Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BL6913

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
02-03-2010
Datum publicatie
09-03-2010
Zaaknummer
195331
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Nakoming overeenkomst.

De tussen partijen gesloten intentieovereenkomst bevat alle essentialia van een samenwerkingsovereenkomst.

Partijen hebben ook geruime tijd uitvoering gegeven aan deze overeenkomst.

Voldoende aannemelijk is dat partijen behoudens enkele ondergeschikte punten het met elkaar eens waren over de inhoud van die samenwerkingsovereenkomst. Een en ander betekent dat vooralsnog ervan kan worden uitgegaan dat er een rechtsgeldige overeenkomst tussen partijen bestaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 195331 / KG ZA 10-36

Vonnis in kort geding van 2 maart 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STARBOOKERS FRANCHISE B.V.,

gevestigd te Alkmaar,

eiseres,

advocaat mr. J.C.A. Froon te Amsterdam,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde1]

voorheen genaamd [naam ],

kantoorhoudende te Ede,

2. [gedaagde2],

wonende te Ede,

3. [gedaagde3],

wonende te Ede,

gedaagden,

advocaat mr. I.R.M. Goedings te Ede.

Eiseres zal hierna Starbookers worden genoemd, gedaagden gezamenlijk [gedaagden], dan wel ieder afzonderlijk [gedaagde1], [gedaagde2] en [gedaagde3].

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- de producties van [gedaagden]

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Starbookers

- de pleitnota van [gedaagden]

- het proces-verbaal van aanhouding van 2 februari 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Starbookers is een organisatie waarbij tot voor kort ruim 80 zogenaamde mobiele reisadviseurs (hierna: MRA’s) waren aangesloten. Deze adviseurs zijn niet verbonden aan een vaste locatie op een reisbureau, maar zijn mobiel/ambulant en komen met name bij geïnteresseerden in een reis aan huis.

2.2. [gedaagde2] en [gedaagde3] dreven onder de naam [gedaagde1] [--], thans [gedaagde1], een onderneming die als afhandelingskantoor c.q. relatieservicepunt (hierna ook: RSP) de boekingen afhandelde die door de MRA’s van Starbookers werden gedaan.

2.3. Tussen partijen is op 29 oktober 2008 een intentieovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst, waarin [gedaagden] wordt aangeduid met ‘Ede’, is onder meer het volgende opgenomen:

OVERWEGENDE DAT

I. Starbookers onder meer een tweetal franchise formules voor mobiele reisadviseurs

exploiteert.

II. Ede als afhandelingskantoor c.q. relatieservicepunt optreedt voor aan Starbookers

verbonden reisadviseurs.

III. Ede een contract heeft met Daste BV en Starbookers dit contract op hoofdlijnen

overneemt.

IV. Partijen met elkaar hebben onderhandeld over aanpassingen over het contract onder

III en hierover mondelinge overeenstemming hebben bereikt.

V. Partijen wensen de afspraken over de aanpassingen in het contract en hun toekomstige

samenwerking als volgt vast te leggen.

HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT OVER HET NAVOLGENDE

1. Partijen gaan per 1 november 2008 een nieuw contract aan met elkaar voor de duur van 10 jaar, met aansluitend een wederzijdse optieperiode van 5 jaar.

2. De afhandeling van de dossiers van de mobiele reisadviseurs door Ede zullen tot nader order onveranderd vanuit de vof [gedaagde1] [--] Ede plaatsvinden. In de loop van 2009 zullen de activiteiten in een nieuw op te richten vennootschap plaatsvinden. Ede zal 20% van de aandelen in het kapitaal van de vennootschap houden, Starbookers houdt de overige 80%. Partijen zullen zich inspannen om de opzet van en transitie naar de nieuwe vennootschap zo soepel mogelijk te laten verlopen voor Partijen en de mobiele reisadviseurs.

3. Starbookers heeft het recht om te controleren of de operationele en financiële afhandeling van de dossiers van de mobiele reisadviseurs conform de gemaakte afspraken plaatsvindt. De mate en de frequentie van de controle zal in overleg tussen Partijen worden vastgesteld en uitgevoerd.

