Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BL6501

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
03-03-2010
Datum publicatie
04-03-2010
Zaaknummer
05/600413-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Arnhem heeft op 3 maart 2010 een 22-jarige inwoner van Ede veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf vanwege vernieling, meerdere mishandelingen, bedreiging en (winkel)diefstallen. Ook moet hij een eerder opgelegde voorwaardelijke straf van 4 maanden uitzitten omdat hij de nieuwe feiten in een proeftijd pleegde.

Gelet op aanwijzingen van psychologische/psychiatrische problematiek is veroordeelde onder meer geobserveerd in het Pieter Baan Centrum. De gedragsdeskundigen hebben evenwel geen conclusies kunnen trekken. De rechtbank heeft dan ook overwogen dat haar niets anders restte dan veroordeelde straf op te leggen. Aangezien veroordeelde reeds langer in voorlopige hechtenis verbleef dan de duur van de op te leggen gevangenisstraf, heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis opgeheven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers : 05/600413-09, 05/504107-09, 05/514745-08, 05/514743-08, 05/512971-06 tul

Data zittingen : 30 januari 2009, 1 april 2009, 11 juni 2009, 3 september 2009,

13 november 2009 en 17 februari 2010

Datum uitspraak : 3 maart 2010

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsvrouw : mr. M.G.M. Frerix, advocaat te Ede.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de politierechter op 30 januari 2009 ten aanzien van parketnummer 05/514745-08 toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

Ten aanzien van 05/600413-09

1.

hij op of omstreeks 10 februari 2009 te Ede opzettelijk en wederrechtelijk

een viskom en/of een telefoon(toestel), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan (zijn oma) [slachtoffer], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, (met kracht) op de grond heeft stuk gegooid en

aldus dat goed heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar heeft gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 17 februari 2009 te Ede opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten zijn zus [slachtoffer1]), (met kracht) in/tegen haar

gezicht/kaak heeft gestompt/geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of

pijn heeft ondervonden;

3.

hij op of omstreeks 17 februari 2009 te Ede (zijn zus) [slachtoffer1] en/of

(haar vriend) [slachtoffer2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte

opzettelijk voornoemde [slachtoffer1] en/of [slachtoffer2] dreigend de woorden heeft

toegevoegd :"Ik pak je nog wel. Ik laat je dood maken en gooi je ramen in"

en/of "ik maak je af" en/of "ik maak je dood", althans woorden van gelijke

dreigende aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 18 december 2008 te Bennekom, gemeente Ede,in elk geval in

de gemeente Ede, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag (van ongeveer 165 euro), in elk geval enig goed/geldbedrag, geheel

of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij]/C 1000 [naam] in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen [slachtoffer3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor

te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad

aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes

mededader onverhoeds een greep heeft/hebben gedaan in de kassalade van de

kassa waaraan die [slachtoffer3] op dat moment als kassamedewerkster werkzaam was

en/of de handen van die [slachtoffer3] heeft/hebben weggeduwd en/of weggetrokken

en/of verdachte en/of verdachtes mededader zijn/hun, handen uit de handen van

die [slachtoffer3] heeft/hebben losgetrokken en/of (vervolgens) voormeld

geldbedrag uit die lade heeft/hebben weggerukt/weggegrist en/of (vervolgens)

verdachte en/of verdachtes medader(s) zich heeft/hebben losgetrokken van

iemand die hem/hen wilde tegenhouden en/of had vastgepakt en/of de persoon die

hem/hen had(den) vastgepakt en/of hem/hen wilde tegen houden opzij

heeft/hebben geduwd/gedrongen;

5.

hij in of omstreeks de periode van 12 december 2008 tot en met 13 december

2008 te Bennekom, gemeente Ede, in elk geval in de gemeente Ede, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een fiets, in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij1] in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte;

6.

hij op of omstreeks 17 december 2008 te Arnhem, in elk geval in de gemeente

Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag

(van totaal ongeveer 140,-euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde partij3] en/of C 1000 [naam], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen [slachtoffer4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes

mededader onverhoeds een greep heeft/hebben gedaan in de kassalade van de

kassa waaraan die [slachtoffer4] op dat moment als kassamedewerkster werkzaam was

en/of (vervolgens) voormeld geldbedrag uit die kassalade heeft/hebben

gerukt/gegrist;

