Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM2058

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
22-03-2010
Datum publicatie
23-04-2010
Zaaknummer
AWB 08/5277
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

8:29-procedure project Bank Zonder Naam. Beperkte kennisneming draaiboek en overige stukken project Bank Zonder Naam gerechtvaardigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2010-0823
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

registratienummers: AWB 08/5277 en 08/5278

beslissing als bedoeld in artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 22 maart 2010

in het geding tussen

[X], wonende te [Z], eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Rivierenland, kantoor Arnhem, verweerder.

1. Procesverloop

1.1 Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 1995 een navorderingsaanslag (aanslagnummer [000].H57) inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, alsmede voor het jaar 1996 een navorderingsaanslag vermogensbelasting (aanslagnummer [000].K67). Daarnaast heeft verweerder bij afzonderlijke beschikkingen vergrijpboetes opgelegd.

1.2 Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 14 oktober 2008 de navorderingsaanslagen en de boetebeschikkingen gehandhaafd.

1.3 Eiser heeft daartegen bij brief van 20 november 2008, ontvangen bij de rechtbank op 21 november 2008, beroep ingesteld.

1.4 Eiser heeft in de motivering van zijn beroepschrift verweerder verzocht om toezending aan de rechtbank van alle op de zaak betrekking hebbende stukken. Hij verzoekt daarbij in het bijzonder om overlegging van de navolgende stukken:

• de Belgische aanbiedingsbrief en de daarbij behorende Nota met bijlagen, met name de rekeningstandenlijsten;

• de gegevens die gebruikt zijn om de authenciteit en betrouwbaarheid van de rekeningstandenlijsten vast te stellen, te weten gegevens van meewerkende rekeninghouders uit andere projecten alsmede de uitslagen van de gehouden chikwadraattoets.

1.5 Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en daarbij de navolgende – voor zover van belang - op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd:

• een geschoonde versie van de aanbiedingsbrief van 18 februari 2005 uit België;

• een geschoonde versie van de daarbij behorende Nota;

• geschoonde versies van de eerste en laatste pagina, alsmede de pagina van het renseignement waarop eiser staat vermeld, van de bij de Nota behorende bijlagen B1, B2, B6 (hierna: geschoonde rekeningstandenlijsten B1, B2, B6) en bijlage B9 (hierna: de geschoonde adressenlijst);

• geschoonde versies van de overige bij de Nota behorende bijlagen, B3, B4, B5, B7, B8, B10, B11 en B12 (van deze laatste bijlage een ongeschoonde versie);

• een geschoonde versie van het draaiboek Bank Zonder Naam;

• fotokopie van het proces-verbaal van identificatie inclusief de daarin genoemde bijlage (ongeschoond);

• geschoonde versie van afschrift van de onderliggende stukken welke zijn gebruikt voor de berekening van de redelijke schatting

• een geschoonde versie van de brief van de bevoegde Belgische belastingautoriteiten d.d. 13 november 2007.

1.6 Bij brief van 17 september 2009 heeft verweerder de navolgende stukken aan de rechtbank doen toekomen:

• Een proces-verbaal van 15 juni 2009 met betrekking tot het uitvoeren van de chikwadraattoets;

• Een toelichting bij kennisgeving navordering.

De rechtbank heeft deze brief met de daarbij gevoegde stukken doorgezonden aan eiser.

1.7 Op 17 september 2009 heeft verweerder een verzoek gedaan om beperkte kennisneming ingevolge artikel 8:29, eerste lid, van de Awb ten aanzien van de navolgende op de zaak betrekking hebbende stukken en de ongeschoonde versies daarvan aan de rechtbank overgelegd:

A. de Belgische aanbiedingsbrief van 18 februari 2005;

B. de bij de Belgische aanbiedingsbrief bijbehorende Nota;

C. de eerste en laatste pagina van bij de Nota behorende bijlagen B1, B2, B6 en B9 (de rekeningstandenlijsten en de adressenlijsten) en de pagina van het renseignement waarop eiser staat vermeld;

D. de overige bij de Nota behorende bijlagen B3, B4, B5, B7, B8, B10, B11;

E. gegevens van meewerkende belastingplichtigen in eerdere projecten;

F. gegevens met betrekking tot de chikwadraattoets;

G. gegevens met betrekking tot de redelijke schatting;

H. de gegevens met betrekking tot de verhouding meewerkers/weigeraars/ontkenners;

I. het Draaiboek Bank Zonder Naam;

J. memo identificatieproces van 24 november 2006;

K. toelichting kennisgeving navordering van 5 november 2007;

L. brief van 13 november 2007 van de Belgische belastingautoriteiten waarin toestemming wordt verleend de gegevens te gebruiken voor de belastingheffing.