4. Ede heeft recht op een vergoeding van € 40,- per dossier.

5. Ede betaalt aan Starbookers € 3,50 per dossier voor gebruik van Bas software.

6. Ede betaalt aan Starbookers € 10,- per mobiele reisadviseur per maand.

7. Ede zal het recht hebben om als mobiele reisadviseur op te treden onder de franchiseformule van Starbookers. Ede is hiervoor geen franchise fee verschuldigd.

8. Ede zal een bijdrage betalen aan de kosten van werving en selectie van nieuwe franchisenemers. Deze bijdrage is afhankelijk van het aantal dossiers dat Ede jaarlijks verwerkt en luidt als volgt: voor de eerste 2150 dossiers bedraagt de bijdrage € 2,50 per dossier, van 2151-3000 dossiers bedraagt de bijdrage € 3,50 per dossier en boven de 3000 dossiers is de bijdrage € 4,50 per dossier. De bijdrage wordt per maand verrekend. Ieder boekjaar begint het aantal dossiers op 0.

9. De bedragen onder 4 en 6 worden per 1-11-2008 geïndexeerd. De bedragen onder 8 zullen voor het eerst per 1-11-2009 worden geïndexeerd.

10. Ede zal de dossierafhandeling niet aan derden gaan uitbesteden, anders dan eventuele werknemers die onder supervisie van Ede werkzaamheden verrichten.

11. Alle door Partijen over en weer verstrekte informatie, in welke vorm dan ook, zal vertrouwelijk worden behandeld.

12. Deze intentieovereenkomst zal nader in een formele overeenkomst worden omgezet. Starbookers zal hiervoor zorg dragen.

2.4. Partijen hebben vervolgens onderhandeld over de inhoud van een samenwerkingsovereenkomst, zoals hiervoor onder artikel 12 van de intentieovereenkomst bedoeld.

2.5. Bij de stukken bevindt zich een e-mail van de heer Ton Kenter van 23 november 2009, gericht aan [gedaagde2] en [gedaagde3]. In deze e-mail schrijft Kenter onder meer:

Bijgaand de door mij gecorrigeerde versie van het laatste contractsvoorstel van GB. De

correcties stellen bijna niets meer voor en heb ik in rood aangegeven.

Artikel 5 punt 2 regels nog bij te voegen maar ik neem aan dat jullie die bekend zijn

Artikel 4 punt 1 4e zin dossier moet maand zijn

Artikel 5 punt 6 Dat acht ik wel van belang. Deze eenzijdigheid dat GB wel mag

overdragen zonder boete en jullie niet acht ik niet juist. Vandaar tekst gewijzigd in

BEIDEN mogen niet dan met boete. Ik denk dat geen groot twistpunt is.

Jullie zien dat alle punten uit de intentieovereenkomst onverkort zijn overgenomen dus het

is goed zo. (…)

Laat even weten of jullie akkoord gaan met dit conceptcontract. Dan ga ik Ruud informeren

en gaan wij afronden.

2.6. [gedaagde2] en [gedaagde3] hebben al dan niet samen met een oud-werkneemster van Starbookers, mevrouw [betrokkene1], de hiervoor reeds genoemde ‘[gedaagde1]’ ontwikkeld en gelanceerd. Hierbij hebben zich 55 MRA’s aangesloten die voorheen waren aangesloten bij Starbookers.

2.7. Starbookers heeft bij de kantonrechter te Emmen een kort geding aangespannen tegen [betrokkene1] wegens overtreding van het in de met Starbookers gesloten arbeidsovereenkomst opgenomen non-concurrentiebeding en geheimhoudingsbeding. De behandeling van dit kort geding is aangehouden tot 4 maart 2010 in afwachting van de uitspraak in de onderhavige zaak.

2.8. [gedaagden] hebben op diverse momenten in december 2009 aangekondigd om de resterende MRA’s die bij Starbookers werken en die zich niet bij [gedaagde1] hebben aangesloten, het boeken van reizen te beletten. Na enkele protesten en sommaties van de zijde van Starbookers hebben [gedaagden] besloten om de betreffende boekingen voorlopig alsnog te doen.

