Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM0962

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
19-01-2010
Datum publicatie
13-04-2010
Zaaknummer
AWB 08/2406
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2012:BY3310, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

OZB. Artikel 220a lid 2 Gemeentewet. Dient onroerende zaak, waarin mensen met verstandelijke en lichamelijke beperkingen met ondersteuning wonen, in hoofdzaak tot woning?

Verweerder heeft, in afwijking van zijn eerdere expliciet ingenomen standpunt met betrekking tot voorgaande jaren, de onroerende zaken aangemerkt als niet-woningen, op de grond dat iedere ruimte (mede) een verzorgende functie heeft, zodat de onroerende zaken 100% als niet-woning moeten worden aangemerkt.

De rechtbank komt evenwel tot het oordeel dat uit de stukken en de ter zitting afgelegd verklaringen moet worden geconcludeerd dat in geen enkel deel van de onroerende zaken sprake is van medische verzorging of verpleging, maar alleen van ondersteuning van de bewoners ter verwezenlijking van de woonfunctie. Deze ondersteuning is ondergeschikt van aard en tast daardoor de woonfunctie niet aan. Dit oordeel is ook in overeenstemming met de kennelijke bedoeling van eiseres als eigenaar, welke bedoeling, blijkens de door verweerder ter zitting aangehaalde website, er op is gericht om mensen met een beperking te ondersteunen bij wonen. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2010-1004
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

registratienummers: AWB 08/2406, 08/2407 en 08/2408

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van 19 januari 2010

inzake

Stichting [X], gevestigd te [Z], eiseres,

tegen

de heffingsambtenaar van de gemeente Nijmegen, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft aan eiseres ter zake van de onderstaande onroerende zaken, die krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) zijn gewaardeerd per waardepeildatum 1 januari 2005, respectievelijk 1 januari 2007, de volgende acht aanslagen onroerende-zaakbelastingen (hierna: OZB) opgelegd:

Dagtekening WOZ Eigenaren Gebruikers

Onroerende zaak Jaar aanslag waarde belasting belasting

[A-straat 1] 2007 29-02-2008 € 995.000 € 3.952,14 € 3.164,10

(biljetnummer [000])

[A-straat 1] 2008 31-01-2008 € 971.000 € 3.907,16 € 3.123,40

(biljetnummer [001])

[A-straat 2] 2007 28-02-2007 € 765.000 € 3.038,58 € 2.432,70

[A-straat 3] 2007 28-02-2007 € 926.000 € 3.674,10 € 2.941,50

(biljetnummer [003])

Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 5 april 2008 de aanslagen gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 16 mei 2008, ontvangen bij de rechtbank op 19 mei 2008, beroep ingesteld. De beroepen zijn geregistreerd met nummers AWB 08/2406 ([A-straat 1 ], jaar 2007), AWB 08/2407 ([A-straat 1 ], jaar 2008) en AWB 08/2408 ([A-straat 2 ] en [A-straat 3 ], jaar 2007).

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken overgelegd. Deze zijn in afschrift aan verweerder verstrekt.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2009 te Arnhem. Namens eiseres zijn daar verschenen [gemachtigde], [A] en [B], werkzaam bij eiseres, bijgestaan door mr. [C] en mr. [D]. Namens verweerder is verschenen [gemachtigde].

Verweerder heeft een pleitnota voorgedragen en overgelegd.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast.

2.1 Eiseres is eigenaar van de onroerende zaken aan de [A-straat 1], [A-straat 2] en [A-straat 3]. In die onroerende zaken zijn woonvormen gevestigd voor mensen met een verstandelijke beperking, soms gecombineerd met een lichamelijk beperking. Op de locaties worden de bewoners ondersteund bij het wonen en is 24-uurszorg aanwezig. Daarvoor zijn een personeelskamer en een slaapruimte voor de nachtwacht ingericht. De bewoners beschikken allen over een eigen, afsluitbare kamer met een zit- en slaapgedeelte en een wasgelegenheid. Sommige kamers zijn daarnaast nog voorzien van een douche, toilet en een kookgelegenheid. Daarnaast zijn er gezamenlijke huiskamers, keukens en badkamers en hebben de bewoners de beschikking over de tuin en een eigen berging. Overdag gaan de meeste bewoners naar dagcentra of begeleid werkvoorzieningen en sommigen krijgen bij de invulling van hun dagbesteding individuele begeleiding in de woonvorm.

