Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BL5523

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
25-02-2010
Datum publicatie
25-02-2010
Zaaknummer
05/898001-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vierentwintig maanden cel voor grootschalige oplichting via internet

Arnhem, 25 februari 2010 - De meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem heeft een 30-jarige man veroordeeld voor het – ten dele samen met een ander – plegen van grootschalige oplichting via internet. Daarnaast is de man veroordeeld voor door hem gepleegde verduistering in dienstbetrekking.

Het Openbaar Ministerie hield de man verantwoordelijk voor een groot aantal zaken waarbij in 2008 particulieren via internet werden bewogen tot aankoop van niet bestaande spelcomputers, GSM telefoons en concertkaarten. Daarnaast hield het Openbaar Ministerie de man verantwoordelijk voor het in augustus 2007 verduisteren van poststukken die hij als postbode bij TNT mee naar huis nam. Het Openbaar Ministerie hield de man voorts verantwoordelijk voor valsheid in geschrifte door in advertentieteksten niet bestaande concertkaarten te koop aan te bieden alsmede niet bestaande goederen te koop aan te bieden waarbij hij gewag maakte van het bestaan van garantiebonnen. Door het Openbaar Ministerie was 36 maanden cel geëist.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat de man benadeelden heeft opgelicht door op de internetsite Marktplaats.nl spelcomputers, GSM telefoons en concertkaarten te koop heeft aangeboden. Daartoe maakte hij gebruik van emailaccounts waardoor zijn identiteit of verblijfplaats moeilijk of niet te achterhalen zou zijn. De goederen zijn na betaling door benadeelden niet afgeleverd. De rechtbank heeft voorts bewezen verklaard dat de man in augustus 2007 als postbode bij TNT postzakken mee naar huis heeft genomen waarna hij uit twee door hem geopende brieven GSM- simkaarten gehaald heeft. De rechtbank heeft de man vrijgesproken voor de aan hem tenlastegelegde valsheid in geschrifte omdat aan advertentieteksten in het maatschappelijk verkeer geen bewijsbestemming kan worden toegekend .

De rechtbank is van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige gepaste strafmodaliteit is en heeft de man veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf. Deze straf is korter dan door het Openbaar Ministerie is geëist omdat de rechtbank minder feiten bewezen acht en omdat 94 ad informandum feiten niet worden meegenomen.

De rechtbank heeft bij het opleggen van de straf benadrukt dat de man op listige wijze talloze mensen opgelicht heeft door hen te bewegen geld over te maken. Ook de verduistering als medewerker van TNT zijn ernstige feiten. Verdachte heeft op grove wijze misbruik gemaakt van het in het handelsverkeer noodzakelijke vertrouwen tussen burgers, zich enkel laten leiden door zakelijk financieel gewin en geen oog gehad voor de schadelijke gevolgen hiervan voor de benadeelden.

De behandeling van de strafzaak tegen de medeverdachte is voor nader onderzoek aangehouden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/898001-08

Datum zitting : 11 februari 2010

Datum uitspraak : 25 februari 2010

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- of verblijfplaats

Raadsman : mr. M.Th.M Zumpolle, advocaat te Utrecht.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

(zaaksdossier 7)

Hij in de periode 13 augustus 2007 tot en met 29 augustus 2007 in

de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, als persoon werkzaam bij een openbare instelling van vervoer, te weten TNT Post, opzettelijk twee postzakken met daarin aan die TNT Post toevertrouwde brieven, briefkaarten, stukken en pakketten, althans poststukken zich heeft toegeëigend en daaruit twee sim-kaarten, die waren ingesloten in twee brieven zich heeft toegeëigend.

Althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode 13 augustus 2007 tot en met 29 augustus 2007 in

de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, meermalen telkens opzettelijk

twee postzakken met daarin poststukken, althans twee sim-kaarten afkomstig uit

één of meer poststukken, die geheel of ten dele toebehoorden aan de

rechtspersoon TNT, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en

welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als

postbezorger, tot 20 augustus 2007 door middel van een uitzendbureau en met

ingang van 20 augustus 2007 op basis van een arbeidscontract met TNT, en aldus

anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft

toegeëigend;

2.

