Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM0506

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
07-04-2010
Datum publicatie
09-04-2010
Zaaknummer
191347
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot afgifte van een vakantiehuis. Op grond van de stelling dat het vakantiehuis is geleverd onder eigendomsvoorbehoud totdat gedaagde heeft betaald. het meest verstrekkende verweer houdt in dat het eigendomsvoorbehoud teniet is gegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 191347 / HA ZA 09-1875

Vonnis van 7 april 2010

in de zaak van

[eis.conv./ged.reconv.],

tevens handelend onder de naam [handelsnaam],

wonende te [woonplaats-/vest.plaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. M.P. Lewandowski te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UITZENDBUREAU WORKFORCE-RIJNMOND B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOSPARK EDE B.V.,

gevestigd te Lunteren, gemeente Ede,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. P.J.A. Plattel te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eis.conv./ged.reconv.], Workforce en Bospark Ede genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 december 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 12 maart 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eis.conv./ged.reconv.] drijft een onderneming in de bouw en levering van mobiele vakantiehuizen.

2.2. In januari 2009 heeft [eis.conv./ged.reconv.] drie mobiele vakantiehuizen verkocht aan Workforce. In de overeenkomst met betrekking tot het vakantiehuis type Twickel Q (hierna: het vakantiehuis) d.d. 15 januari 2009, waarin als opdrachtgever wordt genoemd Workforce en als opdrachtnemer [eis.conv./ged.reconv.], staat:

‘Auftragsbestätigung 15. März. 2009

Für Mobilheim Typ Twickel Q

Bauort: Bospark Ede, Ede

Fertigstellung: 30 april 2009

Grundpreis 50.000,00 € exkl. BTW’

Onder de overeenkomst staan de namen van de contractspartijen – Workforce en [eis.conv./ged.reconv.] – waarbij een handtekening is gezet.

2.3. Op een factuur van 1 juni 2009 van [eis.conv./ged.reconv.] aan Workforce betreffende het vakantiehuis staat, in een ander lettertype dan de rest van de factuur, het volgende geschreven:

‘Eigenaar van het object dat het voorwerp van de verkoop, de factuur, dit eigendom wordt overgedragen aan de koper na betaling van 100% van de waarde van het object = 52 000 EUR’

Hieronder is een handtekening geplaatst van [eis.conv./ged.reconv.].

2.4. In een opleveringsformulier betreffende het vakantiehuis, gedateerd 12 augustus 2009, waarin Workforce en [eis.conv./ged.reconv.] als partijen worden genoemd, is een opsomming gegeven van onderdelen van het vakantiehuis met daarachter al dan niet een ‘vinkje’. Onderaan het formulier staat: ‘geen eindoplevering’ en ‘Chalet TWICEL QII in Bospark Ede totdat volledige betalig is Factuur E1/06/2009, E2/08/2009/100% / is eigendom van [eis.conv./ged.reconv.]’.

Onderaan staat de naam/handtekening van [betrokkene1], een parkbeheerder van Bospark Ede.

2.5. Workforce heeft het vakantiehuis niet betaald. [eis.conv./ged.reconv.] heeft op 3 september 2009 conservatoir beslag gelegd op het vakantiehuis. Bij vonnis van 15 september 2009 is Workforce failliet verklaard.

2.6. In een brief van [betrokkene2], juridisch medewerker bij Bospark Ede, aan de voormalige advocaat van [eis.conv./ged.reconv.] staat onder meer:

‘Wij hebben alleen te maken gehad met Isolatiebedrijf Verbaas. Deze heeft in onze opdracht voor ons het huisje gebouwd en daar hebben wij ook netjes aan betaald. Workforce zegt ons helemaal niets en [eis.conv./ged.reconv.] hebben wij ook geen zaken mee gedaan.’

