Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM1290

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
07-04-2010
Datum publicatie
15-04-2010
Zaaknummer
187507
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De primaire vorderingen tot vernietiging althans nietigverklaring van de koopovereenkomst zullen worden afgewezen.

De subsidiaire vordering is gebaseerd op de stelling dat sprake is van non-conformiteit in die zin dat een groot aantal (roerende) zaken ontbreken dan wel ondeugdelijk zijn. Ook dat wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 187507 / HA ZA 09-1306

Vonnis van 7 april 2010

in de zaak van

[eis.conv./ged.reconv.],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A.A. Voets te Druten,

tegen

[ged.conv./eis.reconv.],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. A.J. Aldenhoven te Oss.

Partijen zullen hierna [eis.conv./ged.reconv.] en [ged.conv./eis.reconv.] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 oktober 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 21 januari 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen hebben op 12 juni 2008 een overeenkomst gesloten. Daarin wordt [eis.conv./ged.reconv.] aangeduid als “verkoper” en [ged.conv./eis.reconv.] als “koper”. Deze overeenkomst luidt, voor zover voor de beoordeling van belang:

Artikel 1 Koop/verkoop

Verkoper verklaart te verkopen aan koper en in eigendom te zullen leveren, gelijk koper verklaart te kopen en in eigendom te zullen aanvaarden:

de gehele inventaris, goodwill en handelsnaam van het door verkoper voor eigen rekening gedreven bedrijf gevestigd te [plaats] aan het [adres] genaamd: [naam bedrijf], zoals nader omschreven op de aan dit koopcontract als bijlage aangehechte, door partijen geparafeerde staat, op de in deze overeenkomst vastgelegde voorwaarden.

Artikel 2 Koopsom en omzetbelasting

2.1. De koopsom bedraagt € 137.500,00 (zegge: Eenhonderd zevenendertig duizend en vijfhonderd euro. Koper en verkoper komen de navolgende splitsing van de koopsom overeen:

- inventaris € 75.000,00

- goodwill € 15.000,00

- handelsnaam € 2.500,00

- privé woning € 45.000,00

Artikel 4 Vergunningen

4.1. Verkoper garandeert dat alle noodzakelijke vergunningen op grond van de Wet Milieubeheer en overige wetgeving die nodig zijn om het verkochte als café te gebruiken, in het bezit van verkoper zijn en dat geen procedures lopen met betrekking tot de verkrijging of de intrekking van deze vergunningen.

4.2. Alle voor de exploitatie van de onderneming vereiste wettelijke vergunningen zullen, voor zover overdraagbaar, door koper op diens naam worden gesteld. Koper zal zich inspannen deze vergunningen op een zo kort mogelijke termijn op diens naam te krijgen.

4.3. Koper garandeert te voldoen aan alle eisen en voorwaarden die gesteld worden aan, met name ook van overheidswege, het mogen en kunnen voeren/exploiteren van een bedrijf zoals het gekochte en garandeert dat er geen belemmeringen zijn met betrekking tot het verkrijgen van de in dit artikel bedoelde vergunningen.

2.2. Partijen hebben voorts op 16 juli 2008 een overeenkomst van geldlening gesloten. Daarin wordt [eis.conv./ged.reconv.] aangeduid als “Geldverstrekker” en [ged.conv./eis.reconv.] als “Contractpartner”. Deze overeenkomst luidt, voor zover voor de beoordeling van belang:

Art. 1 Verplichtingen van Geldverstrekker

Geldverstrekker stelt de contractpartner voor de horecagelegenheid Café [naam bedrijf], [adres] te [postcode] [plaats] een geldlening van € 127.500,00 (zegge eenhonderd zevenentwintigduizend vijfhonderd Euro) ter beschikking. In tegenstelling tot voorgenoemde wordt deze geldlening niet uitbetaald maar verrekend met de overnamesom zie bijlage koopovereenkomst.

[…]

Art. 4 Zekerheden

Ter dekking van alle claims op grond Van dit contract, in het bijzonder van het krediet, evenals van de inbreuk op alle overige verplichtingen op grond van de relatie zal de contractpartner,

? inventarisstukken ter waarde van € 75.000,00 EUR bij wijze van zekerheid volgens afzonderlijk contract Geldverstrekker verpanden.

? Een hypothecaire inschrijving (zekerheidshypotheek) gevestigd op het pand [adres] van een bedrag van € 100.000,00, volgens een afzonderlijk contract via een notariële inschrijving zal worden verstrekt.

2.3. [ged.conv./eis.reconv.] heeft in mindering op het door haar aan [eis.conv./ged.reconv.] verschuldigde een bedrag van € 114.978,12 aan haar betaald, welk bedrag de opbrengst was van de verkoop van de woning, waarop volgens artikel 4 van de overeenkomst van geldlening een hypotheek rustte.

