Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BL0333

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
23-12-2009
Datum publicatie
25-01-2010
Zaaknummer
175828
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Slachtoffer van ongeval met motorfiets op crossbaan vordert schadevergoeding van onder meer de motorclub op grond van onrechtmatige daad. Zorgplicht geschonden door niet alle veiligheidsmaatregelen te nemen die redelijkerwijs mochten worden verwacht?

Rechtbank beveelt comparitie om nadere informatie in te winnen over (onder meer) de precieze toedracht van het ongeluk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 175828 / HA ZA 08-1688

Vonnis van 23 december 2009

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. F.P. de Jong te Groningen,

tegen

1. de vereniging

MOTORCLUB [gedaagde],

gedaagde,

procesadvocaat mr. F.A.M. Knüppe,

behandelend advocaten mrs. P. Oskam en J.N. Potharst te Amsterdam,

2. de vereniging

KONINKLIJKE NEDERLANDSE MOTORRIJDERS VERENIGING,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

procesadvocaat mr. F.A.M. Knüppe,

behandelend advocaten mrs. P. Oskam en J.N. Potharst te Amsterdam,

3. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. A. Speksnijder te Leeuwarden,

4. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. A. Speksnijder te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna [eiser], [gedaagde motorclub], de KNMV, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] genoemd worden. De KNMV en [gedaagde motorclub] zullen gezamenlijk ook worden aangeduid met ‘de KNMV c.s.’.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord van de KNMV c.s.

- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1]

- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 4]

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek van de KNMV c.s.

- de conclusie van dupliek van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De KNMV is een vereniging van en voor motorrijders, waarbij een aantal motorclubs is aangesloten. Tot de aangesloten clubs behoort [gedaagde motorclub].

2.2. [gedaagde motorclub] organiseert onder andere vrije trainingen. Dat zijn trainingen waarbij een motorcrosser die beschikt over een licentie en/of startbewijs van de KNMV mag trainen op de motorcrossbaan van [gedaagde motorclub]. Niet-leden van [gedaagde motorclub] - zoals [eiser] - betalen daarvoor een vergoeding van (in april 2005:) € 8,--. Op het terrein van [gedaagde motorclub] staan borden - die er ook in april 2005 al stonden - met daarop (onder meer) de teksten:

“Rijders dienen zich voor aanvang van de training eerst te melden in de kantine.

U dient zich te houden aan het KNMV- motorsportregelement.

U dient de aanwijzingen van de baanofficial te allen tijde op te volgen.”

“U betreedt dit terrein op eigen risico.”

2.3. [eiser] heeft op 12 januari 2005 een ‘KNMV-licentie-aanvraag 2005’ ingevuld en ondertekend. Op dit formulier is onder de vragen betreffende de aanvraag vermeld:

“ Aansprakelijkheid

Door ondertekening van dit aanvraagformulier verklaart de licentiehouder dat hij/zij de KNMV, haar officials, organisatoren en haar medewerkers noch de andere wedstrijddeelnemers aan trainingen en of wedstrijden, aansprakelijk zal stellen voor personenschade en/of zaakschade, incl. gevolgschade, voortvloeiend uit deelname aan deze trainingen en/of wedstrijden. Tevens verklaart de licentiehouder zich te onderwerpen aan de bepalingen, statuten en reglementen van de KNMV.

De aanvra(a)g(st)er verklaart dit formulier naar waarheid te hebben ingevuld. Voorts verklaart de aanvrager zich ervan bewust te zijn dat de licentie wordt verleend voor evenementen waarvoor de KNMV toestemming geeft. De licentiehouder verklaart zich hieraan te onderwerpen en niet deel te nemen aan andere motorsportevenementen.”

2.4. Op 2 april 2005 namen [eiser], [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] deel aan een vrije training van [gedaagde motorclub].

2.5. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] hebben op 2 april 2005 - vóór zij tot de training bij [gedaagde motorclub] werden toegelaten - allebei een hun door [gedaagde motorclub] verstrekt formulier ingevuld en ondertekend met het oog op verkrijging van de vereiste KNMV-districtslicentie 2005. Op dat formulier is, voor zover hier van belang, vermeld:

“ BESTEMD VOOR DE RIJDER

DISTRICTSLICENTIE 2005

VOORWAARDEN

1. Training uitsluitend toegestaan op de door de vereniging/stichting/club vastgestelde tijden en dagen.

2. Niet voldoen aan de door de vereniging/stichting/club gestelde gedragsregels, door houder en/of helpers, kan intrekking van de licentie tot gevolg hebben.