2.7. In een niet gedateerd schrijven op het briefpapier - waarop het adres, bankrekeningnummer, KvK- en BTWnummers staan vermeld - van Isolatiebedrijf Verbaas staat:

‘(…) Hierbij verklaart ondergetekende dhr verbaas van isolatiebedrijf Verbaas dat ik een vakantiehuis aan bospark ede b.v. heb geleverd. Ik heb dit vakantiehuis in termijnen gefactureerd en heb de betaling daarvan ontvangen van bospark ede. Het vakantiehuis had ik gedaan voor dhr. [betrokkene3] van belka b.v. die ik op mijn beurt het bedrag heb uitbetaald met aftrek het bedrag wat ik eraan heb verdiend. Ik ben bereid dit onder ede te verklaren.’

Het schrijven is ondertekend door Verbaas.

2.8. In een brief van 23 mei 2009 van [betrokkene3] aan Bospark Ede, op briefpapier van Belka B.V. staat onder meer:

‘hiermit wollen wir sie informieren, dass wegens der übernahme des auftrages für den bau des mobilhauses Twickel Q auf Bospark Ede durch die firma Isolatiebedrijf Verbaas, alle vorderungen und verbindlichkeiten, die mit dem bau zu tun haben, mit firma Isolatiebedrijf Verbaas von Belka B.V. übernehmen.’

De brief is ondertekend door [betrokkene4]

2.9. Tussen de – ter zitting door Bospark Ede overgelegde – stukken bevinden zich rekeningen van Belka B.V. van 27 april 2009 en 12 mei 2009 betreffende respectievelijk ‘Zweite Zahlung Mobilhaus Twickel 1 T1’ (factuurnr. 050409T04) ten bedrage van

€ 38.080,00 en ‘3. Zahlung Mobilhaus Twickel 1 T1’ (factuurnr. 010509T05) ten bedrage van € 19.420,00. Daarbij zijn bankafschriften overgelegd van de bankrekening van Bospark Ede bij de Rabobank (rekeningnummer 3644.17.331) waarin onder meer staat dat op 29 april 2009 € 38.080,-- is overgeschreven op de rekening van Belka B.V. onder vermelding van ‘050409T04’ en op 14 mei 2005 € 19.420,00 is overgeschreven op de rekening van Belka B.V. onder vermelding van ‘010509T05 MH tiwickel 1’.

2.10. Tussen de – ter zitting door Bospark Ede overgelegde – stukken bevinden zich rekeningen van Isolatiebedrijf Verbaas aan Bospark Ede van 30 juni 2009 en 13 juli 2009 betreffende respectievelijk ‘eerste betaling voor stacaravan Twickel Q’ (factuurnr. 137/2009) en ‘2. betaling voor stacaravan Twickel Q’ (factuurnr. 142/2009) ten bedrage van € 32.000,-- respectievelijk € 30.000,--. Daarbij zijn bankafschriften overgelegd van de bankrekening van Bospark Ede bij de Rabobank (rekeningnummer 3644.17.331) waarin onder meer staat dat op 30 juni 2009 een bedrag van € 32.000,-- is overgeschreven aan ‘Verbaas faktuu 137/2009’.

2.11. Tussen de – ter zitting door [eis.conv./ged.reconv.] overgelegde – stukken bevinden zich drie in de Poolse/Engelse taal opgestelde (bancaire) stukken waarin onder meer staat:

‘Beneficiary JK [eis.conv./ged.reconv.] (…)

Payer Isolatiebedrijf Verbaas

Title of transfer Deelbetaling

Transfer amount 30000,00

Transfer currence EUR’

Daarnaast is er nog een stuk waarin de naam van Isolatiebedrijf Verbaas/Willem Verbaas staat genoemd achter de data 8 mei 2009, 18 mei 2009 en 12 juni 2009 gevolgd door de bedragen € 30.000,--, € 10.000,-- en € 9.880,--.

2.12. In een verklaring van 26 november 2009 die onder meer is ondertekend door [betrokkene1], staat onder meer:

‘Hierbei erkläre ich, das dieselbe manschaft die zuerse die fensten vom wohnung weggenommen haben auf dem ‘Bospark’ in Ede dieselbe fenster wieder zurück geplatst haben. Alle andere sachen haben sie zurück gebracht.’

