Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BL3085

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
08-02-2010
Datum publicatie
09-02-2010
Zaaknummer
05/900853-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Militaire Kamer veroordeelt voormalig militair tot een maand gevangenisstraf geheel voorwaardelijk en een werkstraf van 240 uren wegens het meermalen plegen van diefstallen op verschillende kazernes.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Militaire Kamer

Parketnummer : 05/900853-08

Datum zitting : 25 januari 2010

Datum uitspraak : 8 februari 2010

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 15 maart 2008 tot en met 9 april 2008 te

Harskamp, gemeente Ede, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een of meer voertuigen (Mercedes Benz) heeft weggenomen twee, althans

een radio('s) (type RT 9500) en/of toebehoren (kabelsets en/of speakers en/of

handmicrofoons en/of antennes), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Ministerie van Defensie, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

2.

hij in of omstreeks de periode van 20 tot en met 22 juni 2008 te Harskamp,

gemeente Ede, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen in/uit een legeringskamer (kamer 20, gebouw 107 van de Generaal

Winkelmankazerne) twee, althans een (militaire) rugzak(ken) inhoudende (onder

meer) een aantal (militaire) goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan (respectievelijk) Ministerie van Defensie, in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 03 juli 2008, althans in de maand juli 2008 te Harskamp,

gemeente Ede, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen in/uit een loods (nr. 131, Generaal Majoor Winkelmankazerne)

vijf, althans een aantal radio's (RT 9200) en/of twee, althans een radio('s)

(RT 9100), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Ministerie van Defensie, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

4.

hij in of omstreeks de periode van 11 tot en met 14 juli 2008 te Harskamp,

gemeente Ede, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen in/uit een legeringskamer (kamer 07 en/of 06, gebouw 107 Generaal

Winkelmankazerne) drie, althans een of meer (militaire) rugzakken inhoudende

(onder meer) een hoeveelheid (militaire) goederen, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Ministerie van Defensie, in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

hij in of omstreeks de periode van 23 tot en met 29 november 2007 te Weert met

het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een magazijnruimte

(gebouw 26 Van Hornekazerne) heeft weggenomen drie, althans een aantal

radioinstallatie (KL PRC 9200) en/of toebehoren (staafantennes, microfoons,

hoofdtelefoons), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Ministerie van Defensie, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (het doorknippen

van gaaswerk);

6.

hij in of omstreeks de periode van 21 april 2008 tot en met 16 mei 2008 te

Havelte, gemeente Westerveld, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen in/uit een gebouw (nr. D 08, Johannes Postkazerne)

twee, althans een radio('s) (RT 9100) en/of een radio (RT 9200) en/of een

radio (H 9000) en/of een verrekijker (Woodland Binoculair) en/of acht, althans

een aantal camouflagenetten en/of een batterij), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Ministerie van Defensie, in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 25 januari 2010 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen.

De officier van justitie, mr. J.C. Stikkelman, heeft geëist dat verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en voorts tot een werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.

3.3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij in de periode van 15 maart 2008 tot en met 9 april 2008 te

Harskamp, gemeente Ede, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit een of meer voertuigen (Mercedes Benz) heeft weggenomen twee, althans

een radio'(s) (type RT 9500) en /of toebehoren (kabelsets en/of speakers en/of

handmicrofoons en/of antennes), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan het Ministerie van Defensie, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;

2.

hij in of omstreeks de periode van 20 tot en met 22 juni 2008 te Harskamp,

gemeente Ede, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen in/uit een legeringskamer (kamer 20, gebouw 107 van de Generaal

Winkelmankazerne) twee, althans een (militaire) rugzak(ken) inhoudende (onder

meer) een aantal (militaire) goederen , in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan (respectievelijk) het Ministerie van Defensie; in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op of omstreeks 03 juli 2008, althans in de maand juli 2008 te Harskamp,

ggemeente Ede, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen in/uit een loods (nr. 131, Generaal Majoor Winkelmankazerne)

twee, althans een aantal radio's (RT 9200) en/of één, althans een één radio('s)

(RT 9100), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

het Ministerie van Defensie; in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte;

4.

hij in of omstreeks de periode van 11 tot en met 14 juli 2008 te Harskamp,

gemeente Ede, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft

weggenomen in/uit een legeringskamer (kamer 07 en/of 06, gebouw 107 Generaal

Winkelmankazerne) drie, althans een of meer (militaire) rugzakken inhoudende

(onder meer) een hoeveelheid (militaire) goederen, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan het Ministerie van Defensie; in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte;

5.

hij in of omstreeks de periode van 23 tot en met 29 november 2007 te Weert met

het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een magazijnruimte

(gebouw 26 Van Hornekazerne) heeft weggenomen drie , althans een aantal

radio-installaties (KL PRC 9200) en/of toebehoren, (staafantennes, microfoons,

hoofdtelefoons), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

het Ministerie van Defensie , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak , verbreking en /of inklimming (het doorknippen

van gaaswerk);

6.