Bij dit verzoek heeft verweerder tevens geschoonde versies van de genoemde stukken gevoegd, zoals deze bij het verweerschrift (zie hiervoor a tot en met h) en in aanvulling daarop bij brief van 17 september 2009 (zie hiervoor i en j) aan de rechtbank en aan eiser zijn verstrekt.

1.8 De rechtbank heeft een afschrift van de brief van verweerder van 17 september 2009 en de geschoonde versies van de stukken doorgezonden aan eiser. Op 12 oktober 2009 heeft eiser gereageerd op de toegezonden stukken en zich in algemene bewoordingen op het standpunt gesteld dat de ongeschoonde versies van de stukken ook aan hem moeten worden verstrekt.

1.9 Ten behoeve van het nemen van deze tussenbeslissing heeft de rechtbank kennisgenomen van de stukken in het procesdossier die aan alle partijen bekend waren. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de door verweerder overgelegde ongeschoonde stukken als hiervoor onder 1.7 genoemd.

1.10 De rechtbank heeft in het kader van het vooronderzoek een inlichtingencomparitie gelast. De comparitiezitting heeft plaatsgevonden op 8 maart 2010 te Arnhem. Namens eiser is verschenen zijn gemachtigde mr. [gemachtigde]. Namens verweerder zijn verschenen mr. [gemachtigde], mr. [A] en [B].

2. Beoordeling

2.1 De rechtbank stelt voorop dat verweerder op grond van artikel 8:42, eerste lid, van de Awb is gehouden de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank te zenden. Uit het arrest van de Hoge Raad van 25 april 2008, nrs. 43448 en 43791, BNB 2008/161 en 162, zijn dit stukken die bij de besluitvorming van de inspecteur een rol hebben gespeeld dan wel daarbij van enig belang kunnen zijn geweest. De vraag of een stuk een “8:42–stuk” is dient op grond van dat stuk in zijn geheel en met inachtneming van het overheersende karakter van dat stuk te worden beantwoord. Een “8:42-stuk” kan niet deels als een zodanig stuk worden bestempeld. Een dergelijk stuk kan wel op grond van artikel 8:29 van de Awb (deels) worden geheimgehouden of uitsluitend aan de rechtbank ter kennisneming worden overgelegd.

2.2 Partijen zijn beiden van mening dat de hiervoor onder 1.7 genoemde stukken behoren tot de op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 van de Awb. Nu dit gezamenlijke standpunt geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting volgt de rechtbank partijen hierin. De rechtbank neemt verder in aanmerking dat 8:42-stukken ondeelbaar zijn en dat voor de hiervoor bedoelde stukken voor de besluitvorming in de zaken van eiser relevant kunnen zijn, zodat een beoordeling op de voet van artikel 8:29 van de Awb zal moeten plaatsvinden.

2.3 De onder 1.7 genoemde stukken dienen vanwege het belang van een eerlijk proces in beginsel geheel en integraal aan eiser te worden geopenbaard, tenzij zwaarwichtige redenen (gedeeltelijke) geheimhouding op de voet van artikel 8:29 van de Awb rechtvaardigen.

2.4 De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennis genomen van de inhoud van de onder 1.7 genoemde stukken en heeft deze onderworpen aan een afweging van het belang van eiser bij onbeperkte kennisneming tegenover (mogelijk) zwaarwichtige redenen van verweerder om aan die kennisneming beperkingen (hierna: voor eiser geheim te houden) te stellen. Slechts indien naar het oordeel van de rechtbank de door verweerder aangevoerde redenen aanzienlijk zwaarder wegen dan het belang van eiser, is sprake van een gerechtvaardigd belang van verweerder bij geheimhouding.

A ten aanzien van de Belgische aanbiedingsbrief dd 18 februari 2005

Als gewichtige redenen voor de geheimhouding van bepaalde passages voor eiser heeft verweerder genoemd de bescherming van persoonsgegevens van derden en het belang van de betrekkingen van Nederland met andere staten.

De rechtbank is van oordeel dat alle in deze brief geschoonde passages voor eiser geheim mogen worden gehouden op grond van het gerechtvaardigde belang dat verweerder heeft bij de privacy van personen, zowel van derden als van individuele ambtenaren of groepen van ambtenaren van de Belastingdienst. Het belang van de Belastingdienst bij het beschermen van de privacy weegt aanzienlijk zwaarder dan eisers belang bij openbaring. Verweerder beroept zich voor de geschoonde passages in deze brief terecht op geheimhouding voor eiser.