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eis.conv./ged.reconv.] heeft gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. Primair: Workforce en Bospark Ede hoofdelijk zal veroordelen tot afgifte van het vakantiehuis;

II. Subsidiair: Workforce en Bospark Ede hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van

€ 50.000,-- (ex. BTW), vermeerderd met rente;

III. Primair en subsidiair: Workforce en Bospark Ede hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van het geding;

IV. Primair en subsidiair: Workforce en Bospark Ede hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van het beslag.

3.2. Bospark Ede voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.3. Bospark Ede heeft gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de door [eis.conv./ged.reconv.] ten laste van Bospark Ede gelegde beslagen zal opheffen, alsmede [eis.conv./ged.reconv.] zal veroordelen om aan Bospark Ede alle schade te vergoeden die is ontstaan en nog zal ontstaan als gevolg van de onrechtmatig gelegde beslagen en de vernieling van de eigendom van Bospark Ede, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en met veroordeling van [eis.conv./ged.reconv.] in de kosten van de procedure.

3.4. [eis.conv./ged.reconv.] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. Partijen hebben ter zitting gekozen voor de toepasselijkheid van het Nederlands recht op de onderhavige procedure. De vorderingen in conventie en reconventie zullen dan ook naar Nederlands recht worden beoordeeld.

[eis.conv./ged.reconv.]-Workforce

4.2. [eis.conv./ged.reconv.] heeft op 2 oktober 2009 de dagvaarding laten betekenen aan Workforce terwijl het faillissement van die vennootschap toen al was uitgesproken. Dat betekent dat [eis.conv./ged.reconv.] ingevolge artikel 25 Fw niet Workforce maar de curator had moeten dagvaarden, voor zover de vordering al niet op de voet van artikel 26 Fw ter verificatie had moeten worden aangemeld. [eis.conv./ged.reconv.] zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen op Workforce.

[eis.conv./ged.reconv.]-Bospark Ede

4.3. Wat betreft de feitelijke gang van zaken rondom de verkoop van het vakantiehuis door [eis.conv./ged.reconv.] aan Workforce (zie rov. 2.2.) heeft [eis.conv./ged.reconv.] het volgende aangevoerd. De koopovereenkomst is gesloten op het hoofdkantoor van Bospark Ede te Lunteren. Aanwezig waren [eis.conv./ged.reconv.], [betrokkene3], ene [betrokkene5] alias [betrokkene5] namens Workforce en ene [betrokkene6] of [betrokkene6] namens Bospark Ede. Tussen [eis.conv./ged.reconv.] en Workforce is toen mondeling een eigendomsvoorbehoud overeengekomen, hetgeen later door [eis.conv./ged.reconv.] is bevestigd in de factuur van 1 juni 2009 (rov. 2.3.). Eveneens is afgesproken dat de levering van het vakantiehuis zou plaatsvinden op het Bospark Ede. Op 19 juni 2009 is het vakantiehuis vervoerd naar Nederland en ten behoeve van Workforce geleverd en geïnstalleerd in het Bospark Ede. De oplevering van het vakantiehuis op 12 augustus 2009 heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van [betrokkene1], een parkbeheerder van Bospark Ede (rov.2.4.). De betaling van de factuur door Workforce is uitgebleven.

4.4. Bospark Ede heeft zich op het standpunt gesteld dat zij twee vakantiehuizen heeft gekocht van [betrokkene3] (Belka B.V.) die de vakantiehuizen op zijn beurt had gekocht van Workforce. Bij de ene transactie handelde [betrokkene4] namens zijn vennootschap Belka B.V. Bospark Ede heeft van die vennootschap een factuur ontvangen en voldaan (rov. 2.9.). Bij de andere transactie – betreffende het onderhavige vakantiehuis – gaf [betrokkene4] aan (hetgeen hij ook heeft geschreven in de brief van 23 mei 2009, rov. 2.8.) dat hij niet meer als Belka B.V. de opdracht kon uitvoeren maar dat hij wilde aannemen in een andere vennootschap, namelijk het Installatiebedrijf Verbaas (zie rov. 2.7). Vervolgens is het vakantiehuis afgeleverd en het verschuldigde bedrag is aan Verbaas betaald (rov. 2.10.), aldus Bospark Ede. Bospark Ede heeft betwist dat zij vertegenwoordigd was bij de totstandkoming van de overeenkomst tussen [eis.conv./ged.reconv.] en Workforce. De genoemde [betrokkene6] of [betrokkene6] is haar volstrekt onbekend en iemand met die naam is ook niet bij Bospark Ede werkzaam. Bospark Ede betwist eveneens bekend te zijn met [eis.conv./ged.reconv.] of Workforce.

