Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BL4446

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
03-02-2010
Datum publicatie
18-02-2010
Zaaknummer
167237
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling op grond van afrekening tussen partijen na ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 167237 / HA ZA 08-362

Vonnis van 3 februari 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COOPCODIS GROOTHANDEL B.V.,

gevestigd te Velp, gemeente Rheden,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. K.F. Leenhouts te Tiel,

tegen

[ged.conv./eis.reconv.],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. P.M. Wilmink te Arnhem.

Partijen zullen hierna CoopCodis en [ged.conv./eis.reconv.] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 mei 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 4 augustus 2008, op welke zitting CoopCodis haar conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende wijziging van eis in conventie heeft genomen

- de conclusie van repliek in conventie

- de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie

- de conclusie van dupliek in reconventie tevens houdende wijziging van eis in conventie

- de antwoordakte op de wijziging van eis

- het pleidooi waar beide partijen hun standpunten aan de hand van pleitnotities hebben toegelicht.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. CoopCodis exploiteert een groothandelsbedrijf ten behoeve van levensmiddelendetaillisten.

2.2. In verband met de exploitatie door [ged.conv./eis.reconv.] van een supermarkt, gevestigd te [adres] en aan de [adres], zijn partijen een aantal overeenkomsten met elkander aangegaan, te weten:

- een samenwerkingsovereenkomst, gesloten op 11 juni 2007, waarop de algemene leverings- en betalingsvoorwaarden van CoopCodis van toepassing zijn

- een (onder)huurovereenkomst gesloten betreffende het pand te [adres] en aan de [adres], gesloten op 11 juni 2007

- een drietal overeenkomsten van geldlening, op basis waarvan CoopCodis aan [ged.conv./eis.reconv.] in totaal € 630.000,00 heeft geleend.

Voorts is [ged.conv./eis.reconv.], eveneens op 11 juni 2007, met CoopCodis Winkelbedrijven B.V. een koopovereenkomst ter zake de koop door [ged.conv./eis.reconv.] van bouwkundige voorzieningen, inventaris en goodwill met betrekking tot die supermarkt aan gegaan.

2.3. De exploitatie van de supermarkt door [ged.conv./eis.reconv.] is gestart op 25 februari 2007.

2.4. Bij brief van 12 februari 2008 heeft CoopCodis de samenwerkingsovereenkomst met onmiddellijke ingang ontbonden op grond van artikel 10.3 sub a van die overeenkomst. Daardoor zijn ook de andere overeenkomsten geëindigd.

2.5. Partijen hebben een overeenkomst gesloten omtrent de terugkoop van de supermarkt door CoopCodis van [ged.conv./eis.reconv.]. De feitelijke overdracht door [ged.conv./eis.reconv.] aan CoopCodis heeft plaatsgevonden op 16 februari 2008.

3. Het geschil

in conventie

3.1. CoopCodis vordert – samengevat –, na haar vordering tweemaal te hebben gewijzigd, dat de rechtbank [ged.conv./eis.reconv.] zal veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 290.458,85, vermeerderd met rente en kosten, met veroordeling van [ged.conv./eis.reconv.] in de kosten van dit geding.

3.2. Aan deze vordering legt CoopCodis het volgende ten grondslag. De overeenkomsten zijn als gevolg van de ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst beëindigd, zodat tussen partijen financieel afgerekend zal dienen te worden. Die afrekening luidt als volgt:

leningen en spaarrekeningen vorderingen [ged.conv./eis.reconv.] vorderingen CoopCodis

inleggeld € 2.270,00

kredietspaarrekening € 22.522,00

lening onbetaalde termijn € 779,41

saldo lening met rentevergoeding € 380.000,00

saldo lening zonder rentevergoeding € 135.000,00

CoopCodis Vastgoed B.V.

huur 17-29 februari 2008 € 0,00

borgsom € 0,00

Promotiekosten i.v.m. opening winkel € 10.000,00

openstaande weekfacturen

weeknota’s € 300.250,39

personeelskosten mw. [XXX] € 5.085,00

€ 35.571,41 € 820.335,39

Saldo door [ged.conv./eis.reconv.] te betalen: € 784.763,98

Verkoop onderneming/verkoopopbrengst

boekwaarde goodwill € 225.480,76

boekwaarde afbouw € 94.321,59

boekwaarde inventaris € 88.947,74

boekwaarde automatisering € 24.618,65

inkoopwaarde goederenvoorraad € 60.936,39

Totaal door [ged.conv./eis.reconv.] te ontvangen € 494.305,13

Saldo € 290.458,85

3.3. [ged.conv./eis.reconv.] voert verweer. Op de stellingen van partijen, voor zover van belang, zal onder de beoordeling worden ingegaan.