2.9. In verband met voornoemde problemen heeft Starbookers een tweede afwikkelpunt/RSP gevonden bij [gedaagde1] IJmuiden.

2.10. Bij brief van 21 december 2009 heeft de advocaat van [gedaagden] onder meer het volgende aan Starbookers bericht:

Met referte aan de bespreking zoals deze op 1 december jl. heeft plaatsgevonden te Ede,

waarbij naast cliënten u en ondergetekende aanwezig waren, hebben partijen moeten

constateren dat zo goed als alle mobielen de franchiseovereenkomst met u hebben

opgezegd tegen 1 december 2010. Nu verreweg de meeste mobielen hebben opgezegd, althans stoppen met de samenwerking met u, leidt dit aan de zijde van mijn cliënten tot een aantal acute problemen.

De redenen die de mobielen ten grondslag hebben gelegd aan de opzegging, zo begrijpen cliënten, liggen met name in het niet nakomen van afspraken, wat uiteindelijk heeft geleid tot een onherstelbare vertrouwensbreuk. Zo zou er door u worden geïnvesteerd in de ontwikkeling van de onderneming, zodat tot groei kan worden gekomen. Er zou geïnvesteerd worden in werving en selectie, maar ook in zaken zoals bijvoorbeeld de website. Dit alles heeft niet plaatsgevonden. Gebleken is dat u thans niet over liquiditeit beschikt en de verwachting is dat u daarover voorlopig ook niet kunt beschikken om de investeringen te doen die noodzakelijk zijn.

Immers dient u de koopsom nog te betalen aan de heer [betrokkene2], de vorige eigenaar van [naam bedrijf]. U heeft aangegeven dat de betaling geschiedt uit de fees van de mobielen. Deze fees zijn juist geoormerkt om te investeren in de onderneming. Een en ander zoals weergegeven in de notulen van de vergadering van 17 november jl. Verder zijn door u opleidingen en trainingen niet verzorgd en is er helemaal niets gedaan aan marketing en promotie. Dit alles was wel uw taak.

De opzegging door de mobielen leidt tot een veranderde omstandigheid, waardoor cliënten thans niet anders kunnen dan de tussen u en hen bestaande overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. (…)

Wat feitelijk heeft geleid tot de vertrouwensbreuk, en gezien kan worden als de spreekwoordelijke druppel die de emmer deed overlopen, en geleid heeft tot de onderhavige buitengerechtelijke ontbinding, is dat u in weerwil van de overeenkomst en in weerwil van de tussen u en mijn cliënten gemaakte afspraken, met meerdere relatieservicepunten (RSP) bent gaan werken. Zoals ik bij u bekend veronderstel hebben mijn cliënten het RSP en is het in strijd met de gemaakte afspraken om met meerdere RSP’s te gaan werken. U heeft daarbij aangegeven dat u deze stap heeft genomen om “risico’s te spreiden”. Het is cliënten niet duidelijk waarom er risico’s gespreid moeten worden noch is het cliënten bekend dat u klaarblijkelijk cliënten beschouwt als “een risico”.

Verder heeft u aangegeven, tijdens de vergadering van 17 november jl. waarbij de mobiele reisadviseurs aanwezig waren, dat bij de huidige omzet, Ede niet in hogere provisieschalen komt en dat het debiteurenrisico bij Ede al meer dan € 100.000,- zou betreffen. De wijze waarop u het voorgaande aan de mobielen heeft kenbaar gemaakt, wordt u eveneens verweten.

Verder is tijdens die vergadering gesproken over het faillissement van uw onderneming “[naam bedrijf]”, wat ook volgens de mobielen de nodige naamschade met zich mee zal brengen. U reageerde tijdens de vergadering volgens de mobielen heel laconiek, wat niet in goede aarde viel.

Voorts heeft u niet kunnen aangeven hoe u de bestaande en, nu na de opzegging door de mobielen, te verwachten (naam)schade wenst te compenseren c.q. wil voorkomen. Evenmin is aangegeven hoe u de problemen aangaande de onoverkomelijke omzetderving die thans aan de zijde van mijn cliënten ontstaat, wenst op te vangen. U heeft op geen enkele wijze kenbaar gemaakt hoe u denkt om te gaan met de opzeggingen van de overeenkomsten door de mobielen en de daarmee samenhangende problemen zijdens cliënten.