(...)

Deze districtslicentie geldt uitsluitend voor trainingen op circuits van de bij de KNMV aangesloten verenigingen/stichtingen/clubs, voor bij de KNMV aangemelde districts- en clubwedstrijden alsmede op incidentele circuits die niet als vast trainingscircuit te boek staan, maar waarvoor de KNMV wel een verzekeringsbewijs heeft afgegeven.

Aan deze districtslicentie is verbonden:

a. Wettelijke aansprakelijkheidsverzekering met een dekking van € 1.250.000,-- per gebeurtenis tijdens KNMV clubtrainingen en door de KNMV goedgekeurde clubwedstrijden

b. Persoonlijke ongevallenverzekering voor Nederlanders woonachtig in Nederland met een verzekerd risico van:

(...)

€ 5.000,00 bij algehele invaliditeit

c. (...)

De deelnemers mogen op grond van deze licentie elkaar niet onderling aansprakelijk stellen. Door ondertekening van deze districtslicentie verklaart de licentiehouder dat hij/zij de KNMV, haar officials, de organisatoren, haar medewerkers en de andere (wedstrijd)deelnemers niet aansprakelijk zal stellen voor personenschade en/of zaakschade, inclusief gevolgschade, voortvloeiend uit deelname aan deze trainingen en of wedstrijden. Tevens verklaart de licentiehouder zich te onderwerpen aan de bepalingen, statuten en reglementen van de KNMV. De verzekering is geldig t/m 31 december 2005.

Polissen met volledige voorwaarden liggen ter inzage op het secretariaat van de KNMV”.

2.6. Tijdens de vrije training op 2 april 2005 is de motor van de motorfiets van [gedaagde sub 1] in een bocht voor een springbult afgeslagen. [gedaagde sub 4] zag dat gebeuren en is afgestapt om [gedaagde sub 1] te gaan helpen, met achterlating van zijn eigen motorfiets uiterst rechts van het circuit. Samen hebben zij geprobeerd de motor te starten en aan te duwen. Toen dat niet lukte hebben zij geprobeerd de motor aan de gang te krijgen door deze met [gedaagde sub 1] erop van een springbult af te laten rijden. Op enig moment bevonden [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] zich met de (nog steeds niet werkende) crossmotor van [gedaagde sub 1] op het parcours van de motorcrossbaan, direct achter de springbult waarvóór [gedaagde sub 1] tot stilstand was gekomen. Achter die springbult waren zij voor de achteropkomende motorcrossers niet zichtbaar. Op dat moment maakte [eiser] met zijn crossmotor een sprong over die bult en is hij tijdens de landing in aanraking gekomen met [gedaagde sub 1]. Door dit ongeval zijn [eiser] en [gedaagde sub 1] gewond geraakt.

2.7. [eiser], ten tijde van het ongeval 19 jaar, heeft door het ongeval een complete dwarslaesie ter hoogte van niveau Th. 5 en 6 opgelopen, alsmede een haematopnaeumothorax (klaplong met bloeduitstortingen) aan beide zijden. [eiser] is drie maanden op de intensive care van het UMC Groningen verzorgd en is vervolgens, na een verblijf van enkele weken op de verpleegafdeling neurologie, naar het revalidatiecentrum Beatrixoord te Haren overgebracht. Door de dwarslaesie is zijn lichaam blijvend verlamd geraakt vanaf het onderste deel van zijn borstkas, met als gevolg het verlies van allerlei lichaamsfuncties, waaronder het gebruik van zijn benen. [eiser] is rolstoelafhankelijk.