in reconventie

3.4. [ged.conv./eis.reconv.] vordert – samengevat –

te verklaren voor recht

- dat CoopCodis toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen jegens [ged.conv./eis.reconv.] en/of onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld,

- dat de tussen partijen bestaande overeenkomsten door de buitengerechtelijke verklaring van (de raadsman van) [ged.conv./eis.reconv.] op 14 februari 2008 zijn ontbonden, subsidiair die overeenkomsten op grond van dwaling te vernietigen,

- dat de door CoopCodis ten laste van [ged.conv./eis.reconv.] gelegde conservatoir beslagen onrechtmatig zijn,

- dat CoopCodis de in artikel 13.2 van de koopovereenkomst bedoelde boetes heeft verbeurd,

en CoopCodis te veroordelen de door [ged.conv./eis.reconv.] geleden schade aan hem te vergoeden, vermeerderd met boetes, rente en kosten, op te maken bij staat,

dan wel een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren,

met veroordeling van CoopCodis in de kosten van dit geding.

3.5. Aan deze vorderingen legt [ged.conv./eis.reconv.] het volgende ten grondslag.

CoopCodis heeft een ondeugdelijk exploitatiebegroting overgelegd en in het licht daarvan een non-conforme onderneming geleverd. Daardoor is CoopCodis toerekenbaar tekortgeschoten althans heeft zij onrechtmatig gehandeld, althans heeft [ged.conv./eis.reconv.] gedwaald. CoopCodis is jegens [ged.conv./eis.reconv.] aansprakelijk voor de daardoor door hem geleden schade. Voorts heeft [ged.conv./eis.reconv.] aanspraak op verbeurde boetes, omdat CoopCodis in een aantal opzichten haar verplichtingen uit de koopovereenkomst niet is nagekomen.

3.6. CoopCodis voert verweer. Op de stellingen van partijen, voor zover van belang, zal onder de beoordeling worden ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. [ged.conv./eis.reconv.] heeft zich niet tegen de eiswijzigingen verzet. Daarop zal dan ook worden recht gedaan.

4.2. De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen overeenstemming bestaat dat de tussen hen gesloten overeenkomsten zijn beëindigd. De vordering van CoopCodis betreft uitsluitend de afrekening tussen partijen in verband met die beëindiging van de overeenkomsten. Dat een afrekening moet plaatsvinden, staat op zichzelf ook niet tussen hen ter discussie. Bij de beoordeling van deze vordering kan dan ook in het midden blijven of er een (voldoende) grondslag bestond voor de ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst door CoopCodis.

4.3. [ged.conv./eis.reconv.] voert ten verwere aan dat CoopCodis een niet realistische exploitatiebegroting heeft overgelegd en dat zij ook overigens tekortgeschoten is jegens [ged.conv./eis.reconv.], zodat het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid dat CoopCodis het exploitatietekort ten laste brengt van [ged.conv./eis.reconv.].

4.4. Dit verweer wordt verworpen, waartoe het volgende wordt overwogen. Volgens vaste rechtspraak mag een prognose niet worden beschouwd als een garantie. Het enkele feit dat de door [ged.conv./eis.reconv.] gerealiseerde exploitatieresultaten afwijken van de exploitatiebegroting, is dan ook onvoldoende om te kunnen concluderen dat de exploitatiebegroting niet realistisch of ondeugdelijk was. En meer dan dat “de gerealiseerde omzet, winst en liquiditeit van meet af aan drastisch achterbleef bij de door CoopCodis opgestelde begroting” (antwoord/eis sub 70), welk verweer [ged.conv./eis.reconv.] cijfermatig heeft uitgewerkt, heeft [ged.conv./eis.reconv.] ter onderbouwing daarvan niet aangevoerd. Voorts heeft CoopCodis er terecht op gewezen dat (in artikel 3 van) de Aanvulling op de samenwerkingsovereenkomst d.d. 11 juni 2007 een terugkoopregeling is overeengekomen voor het geval “de gerealiseerde omzet gedurende de eerste 26 weken exploitatie significant afwijking vertoont (in negatieve zin) ten opzichte van de omzetbegroting”. Met andere woorden, partijen hebben van meet af aan rekening gehouden met de mogelijkheid dat de resultaten zouden afwijken van de prognoses en een voorziening getroffen voor het geval die mogelijkheid zich zou verwezenlijken. [ged.conv./eis.reconv.] heeft om hem moverende redenen van die terugkoopregeling geen gebruik gemaakt. Bovendien staat aan de voet van blad 1 van de exploitatiebegroting de tekst: “Aan deze begroting en uitkomsten kunnen geen rechten worden ontleend”. Met betrekking tot deze exoneratie wordt door [ged.conv./eis.reconv.] niets gesteld, zodat deze tussen partijen geldt.

