Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BL0923

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
25-01-2010
Datum publicatie
28-01-2010
Zaaknummer
05/8000204-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Militaire Kamer veroordeelt sergeant-majoor tot voorwaardelijke militaire detentie met daarbij de bijzondere voorwaarde dat hij zich zal houden aan de aanwijzingen van de Reclassering en daarnaast tot een werkstraf. De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat hij bij zijn toenmalige vriendin seksueel is binnengedrongen, terwijl hij wist dat zij in toestand van verminderd bewustzijn verkeerde, dat hij zonder haar toestemming seksueel getinte foto's van haar op internet heeft geplaatst en daarbij diverse onderschriften heeft gezet, dat hij een busje traangas en twee stroomstootwapens voorhanden heeft gehad en dat hij lakens heeft verduisterd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Militaire Kamer

Parketnummer : 05/800204-09

Datum zitting : 11 januari 2010

Datum uitspraak : 25 januari 2010

Promis II

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres] ,

plaats : [woonplaats],

rang/rnr : [nummer],

ingedeeld bij : CRC/milatcc te Udel.

Raadsman : mr. G.M.J. Kruijthof, advocaat te Rijswijk.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de militaire kamer toegelaten wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2004

te Metslawier, gemeente Dongeradeel, met [slachtoffer], van wie hij,

verdachte, wist dat zij in staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn

verkeerde, één of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit, of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer], hebbende verdachte

- één of meerdere van zijn vingers in de vagina en/of de anus van die

[slachtoffer] gebracht/geduwd en/of

- een vibrator en/of dildo, althans een voorwerp in de vagina en/of de anus

van die [slachtoffer] gebracht/geduwd;

2.

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2003 tot

en met 14 oktober 2008 te Metslawier, gemeente Dongeradeel, en/of te

Dordrecht, althans (telkens) in Nederland, opzettelijk, de eer en/of de goede

naam van [slachtoffer] heeft aangerand door tenlastelegging van één of meer bepaalde feiten, door het verspreiden en/of openlijk

tentoonstellen van foto's van die [slachtoffer], al dan niet vergezeld van

begeleidende teksten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te

geven, immers heeft verdachte met voormeld doel een (groot) aantal (circa 700)

foto's, waarop staat afgebeeld dat die [slachtoffer] naakt poseert en/of seksuele

handelingen verricht danwel ondergaat, op één of meerdere (openbare)

internetsite(s) geplaatst (www.amateurfoto.nl en/of

www.exposed-models.jouwalbums.nl en/of www.mijnalbums.nl en/of www.fotki.com

en/of www.perfervidly.com) en/of (in sommige gevallen) bij deze foto's teksten

geplaatst als [de vrouw] en/of "[de vrouw]";

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2003 tot

en met 14 oktober 2008 te Metslawier, gemeente Dongeradeel, en/of te

Dordrecht, in elk geval in Nederland, opzettelijk, een persoon, te weten [slachtoffer], in het openbaar, heeft beledigd door een (groot) aantal (circa 700)

foto's, waarop die [slachtoffer] naakt staat afgebeeld en/of waarbij zij seksuele

handelingen verricht danwel ondergaat, op één of meerdere (openbare)

internetsite(s) (zoals www.amateurfoto.nl en/of

www.exposed-models.jouwalbums.nl en/of www.mijnalbums.nl en/of www.fotki.com

en/of www.perfervidly.com) te plaatsen en/of deze foto's in enkele gevallen

van begeleidende teksten/opmerkingen te voorzien als [de vrouw] en/of

"[de vrouw]" en/of "[de vrouw]";

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 14 oktober 2008 te

Metslawier, gemeente Dongeradeel en/of Dordrecht, althans in Nederland, een

inschrijvingsformulier van internetsite "Sexyschatjes" - zijnde een geschrift

dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, valselijk heeft

opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst

te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door dat formulier opzettelijk

valselijk en/of in strijd met de waarheid in te vullen op naam van [slachtoffer] en dat formulier daarbij valselijk van de handtekening van die