2.8. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] hebben op 1 november 2005 respectievelijk 28 oktober 2005 ieder een schriftelijke verklaring over de toedracht van het ongeval ondertekend. De verklaring van [gedaagde sub 1], die vrijwel gelijk is aan die van [gedaagde sub 4], luidt (voor zover relevant):

“Op 2 april was ik op mijn in eigendom toebehorende crossmotor [X] aan het crossen op het trainingsterrein “[ ]” van de vereniging [gedaagde motorclub] te [woonplaats]. Ik werd door voornoemde vereniging tot de trainingslocatie toegelaten omdat ik de beschikking heb over een door de KNMV uitgegeven start- dan wel districtslicentie. (Deze licentie kan aangeschaft worden, zonder dat (rij)vaardigheidseisen worden gesteld). Een kopie van de licentie heb ik bij deze verklaring gevoegd.)

Tijdens het crossen ben ik op een gegeven moment 10 à 15 meter voor een springbult met een hoogte van circa 3 meter ten val gekomen, waardoor de koppelingshendel van mijn crossmotor brak. Ik heb vervolgens, met behulp van een andere motorcrosser, te weten de heer [gedaagde sub 4] (...) getracht de motor weer aan de praat te krijgen. Samen met de heer [gedaagde sub 4] probeerde ik voor voornoemde springbult de motor aan te drukken c.q. te slepen. Toen dat niet lukte heb ik met de heer [gedaagde sub 4] mijn motor op de springbult gedrukt en vervolgens getracht de motor aan de praat te krijgen door die van de bult af te rijden. Ook dat lukte niet en onderaan de springbult gekomen probeerden wij uiteindelijk van de crossbaan te komen.

Op dat moment sprong de heer [[eiser] met zijn motor over de springbult, waarna de heer [[eiser] op mij terechtkwam, met als gevolg dat de heer [[eiser] ernstig letsel opliep. De heer [eiser] kon bij het oprijden van voornoemde springbult de heer [gedaagde sub 4] en mij niet waarnemen aan de andere kant van de springbult.

Ook werd de heer [[eiser], voor zover ik kan nagaan, niet door baanposten c.q. officials van de vereniging [gedaagde motorclub] geattendeerd op het feit dat de heer [gedaagde sub 4] en ik onderaan de springbult met pech stilstonden. Er zijn voor zover mij bekend is, tijdens de trainingen op de zaterdag geen baanposten c.q. officials die een oogje in het zeil houden.

Ook is ondergetekende nimmer geïnstrueerd door de vereniging [gedaagde motorclub] over de wijze waarop gehandeld moet worden tijdens pechgevallen en/of ongevallen op de crossbaan. Ook schriftelijke instructies o.i.d. zijn mij nimmer door de vereniging [gedaagde motorclub] (namens de KNMV) verstrekt. Van de heer [gedaagde sub 4] heb ik overigens achteraf nog begrepen dat gedurende diverse minuten na het ongeval motorcrossers over de bult bleven springen, alwaar de heer [[eiser] en ik gewond lagen. Ook op dat moment waren er geen baanposten c.q. officials van de vereniging [gedaagde motorclub] aanwezig, aldus vernam ik van de heer [gedaagde sub 4].”

2.9. Op 6 november 2008 heeft de heer [betrokkene], voorzitter van [gedaagde motorclub], een schriftelijke verklaring met - voor zover hier van belang - de volgende inhoud ondertekend:

“ Vereniging en accommodatie

(...)

Trainingsaccommodatie

(...)De accommodatie omvat een cross circuit 1850 mtr, een zandbaan ovaal 420 mtr en een minicross baan voor de jeugd.

(...)

Vrije trainingen

Het begrip vrije training is algemeen. Voor de motorsport betekent dat, dat er zonder wedstrijd vorm van het circuit gebruik kan worden gemaakt. Deelname uitsluitend voor sporters die voldoen aan de in het KNMV reglement genoemde bepalingen (verzekering - milieu - technisch) aangevuld met specifieke verenigingseisen. Handhaving wordt gecontroleerd door drie club officials. Bij vrije trainingen zijn verder geen BACO’s (vlaggenisten) en/of medische ondersteuning aanwezig. (Enkele baanofficials zijn tevens EHBO-er.) Deze situatie is landelijk, en algemeen bekend.