(zaaksdossier 5)

hij op of omstreeks 16 februari 2008 in de gemeente Zoetermeer, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het

aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [betrokkene1] heeft

bewogen tot de afgifte van EURO 90,-, hierin bestaande dat verdachte tezamen

met verdachtes mededader(s), althans alleen, met vorenomschreven oogmerk

opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- op de internetsite "Marktplaats.nl" een Nintendo Wii spelcomputer te koop

heeft aangeboden en

- daarbij in de betreffende advertentie:

- een naam heeft opgegeven van een bestaande gameshop, althans winkel, met

daarbij een inschrijfnummer van de kamer van koophandel en

- heeft aangegeven dat hij een Wii spelcomputer te koop heeft vanwege de

verkoop van zijn gameshop en

- heeft gesteld "alle spelcomputers zijn dus geheel nieuw in de doos en

voorzien van een garantiebon en een btw factuur." en een gedetailleerde

beschrijving heeft gegeven van de spelcomputers en

- heeft gesteld "Heeft u interesse in een spelcomputer mailt u ons dan

even uw bestelling door en uw gegevens. Neem ik zometeen nog contact met

u op" en

- nadat [betrokkene1] verdachte had gevraagd of zij de spelcomputer kon ophalen heeft

gezegd/geschreven:"de winkel is al verkocht en we doen alleen nog verzenden"

en "wat ik kan doen is dat je hem in twee keer kan betalen", en

- aan [betrokkene1] persoonlijke gegevens en betaalgegevens heeft doorgegeven, te

weten de naam [een naam] en een Postbank rekeningnummer en

- heeft gezegd/geschreven dat [betrokkene1] haar adresgegevens moest doorgeven zodat

hij, verdachte, wanneer was betaald, de spelcomputer kon versturen via

TNT-post en dat [betrokkene1] vervolgens een "track en trace-code" zou krijgen,

waarmee zij de voortgang van de verzending via het internet kon volgen en

- door vorengenoemde handelingen de indruk heeft gewekt een betrouwbare,

bonafide verkoper van spelcomputers te zijn die, nadat was betaald, het

gekochte product daadwerkelijk zou leveren

waardoor [betrokkene1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

(zaaksdossier 8)

hij op of omstreeks 27 januari 2008 in de gemeenten Apeldoorn, Huizen,

Delfzijl, Zwartewaterland, Leeuwarden, Schiedam, Deventer, Alphen aan den Rijn

en Zaanstad, althans in Nederland, op verschillende tijdstippen telkens

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen

van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels

- op verschillende tijdstippen [benadeelde partij2], [benadeelde partij3], [benadeelde partij1], [betrokkene2], [betrokkene3], [betrokkene4] en [benadeelde partij5]

heeft bewogen tot de afgifte van telkens EURO 170,-, en

- [benadeelde partij4] heeft bewogen tot de afgifte van EURO 206,20, en

- de zoon van [betrokkene5] heeft bewogen tot de afgifte van EURO 112,50,

hierin bestaande dat verdachte telkens tezamen met verdachtes mededaders,

althans alleen, met vorenomschreven oogmerk opzettelijk valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- op de internetsite "Marktplaats.nl" een Nintendo Wii, een X-box 360 en een

Playstation 3, althans een aantal spelcomputers, te koop heeft aangeboden

en

- daarbij in de betreffende advertentie:

- een naam heeft opgegeven van een bestaande gameshop met daarbij het

telefoonnummer van die gameshop en een inschrijfnummer van de kamer van

koophandel, en

- heeft aangegeven dat hij een Wii spelcomputer, een X-box 360

spelcomputer en een Playstation 3 spelcomputer te koop heeft vanwege de

verkoop van zijn gameshop en

- heeft gesteld "alle spelcomputers zijn dus geheel nieuw in de doos en

voorzien van een garantiebon en een btw factuur." en een gedetailleerde

beschrijving heeft gegeven van de spelcomputers en

- heeft gesteld "Heeft u interesse in een spelcomputer mailt u ons dan

even uw bestelling door en uw gegevens. Neem ik zometeen nog contact met

u op" en

- aan bovengenoemde personen persoonlijke gegevens en betaalgegevens heeft

doorgegeven, te weten de naam [een naam1] en een Postbank rekeningnummer en

- heeft aangegeven dat bovengenoemde personen hun adresgegevens moesten

doorgeven zodat hij, verdachte, wanneer was betaald, de spelcomputer

kon versturen via TNT-post en/of dat bovengenoemde personen vervolgens

een "track en trace-code" kregen (waarmee men de voortgang van de verzending

via het internet kon volgen), en

- door vorengenoemde handelingen de indruk heeft gewekt een betrouwbare,

bonafide verkoper van spelcomputers te zijn die, nadat was betaald, het

gekochte product daadwerkelijk zou leveren

waardoor vorengenoemde personen telkens werden bewogen tot bovenomschreven

afgifte;

4.

(zaaksdossier 8)

hij op of omstreeks 27 januari 2008 in de gemeenten Apeldoorn, Huizen,

Delfzijl, Zwartewaterland, Leeuwarden, Schiedam, Deventer, Alphen aan den Rijn

en Zaanstad, althans in Nederland, op verschillende tijdstippen telkens

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een digitaal tekstbestand en

- geprinte afdrukken van dat digitale tekstbestand,

zijnde telkens geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te

dienen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die

geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken, door telkens opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid

in genoemde geschriften op te nemen

- "vanwege verkoop van mijn gameshop heb ik meerdere spelcomputers nog te

koop" en/of

- "te koop aangeboden diverse spelcomputers" en/of

- "Nintendo Wii geheel nieuw in de doos, prijs is 170 euro"

- "Playstation 3 60 gig geheel nieuw in de doos, prijs is 225 euro"

- "Xbox 360 elite 120 gb geheel nieuw in de doos, prijs is 200 euro"

- "alle spelcomputers zijn dus geheel nieuw in de doos en voorzien van een

garantiebon en een btw factuur. garantiebon is voor 2 jaar."

- althans aan te geven dat hij, verdachte, één of meer nieuwe spelcomputers

heeft en te koop aanbiedt;

5.

(zaakdossier 4, aangifte 048)

hij op of omstreeks 03 maart 2008 in de gemeente Nijmegen, althans in

Nederland, op verschillende tijdstippen, telkens tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen,

- een digitaal tekstbestand en

- geprinte afdrukken van dat digitale tekstbestand,

zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die geschriften als

echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door

telkens opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid in genoemde

geschriften op te nemen

- "te koop 4 kaarten voor het pinkpop. (inclusief camping)

De kaarten worden geleverd met aankoopbon."

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 11 februari 2010 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte niet verschenen. Wel verschenen is verdachtes raadsman mr. M.Th.M Zumpolle, advocaat te Utrecht en uitdrukkelijk gemachtigd.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd/zijn ter terechtzitting verschenen:

• [benadeelde partij1];

• [benadeelde partij2];

• [benadeelde partij3];

• [benadeelde partij4];

• [benadeelde partij5];

• [benadeelde partij6];

• [benadeelde partij7].

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat het onder verdachte in beslag genomen geldbedrag verbeurd wordt verklaard en de in beslag genomen telefoonkaarten en bankpassen teruggegeven zullen worden aan de rechthebbenden.

De officier van justitie heeft voorts verzocht dat de vordering van de benadeelde partijen [benadeelde partij1], [benadeelde partij2], [benadeelde partij3], [benadeelde partij4] en [benadeelde partij5] worden toegewezen, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie heeft voorts verzocht de benadeelde partijen [benadeelde partij6] en [benadeelde partij7] niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering nu die vorderingen zien op ad informandum gevoegde feiten.