[slachtoffer] te voorzien;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 14 oktober 2008 te

Metslawier, gemeente Dongeradeel en/of te Dordrecht althans in Nederland, een

busje pepperspray, zijnde een voorwerp (bestemd voor het treffen van personen

met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of

traanverwekkende stof(fen)) van de categorie II, sub 6 en/of één of twee

stroomstootwapen(s), (beide) zijnde een voorwerp (waarmee door een elektrische

stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt en/of pijn kan worden

toegebracht) van de categorie II sub 5, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 14 oktober 2008

te Nieuw Milligen, gemeente Apeldoorn, opzettelijk 12, althans meerdere,

lakens/lakensets, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

Landal vakantiepark 'Rabbit Hill', in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten

als een in dat vakantiepark verblijvende gast/persoon, onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 11 januari 2010 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. G.M.J. Kruijthof, advocaat te Rijswijk.

De officier van justitie, mr. J.T. Pouw, heeft geëist dat verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde en ter zake van het onder 1, 2 primair, 4 en 5 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot militaire detentie voor de duur van 4 maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met daarbij de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering, ook indien dit inhoudt behandeling bij FPK De Waag, en voorts tot een werkstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

2.a De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

klachtvereiste feit 2

Het onder 2 tenlastegelegde feit, smaad(schrift), subsidiair eenvoudige belediging, wordt op grond van artikel 269 van het Wetboek van Strafrecht niet vervolgd dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is gepleegd. Het ontbreken van een klacht van [slachtoffer] leidt echter niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. [slachtoffer] heeft immers in de aanvullende aangifte van 17 december 2007 ten overstaan van opperwachtmeesters der Koninklijke Marechaussee (verder: KMar) expliciet verklaard dat zij wilde dat verdachte voor het plaatsen van de foto’s op internet straf krijgt en dat het onderzoek niet gestopt werd. Daarmee staat vast dat zij destijds de bedoeling had dat er een vervolging werd ingesteld.

verjaring feit 2

Aan verdachte is onder 2 tenlastegelegd dat hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2003 tot en met 14 oktober 2008 (kort gezegd) smaad jegens [slachtoffer] zou hebben gepleegd door het openlijk tentoonstellen en/of verspreiden van diverse afbeeldingen en teksten. Op grond van artikel 261 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht wordt een dader als schuldig aan smaadschrift gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de derde categorie.

Op grond van artikel 70 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht vervalt door verjaring het recht op strafvervolging voor de misdrijven waarop geldboete, hechtenis of gevangenisstraf van niet meer dan drie jaren is gesteld in zes jaren. De verjaring kan worden gestuit door elke daad van vervolging. Daarvoor zijn louter opsporingshandelingen onvoldoende. Om een verjaring te kunnen stuiten, moet het gaan om een formele daad van vervolging uitgaande van het Openbaar Ministerie of rechter bedoeld om in de fase voorafgaande aan de tenuitvoerlegging tot een (uitvoerbare) rechterlijke beslissing te geraken.

In onderhavige zaak is de betekening van de dagvaarding aan verdachte de eerste formele daad van vervolging uitgaande van het Openbaar Ministerie geweest. Deze betekening heeft op 11 november 2009 in persoon plaatsgevonden. Dit betekent dat vanaf die datum de verjaring van het onder 2 tenlastegelegde feit is gestuit. Het recht op strafvervolging van hetgeen aan verdachte onder 2 is tenlastegelegd vóór de datum van 11 november 2003, is echter op grond van artikel 70 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht verjaard. De militaire kamer zal daarom het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van feit 2 wat betreft de periode van 1 juli 2003 tot en met 10 november 2003.

3. De beslis¬sing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Vrijspraak

De militaire kamer is, evenals de officier van justitie en de raadsman, van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen hetgeen aan verdachte onder 3 is tenlastegelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

feit 1

Vaststaande feiten.