Gezien het bovenstaande valt niet in te zien dat eventuele afwijkingen van de resultaten ten opzichte van de exploitatiebegroting op enigerlei wijze aan CoopCodis kunnen worden tegengeworpen. En ten aanzien van de overige verwijten die [ged.conv./eis.reconv.] aan CoopCodis maakt, wat daarvan ook zij, overweegt de rechtbank dat hij deze, in het licht van het verweer van CoopCodis, onvoldoende feitelijk heeft onderbouwd.

4.5. Evenmin bestaat aanleiding tussen partijen af te rekenen in die zin dat [ged.conv./eis.reconv.] in dezelfde vermogenspositie komt te verkeren als voor het aangaan van de overeenkomsten, dit reeds omdat daarvoor geen wettelijke basis bestaat. Voor zover [ged.conv./eis.reconv.] die basis zoekt in de redelijkheid en billijkheid, overweegt de rechtbank dat volgens artikel 6:248 lid 2 BW een tussen partijen als gevolg van een overeenkomst geldende regel niet van toepassing is, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit is dus een strengere maatstaf dan uitsluitend de redelijkheid en billijkheid. Mede in het licht van hetgeen in r.ov. 4.4 is overwogen, acht de rechtbank een afrekening conform de tussen partijen geldende overeenkomsten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.

4.6. [ged.conv./eis.reconv.] betwist de verschuldigdheid van een aantal van de in r.ov. 3.2 vermelde posten waaruit de vordering van CoopCodis is opgebouwd.

4.6.1. [ged.conv./eis.reconv.] voert ten aanzien van de lening onbetaalde termijn aan dat dat bedrag geen € 779,41 maar € 470,78 dient te zijn. CoopCodis heeft er uitdrukkelijk op gewezen dat [ged.conv./eis.reconv.] het desbetreffende bedrag van CoopCodis te vorderen heeft en dat zijn verweer op dit punt dus in zijn nadeel werkt, maar [ged.conv./eis.reconv.] heeft in zijn daaropvolgende processtuk dat bedrag van € 470,18 gehandhaafd. De rechtbank zal dan ook het bedrag van € 470,18 in aanmerking nemen.

4.6.2. Bij haar laatste wijzing van eis heeft CoopCodis haar vordering ter zake van de weeknota’s verminderd van € 300.250,59 tot € 290.458,85. Zij stelt dat dit de hoofdsom betreft. [ged.conv./eis.reconv.] betwist de juistheid van dat bedrag en stelt dat ter zake van de weeknota’s € 254.944,50 openstaat. Ter onderbouwing daarvan voert hij aan dat hij de weekfacturen inclusief de onderliggende stukken door de accountant heeft laten controleren en geeft hij de opstelling van de accountant weer.

Die opstelling vormt een onvoldoende onderbouwing van dat verweer, waartoe het volgende wordt overwogen. Dat bedrag van € 254.944,50 staat niet in die opstelling vermeld en het saldo van de (20) weeknota’s die [ged.conv./eis.reconv.] in die optelling vermeldt, bedraagt € 300.250,39, het aanvankelijk door CoopCodis gevorderde bedrag. Ook als de overige posten in die opstelling in aanmerking worden genomen, sluit de eigen berekening van [ged.conv./eis.reconv.] niet op dat bedrag van € 254.944,50. Het verweer is dus onvoldoende onderbouwd. Dat, zoals [ged.conv./eis.reconv.] stelt, € 20.354,65 aan rente in die facturen is begrepen, heeft hij al evenmin onderbouwd. Zo heeft hij niet geconcretiseerd welke rentebedragen bij welke facturen in rekening zijn gebracht. Het verweer wordt verworpen.

4.6.3. Ten aanzien van de boekwaarde van de inventaris voert [ged.conv./eis.reconv.] aan dat deze volgens zijn accountant € 90.849,92 bedraagt. De enkele verwijzing naar het oordeel van de accountant vormt geen onderbouwing. Nu overigens ter zake dit verweer niets is gesteld, ontbreekt elke onderbouwing. Dit verweer zal worden verworpen.