De raadsman van verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.

2b. De geldigheid van de dagvaarding

Door de verdediging is naar voren gebracht dat de dagvaarding ten aanzien van feit 4 en 5 nietig dient te worden verklaard. Naar de mening van de verdediging is uit de dagvaarding onvoldoende duidelijk wat aan verdachte wordt verweten.

De officier van justitie meent dat van een nietige dagvaarding ten aanzien van de feiten 4 en 5 geen sprake is.

De rechtbank overweegt het volgende.

Op grond van artikel 261, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering behelst de dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn. Het tweede lid voegt daaraan toe dat de dagvaarding tevens de vermelding behelst van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan.

Bij de uitleg van deze bepaling moet men voortdurend in het oog houden dat centraal staat of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. Ook voor de rechter moet de tenlastelegging begrijpelijk zijn. De eis van ‘opgave van het feit’ wordt zo uitgelegd dat het geheel in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk moet zijn , in de tweede plaats niet innerlijk tegenstrijdig en in de derde plaats voldoende feitelijk.

Een tenlastelegging is innerlijk tegenstrijdig als daarin naast elkaar twee mogelijkheden worden gepresenteerd die niet naast elkaar bestaanbaar zijn. Een dagvaarding behoeft zich niet uit te laten over de voor de strafbaarheid irrelevant zijnde aard en omvang van nadere bijzonderheden waarvan de vermelding niet op straffe van nietigheid wordt verlangd.

Uit de jurisprudentie volgt dat bij de beoordeling van een nietigheidsverweer ten aanzien van de dagvaarding een aantal factoren dient te worden meegewogen. Eén van die factoren is de vraag of er bij verdachte bij kennisneming van het strafdossier redelijkerwijs twijfel kan bestaan welke specifieke gedragingen hem worden verweten. Een andere factor die moet worden meegewogen is dat in de bewoordingen van de tenlastelegging besloten kan liggen wat het voorwerp van het strafrechtelijk onderzoek vormt. Ook de inhoud van de door de verdediging overlegde pleitnota mag in de beoordeling van het nietigheidsverweer worden meegenomen , net als de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting.

De rechtbank is van oordeel dat gezien de inhoud van het complete dossier en het geheel van de tenlastegelegde strafbare feiten in onderlinge samenhang bezien, de verdachte in staat moet worden geacht de tekst van de tenlastelegging te kunnen begrijpen. Daarnaast heeft verdachte tijdens zijn verhoren blijk gegeven van zijn begrip van de tenlastegelegde feiten.

De tenlastelegging behelst daarom naar het oordeel van de rechtbank een voldoende duidelijke opgave van de feiten nu de tekst van de tenlastelegging voldoende duidelijk, begrijpelijk, feitelijk en niet tegenstrijdig is. De rechtbank is gezien het bovenstaande van oordeel dat de gehele tenlastelegging aan de vereisten van artikel 261 Sv voldoet en verwerpt daarom het nietigheidsverweer van de verdediging.

3. De beslissing inzake het bewijs

Salduz-verweer

De verdediging voert aan dat verdachte niet is gewezen op het recht om een raadsman te raadplegen voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie. Daarmee is volgens de verdediging niet voldaan aan de waarborgen van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) zoals vastgelegd in het zgn. Salduz-arrest. Dit dient er volgens de verdediging toe dient te leiden dat de verklaringen van verdachte bij de politie niet als bewijs mogen worden gebruikt.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte kan gelden als “ervaringsdeskundige” en dat het feit dat verdachte voor aanvang van het eerste politieverhoor niet is gewezen op de mogelijkheid een advocaat te consulteren niet dient te leiden tot bewijsuitsluiting.

De rechtbank overweegt het volgende.

