betalen op grond van onverschuldigde betaling nu voor de betaling alsdan geen rechtsgrond bestond. Indien [eis.conv./ged.reconv.] wel slaagt in haar bewijs, zal de vordering van [ged.1conv./eis.1reconv.] op dit punt worden afgewezen. Van onverschuldigde betaling is in dat geval geen sprake.

4.10. [eis.conv./ged.reconv.] voert met betrekking tot de gevorderde managementvergoeding aan dat geen rechtsgrond bestaat voor het betalen van een dergelijke vergoeding. De rechtbank stelt bij haar beoordeling van dit punt voorop dat tussen partijen vast staat dat [ged.1conv./eis.1reconv.] de exploitatie van de manege en de pensionstallen vanaf 1 januari 2009 voor eigen rekening en risico heeft overgenomen, op grond van een mondelinge overeenkomst. Eveneens staat vast dat zij de opbrengsten van de pensionstallen heeft geïnd en behouden. Vast staat verder dat een managementvergoeding niet is besproken of overeengekomen. De rechtbank is, gelet op deze feiten, van oordeel dat geen rechtsgrond bestaat voor een managementvergoeding. Van ongerechtvaardigde verrijking is geen sprake, nu partijen een exploitatieovereenkomst hebben gesloten en de werkzaamheden derhalve hun grondslag vonden in een rechtshandeling. Dat daarvoor geen vergoeding is afgesproken in de exploitatieovereenkomst maakt nog niet dat [eis.conv./ged.reconv.] ongerechtvaardigd is verrijkt. Ongerechtvaardigd is een verrijking immers niet, als zij het gevolg is van een rechtshandeling (Parlementaire Geschiedenis Boek 6 BW, MvT II, p. 829). De vordering zal in zoverre worden afgewezen.

4.11. Met betrekking tot de gevorderde bedragen ter zake van de verbetering aan de zadelkamer, poetsplaats en de bak voert [eis.conv./ged.reconv.] aan dat ook hier geen sprake is van ongerechtvaardigde verrijking, omdat deze verbeteringen voor haar geen (meer)waarde hebben en zij daarom niet is verrijkt. Zij voert aan dat voor deze verbeteringen geen toestemming is gevraagd aan haar. De vraag of de verbeteringen een subjectieve meerwaarde hebben gehad voor degene die is verrijkt, is naar het oordeel van de rechtbank niet relevant. Of van een verrijking sprake is dient immers te worden beoordeeld aan de hand van de vraag of sprake is van een toename van het vermogen van de verrijkte. Die verrijking wordt bepaald aan de hand van een vergelijking van de vermogenstoestand van de verrijkte na de verrijking met de vermogenstoestand van de verrijkte zoals die zou zijn geweest indien de verrijking niet zou hebben plaatsgevonden. De rechtbank is van oordeel dat het creëren van een poetsplaats en een zadelkamer en het aanvullen van zand in de bak hebben geleid tot een verrijking van de vermogenstoestand van [eis.conv./ged.reconv.]. De poetsplaats en zadelkamer zijn immers toegevoegd aan de bestaande voorzieningen van de manege. Het aangevulde zand in de bak heeft de kwaliteit van de bak verbeterd. De verrijking kan worden vastgesteld op het bedrag van de verarming, die gelijk is aan de kosten die gemoeid waren met deze verbeteringen. Dat bedrag is op zichzelf niet betwist door [eis.conv./ged.reconv.] en komt de rechtbank ook overigens redelijk voor. Het door [gedaagden] op dit punt gevorderde bedrag komt dan ook voor vergoeding in aanmerking en zal aan [gedaagden] worden toegewezen. Het betreft een bedrag van € 12.967,82.

4.12. Ter comparitie heeft [ged.1conv./eis.1reconv.] gesteld dat zij haar vordering wijzigt in die zin dat zij betaling vordert van de voorraden die zij heeft achtergelaten bij de overdracht van de exploitatie. Ter comparitie heeft [eis.conv./ged.reconv.] deze wijziging op zichzelf niet betwist. [ged.1conv./eis.1reconv.] heeft de eiswijziging nog niet onderbouwd met gegevens waaruit blijkt welk bedrag hiermee gemoeid is. [gedaagden] zal daartoe in de gelegenheid worden gesteld door het nemen van een akte. [eis.conv./ged.reconv.] zal daarop bij antwoordakte mogen reageren. De rechtbank zal de zaak in reconventie naar de rol verwijzen voor het nemen van deze akte door [gedaagden].

4.13. Ter comparitie heeft [gedaagden] de vorderingen ter zake van de huur van de woning en de stallingsgelden van de paarden ingetrokken. Deze vorderingen blijven hier verder dan ook onbesproken.

4.14. Gelet op hetgeen onder r.ov. 4.9 en 4.12 is overwogen houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. draagt [eis.conv./ged.reconv.] op te bewijzen dat zij met [gedaagden] is overeengekomen dat [gedaagden] met ingang van 1 januari 2009 in verband met de exploitatie een rentevergoeding zou betalen van € 8.333,33 per maand,

5.2. bepaalt dat, indien [eis.conv./ged.reconv.] het bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. S.H. Bokx-Boom in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op maandag 12 juli 2010 van 10:00 tot 12:00 uur,

5.3. bepaalt dat [eis.conv./ged.reconv.] binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank -ter attentie van de enquêtegriffie van de sector civiel (e-mail: rc.civiel.rb.arnhem@rechtspraak.nl)- en aan de wederpartij moet berichten of hij bewijs door getuigen wil leveren en zo ja, onder opgave van het aantal en de namen van de te horen getuigen.

5.4. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank -ter attentie van de enquêtegriffie van de sector civiel (e-mail: rc.civiel.rb.arnhem@rechtspraak.nl)

- om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van het aantal en de namen van de te horen getuigen en de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op de datum waarop nadere dag- en uurbepaling wordt verzocht,

5.5. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle bewijsstukken die zij nog in het geding willen brengen aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.6. houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

5.7. bepaalt dat de zaak op de rol van 19 mei 2010 wordt geplaatst voor het nemen van een akte eiswijziging door [gedaagden] en dat de zaak daarna op de rol van 16 juni 2010 wordt geplaatst voor het nemen van een antwoordakte door [eis.conv./ged.reconv.].

5.8. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Bokx-Boom en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2010.