Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BL4394

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
10-02-2010
Datum publicatie
18-02-2010
Zaaknummer
188693
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nu partijen geen nadere toelichting hebben gegeven, hoewel zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, komt de rechtbank tot de slotsom dat eisers betoog niet onderbouwd is waar hij stelt dat er wanprestatie is gepleegd omdat niet gesteld is of blijkt waarin deze bestond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 188693 / HA ZA 09-1477

Vonnis van 10 februari 2010

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. C.A.M.H. Vink te 's-Hertogenbosch,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DENNENBOS BELEGGINGEN B.V.,

gevestigd te Kerkdriel,

gedaagde,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eiser] en Dennenbos Beleggingen genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 11 november 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 27 januari 2010, waar partijen, hoewel de rechtbank op 22 januari 2010 het aanhoudingsverzoek van [eiser] had afgewezen en uitdrukkelijk had meegedeeld dat de zitting doorgang zou vinden, niet verschenen zijn.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Dennenbos Beleggingen als verkoper en [eiser] als koper ondertekenen op 22 april 2008 een akte houdende een koopovereenkomst met betrekking tot [adres]. De koopprijs bedraagt € 500.000,00.

2.2. Dennenbos Beleggingen als verkoper en [eiser] als koper ondertekenen op 3 juli 2008 een akte houdende een koopovereenkomst met betrekking tot het horecapand aan de [adres]. De koopprijs bedraagt € 400.000,00.

2.3. Deze koopovereenkomsten bevatten geen leveringsdatum.

2.4. De koopovereenkomst van 3 juli 2008 bevat in art. 4 de mededeling dat de koper tot zekerheid van de nakoming van zijn verplichtingen een waarborgsom heeft gestort van € 50.000,00 en dat deze behoudens ontbinding van de overeenkomst met de koopprijs verrekend zal worden.

2.5. Onder art. 14 bevat de koopovereenkomst van 3 juli 2008 de bepaling dat als een der partijen na behoorlijk in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen, deze partij in verzuim is en de wederpartij de keuze heeft tussen het eisen van nakoming en het ontbinden van de overeenkomst. In het laatste geval is de andere partij een onmiddellijk opeisbare boete van 10% van de koopprijs verschuldigd.

2.6. De notaris tegenover wie krachtens de koopovereenkomst van 3 juli 2008 de overdracht zou plaatsvinden, verzoekt Dennenbos Beleggingen bij brief van 27 maart 2009 uiterlijk op 10 april 2009 te leveren of uiterlijk op die datum aan [eiser] € 150.000,00 terug te betalen. Deze vraag wordt herhaald bij brief – ook als e-mail verzonden – van 8 april 2009 met als uiterste termijn 15 april 2009. Bij brief van 20 april 2009 verzoekt de notaris Dennenbos Beleggingen per ommegaande € 150.000,00 terug te betalen aan [eiser]. Op 4 mei 2009 herhaalt hij dit verzoek.

2.7. De advocaat van [eiser] schrijft Dennenbos Beleggingen op 30 juni 2009. Hij ontbindt in die brief de koopovereenkomst van 3 juli 2008 en maakt aanspraak op een boete ten belope van 10% van de koopprijs van € 400.000,00 en op terugbetaling van de waarborgsom van € 150.000,00. In totaal vordert de advocaat, inclusief rente en kosten, € 203.090,18.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert – samengevat – veroordeling van Dennenbos Beleggingen tot betaling van € 202.902,68 + p.m., vermeerderd met rente en kosten. Hij stelt dat hij op 24 april 2008 € 50.000,00 en op 20 mei 2008 € 100.000,00 aanbetaald heeft op grond van de koopovereenkomst van 3 juli 2008 en dat Dennenbos Beleggingen dit na ontbinding van deze overeenkomst wegens wanprestatie moet terugbetalen.

3.2. Dennenbos Beleggingen voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Kern van het betoog van [eiser] is dat de koopovereenkomst van 3 juli 2008 is ontbonden. Daarover wordt in de dagvaarding gezegd: “De koopovereenkomst is sowieso op 30 juni 2009 ontbonden wegens wanprestatie.” Daarmee doelt [eiser] op de onder 2.7 genoemde brief. Hierin echter is sprake van een eenzijdige mededeling van ontbinding zonder dat de grond daarvan ergens uit blijkt. Nu gemotiveerd verweer is gevoerd door Dennenbos Beleggingen, die ontkent dat die brief tot ontbinding van de koopovereenkomst heeft geleid, kan de rechtbank niet uit de stellingen van [eiser] of overigens uit de stukken afleiden dat de brief van 30 juni 2009 metterdaad tot ontbinding heeft geleid.

4.2. Zo [eiser] al wil betogen dat de niet-nakoming van een leveringsverplichting tot wanprestatie heeft geleid, verwerpt de rechtbank zijn betoog omdat er weliswaar brieven liggen waarin de notaris oproept aan de levering mee te werken, maar gesteld noch gebleken is dat daartoe enige verplichting bestond bij Dennenbos Beleggingen.

4.3. Nu partijen geen nadere toelichting hebben gegeven, hoewel zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, komt de rechtbank tot de slotsom dat [eiser]s betoog niet onderbouwd is waar hij stelt dat er wanprestatie is gepleegd omdat niet gesteld is of blijkt waarin deze bestond. Dit betekent dat de vordering moet worden afgewezen. De rechtbank wijst in dit verband op het tussenvonnis van 11 november 2009, waarin zij, onder 2.3, heeft overwogen dat zij uit het niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen – ook in het nadeel van die partij – kan maken die zij geraden acht.

4.4. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Dennenbos Beleggingen worden begroot op:

- vast recht € 4.480,00

- salaris advocaat 2.000,00 (1,0 punt × tarief € 2.000,00)

Totaal € 6.480,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Dennenbos Beleggingen tot op heden begroot op € 6.480,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2010.