De inzet van BACO’s en medisch personeel is organisatorisch onmogelijk gebleken. Voor wedstrijden kunnen we een beroep doen op vrijwilligers. Het is echter niet de meest uitdagende functie, en wekelijks twee keer gebruik maken van deze vrijwilligers is een utopie. Deze BACO’s worden overigens jaarlijks bijgeschoold. Medische ondersteuning (EHBO ers en een doktor) wordt betaald. Bij wedstrijden worden hiervoor de entree gelden aangewend, die er bij vrije trainingen uiteraard niet zijn.

Zou als regel gelden dat elke vrije training BACO’s aanwezig moeten zijn, dan zijn diverse opties denkbaar.

- Publiek en begeleiders vrijblijvend vragen een BACO post in te nemen.

Hiervoor bleek weinig tot geen animo. Bovendien, veel onervaren mensen (soms met kinderen) die kriskras over het circuit lopen om hun BACO plaats te bereiken.

- Begeleiders verplichten een BACO post in te nemen.

Vindt geen enkel draagvlak bij de deelnemers. Bovendien bleken deze begeleiders enkel op hun eigen rijder te letten.

Een andere mogelijke optie de veiligheid te vergroten is de ervaren en minder ervaren rijders per toerbeurt te laten trainen.

Lijkt logisch, maar de trainingen vinden meer geconcentreerd plaats (meer rijders dicht bij elkaar) waardoor volgens onze waarneming het aantal incidenten zeker niet afneemt. Met enige regelmaat worden de statistieken vergeleken met de collega’s van [andere motorclub] waar deze scheiding wel plaats vindt. (...)

(...) In de winter periode van november tot april (weersafhankelijk) is het circuit gesloten.

Clubofficials

De clubofficials zijn of bestuurslid of lid van de trainingsterrein commissie, ongeveer 20 in getal. Dezen zijn per drie bij toerbeurt bij iedere training aanwezig. (...)

De drie clubofficials zijn onderverdeeld in:

een administratieve kracht - controleert en schrijft eventueel lidmaatschappen en verzekeringslicenties uit, beurt dagpassen.

Een zandbaan official - ziet toe op de naleving van de gestelde regels, controleert het naleven van de milieu regels, controleert de technische staat van de motoren, en de kleding voorschriften, verzorgt baan onderhoud en ondersteunt minder ervaren rijders. Dit zowel op de trainingbaan als in het rennerskwartier.

Een crossbaan official - zoals hierboven m.u.v. baanonderhoud.

(...)

Verslag 02 april 2005

Het was 2 april geen druk bezochte training. Wel veel deelnemers die zich als nieuw lid aanmelden, en/of waarvoor een nieuwe districtslicentie uitgeschreven moest worden. (...)

Inschrijving

Over de inschrijving van de bij het ongeluk betrokken rijders zijn geen specifieke details meer te achterhalen. (...) Dhr. [eiser] was geen clublid en heeft een z.g. dagpas gekocht. (Met de opbrengst van deze dagpassen wordt het circuit onderhouden). Hij is tot de training toegelaten, op basis van zijn KNMV startlicentie.

De KNMV kent twee soorten licenties: een districtlicentie waarop men een verzekering afsluit voor trainingen en clubwedstrijden, en een startlicentie waarop men aan landelijke door de KNMV georganiseerde wedstrijden kan deelnemen (in het algemeen voor de meer ervaren coureurs)

Voor Dhr. [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 1] moet het de eerste training van het seizoen zijn geweest. Zij waren nog niet in het bezit van een licentie. Deze districtslicenties zijn voorafgaand aan de training, ter plaatse door clubofficial [Y] uitgeschreven.

(...)Het invullen van de gegevens (tevens medische verklaring) is een tijdrovende bezigheid, en vindt plaats in de kantine. Die tijd wordt ook gebruikt om de rijders bekend te maken met de situatie en de gebruiksregels van de accommodatie. Een kopie met het KNMV reglement ligt ter inzage. (hangt ook op het publicatie bord in de kantine)

Dit KNMV reglement is landelijk. Van rijders die ook in vooraf gaande jaren een licentie gehad hebben (zoals [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4]) mag verwacht worden dat zij reeds kennis van het reglement en de algemene veiligheidsregels genomen hebben.

