Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BL2818

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-01-2010
Datum publicatie
08-02-2010
Zaaknummer
656669 VV EXPL. 09/10205
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Kort geding. Vordering van een geldsom. Spoedeisend belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 656669 \ VV EXPL 09-10205 \ 282fh

uitspraak van 27 januari 2010

vonnis in kort geding

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Frits Wolf Beheer B.V.

gevestigd te Beuningen

eisende partij

gemachtigde mr. G.J.G. Olijslager

tegen

[gedaagde partij]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

gemachtigde mr. C. Nome

Partijen worden hierna Wolf Beheer en [gedaagde partij] genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 december 2009 met producties;

- de aantekeningen van de griffier van het verhandelde ter zitting van 11 januari 2010.

1. De vordering en het verweer

1.1. Wolf Beheer heeft [gedaagde partij] in kort geding gedagvaard en gevorderd dat hem zal worden bevolen casu quo hij zal worden veroordeeld als vermeld in de dagvaarding, waarvan een kopie aan dit vonnis is gehecht.

1.2. De vordering is gegrond op de volgende stellingen, samengevat weergegeven. [gedaagde partij] huurt sinds 7 juli 2008 van Wolf Beheer bedrijfsruimte aan de [adres]. De overeengekomen maandelijkse huurprijs bedroeg laatstelijk € 1.089,89 inclusief BTW. Dit bedrag is bij vooruitbetaling verschuldigd. Sinds april 2009 heeft [gedaagde partij] geen huur meer betaald. De achterstand is inmiddels opgelopen tot € 9.609,01 (negen maandelijkse termijnen). [gedaagde partij] heeft erkend dit bedrag schuldig te zijn, maar blijft niettemin zonder goede reden in gebreke.

1.3. [gedaagde partij] heeft ter zitting verweer gevoerd.

2. De beoordeling

2.1. Het verweer van [gedaagde partij] houdt in, dat Wolf Beheer geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Hij voert verder aan dat hij telefonisch aan Wolf Beheer heeft laten weten, dat hij van plan is zijn onderneming te staken.

2.2. Wolf Beheer heeft dit laatste betwist; er is naar haar zeggen geen telefonisch contact geweest.

2.3. Wat het spoedeisend belang betreft heeft [gedaagde partij] zijn verweer niet nader gemotiveerd. Hij heeft ook niet weersproken dat van een restitutierisico geen sprake is, omdat Wolf Beheer niet in een ongunstige financiële situatie verkeert.

2.4. In hoeverre een telefonische mededeling als door [gedaagde partij] gesteld reden zou kunnen zijn voor afwijzing van de vordering, is verder niet toegelicht.

2.5. Betalingsachterstand is een vorm van wanprestatie die door de lage rentetarieven en/of door traag verlopende invorderingsprocedures aantrekkelijk is geworden voor schuldenaars, maar verzwaring van administratieve lasten met zich meebrengt voor schuldeisers. Het is dan ook in het belang van het handelsverkeer dat schulden zonder onnodig uitstel worden voldaan. In geval van onbetwiste vorderingen dienen snelle, informele en goedkope invorderingsprocedures ter beschikking van schuldeisers te staan (vergelijk artikel 5 lid 1 van de EG-Richtlijn nr. 2000/35 van 29 juni 2000 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties). Daarmee is het spoedeisend belang van de vordering gegeven. Nu [gedaagde partij] de huurachterstand erkent, is er geen reden om aan te nemen dat in een bodemprocedure de vordering zal worden afgewezen. Dit leidt tot de conclusie dat de vordering tot voldoening van de achterstallige huur toewijsbaar is, met inbegrip van de verder niet betwiste wettelijke rente.

2.6. De in de toekomst verschijnende huurtermijnen vergen geen onverwijlde voorziening bij voorraad, omdat die nu niet opeisbaar zijn. Dit onderdeel van de vordering zal daarom worden afgewezen.

2.7. [gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij de kosten van dit geding moeten dragen. De aan de zijde van Wolf Beheer gevallen kosten worden begroot op € 72,25 voor de betekening van de dagvaarding, € 208,- voor vastrecht en twee punten à € 200,- volgens het liquidatietarief voor salaris gemachtigde, totaal € 680,25.

BESLISSING

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding,

- veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Wolf Beheer te betalen € 9.609,01 incl. BTW voor achterstallige huurpenningen;

- veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Wolf Beheer te betalen € 322,18 aan wettelijke handelsrente berekend tot 1 januari 2010, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 9.609,01 vanaf 1 januari 2010 tot de dag dat het bedrag van de huurachterstand volledig is voldaan;

- veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van Wolf Beheer begroot op € 680,25;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. D.H. ter Beek en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2010.