B Ten aanzien van de bij de Belgische aanbiedingsbrief behorende Nota

Als gewichtige redenen voor de geheimhouding van bepaalde passages uit de Nota heeft verweerder genoemd de bescherming van persoonsgegevens van derden, het belang van de betrekkingen van Nederland met andere staten, het belang van ongehinderde opsporing en vervolging van strafbare feiten en het belang van een ongestoorde internationale gegevensuitwisseling tussen Nederland en België.

De rechtbank is van oordeel dat alle in deze brief geschoonde passages voor eiser geheim mogen worden gehouden op grond van het gerechtvaardigde belang dat verweerder heeft bij de privacy van personen, zowel van derden als van individuele ambtenaren of groepen van ambtenaren van de Belastingdienst. Het belang van de Belastingdienst bij het beschermen van de privacy weegt aanzienlijk zwaarder dan eisers belang bij openbaring. Verweerder beroept zich voor de geschoonde passages in deze Nota terecht op geheimhouding voor eiser.

C Ten aanzien van de bij de Nota behorende bijlagen B1, B2, B6 en B9 (de rekeningstandenlijsten en de adressenlijsten)

Verweerder heeft aan de rechtbank ongeschoond overgelegd de eerste en de laatste pagina van de bijlagen B1, B2, B6 en B9, alsmede de ongeschoonde pagina van het renseignement waarop de naam van eiser staat vermeld. De rechtbank heeft op de comparitiezitting inzage gehad in alle niet in een eerder stadium aan de rechtbank overgelegde ongeschoonde pagina’s van de bijlagen B1, B2, B6 en B9 (hierna: overige pagina’s) en geconstateerd dat op deze pagina’s namen staan vermeld en rekeningstanden.

De rechtbank is van oordeel dat de Nota met de bijlagen in zijn geheel als een 8:42-stuk moet worden aangemerkt en dat daartoe derhalve ook behoren de hiervoor genoemde overige pagina’s. Uit de handelwijze van verweerder en zijn toelichting ter zitting begrijpt de rechtbank verweerder aldus dat hij zich voor de inhoud van deze overige pagina’s beroept op 8:29 van de Awb en deze overige pagina’s geheel geheim wil houden voor eiser. De rechtbank is van oordeel dat het ter zitting ter inzage verstrekken van de overige pagina’s kan worden aangemerkt als uitsluitende kennisneming van de stukken door de rechtbank zoals bedoeld in artikel 8:29, eerste lid, van de Awb.

Verweerder noemt als gewichtige redenen voor geheimhouding van de gegevens die betrekking hebben op andere (potentiële) belastingplichtigen, de bescherming van persoonsgegevens van derden en controlestrategische overwegingen.

De rechtbank overweegt dat alle in de genoemde bijlagen geschoonde passages voor eiser reeds geheim mogen worden gehouden op grond van het gerechtvaardigde belang dat verweerder heeft bij de privacy van personen. Het belang van de Belastingdienst bij het beschermen van de privacy weegt aanzienlijk zwaarder dan eisers belang bij openbaring. Verweerder beroept zich voor de geschoonde passages in deze bijlagen terecht op geheimhouding voor eiser.

D Ten aanzien van de overige bij de Nota behorende bijlagen (B3, B4, B5, B7, B8, B10 en B11)

Als gewichtige redenen voor de geheimhouding van bepaalde passages uit de overige bij de Nota genoemde bijlagen heeft verweerder genoemd de bescherming van persoonsgegevens van derden en andere (potentiële) belastingplichtigen, alsmede controlestrategische overwegingen.

De rechtbank overweegt dat alle in de genoemde bijlagen geschoonde passages voor eiser reeds geheim mogen worden gehouden op grond van het gerechtvaardigde belang dat verweerder heeft bij de privacy van personen. Het belang van de Belastingdienst bij het beschermen van de privacy weegt aanzienlijk zwaarder dan eisers belang bij openbaring. Verweerder beroept zich voor de geschoonde passages in deze bijlagen terecht op geheimhouding voor eiser.

E Ten aanzien van het memo betreffende gegevens meewerkende belastingplichtigen in eerdere projecten en onderhavig project

Verweerder heeft als gewichtige redenen voor geheimhouding van het gehele onderhavig memo aangevoerd de bescherming van persoonsgegevens van andere belastingplichtigen, alsmede controlestrategische overwegingen.

