Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM1167

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-04-2010
Datum publicatie
15-04-2010
Zaaknummer
05-505732-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Doesburgenaar veroordeeld voor Webcamseks met minderjarigen en aanranding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/505732-09

Datum zitting : 1 april 2010

Datum uitspraak : 15 april 2010

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres] ,

plaats : [woonplaats].

Raadsman : mr. C.D.A.J. Majoie, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meerdere momenten in of omstreeks de periode van 01 december

2005 tot en met 01 maart 2009 te Doesburg en/of te Spankeren en/of te Dieren,

althans (telkens) in Nederland, opzettelijk oneerbaar, op een niet openbare

plaats, te weten in/vanuit zijn woning zijn ontbloot geslachtsdeel heeft

getoond aan [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] en/of [slachtoffer3] en/of

[slachtoffer4] en/of [slachtoffer5], die daarbij (telkens) haars/huns

ondanks tegenwoordig was/waren,

- door zich (meermalen) af te trekken, althans zich (gedeeltelijk) naakt te

tonen, terwijl hij (telkens) door middel van een webcam(verbinding)

zichtbaar was en/of

- door zich (meermalen) in zijn woning, in aanwezigheid van genoemde [slachtoffer5]

af te trekken;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 december 2006

tot en met 1 maart 2009 te Doesburg en/of Spankeren en/of Dieren, althans

(telkens) in Nederland, (een) afbeelding(en) waarvan de vertoning schadelijk

is te achten voor personen beneden de zestien jaar, heeft vertoond aan [slachtoffer1] (geboortedatum [datum]) en/of [slachtoffer2] (geboortedatum

[datum]) en/of [slachtoffer3] (geboortedatum [datum]) en/of [slachtoffer4] (geboortedatum [datum]) en/of [slachtoffer5] (geboortadatum

[datum]), waarvan verdachte wist of redelijkerwijs diende te

vermoeden dat deze jonger was/waren dan zestien jaar, door één of meer van

genoemde perso(o)n(en) (meermalen), met behulp van zijn webcam (gemaakte)

beelden/opnamen te tonen waarop te zien was dat verdachte zich aftrok,

althans waarop verdachtes (stijve) penis te zien was;

2.

hij op of omstreeks 30 juli 2007 tot en met 1 maart 2009 te Doesburg en/of te

Spankeren, althans in Nederland, een of meermalen, een persoon, te weten

[slachtoffer4], geboren op [datum], waarvan verdachte wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog

niet had bereikt, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht, te weten het leeftijdsverschil tussen verdachte en genoemde

[slachtoffer4], opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te

weten het zichzelf, (op verdachtes verzoek) (gedeeltelijk) ontkleden en/of het

vingeren terwijl dit voor verdachte door gebruik van een webcam zichtbaar was;

3.

hij in of omstreeks 01 december 2005 tot en met 30 augustus 2007 te Doesburg

althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer5] (geboortedatum [datum]) heeft gedwongen tot het plegen en/of

dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig

- zich door die [slachtoffer5] (over zijn kleding) laten betasten van verdachtes

penis en/of

- het kussen en/of het brengen/duwen van zijn tong tegen de lippen/mond van

die [slachtoffer5] (teneinde haar te tongzoenen) en/of

- het brengen/duwen van een hand in de broek van die [slachtoffer5],

en welk geweld of andere feitelijkheid bestond uit het

- (onverhoeds) vastpakken van de hand van die [slachtoffer5] en/of

- (onverhoeds) vastpakken van die [slachtoffer5] om haar middel en/of bij haar

hoofd, althans bij/om haar lichaam;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

hij op één of meerdere momenten in of omstreeks 01 december 2005 tot en met 30

augustus 2007 te Doesburg,

met [slachtoffer5], geboren op [datum], die toen de leeftijd van

zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft

gepleegd, bestaande in het opzettelijk ontuchtig zich door die [slachtoffer5] (over

zijn kleding) laten betasten van zijn penis en/of kussen van die [slachtoffer5]

en/of het brengen/duwen van zijn tong tegen de lippen/mond van die [slachtoffer5]