2.4. [eis.conv./ged.reconv.] heeft na daartoe verkregen toestemming conservatoire beslagen gelegd ten laste van [ged.conv./eis.reconv.].

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eis.conv./ged.reconv.] vordert – samengevat – de veroordeling van [ged.conv./eis.reconv.] tot betaling van € 28.645,60, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. [eis.conv./ged.reconv.] legt aan deze vordering de overeenkomst van geldlening ten grondslag. Haar vordering bestaat uit het bedrag van € 127.500,00, vermeerderd met rente en kosten en verminderd met het reeds betaalde bedrag van € 114.978,12.

3.3. [ged.conv./eis.reconv.] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. [ged.conv./eis.reconv.] vordert – samengevat – dat de rechtbank de koopovereenkomst en de geldleningovereenkomst vernietigt althans nietig verklaart met veroordeling van [eis.conv./ged.reconv.] tot betaling van € 125.828,12 althans van € 74.978,00, vermeerderd met rente en kosten.

3.5. [ged.conv./eis.reconv.] legt aan deze vordering het volgende ten grondslag. Na de overdracht van café [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf]) is aan haar gebleken dat de gemeente [plaats] in het verleden had voorgeschreven dat in het café slechts 77 decibel geluid mocht worden geproduceerd en dat een geluidsbegrenzer op de geluidsinstallatie moest worden aangebracht. [ged.conv./eis.reconv.] heeft daardoor een fluistercafé in plaats van het door haar gewenste meezingcafé gekregen. Als [ged.conv./eis.reconv.] had geweten dat muziek tot maximaal 77 decibel was toegestaan, had zij het café nooit gekocht, zoals [eis.conv./ged.reconv.] wist althans had kunnen weten. In elk geval rustte op [eis.conv./ged.reconv.] een mededelingsplicht. [ged.conv./eis.reconv.] heeft dan ook gedwaald. In dat geval komt [ged.conv./eis.reconv.] in hoofdsom € 125.828,12 met rente en kosten toe.

Subsidiair voert [eis.conv./ged.reconv.] aan dat sprake is van non-conformiteit, in welk geval [ged.conv./eis.reconv.] aanspraak heeft op een schadevergoeding ten bedrage van € 74.978,00.

3.6. [eis.conv./ged.reconv.] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. De vorderingen in conventie en in reconventie hangen nauw met elkaar samen. Het lot van de vordering in conventie is afhankelijk van die in reconventie, zodat eerst de laatstbedoelde vordering zal worden beoordeeld.

voorts in reconventie

4.2. De rechtbank stelt vast dat het petitum voor wat betreft de subsidiaire geldvordering een kennelijke schrijffout bevat. Die vordering wordt in het petitum immers omschreven als: “de somma van € 87.500,- minus € 12.522,- derhalve € 77.4978,-“. Het saldo van € 87.500,- minus € 12.522,- is echter € 74.978,-, zodat daarvan zal worden uitgegaan.

4.3. [ged.conv./eis.reconv.] lijkt als uitgangspunt te nemen dat in een café een geluidsniveau van ten minste 85 decibel toelaatbaar moet zijn en dat [eis.conv./ged.reconv.] ervoor had in te staan dat dat geluidsniveau ook voor [naam bedrijf] toelaatbaar was. De rechtbank deelt dit uitgangspunt niet, waartoe het volgende wordt overwogen. In de koopovereenkomst staat niets met betrekking tot het toegestane geluidsniveau, terwijl [ged.conv./eis.reconv.] ter comparitie heeft verklaard dat het aantal decibellen voorafgaand aan de koopovereenkomst in haar overleg met [eis.conv./ged.reconv.] niet ter sprake is geweest. Op een uitdrukkelijke contractuele verplichting kan dat uitgangspunt dus niet worden gebaseerd. En ter onderbouwing van haar stelling dat “de norm voor een café 85 decibel is”, verwijst [ged.conv./eis.reconv.] slechts naar – niet nader omschreven – oude zaken van (haar raadsman) mr. Aldenhoven en naar – op geen enkele wijze geconcretiseerde – mededelingen van ambtenaren van de gemeente [plaats]. Hiermee heeft zij die stelling, in het licht van de betwisting door [eis.conv./ged.reconv.] dat er minimale geluidsnormen zijn voor café’s, onvoldoende onderbouwd.

4.4. Volgens [ged.conv./eis.reconv.] wist [eis.conv./ged.reconv.] althans had zij kunnen weten dat [ged.conv./eis.reconv.] [naam bedrijf] niet had gekocht als zij had geweten dat muziek slechts tot 77 decibel was toegestaan, en had [eis.conv./ged.reconv.] in elk geval aan [ged.conv./eis.reconv.] moeten mededelen dat op voorschrift van de gemeente [plaats] slechts 77 decibel geproduceerd mocht worden en dat een begrenzer op de geluidsinstallatie moest worden aangebracht.