Ten aanzien van 05/504107-09

hij op of omstreeks 09 februari 2009 te Ede, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer5]),

(met kracht) op/tegen haar schouder, althans op/tegen haar lichaam,

heeft geslagen en/of gestompt en/of geduwd, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Ten aanzien van 05/514745-08

hij op of omstreeks 06 augustus 2008 te Ede,

althans in Nederland, heeft verworven, voorhanden heeft gehad een (heren)

fiets (merk Gazelle type Orange), terwijl hij ten tijde van het verwerven of

het voorhanden krijgen van voormeld(e) goed(eren) wist, althans redelijkerwijs

had moeten vermoeden dat deze (heren) fiets door diefstal in elk geval door

enig misdrijf was verkregen;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 06 augustus 2008 te Ede,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een (heren) fiets (merk Gazelle type Orange), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij4], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte;

Ten aanzien van 05/514743-08

hij op of omstreeks 30 mei 2008 te Ede,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een personenauto (Saab

type Coupe, gekentekend [xx-xx-xx]) geparkeerd staande aan de [adres]

aldaar, heeft weggenomen een tas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde partij5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (een (zij) ruit

van bovenvernoemd voertuig heeft ingegooid/ingeslagen);

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 30 mei 2008 te Ede,

opzettelijk en wederrechtelijk een (zij) ruit van personenauto (Saab type

Coupe, gekentekend [xx-xx-xx]) geparkeerd staande aan de [adres] aldaar,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij6],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft

ingegooid/ingeslagen en aldus dat goed heeft vernield en/of beschadigd en/of

onbruikbaar heeft gemaakt;

1a. De vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich een vordering na voorwaardelijke veroordeling (parketnummer 05/512971-06).

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaken zijn laatstelijk op 17 februari 2010 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.G.M. Frerix, advocaat te Ede.

Ter terechtzitting van 11 juni 2009 zijn de zaken van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem, onder bovenstaande parketnummers bij afzonderlijke dagvaardingen aanhangig gemaakt, gevoegd.

De officier van justitie mr. H. Velders heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 05/600413-09, 05/504107-09, 05/514745-08 primair en ter zake van het onder 05/514743-08 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling heeft de officier van justitie gevorderd de tenuitvoerlegging van 4 maanden gevangenisstraf die door de politierechter te Arnhem op 19 april 2007 voorwaardelijk is opgelegd.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Ten aanzien van 05/600413-09, feiten 4 en 6

De raadsvrouw heeft aangegeven dat verdachte slechts een greep uit de kassa heeft gedaan. De raadsvrouw heeft ten aanzien van deze feiten verzocht verdachte vrij te spreken van de tenlastegelegde geweldscomponent.

Naar het oordeel van de rechtbank kan niet meer bewezen worden dan dat verdachte op 17 en op 18 december 2008 bij de C-1000 in respectievelijk Bennekom en Arnhem een greep uit de kassa heeft gedaan. Het doen van een greep uit de kassa valt naar het oordeel van de rechtbank niet onder ‘(bedreiging met) geweld’ als bedoeld in artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht. Zij zal verdachte derhalve van dit onderdeel van de tenlasteleggingen vrijspreken.

Daarnaast is onder feit 4 ten laste gelegd dat de daders ofwel één van hen de handen van de caissière weggeduwd of weggetrokken hebben of hun handen uit haar handen hebben losgetrokken. De caissière, mevrouw [slachtoffer3], heeft alleen verklaard dat er een hand in haar kassa kwam die probeerde geld te pakken. In het dossier bevinden zich ook overigens geen bewijsmiddelen inhoudende dat de daders danwel één van hen de handen van de caissière hebben weggeduwd/weggetrokken of hun handen uit haar handen hebben losgetrokken. Derhalve zal de rechtbank verdachte ook vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Ten aanzien van feit 4 is ook ten laste gelegd dat de daders danwel één van hen zich hebben losgetrokken van iemand die hen tegen wilde houden en/of iemand die hen tegen wilde houden opzij hebben geduwd.

De rechtbank overweegt dat, nu ten laste is gelegd dat het geweld of de bedreiging met geweld gepleegd is tegen [slachtoffer3], ook dit gedeelte van de tenlastelegging niet bewezen kan worden. Zij zal verdachte ten aanzien van dit deel van de tenlastelegging vrijspreken.