2.2 Eiseres heeft eerder, tegen de aanslagen voor het jaar 2004, bezwaar gemaakt op de grond dat ten onrechte het tarief voor niet-woningen in rekening was gebracht. Verweerder heeft dat bezwaar gegrond verklaard en de tariefindeling aangepast aan het tarief voor woningen. Naar aanleiding daarvan heeft verweerder ambtshalve de aanslagen OZB voor de jaren 2001, 2002, 2003, 2005 en 2006 verlaagd naar het tarief van woningen.

2.3 De onderhavige aanslagen OZB voor de jaren 2007 en 2008 heeft verweerder opgelegd naar het (hogere) tarief voor niet-woningen. Ook is gebruikersbelasting opgelegd.

2.4 De daartegen door eiseres gemaakte bezwaren heeft verweerder bij de thans bestreden uitspraken op bezwaar afgewezen.

3. Geschil

3.1 In geschil is de vraag of de onderhavige onroerende zaken in hoofdzaak tot woning dienen, als bedoeld in artikel 220a, tweede lid, van de Gemeentewet. Voorts is in geschil of, indien wordt geoordeeld dat sprake is van niet-woningen, het vertrouwensbeginsel meebrengt dat verweerder niet zonder voorafgaande kennisgeving een andersluidend standpunt heeft mogen innemen dan in de voorafgaande belastingjaren. Eiseres beantwoordt deze vragen bevestigend en verweerder ontkennend.

3.2 Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vermindering van de belastingaanslagen, berekend naar de maatstaf voor woningen.

3.3 Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.

3.4 Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.

4. Beoordeling van het geschil

4.1 In artikel 220, aanhef en onder a en b, van de Gemeentewet is, voorzover thans van belang, bepaald dat ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken onder de naam onroerende-zaakbelasting een belasting kan worden geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dienen, gebruiken en van degenen die bij het begin van het kalenderjaar van onroerende zaken het genot hebben krachtens eigendom.

Ingevolge artikel 220a, tweede lid, van de Gemeentewet dient een onroerende zaak in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

In de Verordening Onroerendezaakbelastingen 2007 en Verordening Onroerendezaakbelastingen 2008 van de raad van de gemeente Nijmegen is de heffing en invordering van de onroerendezaakbelasting geregeld.

4.2 Naar het oordeel van de rechtbank rust de bewijslast, dat in de onderhavige gevallen sprake is van niet-woningen, op verweerder. Dit geldt temeer in het licht van de bewuste standpuntbepaling door verweerder in de uitspraken op het bezwaar van eiseres tegen de aanslagen voor het jaar 2004. Daarin heeft verweerder zich voor de jaren 2001 tot en met 2006 op het standpunt gesteld dat sprake is van woningen.

4.3 Verweerder heeft in dit verband aangevoerd dat iedere ruimte van de onderhavige onroerende zaken (mede) een zorgfunctie heeft, waardoor geen enkel deel een woonfunctie heeft en 100% van de aan de onroerende zaken toegekende WOZ-waarde moet worden toegerekend aan niet-wonen. De rechtbank volgt verweerder daarin niet. Uit de stukken, waaronder de door eiseres overgelegde tekeningen en foto’s van de onroerende zaken, alsmede uit het verhandelde ter zitting blijkt, dat de onroerende zaken in gebruik zijn als woning voor de bewoners die daar - in groepsverband - leven. Iedere bewoner maakt gebruikt van de (gemeenschappelijke) huiskamers, keukens en tuin en heeft daarnaast nog een eigen, afsluitbare kamer. Teneinde de bewoners ondanks hun beperkingen in staat te stellen zelfstandig te wonen, heeft 24-uurs ondersteuning plaats door professionele zorgverleners. Blijkens de verklaringen die namens eiseres ter zitting zijn afgelegd, is deze ondersteuning beperkt van aard en omvang en volledig dienstbaar aan het zelfstandig wonen door de bewoners. De bewoners bepalen zelf hun dagritme en –besteding en kiezen zelf voor het wonen in deze woonvormen. De rechtbank ziet geen aanleiding aan de juistheid van de afgelegde verklaringen te twijfelen. Gelet hierop en anders dan verweerder heeft gesteld, is in geen enkel deel van de onroerende zaken sprake van medische verzorging of verpleging. Daarentegen is sprake van wonen, zij het dat ondersteuning ter verwezenlijking van die woonfunctie nodig is. Deze ondersteuning tast de woonfunctie niet aan, nu die ondergeschikt van aard is. Dit oordeel is ook in overeenstemming met de kennelijke bedoeling van eiseres als eigenaar, welke bedoeling, blijkens de door verweerder ter zitting aangehaalde website, er op is gericht om mensen met een beperking te ondersteunen bij - onder meer - wonen.

