Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BL6839

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-02-2010
Datum publicatie
09-03-2010
Zaaknummer
181222
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schorsing wegens faillissement van de zaken gevoerd tegen twee gedaagden duurt voort.

De zaak tegen deen derde gedaagde wordt doorgehaald.

Resteren de zaken tegen de niet verschenen gedaagden . De rechtbank is van oordeel dat in deze zaken thans geen eindvonnis kan worden gewezen gelet op de dwingende bepaling van art. 140 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit betekent dat ook de zaak voor zover gevoerd tegen deze gedaagden op de parkeerrol geplaatst moet worden. Zou thans anders geoordeeld worden, dan zou de mogelijkheid het verstek alsnog te zuiveren, die uit de wettelijke regeling voortvloeit, hen ontnomen worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 181222 / HA ZA 09-293

Vonnis van 24 februari 2010

in de zaak van

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK NOORD GOOILAND U.A.,

gevestigd te Bussum,

eiseres,

advocaat mr. J.A. Trimbach te Hilversum,

tegen

1. [gedaagde1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. M. van Meurs te Nijkerk,

2. [gedaagde2],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. M. van Meurs te Nijkerk,

3. [gedaagde3],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen,

4. [gedaagde4],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen,

5. [gedaagde5],

wonende te Heerlen,

gedaagde,

advocaat mr. B.A.M.H. Quadflieg te Maastricht.

Eiseres zal hierna Rabobank genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 oktober 2009

- de rolverwijzing van 10 februari 2010 waaruit blijkt dat de zaak tussen Rabobank en [gedaagde5] voor doorhaling is geplaatst op de rol van heden, 24 februari 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in de zaken tussen Rabobank en [gedaagde3] en [gedaagde4].

2. De beoordeling

2.1. De rechtbank gaat ervan uit dat de schorsing wegens faillissement van de zaken gevoerd tegen de gedaagden [gedaagde1] en [gedaagde2] voortduurt.

2.2. Uit het voorgaande blijkt dat de zaak tegen [gedaagde5] heden wordt doorgehaald.

2.3. Resteren de zaken tegen de niet verschenen gedaagden [gedaagde3] en [gedaagde4]. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaken thans geen eindvonnis kan worden gewezen gelet op de dwingende bepaling van art. 140 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Deze luidt: “Tussen alle partijen wordt één vonnis gewezen, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd”. Dit betekent dat ook de zaak voor zover gevoerd tegen [gedaagde3] en [gedaagde4] op de parkeerrol geplaatst moet worden. Zou thans anders geoordeeld worden, dan zou de mogelijkheid het verstek alsnog te zuiveren, die uit de wettelijke regeling voortvloeit, hen ontnomen worden.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. verstaat dat de zaak tegen de gedaagden sub 1 en 2 op de parkeerrol van 7 april 2010 staat,

3.2. verstaat dat de zaak tegen de gedaagde [gedaagde5] heden wordt doorgehaald,

3.3. verwijst de zaak tegen de gedaagden sub 3 en 4 naar de parkeerrol van 7 april 2010,

3.4. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2010.