Ongeval

Het bewuste ongeval met [ ] [eiser] gebeurde rond vier uur, achter op het circuit, op één van de hoogste springbulten. (post nr. 6). Op de aanrij route heeft de coureur geen zicht op wat er zich achter de springbult afspeelt. Dhr. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] proberen daar een defecte motor aan te duwen. Een botsing was onvermijdelijk.

Geen van de baanwachten heeft het ongeluk visueel waargenomen. De aanwezigen die wel getuige waren (o.a. Dhr. [eiser] senior en teamgenoot [Y]) hebben logischerwijs zich eerst bekommerd om de gewonden alvorens de clubofficials te alarmeren. Middels vlagsignalen is de training stop gelegd. (...)

Analyse

De toedracht van het ongeluk hebben we kunnen opteken[en] uit de verklaringen van de getuigen: dhr. [eiser] senior en dhr. [gedaagde sub 4].

Dhr. [gedaagde sub 1] was gevallen tussen post 5 en 6. Dhr. [gedaagde sub 4], die vlak achter hem aan reed stopte om te assisteren. De motor van dhr. [gedaagde sub 4] is aan de uiterste rechter zijkant geparkeerd, voor de springbult. Gezamenlijk hebben ze de motorfiets van dhr. [gedaagde sub 1] naar de rechter zijkant geduwd.

De ideale lijn (de snelste route) op dit gedeelte ligt geheel links. Daar rijden de meeste rijders dan ook. Het circuit is terplekke 8 mtr breed.

Binnen de motorsport bestaat de ongeschreven regel dat men de baan bij pech zo snel mogelijk verlaat.

Eerst is getracht de motorfiets met de kickstarter te starten. Na diverse mislukte pogingen hebben ze besloten de motor bij de springschans op te drukken om hem vervolgens op het neergaande gedeelte gemakkelijk aan te kunnen drukken. Dit ook geheel rechts van de springschans. Deze handelingen zullen meerdere minuten in beslag hebben genomen.

Een trainingsronde op het circuit duurt voor ervaren rijders ca. twee minuten. Gezien het feit dat de begeleider, dhr. [eiser] senior zich ten tijde van het ongeval op het publiekstalud bevond, ver weg van het rennerskwartier, moet, hierop gelet, [ ] [eiser] al meerdere minuten aan het rijden zijn geweest. Het is zeer aannemelijk dat dhr. [eiser] de beide coureurs heeft zien staan, in de ronde voorafgaand aan het ongeval. Bovendien is het gehele terrein onbegroeid, waardoor men op diverse punten van het circuit vrij zicht heeft op de springschans nr. 6. De motor van [gedaagde sub 4] heeft hij zonder twijfel zien staan. Dat de bijbehorende coureur niet aanwezig was, is normaal gesproken een signaal tot extra oplettendheid.

Waarom dhr. [eiser] niet de gebruikelijke (snelle) route heeft genomen maar juist voor de rechterkant gekozen heeft, met de aanrijroute op de scheiding van de rijbaan, is onduidelijk gebleven. (...)”.

2.10. Op de website van de [motorclub M] is vermeld:

“Hallo Crosscollega’s,

Het is fijn dat we de mogelijkheid hebben om op de [circuit] te kunnen trainen.

En om dit in de toekomst ook te kunnen blijven doen op een goede en veilige manier zijn wij genoodzaakt om een aantal maatregelen in te voeren.

Gezien het gestaag groeiende aantal crossers zijn de trainingstijden opgesplitst voor jeugdrijders (50-65-85 cc) en volwassen rijders (alles boven de 85 cc).

# Er zullen maximaal 20 rijders tegelijk in de baan mogen (gemeentelijke verordening ivm geluidsoverlast).

# Er zullen minimaal twee vlaggenisten (baco’s minimaal 16 jaar) moeten staan bij de springtafels.

Wanneer hier niet aan voldaan wordt, zal er niet gereden kunnen worden.

Daarom vragen wij aan de rijders om iemand mee te nemen die kan vlaggen (min 16 jaar). Als een ieder (rijders) zijn of haar verantwoording neemt, zal er gewoon getraind kunnen worden.

In het belang van ieders veiligheid maar vooral die van de rijders zijn we tot deze maatregelen genoodzaakt.

Het is nu nog geen verplichting (baco's bij training) van de KNMV, maar dit komt er zeker aan.