Bij de bespreking op 1 december jl. is verder nog gesproken over de bankgarantie die door u dient te worden verschaft aan SGR. Cliënten hebben aangegeven dat zij niet gehouden zijn die bankgarantie te verstrekken, maar dat u dat bent als franchisegever. U kon tijdens de bespreking daarop geen adequaat antwoord geven, wat cliënten overigens ten zeerste bevreemdde. Klaarblijkelijk is uw positie in dit kader eveneens u onduidelijk.

U heeft tijdens de bespreking van 1 december jl. aangegeven dat u schriftelijk inhoudelijk zou reageren op de (in gebreke)stellingen en verzoeken van cliënten vóór 14 december a.s. U zou in dit schrijven aangeven op welke wijze u de problemen, zoals in deze brief omschreven, zou kunnen oplossen. U sprak over een plan van aanpak/beleidsplan. U heeft niets meer van zich laten horen.

2.11. Bij brief van 23 december 2009 aan Starbookers heeft mr. I.R.M. Goedings namens 47 MRA’s de tussen Starbookers en die MRA’s bestaande overeenkomsten buitengerechtelijk ontbonden.

3. Het geschil

3.1. Starbookers vordert:

primair

nakoming van de tussen partijen gesloten intentieovereenkomst van 29 oktober 2008 en de samenwerkingsovereenkomst zoals als productie 4 is overgelegd, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag,

subsidiair

nakoming van de op 29 oktober 2008 gesloten intentieovereenkomst, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per dag,

meer subsidiair

dat [gedaagden] worden veroordeeld geen afwikkelingswerkzaamheden in de meest uitgebreide zin te verrichten voor de 55 MRA’s, waarvan de personalia als productie 9 zijn overgelegd, op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag.

Ten slotte vordert Starbookers dat [gedaagden] worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

3.2. Starbookers legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. [gedaagden] hebben tezamen met [betrokkene1] ongeveer 55 MRA’s onder valse voorwendsels bewogen om hun franchiseovereenkomst met Starbookers te beëindigen en zich aan te sluiten bij [gedaagde1]. Als gevolg hiervan ontvangt Starbookers geen fanchisefee meer van de betreffende MRA’s, welke vergoedingen afhankelijk van de boekingen aan Starbookers toekomen. Hierdoor lijdt Starbookers grote schade. Volgens Starbookers hebben [gedaagden] ten onrechte eenzijdig en abrupt de overeenkomsten verbroken. De intentieovereenkomst is op een groot aantal punten een sluitende overeenkomst. Daarnaast is de samenwerkingsovereenkomst na een aantal correcties definitief geworden, met uitzondering van enkele verbeterpunten. Tot 1 december 2009 hebben partijen ook gewoon uitvoering gegeven aan de samenwerkingsovereenkomst. [gedaagden] zijn dan ook gehouden beide overeenkomsten na te komen.

3.3. [gedaagden] voeren gemotiveerd verweer waarop, voor zover van belang, hierna zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van Starbookers.

4.2. De primaire vordering van Starbookers strekt tot nakoming van de intentieovereenkomst en de samenwerkingsovereenkomst. [gedaagden] zijn van mening dat er geen perfecte overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Uit de intentieovereenkomst volgt dat partijen nog een overeenkomst tot stand zouden brengen en dat Starbookers daarvoor zorg zou dragen. De door Starbookers in het geding gebrachte samenwerkingsovereenkomst is volgens [gedaagden] echter niet perfect. Vanaf het begin van de samenwerking waren er tussen partijen vergaande verschillen van inzicht over de wijze waarop een en ander gestalte zou moeten krijgen. Dat er nog slechts enkele ondergeschikte zaken zouden moeten worden geregeld is volgens [gedaagden] dan ook onjuist. Partijen waren nog in onderhandeling over de invulling van de samenwerking, hetgeen onder meer kan worden afgeleid uit de door haar in het geding gebrachte concept samenwerkingsovereenkomsten van 9 januari en 9 mei 2009.