4.5. [eis.conv./ged.reconv.] stelt zich op het standpunt dat zij het vakantiehuis aan Workforce heeft geleverd onder eigendomsvoorbehoud, totdat Workforce heeft betaald. Nu Workforce niet heeft betaald is [eis.conv./ged.reconv.] steeds eigenaar gebleven van het vakantiehuis. Op die grond vordert [eis.conv./ged.reconv.] primair afgifte van het vakantiehuis.

4.6. Als meest verstrekkend heeft Bospark Ede het verweer gevoerd dat als al sprake is van een rechtsgeldig overeengekomen eigendomsvoorbehoud, het eigendomsvoorbehoud is geëindigd omdat er sprake is van vervreemding van het vakantiehuis in de normale bedrijfsuitoefening. [eis.conv./ged.reconv.] wist dat Workforce zou gaan doorleveren en er is rechtstreeks geleverd aan Bospark Ede zodat het eigendomsvoorbehoud teniet is gegaan, aldus Bospark Ede.

4.7. Met dit verweer doelt Bospark Ede er kennelijk op dat tussen [eis.conv./ged.reconv.] en Workforce is overeengekomen dat Workforce in de normale bedrijfsuitoefening over de zaken kan beschikken en bevoegd is de (onvoorwaardelijke) eigendom aan een ander over te dragen (de zogenaamde vervreemdingsbevoegdheidsclausule).

Het antwoord op de vraag of en in hoeverre een aan een eigendomsvoorbehoud gebonden partij bevoegd is het voorwerp van dit voorbehoud in eigendom over te dragen aan derden, moet in beginsel worden gevonden door uitlegging van de overeenkomst waarbij het eigendomsvoorbehoud is gemaakt. De enkele omstandigheid dat het voorwerp voor doorlevering was bestemd leidt niet tot zulk een bevoegdheid (HR 14 februari 1992, NJ 1993, 623). De andere genoemde omstandigheid, namelijk dat er rechtstreeks is geleverd aan Bospark Ede, is evenmin voldoende voor het standpunt van Bospark Ede. Het enkele feit dat een zaak als de onderhavige – een vakantiehuis – op een vakantiepark wordt afgeleverd is op zichzelf ook geen omstandigheid die noodzakelijkerwijs met zich brengt dat dat [eis.conv./ged.reconv.] (impliciet) een vervreemdingsbevoegdheidsclausule met Workforce is overeengekomen. Inherent aan de aard van de zaak – een vakantiehuis – is immers dat deze ergens zal moeten worden geplaatst, doorgaans op een locatie die daarvoor – conform een bestemmingsplan – geschikt is. Dat [eis.conv./ged.reconv.] rechtstreeks met Bospark Ede is overeengekomen dat het vakantiehuis bij Bospark Ede zal worden afgeleverd heeft Bospark Ede ook niet betoogd. Integendeel, zij heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat zij nog nooit van [eis.conv./ged.reconv.] of Workforce heeft gehoord. Op grond van een en ander moet dan ook worden geoordeeld dat Bospark Ede onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan moet worden aangenomen dat tussen [eis.conv./ged.reconv.] en Workforce een vervreemdingsbevoegdheidsclausule is overeengekomen zodat dit verweer faalt. Aan bewijslevering op dit punt wordt dan ook niet toegekomen.