4.5. Deze hiervoor weergegeven stelling van [ged.conv./eis.reconv.] omtrent de wetenschap van [eis.conv./ged.reconv.] wordt gepasseerd: nu, zoals is overwogen, het aantal decibels niet in de koopovereenkomst wordt genoemd en evenmin ter sprake is geweest tussen partijen, is zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, immers niet duidelijk hoe die wetenschap aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] zou kunnen zijn ontstaan. De stelling in de conclusie van antwoord/eis:

De momenten dat [ged.conv./eis.reconv.] vóór de aankoop in het café op bezoek was, had zij juist te kennen gegeven dat zij zo gecharmeerd was van de gezelligheid van dat meezingen in onderhavig café met de mogelijkheid van communitysinging op zoek was.

is daartoe – daargelaten dat de zin taalkundig ontspoord is – onvoldoende, reeds omdat [ged.conv./eis.reconv.] niet stelt dat zij bedoelde uitlatingen tegenover [eis.conv./ged.reconv.] heeft gedaan.

4.6. Volgens [ged.conv./eis.reconv.], zo voert zij althans in haar antwoord/eis aan, is haar achteraf, na de koop, gebleken dat de gemeente [plaats] in het verleden reeds aan [eis.conv./ged.reconv.] had voorgeschreven “om een geluidsbegrenzer op de geluidsinstallatie te plaatsen die het geluid tempert, indien dit boven de 77 decibel komt”. [eis.conv./ged.reconv.] betwist dit. Daarop heeft [ged.conv./eis.reconv.] ter comparitie gesteld dat zij van de heer Frijters, werkzaam bij de gemeente [plaats], heeft begrepen dat hij in het verleden heeft gesproken met [eis.conv./ged.reconv.] over klachten van omwonenden met betrekking tot het geluid, hetgeen natuurlijk iets geheel anders is.

Volgens de stukken die [ged.conv./eis.reconv.] met het oog op de comparitie van partijen heeft overgelegd, heeft de gemeente [plaats] in elk geval vanaf 28 juli 2008 gecorrespondeerd met [naam bedrijf], die toen dus al eigendom was van [ged.conv./eis.reconv.], met betrekking tot het muziekgeluidsniveau. Eerst in de brief van 17 oktober 2008, verzonden 21 oktober 2008, kondigt de gemeente [plaats] voor de eerste maal aan

het voornemen [te hebben] om maatwerkvoorschriften voor uw bedrijf op te leggen.

Weliswaar berust dat voornemen, volgens die brief, op meldingen over geluidsklachten en de uitkomsten van een akoestisch onderzoek uit 2007, dus van vóór de koopovereenkomst tussen partijen, maar van eerdere beperkende maatregelen als door [ged.conv./eis.reconv.] gesteld blijkt uit de correspondentie met de gemeente [plaats] en ook overigens niets. De stelling dat [eis.conv./ged.reconv.] heeft verzuimd mededeling daarvan te doen, wordt dan ook gepasseerd.

4.7. Voor zover het gestelde gebrek aan zorgvuldigheid als een zelfstandige grondslag voor de primaire vordering moet worden beschouwd, zal de vordering op basis van hetgeen hiervoor in r.ov. 4.6 is overwogen, ook op die grond niet toewijsbaar kunnen zijn.

4.8. De primaire vorderingen tot vernietiging althans nietigverklaring van de koopovereenkomst en tot betaling van de door [ged.conv./eis.reconv.] gevorderde bedragen zullen worden afgewezen.

4.9. De subsidiaire vordering is gebaseerd op de stelling dat sprake is van non-conformiteit in die zin dat een groot aantal (roerende) zaken ontbreken dan wel ondeugdelijk zijn. [eis.conv./ged.reconv.] voert ten verwere aan dat [ged.conv./eis.reconv.] die zaken heeft geaccepteerd. Daartoe verwijst zij naar een verklaring in de vorm van een mailbericht d.d. 12 oktober 2009 van Marc van Schijndel van Towerhoreca, die inhoudt dat bij de oplevering een door [ged.conv./eis.reconv.] ondertekende akte van oplevering is opgemaakt, waarin is opgenomen:

Na inspectie van pand en inventaris geen op en of aanmerkingen zijn. Partijen zijn genoegzaam bekend met het geheel en accepteren deze in de staat zoals pand en goederen bevinden.