De passages uit het memo die betrekking hebben op de namen en gegevens van andere belastingplichtigen mogen geheim worden gehouden op grond van het gerechtvaardigde belang dat verweerder heeft bij de privacy van personen. Het belang van de Belastingdienst bij het beschermen van de privacy weegt aanzienlijk zwaarder dan eisers belang bij openbaring. Verweerder beroept zich in zoverre terecht op geheimhouding voor eiser.

Verweerder beroept zich voor de overige passages in het memo op controlestrategische overwegingen. Naar het oordeel van de rechtbank mogen deze passages geheim worden gehouden op grond van het gerechtvaardigde belang dat de Belastingdienst heeft bij een effectieve controle en controlestrategie, waaronder begrepen een effectieve en efficiënte interne werkwijze. Hieronder valt naar het oordeel van de rechtbank echter niet de inleidende alinea uit het memo, met uitzondering van het aantal daarin genoemde belastingplichtigen. Dit feitelijke gegeven - het aantal - is voor eiser van geen enkel belang, nu dit betrekking heeft op personen die meewerkten met het KB Lux- en/of Buitenlands Vermogen project, terwijl het bij eiser gaat om een bankrekening die zou zijn aangehouden bij Van Lanschot Bankiers, behorende bij het project Bank Zonder Naam. Alhoewel dat de rechtbank niet geheel duidelijk is geworden, acht zij het niet uitgesloten dat de Belastingdienst een controlebelang heeft om dit feitelijke gegeven voor die andere projecten geheim te houden. De rechtbank acht geheimhouding daarom in deze zaak gerechtvaardigd.

F Ten aanzien van het proces-verbaal met betrekking tot het uitvoeren van de chikwadraattoets

Dit stuk is inmiddels aan eiser overgelegd. Verweerder heeft hiervoor geen beroep meer gedaan op artikel 8:29 van de Awb.

G Gegevens over de berekening van de redelijke schatting, basisgegevens en saldi op 21 december 1994, 5 september 1996 en 28 november 1996.

Verweerder heeft excelbestanden met berekeningen overgelegd waarbij de fiscaalnummers van de betrokken rekeninghouders, de bankrekeningnummers en de belastingeenheden waaronder deze rekeninghouders vallen, geheim zijn gehouden. Als gewichtige redenen voor de geheimhouding van deze passages heeft verweerder genoemd zijn geheimhoudingsplicht, alsmede controlestrategische overwegingen.

De rechtbank overweegt dat de hiervoor genoemde passages met de fiscaalnummers en de bankrekeningnummers van derden voor eiser geheim mogen worden gehouden op grond van het gerechtvaardigde belang dat verweerder heeft bij de bescherming van deze persoonsgegevens. Verstrekking van deze gegevens zou leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de vermelde rekeninghouders. Het belang van de Belastingdienst bij het beschermen van de privacy weegt aanzienlijk zwaarder dan eisers belang bij openbaring.

Verweerder beroept zich voor geheimhouding van de vermelding van de belastingeenheden waaronder de rekeninghouders vallen op controlestrategische overwegingen. Naar het oordeel van de rechtbank mogen ook die gegevens geheim worden gehouden op grond van het gerechtvaardigde belang dat de Belastingdienst heeft bij een effectieve controle en controlestrategie, waaronder begrepen een effectieve en efficiënte interne werkwijze.

Verweerder beroept zich voor de geschoonde passages in deze excelsheets terecht op geheimhouding voor eiser.

H Ten aanzien van het memo met gegevens met betrekking tot de verhouding meewerkers/weigeraars/ontkenners

Als gewichtige redenen voor de geheimhouding van dit memo heeft verweerder genoemd bescherming van de controlestrategie van de Belastingdienst. Ter zitting heeft verweerder nader toegelicht dat percentages aan eiser bekend mogen worden, maar dat de absolute aantallen, zoals in dit memo verwerkt, geheim moeten blijven. Uit absolute aantallen zouden kansbepalingen kunnen worden afgeleid, waardoor het risico bestaat dat de kans op inkering kleiner wordt.

Naar het oordeel van de rechtbank mogen de gegevens die in het onderhavige memo zijn opgenomen geheim worden gehouden op grond van het gerechtvaardigde belang dat de Belastingdienst heeft bij een effectieve controle en controlestrategie, waaronder begrepen een effectieve en efficiënte interne werkwijze. Het algemene publieke belang van een adequaat functionerende -ook op het gebied van toezicht en controle- Belastingdienst acht de rechtbank van een groter gewicht dan het individuele belang van eiser bij het verkrijgen van deze informatie.

I Ten aanzien van het Draaiboek

Verweerder heeft gesteld dat het Draaiboek vrijwel geheel openbaar is gemaakt en enkel nog de namen van individuele belastingambtenaren alsmede hun telefoonnummers geheim zijn gehouden voor eiser. Als gewichtige redenen hiervoor heeft verweerder genoemd de bescherming van persoonsgegevens van derden.