Ten aanzien van 05/514743-08

De raadsvrouw heeft verzocht verdachte van het primair tenlastegelegde vrij te spreken. Daartoe heeft zij betoogd dat niemand feitelijk gezien heeft dat verdachte de tas uit de auto heeft weggenomen. Hetgeen verdachte daarover heeft verklaard, namelijk dat hij toen samen was met ene [betrokkene] en deze de tas heeft gepakt, acht de raadsvrouw geloofwaardig. Verdachte heeft erkend dat hij de ruit van de auto heeft ingegooid met een steen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Aangeefster [benadeelde partij5] heeft verklaard dat de auto van haar collega [benadeelde partij7] met daarin haar zwarte tas op 30 mei 2008 om 17.30 uur geparkeerd werd te Ede in de berm aan de kant van een bos. Toen zij na ongeveer 20 minuten terug kwamen uit het bos zagen zij verdachte hun kant op lopen met de tas van [benadeelde partij5]. Bij de auto zag ze dat de zijruit van de auto stuk was en op de achterbank lag een grote steen.

Haar collega, de heer [benadeelde partij7], heeft verklaard dat hij zag dat een jongeman (naar later bleek verdachte) vanaf de plek waar zijn auto geparkeerd stond begon te hollen en een zwarte tas in zijn handen had.

Mevrouw [benadeelde partij5] en de heer [benadeelde partij7] hebben niet verklaard dat verdachte daar met iemand anders was. De getuigen [getuige1] en [getuige2] die toen ook in de buurt van het bos waren, hebben verklaard dat zij geen andere man bij verdachte hebben gezien.

Gelet hierop acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat een ander de tas uit de auto heeft weggenomen niet betrouwbaar en acht zij het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 05/600413-09, 05/504107-09, 05/514745-08 primair en het onder 05/514743-08 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

Ten aanzien van 05/600413-09

1.

hij op 10 februari 2009 te Ede opzettelijk en wederrechtelijk een viskom en een telefoon(toestel), toebehorende aan (zijn oma) [slachtoffer], op de grond heeft stuk gegooid

en aldus dat goed heeft vernield

2.

hij op 17 februari 2009 te Ede opzettelijk mishandelend een

persoon (te weten zijn zus [slachtoffer1]), (met kracht) tegen haar

gezicht heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

3.

hij op 17 februari 2009 te Ede [slachtoffer2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, hierin bestaande dat verdachte

opzettelijk voornoemde [slachtoffer2] dreigend de woorden heeft

toegevoegd :"Ik pak je nog wel. Ik laat je dood maken en gooi je ramen in"

en "ik maak je af" en "ik maak je dood",

4.

hij op 18 december 2008 te Bennekom, gemeente Ede, tezamen en in vereniging met een ander , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag (van 165 euro), toebehorende aan C 1000

5.

hij in de periode van 12 december 2008 tot en met 13 december

2008 te Bennekom, gemeente Ede, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen een fiets toebehorende aan [benadeelde partij1]

6.

hij op 17 december 2008 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag

(van totaal 140,-euro), toebehorende aan C 1000

Ten aanzien van 05/504107-09

hij op 09 februari 2009 te Ede,

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer5]),

(met kracht) tegen haar schouder, heeft geslagen waardoor deze letsel

heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

Ten aanzien van 05/514745-08

hij op 06 augustus 2008 te Ede, heeft verworven, voorhanden heeft gehad een (heren)

fiets (merk Gazelle type Orange), terwijl hij ten tijde van het verwerven of

het voorhanden krijgen van voormeld goed wist, dat deze (heren) fiets door diefstal was verkregen;

Ten aanzien van 05/514743-08

hij op 30 mei 2008 te Ede,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een personenauto (Saab

type Coupe, gekentekend [xx-xx-xx]) geparkeerd staande aan de [adres]

aldaar, heeft weggenomen een tas, toebehorende aan [benadeelde partij5], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, (een (zij) ruit

van bovenvernoemd voertuig heeft ingegooid;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van 05/600413-09 feit 1:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd

Ten aanzien van 05/600413-09 feit 2 en 05/504107-09, telkens:

Mishandeling

Ten aanzien van 05/600413-09 feit 3:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Ten aanzien van 05/600413-09 feit 4 en 6, telkens:

Diefstal door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van 05/600413-09 feit 5:

Diefstal

Ten aanzien van 05/514745-08 primair:

Opzetheling

Ten aanzien van 05/514743-08 primair:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten met name ook niet uit de hierna te noemen deskundigenrapportage.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 8 januari 2010;

• een briefrapport van ReclasseringsBalie te Arnhem, gedateerd 27 maart 2009, betreffende verdachte;

• een vroeghulp interventierapport van Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering, gedateerd 31 maart 2009, betreffende verdachte;

• een brief van J.P.M. van der Leeuw, klinisch psycholoog/psychotherapeut, gedateerd 3 april 2009, betreffende verdachte;

• een Pro Justitia rapport opgemaakt door drs. L.P. Heinsman, psychiater, gedateerd 6 april 2009, betreffende verdachte;

• een brief van drs. L.P. Heinsman, psychiater, gedateerd 22 april 2009, betreffende verdachte;

• een brief van J.P.M. van der Leeuw, klinisch psycholoog/psychotherapeut, gedateerd 5 mei 2009, betreffende verdachte;

• een adviesrapport van Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering, gedateerd 17 augustus 2009, betreffende verdachte;

• een briefrapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, gedateerd 1 september 2009, betreffende verdachte en

• een Pro Justitia rapport van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum, door J.M. Oudejans, psycholoog, en A.G.S. de Ranitz, psychiater, gedateerd 9 februari 2010, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan twee mishandelingen. Verdachte heeft niet alleen zijn zus geslagen, maar ook een voor hem volslagen onbekende vrouw omdat zij naar verdachte gekeken zou hebben.

Daarnaast heeft verdachte een vissenkom naar zijn oma gegooid. Ook heeft verdachte de vriend van zijn zus bedreigd met de dood.

Verdachte heeft tevens 4 diefstallen gepleegd waaronder 2 brutale winkeldiefstallen door, samen met een ander, een greep uit de kassalade te doen in aanwezigheid van de caissière.

Dit zijn feiten die niet alleen beangstigend zijn voor de slachtoffers, maar ook zorgen voor gevoelens van angst en onrust binnen de samenleving in het algemeen.

Uit het aangehaalde uittreksel uit het algemeen documentatieregister blijkt voorts dat verdachte reeds eerder ter zake van mishandeling en diefstal is veroordeeld.

Naar aanleiding van de zorgelijke psychische/psychiatrische gesteldheid van verdachte hebben verschillende gedragsdeskundigen rapportages opgemaakt. Psychiater De Ranitz heeft, kort gezegd, aanwijzingen gevonden voor een ernstige psychiatrische ziekte bij verdachte, psycholoog Oudejans komt tot een hypothese van een schizofrene ontwikkeling. Zij hebben echter, vanwege verdachtes weigering mee te werken aan het onderzoek in het Pieter Baan Centrum, niets vast kunnen stellen omtrent het bestaan van een psychische of psychiatrische stoornis bij verdachte en komen niet tot een behandeladvies.

Derhalve rest de rechtbank nu niets anders dan verdachte af te straffen.

Gelet op het feit dat de rechtbank het bij twee diefstallen tenlastegelegde geweld, in tegenstelling tot de officier van justitie, niet bewezen acht en gelet op de door het landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren geformuleerde oriëntatiepunten ten aanzien van strafbare feiten als de onderhavige, komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier van justitie geëist.

De rechtbank ziet geen heil in het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel nu verdachte de onderhavige feiten heeft begaan terwijl hij liep in een proeftijd van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf. Een reclasseringstoezicht heeft ook geen zin meer, zo heeft de reclasseringswerker W.A. Schellevis ter terechtzitting aangegeven, omdat verdachte ook daaraan weigert mee te werken.

Gelet op de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis van verdachte reeds op 17 februari 2010 opgeheven.

6a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank de feitelijke grondslag van de vordering van de officier van justitie juist.

Zij zal derhalve de tenuitvoerlegging gelasten van de voorwaardelijke gevangenisstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter te Arnhem d.d.19 april 2007.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14g, 27, 57, 285, 300, 310, 311, 350 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling (parketnummer 05/511216-07)

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Arnhem, d.d. 19 april 2007, onder parketnummer 05/512971-06.

Aldus gewezen door:

mr. M.A.E. Somsen, rechter als voorzitter,

mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra, rechter,

mr. J.M. Hamaker, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. N. ter Horst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 maart 2010.