[ged.conv./eis.reconv.] heeft ter comparitie verklaard dat zij niet kan zeggen of dat juist is en dat zij niet weet of een akte van oplevering is gemaakt. Daarmee heeft zij dat verweer van [eis.conv./ged.reconv.] niet gemotiveerd weersproken. Nu daaruit volgt dat [ged.conv./eis.reconv.] de roerende zaken bij oplevering heeft geaccepteerd in de staat waarin deze zich toentertijd bevonden, kan reeds op die grond het beroep op non-conformiteit niet slagen.

Gezien het vorenstaande ten overvloede voegt de rechtbank daaraan het volgende toe. [ged.conv./eis.reconv.] heeft ter comparitie verklaard dat zij over de inventaris nooit haar beklag heeft gedaan bij [eis.conv./ged.reconv.]. Dit lijkt in strijd met de stellingen in haar conclusie van antwoord/eis. Indien zij, zoals zij ook heeft verklaard, wel mondeling heeft geklaagd bij de toenmalige vriend (thans de echtgenoot) van [eis.conv./ged.reconv.], kan dat niet worden gelijkgesteld aan tot [eis.conv./ged.reconv.] gerichte klachten. Dat [eis.conv./ged.reconv.] in verzuim is geraakt, is niet dan wel in elk geval onvoldoende onderbouwd gesteld en evenmin gebleken.

4.10. De vorderingen zullen worden afgewezen.

4.11. [ged.conv./eis.reconv.] zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] en tot aan dit vonnis begroot op € 1.421,- (2 punten x € 1.421,- conform tarief V x 50%) wegens salaris advocaat. Deze proceskostenveroordeling zal niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard kunnen worden, nu [eis.conv./ged.reconv.] dat niet heeft gevorderd.

voorts in conventie

4.12. [ged.conv./eis.reconv.] betwist op zichzelf de gevorderde hoofdsom niet en nu de vordering in reconventie wordt afgewezen, volgt daaruit dat de vordering in conventie voor wat betreft de hoofdsom toewijsbaar is.

4.13. Het volgens de dagvaarding, punt 17, tot en met 10 april 2009 verschuldigde rentebedrag van € 7.578,43 is als onbetwist toewijsbaar.

[eis.conv./ged.reconv.] vordert voorts de vergoeding van

het renteverlies over de restant hoofdsom ad € 20.174,21 vanaf 11 april 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Volgens het lichaam van de dagvaarding maakt [eis.conv./ged.reconv.] aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente. Aldus zal de in het petitum gebruikte term “renteverlies” dan ook worden verstaan. Zoals hierboven is overwogen, is in de dagvaarding, punt 17, de wettelijke rente berekend tot en met 10 april 2009. In het petitum (zoals hierboven geciteerd) wordt dus ten onrechte aanspraak gemaakt op nadere vertragingsrente vanaf 11 april 2008 in plaats van 11 april 2009. Die nadere vertragingsrente zal vanaf die datum 11 april 2009 toewijsbaar zijn. Voor de rechtbank is niet duidelijk waarom aanspraak wordt gemaakt op nadere vertragingsrente over € 20.741,21. Nu de verschuldigdheid niet is betwist, zal de rechtbank de vordering tot nadere vertragingsrente over dat bedrag echter toewijzen.

4.14. Ten aanzien van de gevorderde kosten betwist [ged.conv./eis.reconv.] uitsluitend de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten. Het verweer van [ged.conv./eis.reconv.] dat deze kosten conform het rapport-Voorwerk II slechts tot € 2.842,- toewijsbaar zijn, is gegrond. Dit onderdeel van de vordering zal tot dat bedrag worden toegewezen en voor het overige worden afgewezen. Voor het overige de gevorderde kosten toewijsbaar.

4.15. Derhalve is toewijsbaar, behoudens nadere vertragingsrente en de proceskosten:

oorspronkelijke hoofdsom € 127.500,00

rente tot en met 10 april 2009 € 7.578,43

buitengerechtelijke incassokosten € 2.842,00

overige kosten € 799,34

reeds voldaan -/- € 114.978,12

€ 23.741,65

4.16. [ged.conv./eis.reconv.] zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] en tot aan dit vonnis begroot op:

dagvaardingskosten € 85,98

griffierecht € 563,00

salaris advocaat € 2.821,00 (2 punten x € 1.421,- conform tarief V).

€ 3.469,98

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] aan [eis.conv./ged.reconv.] te betalen een bedrag van € 23.741,65 (drieëntwintigduizend zevenhonderdeenenveertig euro en vijfenzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over € 20.174,21 vanaf 11 april 2009 tot de dag der voldoening,

5.2. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] en tot aan dit vonnis begroot op € 3.469,98,

5.3. verklaart dit vonnis in conventie in zoverre uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst af het meer of anders gevorderde,

in reconventie

5.5. wijst de vordering af,

5.6. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] en tot aan dit vonnis begroot op € 1.421,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2010.