4.4 Uit het vorenoverwogene volgt dat verweerder niet in zijn bewijslast is geslaagd. Daarentegen is op grond van de overgelegde stukken en de ter zitting namens eiseres afgelegde verklaringen aannemelijk geworden dat de onderhavige objecten in hoofdzaak dienen tot woning, als bedoeld in artikel 220a, tweede lid, Gemeentewet. Aannemelijk is dat – ook (zelfs) indien ervan moet worden uitgegaan dat de kamers die beschikbaar zijn voor de staf niet volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden – meer dan 70% van de aan de onroerende zaken toegekende WOZ-waarden kunnen worden toegerekend aan delen die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden (vergelijk de arresten van de Hoge Raad van 16 november 2007, nr. 40 606, LJN AZ8976, BNB 2008/23 en nr. 40 847, LJN AZ9075, BNB 2008/24 en Hoge Raad 4 december 1991, nr. 27 661, LJN ZC4804, BNB 1992/47).

4.5 De conclusie moet zijn dat de beroepen gegrond zijn en de bestreden uitspraken op bezwaar moeten worden vernietigd. Nu eiseres ter zitting heeft gesteld dat de aan de onroerende zaken toegekende WOZ-waarden niet langer in geschil zijn, zal de rechtbank de aanslagen OZB wat betreft de eigenarenbelasting verminderen overeenkomstig het tarief voor woningen en vernietigen voor wat betreft de gebruikersbelasting. Voor de [A-straat 1 ] wordt de eigenarenbelasting voor het jaar 2007 vastgesteld op (398 * € 4,44 = ) € 1.767,12, voor het jaar 2008 op (388 * € 4,25 =) € 1.649, voor de [A-straat 2 ] voor het jaar 2007 op (306 * € 4,44 =) € 1.358,64 en voor de [A-straat 3 ] voor het jaar 2007 op (370 * € 4,44 =) € 1.642,80.

5. Proceskosten

De rechtbank vindt aan¬lei¬ding verweerder te veroordelen in de kos¬ten die eiseres in verband met de behande¬ling van de – samenhangende – beroepen redelij¬kerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 483,- (½ punt voor het indienen van het nader stuk dat gezien de omstandigheden moet worden aangemerkt als een conclusie van repliek, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322,- en een wegingsfactor 1) en voor de kosten van uittreksels uit de openbare registers op € 93,20. De door eiseres gevraagde verletkosten komen niet voor vergoeding in aanmerking, nu deze onvoldoende zijn gespecificeerd en niet zijn onderbouwd.

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar van 5 april 2008;

- vernietigt de aanslagen onroerende-zaakbelasting voorzover het betreft de gebruikersbelasting;

- vermindert de eigenaarsbelasting van de aanslag onroerende-zaakbelasting voor 2007 voor de [A-straat 1] tot een bedrag van € 1.767,12;

- vermindert de eigenaarsbelasting van de aanslag onroerende-zaakbelasting voor 2008 voor de [A-straat 1] tot een bedrag van € 1.649;

- vermindert de eigenaarsbelasting van de aanslag onroerende-zaakbelasting voor 2007 voor de [A-straat 2] tot een bedrag van € 1.358,64;

- vermindert de eigenaarsbelasting van de aanslag onroerende-zaakbelasting voor 2007 voor de [A-straat 3] tot een bedrag van € 1.642,80;

- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 576,20;

- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 288 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.W. van de Sande, voorzitter, mr. F.M. Smit en mr.drs. L.B.M. Klein Tank, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G. Schokker, griffier.

De griffier, De voorzitter,

Uitgesproken in het openbaar op: 19 januari 2010

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.