Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BM0012

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
31-03-2010
Datum publicatie
06-04-2010
Zaaknummer
187159
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident.

Door het opwerpen van het bevoegdheidsincident is duidelijk dat eis. in het incident de bescherming van art. 108 lid 2 Rv afwijst en voorrang wil geven aan het tussen partijen overeengekomen forumkeuzebeding, op grond waarvan het geschil moet worden voorgelegd aan de rechtbank te Alkmaar. Verder is van belang dat het beding, waarin de rechtbank te Alkmaar bij uitsluiting bevoegd wordt verklaard, deel uitmaakt van de voorwaarden die door DSB Bank N.V. zelf bij het afsluiten van kredietovereenkomsten worden gehanteerd. Onder deze omstandigheden kan DSB Bank N.V. – de partij wier belangen dat artikel juist niet beoogt te beschermen – zich niet beroepen op de werking van art. 108 lid 2 Rv om het tussen partijen overeengekomen forumkeuzebeding te ontwijken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 187159 / HA ZA 09-1262

Vonnis in incident van 31 maart 2010

in de zaak van

de naamloze vennootschap

DSB BANK N.V.,

gevestigd te Wognum,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. G.J. Houweling,

tegen

[ged.hfdz./eis.inc.],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. G. Oudshoorn.

Partijen zullen hierna DSB Bank N.V. en [ged.hfdz./eis.inc.] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 1 juli 2009

- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. DSB Bank N.V. heeft met [ged.hfdz./eis.inc.] een kredietovereenkomst gesloten, waarbij DSB Bank N.V. aan [ged.hfdz./eis.inc.] een doorlopend krediet heeft verstrekt. Ingevolge deze overeenkomst is [ged.hfdz./eis.inc.] terugbetaling in maandelijkse termijnen van het opgenomen krediet plus rente aan DSB Bank N.V. verschuldigd. DSB Bank N.V. vordert in de hoofdzaak vervroegde terugbetaling van het krediet, omdat [ged.hfdz./eis.inc.] volgens haar tenminste twee maanden achterstallig is in de betaling van een vervallen termijn en ook na ingebrekestelling niet tot betaling is overgegaan.

2.2. [ged.hfdz./eis.inc.] vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de rechtbank te Alkmaar, met veroordeling – uitvoerbaar bij voorraad – van DSB Bank N.V. in de kosten van het incident. Daarbij verwijst [ged.hfdz./eis.inc.] naar het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden bij de kredietovereenkomst. In artikel 17 van die voorwaarden is vermeld:

“Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing. De rechtbank te Alkmaar is bij uitsluiting bevoegd van alle geschillen betreffende deze overeenkomst en de uitlegging daarvan kennis te nemen.”

2.3. DSB Bank N.V. voert verweer en betoogt dat op grond van art. 108 lid 2 Rv het forumkeuzebeding in de kredietovereenkomst geen gevolg heeft, nu sprake is van een consumentenovereenkomst als bedoeld in art. 101 Rv. Daarom is de rechter in de woonplaats van gedaagde bevoegd, aldus DSB Bank N.V..

2.4. Art. 108 lid 1 Rv geeft de algemene regel, dat partijen bij het aangaan van een overeenkomst een rechter kunnen aanwijzen ter beslechting van eventuele geschillen die uit die overeenkomst zullen voortvloeien. Beide partijen zijn dan gehouden hun onderlinge geschillen bij uitsluiting aan deze rechter voor te leggen. Conform dit artikel is de rechtbank te Alkmaar in de onderhavige overeenkomst bij uitsluiting bevoegd verklaard. Art. 108 lid 2 Rv beperkt deze vrijheid van partijen waar het overeenkomsten betreft tussen door de wetgever als ongelijk beschouwde partijen. Zo heeft een forumkeuzebeding geen gevolg, wanneer het een overeenkomst betreft die wordt gesloten door een partij die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf (DSB Bank N.V.) en een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf ([ged.hfdz./eis.inc.]). Deze regel beoogt de door de wetgever als zwakkere partij beschouwde consument te beschermen en lijdt daarom uitzondering als de forumkeuze is overeengekomen na het ontstaan van het geschil of indien de consument zich zelf tot de in de overeenkomst aangewezen rechter wendt. Daardoor geeft de consument immers te kennen het geschil aan de door partijen aangewezen rechter voor te willen leggen en geen belang te hechten aan de werking van art. 108 lid 2 Rv.

2.5. Door het opwerpen van het bevoegdheidsincident is duidelijk dat [ged.hfdz./eis.inc.] de bescherming van art. 108 lid 2 Rv afwijst en voorrang wil geven aan het tussen partijen overeengekomen forumkeuzebeding, op grond waarvan het geschil moet worden voorgelegd aan de rechtbank te Alkmaar. Verder is van belang dat het beding, waarin de rechtbank te Alkmaar bij uitsluiting bevoegd wordt verklaard, deel uitmaakt van de voorwaarden die door DSB Bank N.V. zelf bij het afsluiten van kredietovereenkomsten worden gehanteerd. Onder deze omstandigheden kan DSB Bank N.V. – de partij wier belangen dat artikel juist niet beoogt te beschermen – zich niet beroepen op de werking van art. 108 lid 2 Rv om het tussen partijen overeengekomen forumkeuzebeding te ontwijken.

2.6. Het voorgaande brengt met zich dat de incidentele vordering moet worden toegewezen. De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren en de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rechtbank te Alkmaar.

2.7. DSB Bank N.V. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld. De rechtbank begroot deze kosten op € 452,- (1 punt × tarief € 452,00) aan salaris advocaat. [ged.hfdz./eis.inc.] heeft gevorderd dat deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad zal worden verklaard. Nu DSB Bank N.V. zich daartegen niet heeft verzet zal de rechtbank ook dit toewijzen.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen,

3.2. veroordeelt DSB Bank N.V. in de kosten van het incident, aan de zijde van [ged.hfdz./eis.inc.] tot op heden begroot op EUR 452,00,

3.3. verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

3.4. verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de rechtbank Alkmaar, sector civiel.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. Lagarde en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2010.