Wij vragen hiervoor jullie begrip en medewerking.

Het bestuur [motorclub M]”.

2.11. De door de KNMV afgesloten ongevallenverzekering heeft aan [eiser] een bedrag van € 4.538,-- uitgekeerd.

3. Het geschil

3.1. [eiser] heeft gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, alle gedaagden zal veroordelen aan hem te betalen alle geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met de wettelijke rente over de schade vanaf 2 april 2005 tot aan de dag der algehele voldoening en met veroordeling van gedaagden in de proceskosten en nakosten. Aan zijn vorderingen heeft [eiser], kort gezegd, ten grondslag gelegd dat alle gedaagden jegens hem onrechtmatig hebben gehandeld, waardoor het ongeval heeft kunnen gebeuren en de schade is ontstaan.

3.2. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] hebben zich volgens [eiser] jegens hem onzorgvuldig, want gevaarzettend, gedragen, door op de crossbaan te proberen de motorfiets van [gedaagde sub 1] weer aan de gang te krijgen in plaats van zich, conform de regel, onmiddellijk met die motorfiets van de baan te verwijderen. In het bijzonder valt hen te verwijten dat zij zich daarbij uiteindelijk op een plaats hebben opgehouden - direct na een hoge springschans - waar zij onzichtbaar waren voor achteropkomende motorcrossers die over die schans heen sprongen, zonder voor het daardoor ontstane gevaar te waarschuwen, aldus [eiser]. Hierop hoefde hij, zelfs als een sport- en spelsituatie aanwezig zou moeten worden geacht - hetgeen hij betwist - niet op bedacht te zijn en daardoor heeft het kunnen gebeuren dat hij na zijn sprong met zijn motorfiets is geland op [gedaagde sub 1], met alle gevolgen van dien. Daarnaast rekent [eiser] het [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] aan dat zij met daartoe ongeschikte motorfietsen en zonder voldoende ervaring zijn gaan deelnemen aan de vrije training, waardoor zij de andere coureurs onnodig in gevaar hebben gebracht.

3.3. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] hebben de door [eiser] gestelde toedracht van het ongeval betwist. De door [eiser] in het geding gebrachte schriftelijke verklaring die zij hebben ondertekend is door een belangenbehartiger van [eiser] op papier gesteld en deze is op onderdelen onjuist, aldus [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4]. Zij betwisten het bestaan van de door [eiser] beweerde regel, alsmede het bestaan van de feitelijke mogelijkheid de baan ter plaatse van het uitvallen van de motor te verlaten. In het licht van de voor sport- en spelsituaties geldende jurisprudentie achten zij zich niet aansprakelijk voor de door [eiser] geleden schade. Zij bestrijden onrechtmatig te hebben gehandeld. Ook betwisten zij dat causaal verband bestaat tussen hun gedrag op het circuit en het ontstaan van de aanrijding. Subsidiair hebben zij zich beroepen op de eigen schuld van [eiser], door de wijze waarop hij heeft gereden en de beschermende middelen waarvan hij al dan niet gebruik heeft gemaakt alsmede door deel te nemen aan een training terwijl hij wist dat hij andere deelnemers niet aansprakelijk zou kunnen stellen en er onderling geen verzekering gold.