De Hoge Raad leidt in haar uitspraken van 30 juni 2009 uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens onder meer af: “ …dat een verdachte die door de politie is aangehouden, aan art. 6 EVRM een aanspraak op rechtsbijstand kan ontlenen die inhoudt dat hem de gelegenheid wordt geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie aangaande zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit een advocaat te raadplegen. (…)

Behoudens in het geval dat hij uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend doch in elk geval ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van dat recht, dan wel bij het bestaan van dwingende redenen als door het EHRM bedoeld, zal hem binnen de grenzen van het redelijke de gelegenheid moeten worden geboden dat recht te verwezenlijken.

(…)

Indien een aangehouden verdachte niet dan wel niet binnen redelijke grenzen de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen, levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv. (…)

Op grond van de rechtspraak van het EHRM moet worden aangenomen dat in gevallen waarvan hier sprake is, een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Daarom zal, mede gelet op de overwegingen van het EHRM in de hiervoor onder 2.3.2 weergegeven § 55, na een daartoe strekkend verweer het in 2.7.1 omschreven vormverzuim in de regel - dus afgezien van hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de door de verdachte gedane afstand van het recht om een advocaat te raadplegen alsmede de door het EHRM gereleveerde dwingende redenen - dienen te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de verklaringen van de verdachte die zijn afgelegd voordat hij een advocaat kon raadplegen.

2.7.3. Opmerking verdient dat het voorgaande ook geldt voor een verweer dat betrekking heeft op bewijsmateriaal dat is verkregen als een rechtstreeks gevolg van een voor het bewijs onbruikbare verklaring zoals hiervoor bedoeld. Of van zo'n rechtstreeks gevolg kan worden gesproken, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, zij het dat bewijsuitsluiting in beginsel niet in aanmerking komt ten aanzien van verklaring(en) die de verdachte nadien heeft afgelegd nadat hij een advocaat heeft kunnen raadplegen en hem de in art. 29, tweede lid, Sv bedoelde mededeling is gedaan dat hij niet verplicht is tot antwoorden.”

Ter zake van gevallen waarin het eerste politieverhoor plaatsvond voordat de Hoge Raad de hiergenoemde arresten heeft gewezen meent de rechtbank dat terughoudendheid op zijn plaats is. Verwezen zij hierbij naar de conclusie van AG Knigge bij het arrest van de Hoge Raad van 30 juni 2009 . Deze stelt onder meer dat als in lopende gevallen aan de arresten van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens op grote schaal consequenties moeten worden verbonden (in de vorm van bewijsuitsluiting en vrijspraak), ernstig tekort wordt gedaan aan het belang van wetshandhaving en aan de belangen van de betrokken slachtoffers. Daarom meent ook de rechtbank dat een casuïstische benadering aangewezen is, waarbij van geval tot geval wordt nagegaan of het tekort aan rechtsbijstand impliceert dat van een vrijwillige afstand van het zwijgrecht niet kan worden gesproken en veel betekenis zal toekomen aan de omstandigheden waaronder het verhoor heeft plaatsgevonden en de wijze waarop het is verlopen.

In de onderhavige zaak is verdachte op 18 augustus 2008 buiten heterdaad aangehouden en een eerste keer verhoord in verband met zijn inverzekeringstelling waarbij verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd. Daarmee staat vast dat sprake is van een eerste verhoor vóórdat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens arrest heeft gewezen in de zaak Salduz en voordat de Hoge Raad bovengenoemde arresten heeft gewezen. Verder is gebleken dat aan verdachte de cautie is gegeven en dat verdachte - kennelijk daarna - is bezocht door een piket advocaat . Tevens is gebleken dat verdachte in verhoren nadien wederom de cautie is gegeven, en ondanks het advies van zijn raadman om zich te beroepen op zijn zwijgrecht wederom bekennende verklaringen heeft afgelegd . De rechtbank meent op basis hiervan dat van een vrijwillige afstand van het zwijgrecht kan worden gesproken en dat een casuïstische benadering zoals hiervoor bedoeld, ertoe leidt dat het verweer van de raadsman moet worden verworpen. Daarbij acht de rechtbank mede de eerder genoemde overweging van de Hoge Raad van belang dat bewijsuitsluiting in beginsel niet in aanmerking komt ten aanzien van verklaring(en) die de verdachte nadien heeft afgelegd nadat hij een advocaat heeft kunnen raadplegen en hem de in art. 29, tweede lid, Sv bedoelde mededeling is gedaan dat hij niet verplicht is tot antwoorden.