Op grond van de bewijsmiddelen worden de navolgende feiten, die verder ook niet ter discussie staan, vastgesteld.

Verdachte en [slachtoffer] hebben van 2001 of 2002 tot eind 2004 een relatie gehad .

Verdachte heeft in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2004 te Metslawier, gemeente Dongeradeel een of meerdere van zijn vingers in de vagina en de anus van [slachtoffer] gebracht/geduwd en een vibrator in de vagina en de anus van die [slachtoffer] gebracht/geduwd .

[slachtoffer] was op het moment dat verdachte deze handelingen bij haar verrichtte onder invloed van alcohol. Zij had die avond samen met verdachte twee flessen wodka en een hoeveelheid bier gedronken .

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte deze handelingen heeft verricht terwijl hij wist dat [slachtoffer] door het alcoholgebruik in staat van bewusteloosheid of verminderd bewustzijn verkeerde.

Standpunt van de verdediging

Verdachte en zijn raadsman hebben aangevoerd dat [slachtoffer] heeft ingestemd met de door verdachte verrichte handelingen. Zij was weliswaar onder invloed van alcohol, maar zij kan alcohol goed verdragen en was voldoende bij bewustzijn.

Beoordeling van de standpunten

[slachtoffer] heeft verklaard dat:

- zij de dag dat de foto’s werden gemaakt zoveel wodka had gedronken dat ze dronken was geworden,

- zij in een diepe slaap is gevallen althans in een toestand is geraakt dat ze zich niet meer herinnert wat er is gebeurd,

- verdachte daarna - de bij de vaststaande feiten omschreven - seksuele handelingen heeft verricht, waaraan ze gezien haar toestand geen weerstand kon bieden en waar voor ze geen toestemming heeft gegeven ,

- dat ze omdat ze sliep niet heeft gemerkt dat hij voornoemde handelingen bij haar heeft verricht .

Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] niet heeft gevraagd of hij een vibrator of vingers in haar anus mocht stoppen . Hij heeft zonder vragen eerst één vinger, toen twee vingers en vervolgens de vibrator in haar anus gedaan. Hij heeft verklaard dat zij eerder had gezegd dat ze anale penetratie niet zag zitten . Hij heeft verklaard dat ze die avond dronken was . Hij heeft verklaard dat zij niet heeft bewogen toen hij een vinger in haar anus stopte en dat hij denkt dat het door de drank kwam dat ze niet bewogen heeft . Hij heeft verklaard dat [slachtoffer] als hij haar aansprak respons gaf door te kreunen maar dat ze geen volzinnen gaf . Hij heeft verder verklaard dat ze toen hij haar naam noemde iets mompelde van hmm, dat ze niet helemaal bij kennis was, maar dat ze wel reageerde , dat hij vroeg “zullen we verder gaan” en dat zij toen een mompelend antwoord gaf in de stijl van “hmm hmm” en dat hij dit mompelen als een bevestiging zag dat hij “met haar mocht spelen”. Hij omschrijft de toestand van [slachtoffer] op het moment dat hij de handelingen verrichtte als “tussen niet waakzaam en slaapdronken” .

De militaire kamer is van oordeel dat de voornoemde door verdachte gegeven omschrijvingen van de toestand en reacties van [slachtoffer], alsmede het gegeven dat [slachtoffer] volgens de verklaring van verdachte zich niet verzette tegen anale penetratie, waarvan ze hem eerder had gezegd dat ze dat niet zag zitten, een bevestiging is van haar verklaring dat zij door de drank in een zodanige toestand verkeerde dat zij de seksuele handelingen van verdachte niet heeft gemerkt en dat zij daaraan daardoor ook geen weerstand kon bieden. De militaire kamer acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] op dat moment verkeerde in staat van verminderd bewustzijn. Anders dan waar de verdediging van uit gaat, kan het door [slachtoffer] mompelen van “hmm hmm” niet gezien worden als een teken dat zij voldoende bij bewustzijn was en toestemming gaf. Verdachte stelt dat [slachtoffer] toen hij met de vibrator in haar anus duwde op enig moment “stop” heeft geroepen. Echter, ook dit kan niet gezien worden als een bevestiging dat zij zich voldoende bewust was van wat toen met haar gebeurde of van wat daarvoor met haar gebeurd was, noch dat zij daarmee instemde.