3.4. Het verwijt dat [eiser] de KNMV c.s. maakt, bestaat eruit dat deze hun zorgplicht ten aanzien van de motorcrossers, die deelnemen aan een gevaarlijke sport, hebben geschonden, doordat zij niet alle veiligheidsmaatregelen hebben genomen die in de gegeven omstandigheden van hen mochten worden verwacht. [eiser] acht het onzorgvuldig dat de KNMV c.s. de deelnemers aan de bewuste vrije training niet vóóraf veiligheidsinstructies hebben gegeven, in het bijzonder de instructie bij motorpech zo snel mogelijk de baan te verlaten. Ook waren er tijdens de fatale training volgens [eiser] geen dan wel te weinig baancommissarissen of vlaggenisten daadwerkelijk op de baan aanwezig. Ook deze eenvoudig te nemen maatregel - die wel wordt getroffen bij officiële wedstrijden en trainingen en, blijkens de desbetreffende website, door de [Motorclub M] te [woonplaats] ook bij vrije trainingen (zie onder 2.10) - had volgens [eiser] bij deze vrije training niet achterwege mogen blijven. Daarbij komt volgens hem mede betekenis toe aan het gegeven dat tijdens deze training vele ervaren en onervaren coureurs, op zware en minder zware motoren, gelijktijdig op de baan waren. Bovendien is daarbij van belang de omstandigheid dat geen adequate verzekeringsdekking bestaat, terwijl de KNMV c.s. zich - volgens [eiser] overigens ten onrechte - op het standpunt stellen dat de deelnemer aan de training via de licentie is gebonden aan een exoneratieclausule op grond waarvan in geval van een ongeval ondanks de schuld daaraan van een ander de licentiehouder zijn eigen schade moet dragen. Voor zover de KNMV bij het eerder genoemde onzorgvuldig handelen in het kader van de training niet zelf rechtstreeks betrokken is, geldt dat zij als toezichthouder tekort is geschoten, aldus [eiser]. Overigens rust volgens [eiser] op de KNMV c.s. in de gegeven omstandigheden de verplichting een adequate verzekeringsdekking te bewerkstellingen inzake de aanzienlijke schade die de crossers kunnen lijden. Een dekking van maximaal € 4.538,-- bij blijvende invaliditeit acht hij niet behoorlijk. Volgens hem is een fatsoenlijke dekking te bekostigen door hogere contributies en dagkaartprijzen te hanteren.

3.5. De KNMV c.s. hebben zich verweerd met het volgende. Aan hen kan - overigens om (deels) uiteenlopende redenen - geen verwijt worden gemaakt ter zake van het ontbreken van instructie aan de rijders over wat te doen bij pech voorafgaand aan de training, het ontbreken van (voldoende) baancommissarissen en de samenstelling van de trainingsgroep. Zij betwisten dat zij jegens [eiser] uit hoofde van deze drie aspecten (veiligheids-)normen hebben geschonden. Van de KNMV zou volgens hen hoe dan ook niet gevergd kunnen worden concreet toezicht te houden op de naleving hiervan door de clubs die dergelijke activiteiten organiseren. De aansprakelijkheid van de KNMV c.s. kan evenmin worden gegrond op het ontbreken van een adequate verzekeringsdekking, aangezien zij menen tot het bewerkstelligen daarvan rechtens niet gehouden te zijn. Subsidiair beroepen zij zich op de eigen schuld van [eiser] aan het ontstaan van de schade, die volgens hen maakt dat die zijn eigen schade geheel, althans grotendeels, zelf zal moeten dragen. Die eigen schuld bestaat volgens hen uit de wijze waarop [eiser] heeft gereden terwijl hij [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] vóór de springbult al had gezien althans had moeten zien, zijn deelname aan een naar de aard gevaarlijke sport terwijl hij bovendien wist dat er geen baancommissarissen waren. Overigens menen de KNMV c.s. dat de door [eiser] ondertekende exoneratieclausule aan hun aansprakelijkheid hoe dan ook in de weg staat.

4. De beoordeling

de vorderingen ten aanzien van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4]