4.8. Bospark Ede heeft betwist dat er een eigendomsvoorbehoud is overeengekomen tussen [eis.conv./ged.reconv.] en Workforce. In de opdrachtbevestiging staat dit niet. Pas op een latere factuur wordt daarvan melding gemaakt, waarbij enkel een handtekening van partij [eis.conv./ged.reconv.] is geplaatst. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Bospark Ede rust volgens artikel 150 Rv op [eis.conv./ged.reconv.] de bewijslast van haar stelling (zoals weergegeven in rov. 4.3.) dat zij met Workforce bij de totstandkoming van de overeenkomst een eigendomsvoorbehoud is overeengekomen. Tot die bewijslevering wordt zij - in een later vonnis (zie rov.4.13.) - toegelaten. Indien zij niet slaagt in dit bewijs zal de vordering op de primaire grondslag stranden. Slaagt zij er wel in dan geldt het navolgende.

4.9. Bospark Ede heeft een beroep gedaan op artikel 3:86 lid 1 BW dat bepaalt dat ondanks de onbevoegdheid van de vervreemder een overdracht van een roerende zaak geldig is, indien de overdracht anders dan om niet geschiedt en de verkrijger te goeder trouw is. Bospark Ede heeft ter zitting bankafschriften overgelegd waaruit volgens haar blijkt dat zij de door haar gekochte vakantiehuizen heeft betaald, het eerste aan Belka B.V. en het tweede aan Verbaas. In het kader van de goede trouw heeft Bospark Ede aangevoerd dat zij er van uit mocht gaan dat Belka/Verbaas, van wie Bospark Ede al eerder een vakantiehuis had gekocht, beschikkingsbevoegd waren en dat zij geen reden had daaraan te twijfelen. In dit verband heeft Bospark Ede ook betwist dat zij – vertegenwoordigd door [betrokkene6], [betrokkene6] of een ander – aanwezig is geweest bij de totstandkoming van de overeenkomst tussen [eis.conv./ged.reconv.] en Workforce.

4.10. [eis.conv./ged.reconv.] heeft bestreden dat Bospark Ede betalingen heeft verricht voor het vakantiehuis. Zij heeft eveneens bestreden dat Bospark Ede te goeder trouw is geweest. In dat verband wijst [eis.conv./ged.reconv.] erop dat namens Bospark Ede [betrokkene6] of [betrokkene6] bij de totstandkoming van de koopovereenkomst aanwezig is geweest en dat hij – en dus Bospark Ede – er mee bekend was dat een eigendomsvoorbehoud was overeengekomen en Workforce niet bevoegd was om het vakantiehuis (zonder voorbehoud) te verkopen.

4.11. In het kader van het beroep van Bospark Ede op artikel 3:86 lid 1 BW ligt de vraag voor op wie de bewijslast rust van de stelling dat Bospark Ede te goeder trouw was bij de overdracht van het vakantiehuis aan haar. In de wetsgeschiedenis staat hierover:

PG Boek 3, artikel 3.4.2.3a. p. 323: ‘Goede trouw wordt, als steeds, ook bij de derden-verkrijgers verondersteld aanwezig te zijn, zolang geen feiten worden gesteld en bewezen, die aan het aanwezig zijn van goede trouw doen twijfelen.’

PG InvW 3, artikel 3.4.2.3a. p. 1214: ‘Daarbij gaat het in de eerste plaats om wat de verkrijger die zich tegenover de stelling van de gedepossedeerde dat hij wegens onbevoegdheid van de vervreemder geen eigenaar is geworden, op goede trouw beroept daartoe dient te stellen. Hierbij is vooral artikel 3.1.1.12 van belang. Uit dit artikel vloeit voort dat hij niet alleen de omstandigheden moet stellen die rechtvaardigen dat hij de vervreemder voor bevoegd mocht houden, maar ook in hoeverre hij heeft voldaan aan de onderzoeksplicht te dier zake, waarvan het artikel uitgaat. (…) Gehandhaafd is evenwel de regel van het huidige recht dat de bewijslast van de stellingen van de verkrijger niet juist zijn, op de gedeposseerde rust; men zie artikel 3.5.12. lid 3.’