Uit de verklaring van verdachte dat [slachtoffer] dronken was, dat zij niet helemaal bij kennis was en dat zij verkeerde in een toestand tussen niet waakzaam en slaapdronken volgt dat verdachte van het verminderde bewustzijn van [slachtoffer] op de hoogte was.

Conclusie

Het vorenstaande brengt met zich dat de militaire kamer wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte het als feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierna nader aangegeven.

feit 2

Vaststaande feiten

Op grond van de bewijsmiddelen worden de navolgende feiten, die verder ook niet ter discussie staan, vastgesteld.

Verdachte heeft op meerdere tijdstippen in de periode van 11 november 2003 tot en met 14 oktober 2008 ongeveer 700 foto's, waarop staat afgebeeld dat [slachtoffer] naakt poseert en/of seksuele handelingen verricht of ondergaat, op (openbare) internetsites geplaatst (www.amateurfoto.nl, www.exposed-models.jouwalbums.nl, www.mijnalbums.nl, www.fotki.com en www.perfervidly.com) en in sommige gevallen bij deze foto's teksten geplaatst als [de vrouw] of "[de vrouw]" of "[de vrouw]";

Hij heeft dit opzettelijk gedaan uit kwaadheid, om haar zwart te maken.

Hij heeft dit gedaan vanuit zijn woning, tot 1 januari 2007 te Metslawier, gemeente Dongeradeel en vanaf die datum te Dordrecht .

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt dat voornoemd handelen van verdachte impliceert dat hij [slachtoffer] bepaalde feiten te last legt teneinde opzettelijk haar eer en goede naam aan te randen, zodat sprake is van smaad.

Standpunt van de verdediging

De advocaat van verdachte heeft - zonder nadere motivering - aangevoerd dat het plaatsen van de foto’s geen smaad oplevert maar, het subsidiair tenlastegelegde, belediging.

Beoordeling van de standpunten en conclusie

Uit de vaststaande feiten volgt dat verdachte welbewust foto’s van [slachtoffer] op internet heeft verspreid waarop zij seksuele handelingen verricht en ondergaat en dat hij daarbij haar naam en teksten als “[de vrouw]” en “[de vrouw]” heeft geplaatst, een en ander met de bedoeling om haar zwart te maken.

Het op het internet plaatsen van deze foto’s, haar naam en teksten kan geen ander doel hebben dan ruchtbaarheid te geven aan de op de foto’s afgebeelde seksuele gedragingen van [slachtoffer] en aan de haar door verdachte gegeven predicaten “[de vrouw]” en “[de vrouw]” . Deze foto’s en teksten hebben onmiskenbaar een beledigend karakter. Ook verdachte geeft aan dat hij [slachtoffer] daarmee zwart wilde maken, wat inhoudt dat hij haar in haar eer en goede naam wilde aantasten. De op de foto’s afgebeelde gedragingen, alsmede de term “[de vrouw]” in combinatie met die foto’s leveren steeds voldoende bepaalde feiten op als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht. Daarmee is het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

feit 4 en feit 5

Ten aanzien van de onder 4 en 5 tenlastegelegde feiten is er sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, zijnde:

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 11 januari 2010;

- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal nr. PL27WR/09-000955, gesloten op 18 februari 2009, opgemaakt door verbalisant van de Koninklijke Marechaussee, district West, brigade Recherche & Informatie, met bijlagen, voor zover inhoudende:

- het proces-verbaal van doorzoeking, p. 139 en p. 140;

- het proces-verbaal forensische opsporing, p. 269-271;

- het proces-verbaal van aangifte, p. 280 en p. 281.