(teneinde haar te tongzoenen) en/of brengen/duwen van een hand in de broek van

die [slachtoffer5] en/of omhelzen, althans vastpakken van het lichaam van die

[slachtoffer5];

4.

hij in of omstreeks 01 april 2008 tot en met 1 februari 2009 te Dieren,

gemeente Rheden, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid

en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer3]

(geboortedatum [datum]) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van

ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig tongzoenen van

die [slachtoffer3],

en welk geweld of andere feitelijkheid bestond uit het opzettelijk

- bij het middel en/of het hoofd vastpakken van die [slachtoffer3] en/of

- het (vervolgens) duwen/brengen van zijn tong in de mond van die [slachtoffer3];

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks 01 april 2008 tot en met 1 februari 2009 te Dieren

gemeente Rheden, althans in Nederland,

met [slachtoffer3], geboren op [datum], die toen de leeftijd van zestien

jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

bestaande in het opzettelijk ontuchtig die [slachtoffer3] bij haar middel en/of haar

hoofd vastpakken en/of (vervolgens) duwen/brengen van zijn tong in de mond van

die [slachtoffer3] (tongzoenen);

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 1 april 2010 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. C.D.A.J. Majoie, advocaat te Arnhem.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

• [slachtoffer1] (wettelijk vertegenwoordiger: [vertegenwoordiger slachtoffer 1 en 2])

• [slachtoffer2] (wettelijk vertegenwoordiger: [vertegenwoordiger slachtoffer 1 en 2])

• [slachtoffer5] (wettelijk vertegenwoordiger: [vertegenwoordiger slachtoffer 5])

• [slachtoffer3] (wettelijk vertegenwoordiger: [vertegenwoordiger slachtoffer 3])

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt behandeling bij Kairos of een soortgelijke instelling, en een werkstraf van 240 uur subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (6 uren).

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 3 primair en subsidiair is tenlastegelegd (de aanranding, dan wel ontucht met [slachtoffer5]) en zal verdachte daarvan vrijspreken. Ook acht de rechtbank de onder 1 tenlastgelegde schennis van de eerbaarheid ten aanzien van [slachtoffer5] niet wettig en overtuigend bewezen.

Verdachte heeft ontkend deze feiten te hebben gepleegd terwijl de verklaring van aangeefster [slachtoffer5] verder niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. De rechtbank overweegt hierbij nog dat de gedragingen waar [slachtoffer5] over heeft verklaard, zouden hebben plaatsgevonden in een periode geruime tijd voorafgaand aan de periode waarin de gedragingen waar de andere meisjes over verklaren zouden hebben plaatsgevonden. De verklaringen van de andere meisjes zal de rechtbank daarom, ondanks dat zij over deels gelijksoortige handelingen van verdachte verklaren, niet als steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer5] gebruiken.

Feit 1

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde heeft verdachte bekend de tenlastegelegde schennis van de eerbaarheid te hebben gepleegd ten overstaan van [slachtoffer1], [slachtoffer3] en [slachtoffer4]. Verdachte ontkent dat dit ook is gebeurd ten overstaan van [slachtoffer2]. De rechtbank acht de schennis van de eerbaarheid ten overstaan van [slachtoffer2] niettemin wettig en overtuigend bewezen. Getuige [getuige1] heeft verklaard dat [slachtoffer1], het zusje van [slachtoffer2] haar vertelde dat [slachtoffer2] [slachtoffer1] al had gewaarschuwd voor verdachte. [slachtoffer2] had tegen [slachtoffer1] gezegd dat verdachte “een vieze man was die zijn piemel had laten zien” toen ze zag dat [slachtoffer1] via Hyves contact had met verdachte. [slachtoffer2] was derhalve de eerste die gewag maakte van schennis door verdachte via de webcam en zwengelde de zaak als het ware aan. [slachtoffer2] heeft daarna ook tegenover getuige [getuige1] verklaard dat verdachte bij haar hetzelfde had gedaan als bij [slachtoffer1], namelijk -zo begrijpt de rechtbank- zich voor de webcam in het zicht van [slachtoffer2] aftrekken. Verdachte bekent wel met [slachtoffer2] te hebben gechat, maar ontkent dat hij zich daarbij heeft afgetrokken. De rechtbank hecht aan verdachtes ontkenning op dit punt geen geloof. Niet valt in te zien waarom [slachtoffer2] zou hebben gelogen over hetgeen is voorgevallen. Bovendien passen de gedragingen waarover zij heeft verklaard in de lijn van wat [slachtoffer1], [slachtoffer3] en [slachtoffer4] verklaren te hebben gezien. De gedragingen vonden ook in eenzelfde periode plaats. De rechtbank hecht om die redenen meer geloof aan de verklaring van [slachtoffer2], die de rechtbank betrouwbaar voorkomt.