4.3. Voorshands geoordeeld bevat de tussen partijen gesloten intentieovereenkomst alle essentialia van een samenwerkingsovereenkomst, zodat de intentieovereenkomst als een perfecte overeenkomst tussen partijen kan worden aangemerkt. Deze essentialia zijn met name de bepalingen over de looptijd van de overeenkomst en de verschillende vergoedingen. Aangenomen kan worden dat partijen ook geruime tijd uitvoering hebben gegeven aan deze overeenkomst. Dat de intentieovereenkomst nog moest worden uitgewerkt in een samenwerkingsovereenkomst doet hieraan niet af. Voldoende aannemelijk is immers geworden dat partijen behoudens enkele ondergeschikte punten het met elkaar eens waren over de inhoud van die samenwerkingsovereenkomst. Dit kan worden afgeleid uit het e-mailbericht van 23 november 2009 van Ton Kenter, die in dit verband optrad namens [gedaagde2] en [gedaagde3]. Weliswaar hebben [gedaagde2] en [gedaagde3] nog gesteld dat Kenter niet onafhankelijk was omdat hij ook de belangen heeft behartigd van de heer [betrokkene2], de vorige eigenaar van Starbookers, maar dit hebben zij onvoldoende met stukken onderbouwd. Een en ander betekent dat vooralsnog ervan kan worden uitgegaan dat er een rechtsgeldige overeenkomst tussen partijen bestaat. De voorzieningenrechter merkt hierbij nog op dat voor zover de intentieovereenkomst afwijkt van de samenwerkingsovereenkomst, laatstgenoemde overeenkomst prevaleert.

4.4. Nu er tussen partijen een rechtsgeldige overeenkomst bestaat, heeft Starbookers in beginsel recht op nakoming daarvan. [gedaagden] hebben deze overeenkomst via hun advocaat echter buitengerechtelijk ontbonden. De vraag die derhalve dient te worden beantwoord is, of de verwachting is gewettigd dat in een nog te voeren bodemprocedure de vordering tot ontbinding van de overeenkomst, althans een verklaring voor recht dat de overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden, zal worden toegewezen. Het is aan de voorzieningenrechter om thans een inschatting te geven van het oordeel van de bodemrechter.

4.5. In de kern genomen leggen [gedaagden] aan de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst met Starbookers een drietal redenen ten grondslag:

1. er is sprake van gewijzigde omstandigheden, bestaande uit het niet-nakomen van gemaakte afspraken,

2. er is sprake van een vertrouwensbreuk, nu Starbookers in weerwil van de overeenkomst en de gemaakte afspraken met een tweede relatieservicepunt is gaan werken, te weten RSP IJmuiden,

3. tijdens een vergadering op 1 december 2009 heeft Starbookers toegezegd vóór 14 december 2009 met een plan van aanpak te komen waarin zou worden beschreven hoe de verschillende problemen zouden worden opgelost, hetgeen Starbookers heeft nagelaten. Daarmee heeft Starbookers een fatale termijn overschreden.

4.6. Met betrekking tot de gewijzigde omstandigheden hebben [gedaagden] gesteld dat Starbookers in strijd met gemaakte afspraken niet heeft geïnvesteerd in de ontwikkeling van de onderneming, in werving en selectie, alsmede in zaken als bijvoorbeeld de website. Starbookers heeft gemotiveerd betwist dat zij niet heeft geïnvesteerd in de onderneming. Volgens haar heeft zij van november 2008 tot en met heden diverse activiteiten georganiseerd voor de MRA’s, zoals starters-trainingen, verkoop- en producttrainingen, workshops, studietrips en diverse symposia en meetings. Daarnaast heeft zij wel degelijk geïnvesteerd in werving en selectie, alsmede promotie. Ter staving van haar stellingen op dit punt heeft zij een overzicht van de activiteiten in 2009 in het geding gebracht (productie 8 bij dagvaarding). [gedaagden] hebben vervolgens weer gemotiveerd betwist dat dit overzicht juist is.