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2002 tot en met 31 december 2004

te Metslawier, gemeente Dongeradeel, met [slachtoffer], van wie hij,

verdachte, wist dat zij in staat van verminderd bewustzijn

verkeerde, handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit, het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- één of meerdere van zijn vingers in de vagina of de anus van die

[slachtoffer] gebracht/geduwd en

- een vibrator in de vagina of de anus van die [slachtoffer] gebracht/geduwd;

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 11 november 2003 tot

en met 14 oktober 2008 te Metslawier, gemeente Dongeradeel, en te

Dordrecht, telkens opzettelijk, de eer en de goede

naam van [slachtoffer] heeft aangerand door tenlastelegging van één of meer bepaalde feiten, door het verspreiden en openlijk tentoonstellen van foto's van die [slachtoffer], al dan niet vergezeld van begeleidende teksten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel een (groot) aantal (circa 700) foto's, waarop staat afgebeeld dat die [slachtoffer] naakt poseert en/of

seksuele handelingen verricht danwel ondergaat, op (openbare) internetsites) geplaatst (www.amateurfoto.nl en/of www.exposed-models.jouwalbums.nl en/of www.mijnalbums.nl en/of www.fotki.com en www.perfervidly.com) en (in sommige gevallen) bij deze foto's teksten geplaatst als [de vrouw] en/of "[de vrouw]";

4.

hij in de periode van 1 juni 2004 tot en met 14 oktober 2008 te Metslawier, gemeente Dongeradeel en te Dordrecht , een busje pepperspray, zijnde een voorwerp (bestemd voor het treffen van personen met (een) traanverwekkende stoffen van de categorie II, sub 6 en twee stroomstootwapens beide zijnde een voorwerp (waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt en pijn kan worden toegebracht) van de categorie II sub 5, voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

5.

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 14 oktober 2008

te Nieuw Milligen, gemeente Apeldoorn, opzettelijk 12

lakensets, toebehorende aan Landal vakantiepark 'Rabbit Hill', welke goederen verdachte anders dan door misdrijf, te weten als een in dat vakantiepark verblijvende gast/persoon, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van feit 1:

met iemand van wie de dader weet dat hij in staat van verminderd bewustzijn verkeert handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

ten aanzien van feit 2 primair:

smaadschrift, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 4:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 5:

verduistering

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 26 februari 2009;

- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 10 juli 2009, betreffende verdachte.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat vooral het onder 2 tenlastegelegde feit bij de gevorderde straf zwaar meeweegt, nu dit voor aangeefster grote schade oplevert. Daarbij komt dat verdachte eerder een transactie heeft gehad voor een soortgelijk feit ten aanzien van een buurvrouw. Hij lijkt de schade die hij met zijn daden berokkent niet in te zien, zodat een voorwaardelijke vrijheidsstraf nodig is als stok achter de deur, ook voor de bijzondere voorwaarden, reclasseringscontact en behandeling bij de Waag.

Standpunt van de verdediging

Zijdens de verdediging is aangevoerd dat de geëiste straf fors is in verhouding tot hetgeen bewezen kan worden, temeer nu verdachte vrijwillig hulp heeft gezocht bij de Waag en daarbij goede resultaten boekt. De straf dient daarom te worden gematigd.