PG Boek 3, artikel 3.5.12, p. 444: ‘Het ontwerp gebruikt voor het geval van een voor tegenbewijs vatbaar vermoeden steeds de term ‘wordt vermoed’;’.

Tegen die achtergrond en bezien in samenhang met artikel 3:118 lid 3 BW, waarnaar in de wetsgeschiedenis wordt verwezen, oordeelt de rechtbank dat het aan de verkrijger is om een beroep te doen op de goede trouw en feiten en omstandigheden te stellen die een beroep op goede trouw kunnen dragen, waarna het bewijs van het tegendeel vervolgens op de gedepossedeerde, in dit geval [eis.conv./ged.reconv.], rust. Daarbij gaat het niet om het ontzenuwen van een aangenomen vermoeden van het bestaan van goede trouw, maar om daadwerkelijk bewijs van het tegendeel.

4.12. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Bospark Ede voldoende omstandigheden - hiervoor weergegeven in rov. 4.9. - gesteld die een beroep op de goede trouw zouden kunnen dragen. [eis.conv./ged.reconv.] zal - in een later vonnis (zie rov. 4.13.) - worden toegelaten tot het bewijs van het tegendeel. Gelet op haar stellingen zal dat met name aankomen op het bewijs van de aanwezigheid van Jonas [betrokkene6] of [betrokkene6] bij de totstandkoming van de overeenkomst én dat deze [betrokkene6] of [betrokkene6] werkzaam was bij Bospark Ede.

4.13. Bospark Ede heeft voorts gesteld dat zij de door Verbaas aan haar in verband met het vakantiehuis verzonden facturen heeft betaald zodat ook aan het andere vereiste van artikel 3:86 lid 1 BW (‘anders dan om niet’) is voldaan. Bospark Ede verwijst naar de verklaring van Verbaas die is overgelegd en naar de ter zitting overgelegde bankgegevens.

[eis.conv./ged.reconv.] heeft de inhoud en juistheid van de bankgegevens die ter zitting zijn overgelegd betwist, zij het dat zij daarop niet verder kon ingaan vanwege het late stadium waarin de stukken zijn overgelegd. De rechtbank zal [eis.conv./ged.reconv.] de gelegenheid geven zich bij akte nader uit te laten over de stukken die Bospark Ede heeft overgelegd ten bewijze van haar stelling dat zij de facturen in verband met het vakantiehuis aan Verbaas heeft betaald. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol voor akte aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.], waarna vervolgens vonnis zal worden gewezen. In het daarna te wijzen vonnis zal hierover verder worden geoordeeld en zal [eis.conv./ged.reconv.] voorts worden toegelaten tot bewijslevering zoals hiervoor (rov. 4.8. en 4.12.) is geoordeeld.

4.14. De beoordeling van de subsidiaire grondslagen – ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad – houdt de rechtbank aan tot na de bewijslevering, waarbij wordt opgemerkt dat de uitkomst van de bewijslevering ook voor de beoordeling van die grondslagen van belang kan zijn.

4.15. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

in reconventie

4.16. In reconventie heeft Bospark Ede allereerst gevorderd dat de gelegde beslagen op het vakantiehuis worden opgeheven. De beoordeling van die vordering wordt aangehouden totdat in conventie is beslist. Dit geldt eveneens voor de in verband met de gevorderde beslagen gevorderde schadevergoeding – bestaande uit de misgelopen huur – op te maken bij staat.

4.17. Daarnaast heeft Bospark Ede aangevoerd dat [eis.conv./ged.reconv.] onrechtmatig heeft gehandeld doordat zij recentelijk kozijnen uit het vakantiehuis heeft gesloopt waardoor schade is ontstaan. Ook de beoordeling van deze vordering zal worden aangehouden totdat in conventie is beslist.

4.18. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. verwijst de zaak naar de rol van 21 april 2010 voor akte aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] als bedoeld in 4.13.,

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

5.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.P. Giesen en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2010.