hij in of omstreeks de periode van 21 april 2008 tot en met 16 mei 2008 te

Havelte, gemeente Westerveld, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening

heeft weggenomen in/uit een gebouw (nr. D 08, Johannes Postkazerne)

twee, althans een radio ('s) (RT 9100) en /of een radio (RT 9200) en/of een

radio (H 9000) en/of een een verrekijker (Woodland Binoculair) en/of acht, althans

een aantal camouflagenetten en /of een batterij), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan het Ministerie van DefensieDefensie in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels

feit 2, feit 3, feit 4 en feit 6, telkens:

diefstal

feit 5:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met:

-- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

-- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

·Stigtera· de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 16 december 2009;

·Stigtera· een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, gedateerd 20 november 2009, betreffende verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aantal diefstallen waarbij hij goederen heeft weggenomen uit kazernes om deze te kunnen verkopen. Verdachte was toen nog militair en werkte ten tijde van de diefstallen op één van die kazernes. De door verdachte gestolen goederen behoorden overwegend toe aan het Ministerie van Defensie. Een aantal van die goederen waren ten tijde van de diefstal door het Ministerie van Defensie aan de betrokken collega’s, onder wie de kamergenoten van verdachte, in bruikleen verstrekt. Verdachte heeft door de diefstallen dus niet alleen zijn voormalige werkgever, het Ministerie van Defensie, financieel benadeeld, maar hij heeft ook het vertrouwen dat deze collega’s in hem hadden misbruikt. Verdachte heeft daarbij uitsluitend aan zijn eigen financiële gewin gedacht en lijkt geen moment erover na te hebben gedacht hoe het voor zijn collega’s, en dan met name zijn kamergenoten, moet zijn geweest om te worden bestolen door een collega-militair, die zij mochten vertrouwen en met wie zij ten minste dachten op goede voet te staan.

In beginsel zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor dergelijke feiten op zijn plaats zijn. Nu verdachte echter geen noemenswaardige documentatie heeft, zijn volledige medewerking aan het onderzoek heeft verleend én als gevolg van de feiten door het Ministerie van Defensie is ontslagen, is de militaire kamer van oordeel dat kan worden volstaan met een werkstraf, maar dan wel een werkstraf van de maximale duur. De tijd door verdachte in verzekering doorgebracht, te weten twee dagen, zijnde vier uren, zal overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht van de duur van deze werkstraf worden afgetrokken.

Daarnaast zal de militaire kamer een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte opleggen. Zij hoopt verdachte daarmee in de toekomst ervan te weerhouden om zich, ook indien hij weer in financiële problemen mocht komen, wederom schuldig te maken aan dergelijke feiten. Deze voorwaardelijk op te leggen gevangenisstraf is lager dan door de officier van justitie is gevorderd, omdat de militaire kamer van oordeel is dat, gezien de ook ter zitting betoonde spijt van verdachte, die de militaire kamer oprecht voorkomt, en gezien het feit dat hij inmiddels zijn leven weer op de rit lijkt te hebben, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand voldoende moet zijn om verdachte vanaf nu op het rechte pad te houden.

De militaire kamer heeft bij de straftoemeting mede gelet op de navolgende door de officier van justitie – onder toezegging van afzonderlijke strafvervolging terzake te zullen afzien ­– ad informandum gevoegde twee zaken, die door verdachte zijn erkend, te weten:

- het op 30 juni 2008 te Harskamp, gemeente Ede, doen van een valse aangifte van diefstal,

- het in de periode van 1 augustus 2007 tot en met 31 december 2007 te Weert, gemeente Weert, plegen van diefstal van 6 NBC-pakken uit een gebouw.

Verdachte heeft ter zitting afstand gedaan van de onder hem in beslag genomen voorwerpen, te weten een militaire gevechtslaars, militaire kleding Helly Hansen en een militair e camouflagegoederenzak.,

Ondanks deze mondelinge mededeling van verdachte zal de militaire kamer gelasten dat genoemde zaken terug moeten worden gegeven aan de rechthebbende, te weten het Ministerie van Defensie, daar deze mondelinge mededeling niet rechtsgeldig is voor afstand. In artikel 116, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering is immers een opsomming gegeven ten overstaan van wie een verdachte uitsluitend schriftelijk afstand kan doen van onder hem in beslag genomen voorwerpen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 6 tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

A. een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet tenuitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

B. Het verrichten van een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de

tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen, alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 120 (honderdtwintig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer­legging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, te weten 2 dagen, zijnde 4 uren, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen, te weten de militaire gevechtslaars, de militaire kleding Helly Hansen en de militaire camouflagegoederenzak, aan de rechthebbende, te weten het Ministerie van Defensie.

Aldus gewezen door:

mr. E. de Boer (voorzitter), mr. A.G. Broek-de Stigter en kapitein ter zee van administratie mr. H.T. Wagenaar (militair lid), in tegenwoordigheid van mr. S.C.A.M. Janssen (griffier),

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 februari 2010.