Beoordeling van de standpunten en conclusie

Verdachte heeft misbruikt gemaakt van de door fors alcoholgebruik verminderde staat van bewustzijn van zijn vriendin door met haar seksuele handelingen te verrichten, waaronder anale penetratie. Het betreft handelingen waarmee zij, zoals hij wist, eerder, bij volle bewustzijn, niet wilde instemmen en waarmee zij, zoals zij verklaart, ook nooit zou instemmen. Hij heeft daarvan foto’s gemaakt en uit rancune deze en andere foto’s met seksuele handelingen op het internet verspreid om haar zwart te maken. Hij heeft dit niet één keer gedaan, maar meerdere keren. Ook nadat aangeefster een advocaat had ingeschakeld om verdachte te bewegen de foto’s (voor zover mogelijk) van het internet te verwijderen, heeft hij, opnieuw uit rancune en “om met haar in contact te komen”, wéér smadelijke foto’s van haar verspreid. Verdachte heeft bij zijn handelen op geen enkele wijze rekening gehouden met de gevolgen voor aangeefster. Zoals ook verdachte zelf heeft aangegeven is het bijzonder moeilijk om eenmaal op deze wijze verspreide foto’s volledig van het internet te verwijderen. Temeer nu hij ook nog haar naam bij - een deel van - deze foto’s heeft geplaatst zal zij steeds als iemand haar, om welke reden dan ook, via een zoekmachine op het internet opzoekt, met de gevolgen van de smaad worden geconfronteerd. De schade voor aangeefster is dan ook zeer groot. Dit is verdachte des te meer aan te rekenen nu hij zich van de kwalijkheid van zijn handelen bewust moet zijn geweest aangezien hij eerder een transactie in de vorm van een werkstraf heeft voldaan voor een vergelijkbaar feit.

De ernst van deze gedragingen, opgeteld bij het verboden wapenbezit en de verduistering van lakenpakketten, rechtvaardigt een hogere straf dan de officier van justitie heeft gevorderd. Voor matiging is, anders dan de verdediging aanvoert, dan ook geen plaats. De persoonlijke omstandigheden van verdachte, die nog niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld, weerhouden de militaire kamer ervan om hem een onvoorwaardelijke vrijheidstraf op te leggen, zodat het onvoorwaardelijk deel zal worden beperkt tot de maximale werkstraf.

De handelingen van verdachte hangen deels samen met zijn pornoverslaving. Verdachte heeft daarvoor hulp gezocht bij De Waag. Zoals door de reclassering in haar rapport is overwogen, is de intrinsieke motivatie voor de behandeling van verdachte beperkt, evenals zijn inzicht van de werkelijke consequenties van zijn handelen voor de ander. Het is daarom noodzakelijk om hem verplicht reclasseringscontact op te leggen en om ook de verdere behandeling bij de Waag met een voorwaardelijke militaire detentie af te dwingen. Deze voorwaardelijke vrijheidsstraf dient ook overigens om verdachte van het opnieuw plegen van vergelijkbare feiten te weerhouden.

De militaire kamer neemt op dit punt de eis van de officier van justitie over.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 57, 91, 243, 266 en 321 van het Wetboek van Straf¬recht, de artikelen 11, 12 en 14 van het Wetboek van Militair Strafrecht en de artikelen 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

8. De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk ten aanzien van feit 2 wat betreft de periode van 1 juli 2003 tot en met 10 november 2003.

Spreekt verdachte vrij van het onder 3 tenlastegelegde.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair, 4 en 5 tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

A. militaire detentie voor de duur van 4 (vier) maanden.

Bepaalt dat deze militaire detentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens Reclassering Nederland zullen worden gegeven, ook wanneer dit inhoudt het meewerken aan begeleiding/behandeling door forensische psychiatrische polikliniek De Waag te Rotterdam, voor zover en voor zolang dit binnen de proeftijd door de genoemde instellingen nodig wordt geacht.

Geeft opdracht aan Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

B. een werkstraf voor de duur van 240 uren

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de

tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen, alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 120 (honderdtwintig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer¬legging van deze uitspraak in verzekering doorgracht, te weten 2 dagen, zijnde 4 uren geheel in mindering zal worden gebracht

Aldus gewezen door:

mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. E. de Boer en kolonel mr. B.F.M. Klappe (militair lid), in tegenwoordigheid van mr. S.C.A.M. Janssen (griffier).

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 januari 2010.