Feit 2

De rechtbank acht de aan verdachte onder feit 2 tenlastegelegde verleiding van [slachtoffer4] voor wat betreft het verzoek aan haar zich gedeeltelijk te ontkleden, wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft dit feit in zoverre ook bekend. Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat gelet op de verklaring van [slachtoffer4] van het tenlastegelegde vingeren geen sprake is geweest, zodat verdachte van dat onderdeel wordt vrijgesproken.

Feit 4

Verdachte heeft ontkend het onder 4 tenlastegelegde te hebben gepleegd.

Aangeefster [slachtoffer3] heeft gedetailleerd verteld hoe verdachte haar heeft vastgepakt en een tongzoen heeft gegeven. De rechtbank acht deze verklaring overtuigend. De verklaring van aangeefster vindt steun in de verklaring van [slachtoffer4] die heeft verklaard dat [slachtoffer3] haar heeft verteld dat zij bij verdachte thuis door verdachte is vastgepakt en gezoend. Voorts heeft dit zoenen zich voorgedaan in de periode dat verdachte via de computer jonge meisjes seksueel benaderde. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank feit 4 (primair) wettig en overtuigend bewezen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op meerdere momenten in de periode van 01 december

2005 tot en met 01 maart 2009 te Doesburg en/of te Spankeren en/of te Dieren,

opzettelijk oneerbaar, op een niet openbare plaats, te weten in/vanuit zijn woning zijn ontbloot geslachtsdeel heeft getoond aan [slachtoffer1] en [slachtoffer2] en [slachtoffer3] en

[slachtoffer4] die daarbij telkens huns ondanks tegenwoordig waren, - door zich meermalen af te trekken, terwijl hij telkens door middel van een webcam(verbinding) zichtbaar was

2.

hij in de periode van 30 juli 2007 tot en met 1 maart 2009 te Doesburg en/of te

Spankeren, althans in Nederland, meermalen, een persoon, te weten

[slachtoffer4], geboren op [datum], waarvan verdachte wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog

niet had bereikt, door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend

overwicht, te weten het leeftijdsverschil tussen verdachte en genoemde

[slachtoffer4], opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, te

weten het zichzelf, op verdachtes verzoek gedeeltelijk ontkleden terwijl dit voor

verdachte door gebruik van een webcam zichtbaar was;

4.

hij in de periode van 01 april 2008 tot en met 1 februari 2009 te Dieren,

gemeente Rheden, door geweld [slachtoffer3] (geboortedatum [datum]) heeft

gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk

ontuchtig tongzoenen van die [slachtoffer3], en welk geweld bestond uit het opzettelijk

- bij het middel en/of het hoofd vastpakken van die [slachtoffer3] en- het vervolgens duwen van

zijn tong in de mond van die [slachtoffer3].

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Schennis van de eerbaarheid op een niet openbare plaats, terwijl een ander daarbij haars ondanks tegenwoordig is, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon, waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen.