De rechtbank overweegt dat alle in de genoemde bijlagen geschoonde passages voor eiser geheim mogen worden gehouden op grond van het gerechtvaardigde belang dat verweerder heeft bij de privacy van personen. Het belang van de Belastingdienst bij het beschermen van de privacy weegt aanzienlijk zwaarder dan eisers belang bij openbaring. Verweerder beroept zich voor de geschoonde passages in het Draaiboek terecht op geheimhouding voor eiser.

J Ten aanzien van het memo identificatieproces dd 24 november 2006

Als gewichtige redenen voor de geheimhouding van dit memo heeft verweerder genoemd bescherming van de controlestrategie van de Belastingdienst. Ter zitting heeft verweerder nader toegelicht dat aan eiser wel een algemeen memo (bijlage 12 bij het verweerschrift) is verstrekt waarin de wijze van identificatie is opgenomen, maar dat het onderhavige stuk extra controle-strategische informatie bevat, zoals een interne risico-analyse.

Naar het oordeel van de rechtbank mag dit memo geheim worden gehouden op grond van het gerechtvaardigde belang dat de Belastingdienst heeft bij een effectieve controle en controlestrategie, waaronder begrepen een effectieve en efficiënte interne werkwijze. De wijze waarop de identificatie van eiser heeft plaatsgevonden is in het verweerschrift en in het bij het verweerschrift gevoegde memo omschreven. De overige informatie, niet opgenomen in het bij het verweerschrift gevoegde memo, is voor eiser van geen enkel belang nu deze geen betrekking hebben op de wijze waarop eiser is geïdentificeerd. Het algemene publieke belang van een adequaat functionerende -ook op het gebied van toezicht en controle- Belastingdienst acht de rechtbank van een groter gewicht dan het individuele belang van eiser bij het verkrijgen van deze informatie.

K Ten aanzien van de toelichting kennisgeving navordering dd 5 november 2007

Dit stuk is inmiddels aan eiser overgelegd. Verweerder heeft hiervoor geen beroep meer gedaan op artikel 8:29 van de Awb.

L Ten aanzien van de brief van 13 november 2007 van de Belgische belastingautoriteiten waarin toestemming wordt verleend de gegevens te gebruiken voor de belastingheffing

Als gewichtige redenen voor de geheimhouding van bepaalde passages voor eiser heeft verweerder genoemd de bescherming van persoonsgegevens van derden en het belang van de betrekkingen van Nederland met andere staten.

De rechtbank is van oordeel dat alle in deze brief geschoonde passages voor eiser geheim mogen worden gehouden op grond van het gerechtvaardigde belang dat verweerder heeft bij de privacy van personen, zowel van derden als van individuele ambtenaren of groepen van ambtenaren van de Belastingdienst. Het belang van de Belastingdienst bij het beschermen van de privacy weegt aanzienlijk zwaarder dan eisers belang bij openbaring. Verweerder beroept zich voor de geschoonde passages in deze brief terecht op geheimhouding voor eiser.

2.5 De rechtbank merkt op dat tegen deze beslissing geen hoger beroep mogelijk is. Rechtsmiddelen kunnen pas tegen deze beslissing worden ingediend gelijktijdig met hoger beroep tegen de einduitspraak in de hoofdzaak.

3. Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek van verweerder om beperkte kennisneming af met betrekking tot de eerste inleidende alinea uit het memo betreffende gegevens meewerkende belastingplichtigen in eerdere projecten en onderhavig project (onder E), met uitzondering van het daar genoemde aantal;

- wijst het verzoek van verweerder om beperkte kennisneming toe met betrekking tot de overige geschoonde passages uit het memo betreffende gegevens meewerkende belastingplichtigen in eerdere projecten en onderhavig project (onder E);

- wijst het verzoek van verweerder om beperkte kennisneming toe met betrekking tot de overige stukken, zoals genoemd onder A, B, C, D, G, H, I, J en L;

- stelt verweerder in de gelegenheid binnen vier weken na dagtekening van deze uitspraak de rechtbank schriftelijk mede te delen welke consequenties hij aan de beslissing van de rechtbank verbindt;

- verwijst de zaak naar de meervoudige kamer van de rechtbank.

Deze beslissing is genomen op 22 maart 2010 door mr. I. Linssen, rechter, in tegenwoordigheid van drs. R.P.M. Lemmen, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Tegen deze tussenbeslissing kan niet eerder beroep worden ingesteld dan tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.