Partiële vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte als feit 4 en feit 5 is tenlastegelegd en zal hem daarvan vrijspreken.

De rechtbank overweegt daarbij dat verdachte is tenlastegelegd dat hij een digitaal tekstbestand en geprinte afdrukken daarvan als geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. De rechtbank meent dat ten aanzien van bedoelde teksten, die als advertentietekst werden gebruikt, in het maatschappelijke verkeer geen bewijsbestemming kan worden toegekend. Daaraan doet niet af dat in de teksten gewag wordt gemaakt van het bestaan van een garantiebon bij levering van de goederen. Daarmee wordt immers de (advertentie)tekst zelf nog geen bewijs van een garantie.

Met betrekking tot de overige feiten is er sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

feit 1:

- het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene6], zaakdossier 07, dossierpagina 13-16;

- het proces-verbaal van verhoor van [verdachte], zaakdossier 07, dossierpagina 79-82;

feit 2:

- het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene1], zaakdossier 05, dossierpagina 14-20;

- de processen-verbaal van verhoor van [verdachte], zaakdossier 05, dossierpagina 300-312;

feit 3:

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij2], zaakdossier 08, dossierpagina 26-30;

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij3], zaakdossier 08, dossierpagina 32-36;

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij4], zaakdossier 08, dossierpagina 43-61;

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij1], zaakdossier 08, dossierpagina 71-76;

- het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene2], zaakdossier 08, dossierpagina 78-79;

- het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene3], zaakdossier 08, dossierpagina 81-84;

- het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene4], zaakdossier 08, dossierpagina 86-87;

- het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij5], zaakdossier 08, dossierpagina 89-91;

- het proces-verbaal van aangifte van [betrokkene5], zaakdossier 08, dossierpagina 94-96;

- de processen-verbaal van verhoor van [verdachte], zaakdossier 08, dossierpagina 317-336.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten 1 tot en met 3 heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

(zaaksdossier 7)

hij in de periode 13 augustus 2007 tot en met 29 augustus 2007 in

de gemeente Nijmegen, als persoon werkzaam bij een openbare instelling van vervoer, te weten TNT Post, opzettelijk twee postzakken met daarin aan die TNT Post toevertrouwde poststukken zich heeft toegeëigend en daaruit twee sim-kaarten, die waren ingesloten in twee brieven zich heeft toegeëigend.

2.

(zaaksdossier 5)

hij op 16 februari 2008 in de gemeente Zoetermeer, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen [betrokkene1] heeft bewogen tot de afgifte van

EURO 90,-, hierin bestaande dat verdachte met vorenomschreven oogmerk opzettelijk

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- op de internetsite "Marktplaats.nl" een Nintendo Wii spelcomputer te koop

heeft aangeboden en

- daarbij in de betreffende advertentie:

- een naam heeft opgegeven van een bestaande gameshop, althans winkel, met

daarbij een inschrijfnummer van de kamer van koophandel en

- heeft aangegeven dat hij een Wii spelcomputer te koop heeft vanwege de

verkoop van zijn gameshop en

- heeft gesteld "alle spelcomputers zijn dus geheel nieuw in de doos en

voorzien van een garantiebon en een btw factuur." en

- heeft gesteld "Heeft u interesse in een spelcomputer mailt u ons dan

even uw bestelling door en uw gegevens. Neem ik zometeen nog contact met

u op" en

- nadat [betrokkene1] verdachte had gevraagd of zij de spelcomputer kon ophalen heeft

gezegd/geschreven:"de winkel is al verkocht en we doen alleen nog verzenden"