4.6.4. De rechtbank begrijpt dat CoopCodis aan de gevorderde personeelskosten voor mevrouw [XXX] ten grondslag legt dat [ged.conv./eis.reconv.] geen proeftijd met haar was overeengekomen en dat CoopCodis, nadat [ged.conv./eis.reconv.] de supermarkt had overgedragen aan haar, kosten heeft moeten maken in verband met mevrouw [XXX]. Zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, is dit een onvoldoende grondslag voor de gestelde vordering van CoopCodis. Dit onderdeel van de vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.7. Al het bovenstaande leidt tot de volgende berekening:

leningen en spaarrekeningen vorderingen [ged.conv./eis.reconv.] vorderingen CoopCodis

inleggeld € 2.270,00

kredietspaarrekening € 22.522,00

lening onbetaalde termijn € 470,78

saldo lening met rentevergoeding € 380.000,00

saldo lening zonder rentevergoeding € 135.000,00

CoopCodis Vastgoed B.V.

huur 17-29 februari 2008 € 0,00

borgsom € 0,00

Promotiekosten i.v.m. opening winkel € 10.000,00

openstaande weekfacturen

weeknota’s € 300.250,39

€ 35.262,78 € 815.250,39

Saldo door [ged.conv./eis.reconv.] te betalen: € 779.987,61

Verkoop onderneming/verkoopopbrengst

boekwaarde goodwill € 225.480,76

boekwaarde afbouw € 94.321,59

boekwaarde inventaris € 88.947,74

boekwaarde automatisering € 24.618,65

inkoopwaarde goederenvoorraad € 60.936,39

Totaal door [ged.conv./eis.reconv.] te ontvangen € 494.305,13

Saldo € 285.682,48

Het genoemde bedrag van € 285.682,48 is dan ook toewijsbaar.

4.8. Haar vordering tot betaling van rente en kosten heeft CoopCodis aldus geformuleerd “[Een bedrag van € 290.458,85,] te vermeerderen met de contractuele kosten ten aanzien van de weekfacturen, tevens te vermeerderen met de contractuele rente PM over de weekfacturen vanaf 1 juli 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, tevens te vermeerderen met de rente PM vanaf 01/01/2008 over € 380.000,= inzake de lening met rentevergoeding tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening”. [ged.conv./eis.reconv.] voert verweer.

4.9. Ten aanzien van de gevorderde vertragingsrente overweegt de rechtbank het volgende. CoopCodis beroept zich op artikel 7 van haar algemene betalings- en leveringsvoorwaarden. Volgens lid 2 van dat artikel dienen de verschuldigde factuurbedragen uiterlijk de veertiende dag na de afleverdatum op de bankrekening van CoopCodis te zijn bijgeschreven, welke termijn als een fatale termijn geldt. Door het verstrijken van deze termijn is [ged.conv./eis.reconv.] (telkens) ten aanzien van elke termijn in verzuim geraakt, zodat het verweer dat hij niet in verzuim verkeert, zal worden verworpen. Dat was afgesproken dat CoopCodis de bancaire financiering voor [ged.conv./eis.reconv.] zou regelen en dat hij eerst nadien de weekfacturen zou moeten betalen, heeft [ged.conv./eis.reconv.] in het licht van het verweer van CoopCodis onvoldoende onderbouwd.

Volgens artikel 7 lid 3 van die algemene betalings- en leveringsvoorwaarden bedraagt de rente 4% boven de depositorente ECB.

4.10. Voor wat betreft de rente over het bedrag van € 380.000,00 vordert CoopCodis geen specifieke rente, zodat zal worden uitgegaan van de wettelijke rente. Deze is verschuldigd met ingang van de datum van dagvaarding, 22 februari 2008.

4.11. Echter, nu de hoofdsom tot een bedrag van € 285.682,48 toewijsbaar is, zal ook de vertragingsrente over (maximaal) dit bedrag, en dus niet over de beide in de vordering genoemde bedragen, verschuldigd zijn. Nu CoopCodis als eisende partij zich niet heeft uitgelaten over de vraag welke rente over het toe te wijzen bedrag verschuldigd is en, gezien de vordering, de rente over het bedrag van € 285.682,48 kennelijk reeds tot 1 juli 2008 is berekend, zal de rechtbank de rente vanaf die datum toewijzen, waarbij [ged.conv./eis.reconv.] verschuldigd zal zijn het laagste van de beide in r.ov. 4.9 en 4.10 bedoelde percentages.