4.7. Bij deze stand van zaken kan in het kader van dit kort geding vooralsnog niet worden vastgesteld of Starbookers in strijd heeft gehandeld met gemaakte afspraken, door niet op genoemde punten te investeren in de onderneming. Daarvoor bestaat thans teveel onduidelijkheid. Het horen van getuigen en/of het overleggen van nadere stukken kan wellicht meer helderheid verschaffen, maar daarvoor leent een kort geding zich niet. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter biedt deze reden dan ook onvoldoende grond om de ontbinding te kunnen rechtvaardigen.

4.8. Met betrekking tot de vertrouwensbreuk wordt het volgende overwogen. Ter zitting heeft de advocaat van Starbookers een e-mailbericht van 29 december 2009 overgelegd van de advocaat van [gedaagden] gericht aan de toenmalige advocaat van Starbookers, waarin hij aangeeft akkoord te gaan met het onderbrengen van boekingen elders, bij een van de andere relatieservicepunten, tot 31 december 2010. In dit licht bezien wekt het op zijn minst verbazing dat [gedaagden] stellen dat er op dit punt sprake is van een vertrouwensbreuk. Daarbij komt nog dat er geen verzuim is ingetreden. Het gaat hier immers om een verplichting aan de zijde van Starbookers, waarvan de nakoming op het moment van de brief van 21 december 2009 niet reeds blijvend of tijdelijk onmogelijk was. In zo’n geval ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas, wanneer de schuldeiser in verzuim is (artikel 6:265 lid 2 BW). Dit laatste is het geval gedurende de tijd dat de prestatie uitblijft nadat zij opeisbaar is geworden (artikel 6:81 BW) en de schuldenaar in gebreke is gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming is gesteld (artikel 6:82 lid 1 BW). Gesteld noch gebleken is echter dat [gedaagden] Starbookers een termijn heeft gesteld waarbinnen zij alsnog haar verplichtingen op dit punt dient na te komen, dan wel dat zij Starbookers in gebreke heeft gesteld.

4.9. Met betrekking tot het overschrijden van een fatale termijn door Starbookers wordt ten slotte het volgende overwogen. Nog afgezien van het feit dat deze grond wel in de brief van 21 december 2009 wordt genoemd, maar als zodanig niet ten grondslag is gelegd aan de buitengerechtelijke ontbinding, gaat het voorshands geoordeeld niet om een fatale termijn die ziet op nakoming van de bewuste overeenkomst. De door Starbookers op 1 december 2009 gedane toezegging om vóór 14 december 2009 met een plan van aanpak te komen betreft immers niet een op haar rustende verplichting die voortvloeit uit de overeenkomst. Het niet nakomen van deze toezegging kan derhalve aan de zijde van Starbookers niet leiden tot een tekortkoming in de nakoming van haar verplichtingen uit die overeenkomst en dus evenmin tot een buitengerechtelijke ontbinding.

4.10. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat vooralsnog onvoldoende aannemelijk is geworden dat in een nog te voeren bodemprocedure de vordering tot ontbinding van de overeenkomst, althans een verklaring voor recht dat de overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden, zal worden toegewezen. Dit betekent dat [gedaagden] de tussen partijen bestaande overeenkomst dient na te komen. Het primair onder 3.1 gevorderde zal dan ook in voege zoals hierna aan te geven worden toegewezen. Er bestaat aanleiding de gevorderde dwangsom te matigen en te maximeren.

4.11. [gedaagden] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Starbookers worden begroot op:

- dagvaarding € 88,89

- vast recht € 263,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.167,89

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [gedaagden] tot nakoming van de tussen partijen gesloten intentieovereenkomst van 29 oktober 2008 en de samenwerkingsovereenkomst zoals door Starbookers als productie 4 is overgelegd,

5.2. bepaalt dat [gedaagden] voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat zij in strijd handelen met het onder 5.1 bepaalde, aan Starbookers een dwangsom verbeuren van

€ 2.500,00 per dag, tot een maximum van € 100.000,00,

5.3. veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van Starbookers tot op heden begroot op € 1.167,89,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Gameren op 2 maart 2010.