en "wat ik kan doen is dat je hem in twee keer kan betalen", en

- aan [betrokkene1] persoonlijke gegevens en betaalgegevens heeft doorgegeven, te

weten de naam [een naam] en een Postbank rekeningnummer en

- heeft gezegd/geschreven dat [betrokkene1] haar adresgegevens moest doorgeven zodat

hij, verdachte, wanneer was betaald, de spelcomputer kon versturen via

TNT-post en dat [betrokkene1] vervolgens een "track en trace-code" zou krijgen,

waarmee zij de voortgang van de verzending via het internet kon volgen en

- door vorengenoemde handelingen de indruk heeft gewekt een betrouwbare,

bonafide verkoper van spelcomputers te zijn die, nadat was betaald, het

gekochte product daadwerkelijk zou leveren

waardoor [betrokkene1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

(zaaksdossier 8)

hij op of omstreeks 27 januari 2008 in de gemeenten Apeldoorn, Huizen,

Delfzijl, Zwartewaterland, Leeuwarden, Schiedam, Deventer, Alphen aan den Rijn

en Zaanstad, op verschillende tijdstippen telkens tezamen en in vereniging met een ander

met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen

van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen

- op verschillende tijdstippen [benadeelde partij2], [benadeelde partij3], [benadeelde partij1], [betrokkene2], [betrokkene3], [betrokkene4] en [benadeelde partij5]

heeft bewogen tot de afgifte van telkens EURO 170,-, en

- [benadeelde partij4] heeft bewogen tot de afgifte van EURO 206,20, en

- de zoon van [betrokkene5] heeft bewogen tot de afgifte van EURO 112,50,

hierin bestaande dat verdachte telkens tezamen met verdachtes mededaders,

met vorenomschreven oogmerk opzettelijk valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- op de internetsite "Marktplaats.nl" een Nintendo Wii, een X-box 360 en een

Playstation 3 te koop heeft aangeboden

en

- daarbij in de betreffende advertentie:

- een naam heeft opgegeven van een bestaande gameshop met daarbij het

telefoonnummer van die gameshop en een inschrijfnummer van de kamer van

koophandel, en

- heeft aangegeven dat hij een Wii spelcomputer, een X-box 360

spelcomputer en een Playstation 3 spelcomputer te koop heeft vanwege de

verkoop van zijn gameshop en

- heeft gesteld "alle spelcomputers zijn dus geheel nieuw in de doos en

voorzien van een garantiebon en een btw factuur." en

- heeft gesteld "Heeft u interesse in een spelcomputer mailt u ons dan

even uw bestelling door en uw gegevens. Neem ik zometeen nog contact met

u op" en

- aan bovengenoemde personen persoonlijke gegevens en betaalgegevens heeft

doorgegeven, te weten de naam [een naam1] en een Postbank rekeningnummer en

- heeft aangegeven dat bovengenoemde personen hun adresgegevens moesten

doorgeven zodat hij, verdachte, wanneer was betaald, de spelcomputer

kon versturen via TNT-post en/of dat bovengenoemde personen vervolgens

een "track en trace-code" kregen (waarmee men de voortgang van de verzending

via het internet kon volgen), en

- door vorengenoemde handelingen de indruk heeft gewekt een betrouwbare,

bonafide verkoper van spelcomputers te zijn die, nadat was betaald, het

gekochte product daadwerkelijk zou leveren

waardoor vorengenoemde personen telkens werden bewogen tot bovenomschreven

afgifte;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 2 en 3 telkens:

Medeplegen van oplichting

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 3 december 2009.

De rechtbank houdt bij de straftoemeting mede rekening met de in 2007 in een andere zaak tegen verdachte opgemaakte pro justitia rapportage en met de conclusie in die rapportage dat het tenlastegelegde verdachte in enigszins verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft op listige wijze talloze mensen opgelicht door hen te bewegen geld over te maken waarbij tevens misbruik is gemaakt van anderen die werden bewogen daarvoor hun bankrekeningen, bankpassen en pincodes ter beschikking te stellen. Hiervoor zijn ook enkele simkaarten verduisterd die verdachte als medewerker van TNT waren toevertrouwd. Dit zijn ernstige feiten.