4.12. Met juistheid voert [ged.conv./eis.reconv.] aan dat de kosten zijn aan te merken als boete. Naar de rechtbank begrijpt, doet [ged.conv./eis.reconv.] met zijn beroep op matiging tot nihil een beroep op artikel 6:94 BW. De rechtbank zal deze kosten matigen tot een bedrag gelijk aan 2 %-punten van het liquidatietarief, zijnde € 4.000,00.

4.13. Als in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij zal [ged.conv./eis.reconv.] worden verwezen in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van CoopCodis. Deze bedragen tot heden:

vast recht € 4.686,00

dagvaardingskosten € 85,44

salaris advocaat € 10.000,00 (5 punten x € 2.000,00, tarief VI)

totaal € 14.771,44

in reconventie

4.14. [ged.conv./eis.reconv.] stelt dat CoopCodis in tweeërlei opzicht is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens hem (dagvaarding sub 79) te weten:

- de levering van de onderneming conform de exploitatiebegroting en

- het overleggen van een niet-deugdelijke exploitatiebegroting.

4.15. Ten aanzien van deze gestelde (nauw met elkander samenhangende) tekortkomingen overweegt de rechtbank het volgende. CoopCodis heeft als franchisegever de verplichting zorg te dragen voor een deugdelijke prognose. Echter, op grond van hetgeen reeds in r.ov. 4.4 is overwogen, kan niet worden geconcludeerd dat CoopCodis is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. De daarop gebaseerde vorderingen zullen worden afgewezen.

Hetzelfde geldt, op dezelfde gronden, ten aanzien van de op dwaling gebaseerde vorderingen.

4.16. Volgens vaste jurisprudentie kan, ingeval van een contractuele relatie tussen partijen, van onrechtmatig handelen van de ene jegens de andere partij slechts sprake zijn indien dat handelen ook onrechtmatig is indien die contractuele relatie wordt weggedacht. Dat daarvan sprake is, is gesteld noch gebleken. CoopCodis heeft derhalve niet onrechtmatig gehandeld.

4.17. Voor zover [ged.conv./eis.reconv.] bedoelt de redelijkheid en billijkheid mede aan zijn vorderingen ten grondslag te leggen, geldt dat de redelijkheid en billijkheid geen zelfstandige grond tot schadevergoeding kan zijn en reeds om die reden zal de op deze grondslag gevorderde schadevergoeding niet toewijsbaar zijn.

4.18. Ten slotte vordert [ged.conv./eis.reconv.] een verklaring voor recht dat CoopCodis de in artikel 13.2 van de koopovereenkomst bedoelde boetes verschuldigd is.

Dit baseert hij op de stellingen dat “CoopCodis a) niet dagelijks bevoorraadde, b) de overeengekomen promotiebijdrage ad € 10.000,00 niet betaalde, c) de eenzijdig had ingeperkt en e) het bancaire krediet niet geregeld had” (antwoord/eis sub 90). Wat [ged.conv./eis.reconv.] bedoelt met de stelling sub c, is de rechtbank niet duidelijk.

Wat van dat laatste ook zij, met betrekking tot deze vordering overweegt de rechtbank het volgende. Wat er van de stellingen van [ged.conv./eis.reconv.] ook zij, de koopovereenkomst is hij niet aangegaan met eiseres – CoopCodis Groothandel B.V. – maar met CoopCodis Winkelbedrijven B.V. Nu CoopCodis Winkelbedrijven B.V. geen partij is in deze procedure en CoopCodis Groothandel B.V. geen boetes ingevolge de koopovereenkomst is verbeurd, is reeds om die reden deze vordering niet toewijsbaar.

4.19. De vordering dat de rechtbank een zodanige beslissing zal nemen als zij in goede justitie zal vermenen te behoren, is te weinig concreet om tot enige toewijzende beslissing te kunnen leiden en zal dus op die grond worden afgewezen.

4.20. Gezien het hiervoor overwogene heeft CoopCodis door het leggen van beslag niet onrechtmatig gehandeld.

4.21. [ged.conv./eis.reconv.] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van CoopCodis. Deze bedragen tot heden € 2.500,00 (5 punten x € 2.000,00, tarief VI, x 50%) wegens salaris advocaat.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] aan CoopCodis te betalen een bedrag van € 285.682,48 (tweehonderdvijfentachtigduizend zeshonderd tweeëntachtig euro en achtenveertig eurocent), vermeerderd met een rentevergoeding daarover als bedoeld aan het slot van r.ov. 4.11,

5.2. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van CoopCodis en tot aan dit vonnis begroot op € 14.771,44,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4. wijst de vordering af,

5.5. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van CoopCodis en tot aan dit vonnis begroot op € 2.500,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis, mr. S.H. Bokx-Boom en mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2010.