Ten aanzien van feit 4 primair:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 29 maart 2010;

• een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, gedateerd 10 november 2009, betreffende verdachte; en

• een pro justitia rapportage, opgemaakt door drs. [naam], klinisch psycholoog, gedateerd 24 december 2009, betreffende verdachte.

De rechtbank houdt rekening met hetgeen door de psycholoog in zijn rapport naar voren is gebracht en met de conclusie dat het tenlastegelegde verdachte in licht verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schennis van de eerbaarheid, seksuele verleiding en aanranding. De slachtoffers waren jonge minderjarige meisjes. Dit zijn ernstige feiten. Meisjes in deze leeftijd zijn immers kwetsbaar want zij bevinden zich in een periode van hun leven waarin zij beginnen hun seksualiteit te ontdekken. Verdachte is echter aan die kwetsbare positie van de slachtoffers voorbijgegaan en heeft de bevrediging van zijn eigen seksuele gevoelens vooropgesteld. Het leeftijdverschil tussen de meisjes en verdachte had verdachte ervan moeten weerhouden zich op deze wijze te gedragen ten opzichte van de meisjes. Daar komt bij dat de feiten zich over een langere periode uitstrekken. Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf gecombineerd met een werkstraf op zijn plaats. Nu de rechtbank minder bewezen acht dan de officier van justitie zal aan verdachte een lagere werkstraf worden opgelegd dan geëist, waarbij de rechtbank tevens in aanmerking neemt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank ziet, gelet op verdachtes persoonlijke omstandigheden, aanleiding aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde te verbinden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als deze mochten inhouden het volgen van een ambulante behandeling bij Kairos of een andere vergelijkbare instelling.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

Aan de benadeelde partijen [slachtoffer1], [slachtoffer2] en [slachtoffer3] is door de bewezenverklaarde strafbare feiten rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. De door de benadeelde partijen gevorderde bedragen komen de rechtbank gegrond voor en zullen dan ook worden toegewezen.

De rechtbank zal tevens de wettelijke rente toewijzen en de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht toepassen.

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer5] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte wordt vrijgesproken van de onderdelen van de tenlastelegging waar deze vordering op ziet.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57, 239, 247 en 248a van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 3 tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 primair, 2 en 4 primair tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

A. Een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet tenuitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te houden aan de aanwijzingen die de Reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daartoe dient veroordeelde zich binnen 3 dagen na vonniswijzing te melden bij Reclassering Nederland, toezichtunit Arnhem, op het adres Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem, tel. 026-3555333. Hierna moet hij zich gedurende door Reclassering Nederland bepaalde perioden blijven melden zo frequent als Reclassering Nederland gedurende deze perioden nodig acht.

Gezien de door de reclassering genoemde samenhang van veroordeeldes persoonlijkheidsproblematiek met het criminele gedrag van veroordeelde wordt hij verplicht om zich hiervoor ambulant te laten behandelen in de forensische psychiatrische polikliniek Kairos te Arnhem.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

B. het verrichten van een werkstraf gedurende 200 (tweehonderd) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 100 (eenhonderd) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 6 (zes) uren, zijnde 3 (drie) dagen hechtenis.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer1], wonende te [adres] te betalen € 300,- (zegge driehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 10 maart 2009.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 300,-, subsidiair 6 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer1], wonende te [adres] te betalen € 300,-, (zegge driehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 10 maart 2009, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer2], wonende te [adres] te betalen € 300,- (zegge driehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 10 maart 2009.

.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 300,-, subsidiair 6 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer2], wonende te [adres] te betalen € 300,-, (zegge driehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 10 maart 2009, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer3].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer3], wonende te [adres], te betalen € 600,- (zegge zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 10 maart 2009.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 600,-, subsidiair 12 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer3], wonende te [adres], te betalen € 600,-, (zegge zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 10 maart 2009, bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer5], wonende te [woonplaats]

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door:

mr. I.D. Jacobs, als voorzitter,

mr. E.J.M. van Engelen, rechter,

mr. G.M.L. Tomassen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 april 2010.