Het motief van verdachte bij deze frauduleuze constructie kan niet anders zijn geweest dan het ten behoeve van zichzelf verkrijgen van gelden waarop anders geen aanspraak zou hebben bestaan. Door deze frauduleuze constructie heeft verdachte op grove wijze misbruik gemaakt van het in het handelsverkeer noodzakelijke vertrouwen tussen burgers. Verdachte heeft zich bij zijn handelen slechts laten leiden door zakelijk financieel gewin en heeft geen oog gehad voor de schadelijke gevolgen hiervan voor de benadeelden.

De rechtbank is van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige gepaste strafmodaliteit is. Deze zal korter zijn dan door de officier van justitie is geëist omdat de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie en de op de tenlastelegging 94 ad info vermelde feiten niet worden meegenomen.

In beslag genomen voorwerpen

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag betreft een voorwerp dat door middel van het strafbare feit is verkregen. De rechtbank zal dit voorwerp verbeurd verklaren.

De rechtbank zal voorts gelasten dat de in beslag genomen bankpassen en telefoonkaarten worden teruggegeven aan de rechthebbenden.

6b. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij1], [benadeelde partij2], [benadeelde partij3], [benadeelde partij4] en [benadeelde partij5] zijn voldoende onderbouwd en komen de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. De vorderingen zullen derhalve worden toegewezen.

De vorderingen van de benadeelde partijen [benadeelde partij6] en [benadeelde partij7] zien op feiten die op de tenlastelegging ad informandum zijn gevoegd en waarvan de raadsman ter terechtzitting heeft aangegeven dat deze niet in de behandeling konden worden meegenomen. De rechtbank zal de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in de vordering omdat de door hen geleden schade niet rechtstreeks is toegebracht door een jegens verdachte bewezen verklaard feit.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 33, 33a, 36f, 47, 57, 321, 322 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder 4 en 5 tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een geldbedrag van € 2980,-.

Gelast de teruggave aan de rechthebbenden van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten 4 bankpassen en 2 telefoonkaarten

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1] (feit 3).

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover [medeverdachte] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij1] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij1], wonende te [adres], te betalen € 170,- (zegge eenhonderdenzeventig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 170,-, subsidiair 3 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij1], wonende te [adres], te betalen € 170,-, (zegge eenhonderdenzeventig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2] (feit 3).

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover [medeverdachte] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij2] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij2], wonende te [adres], te betalen € 225,- (zegge tweehonderdenvijfentwintig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 225,- subsidiair 4 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij2], wonende te [adres], te betalen € 225,-, (zegge tweehonderdenvijfentwintig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3] (feit 3).

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover [medeverdachte] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij3] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij3], wonende te [adres] te betalen € 170,- (zegge eenhonderdenzeventig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 170,-, subsidiair 3 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij3], wonende te [adres] te betalen € 170,-, (zegge eenhonderdenzeventig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij4] (feit 3).

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover [medeverdachte] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij4] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij4], wonende te [adres], te betalen € 206,20 (zegge tweehonderdenzes euro en twintig cent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 206,20,-, subsidiair 4 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij4], wonende te [adres], te betalen € 206,20 (zegge tweehonderdenzes euro en twintig cent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij5] (feit 3).

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voor zover [medeverdachte] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij5] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij5], wonende te [adres], te betalen € 170,- (zegge eenhonderdenzeventig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 170,-, subsidiair 3 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij5], wonende te [adres], te betalen € 170,- (zegge eenhonderdenzeventig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 3 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij6].

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij7].

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door:

mr. P.J. van den Broeke, als voorzitter,

mr. I.D. Jacobs, rechter,

mr. E.J.M. van Engelen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 februari 2010.