Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BL0244

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-01-2010
Datum publicatie
22-01-2010
Zaaknummer
05/982000-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

BESLISSING EX ARTIKEL 50, lid 2

VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING, inhoudende dat de raadsman geen toegang zal hebben tot de verdachte en dat brieven of andere stukken tussen de raadsman en de verdachte gewisseld, niet zullen worden uitgereikt voor de duur van zes dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige raadKamer

Parketnummer : 05/982000-10

Rechtbanknummer : 10/67

Datum zitting : 21 januari 2010

BESLISSING EX ARTIKEL 50, lid 2

VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING

Beslissing van de rechtbank Arnhem, meervoudige raadkamer, naar aanleiding van het op 19 januari 2010 uitgevaardigde bevel ex artikel 50 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering tegen verdachte:

Naam : [verdachte]

Voornamen : [Voornamen]

Geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

Wonende te : [adres]

inhoudende dat de raadsman geen toegang zal hebben tot de verdachte en dat brieven of andere stukken tussen de raadsman en de verdachte gewisseld, niet zullen worden uitgereikt voor de duur van zes dagen.

De officier van justitie heeft de voorzitter van de rechtbank onverwijld dit bevel doen toekomen.

De procedure

Het bevel is in raadkamer van 21 januari 2010 getoetst. In raadkamer is verschenen mr. [naam].

De officier van justitie heeft ter terechtzitting het bevel toegelicht.

De beoordeling

Ter zitting is gebleken dat de raadsman voor [naam] c.v. en [naam] Holding b.v. optreedt. Tevens heeft de raadsman zijn voornemen kenbaar gemaakt verdachte te willen bijstaan na diens aanhouding. Verdachte is als vastgoed manager in dienst van [naam2] b.v. dat gelieerd is aan [naam] c.v. en [naam] Holding b.v. en is contactpersoon voor wat betreft het beheer van de panden van [naam] b.v.

Gelet op het bovenstaande doet zich naar het oordeel van de raadkamer niet de situatie voor dat de raadsman de belangen behartigt van meerdere - mede - verdachten in dezelfde zaak, die gedetineerd zijn en in beperkingen verblijven en is de rechtbank ook overigens niet van enige omstandigheid gebleken of is enige omstandigheid aannemelijk gemaakt die een uitzondering op het beginsel van het vrije verkeer tussen de raadsman en zijn cliënt en als gevolg daarvan een bevel ex artikel 50 lid 2 Wetboek van Strafvordering zou kunnen rechtvaardigen.

De raadkamer is van oordeel dat het bevel op onjuiste gronden is gegeven. Het bevel dient op grond van artikel 50 lid 3 Wetboek van Strafvordering dan ook te worden opgeheven.

De beslissing

Heft op het bevel van de officier van justitie.

Deze beschikking is gegeven op 21 januari 2010 door:

mrs. J.P.M. Schwillens als voorzitter,

C.N. Dijkstra en H.T. Wagenaar, rechters,

in tegenwoordigheid van N.G. van Dalen als griffier