4.1. Voorop moet worden gesteld dat bij de beantwoording van de vraag of aan iemand die een situatie in het leven roept of laat voortbestaan die voor anderen bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid gevaarlijk is, de eis kan worden gesteld dat hij met het oog daarop bepaalde veiligheidsmaatregelen neemt - en of derhalve het achterwege laten van die maatregelen in strijd is met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van eens anders persoon of goed -, moet worden gelet niet alleen op de mate van waarschijnlijkheid waarmee de niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht, maar ook op de hoegrootheid van de kans dat daaruit ongevallen ontstaan, op de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben en op de mate van bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen. Voor het antwoord op de vraag of een waarschuwing kan worden beschouwd als een afdoende maatregel met het oog op bescherming tegen een bepaald gevaar, is van doorslaggevende betekenis of te verwachten valt dat deze waarschuwing zal leiden tot een handelen of nalaten waardoor dit gevaar wordt vermeden (o.a. HR 5 november 1965, NJ 1966, 136; HR 28 mei 2004, NJ 2005, 105). Voorts is in het onderhavige geval nog van belang dat de vraag of een deelnemer aan een sport- of spelsituatie onrechtmatig heeft gehandeld door een gedraging als gevolg waarvan aan een andere deelnemer letsel is toegebracht, minder spoedig bevestigend moet worden beantwoord dan het geval zou zijn geweest wanneer die gedraging niet in een sport- of spelsituatie zou hebben plaatsgevonden. De reden daarvan is dat de deelnemers aan die sport of dat spel in redelijkheid tot op zekere hoogte gevaarlijke, slecht gecoördineerde, verkeerd getimede of onvoldoende doordachte handelingen of gedragingen waartoe de activiteit uitlokt of die daarin besloten liggen, van elkaar moeten verwachten (o.a. HR 28 juni 1991, NJ 1992, 622). Afhankelijk van de aard van de activiteit en de overige omstandigheden van het geval houdt deze verhoogde drempel om aansprakelijkheid te kunnen aanvaarden niet steeds en geheel op te gelden doordat en op het moment waarop aan de sport of het spel volgens de daarvoor geldende regels een einde komt (HR 28 maart 2003, NJ 2003, 718 en 719; HR 20 februari 2004, NJ 2004, 238).

4.2. Bij de huidige stand van het partijdebat heeft de rechtbank voor de toepassing van het hiervoor geschetste toetsingskader in de onderhavige zaak nadere informatie nodig over, onder meer, de precieze feitelijke toedracht van het ongeval, de crosservaring van [eiser], [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 1], hun bekendheid met het trainingscircuit van [gedaagde motorclub], de eigenschappen van het circuit, de (feitelijk) gebruikelijke gang van zaken tijdens een motorcrosstraining bij motorpech en de tijdens een dergelijke training geldende regels bij motorpech. Deze nadere informatie is (deels) ook van belang voor de beoordeling van hetgeen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] met betrekking tot het ontbreken van causaal verband en de eigen schuld van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] hebben aangevoerd. Er zal dan ook een comparitie van partijen worden gelast voor het inwinnen van inlichtingen hierover.

de vorderingen ten aanzien van de KNMV c.s.

4.3. De vorderingen jegens [gedaagde motorclub] zijn er overwegend op gegrond dat die als organisator van de motorcrosstraining is tekortgeschoten in haar zorgplicht ten aanzien van de veiligheid van de deelnemers. Aan de KNMV maakt [eiser] hetzelfde verwijt, maar hij verwijt de KNMV tevens te kort te zijn geschoten als toezichthouder. Daarnaast ligt er ten aanzien van deze beide organisaties nog het verwijt dat zij niet hebben gezorgd voor een adequate verzekering van de crossers.

4.4. Ook voor de beoordeling van deze verwijten heeft de rechtbank behoefte aan meer informatie, die ter comparitie zal worden ingewonnen. Het betreft onder andere informatie over de eigenschappen van het circuit (zoals het aantal springbulten, de overzichtelijkheid, de aanwezigheid van begroeiing etc), de toelatingsregels tijdens vrije trainingen, de tijdens vrije en wedstrijdtrainingen geldende veiligheidsregels bij motorpech, het (verschil in) toezicht op de naleving van de regels bij vrije en bij wedstrijdtrainingen en de verzekerbaarheid van het risico van de deelnemers. Ook hier geldt dat die informatie mede van belang is voor de verweren ten aanzien van het causaal verband en de eigen schuld van [eiser].

exoneratieclausule(s)

4.5. Geconstateerd wordt dat in verschillende documenten (zie onder 2.3 en 2.5 bij de feiten) een exoneratieclausule is opgenomen en dat de tekst en de context daarvan niet dezelfde zijn. Ter comparitie zal de rechtbank ook hierover en over de door de partijen met betrekking tot de exoneratie(s) ingenomen standpunten inlichtingen inwinnen.

deskundige?

4.6. Voorshands houdt de rechtbank er rekening mee dat zij in een later stadium van de procedure behoefte zal hebben aan voorlichting door een deskundige op het gebied van de (organisatie van) motorcrosstrainingen over de voor deelnemers en/of organisatoren geldende regels. Vooruitlopend daarop bestaat er ter comparitie gelegenheid voor de partijen zich over de persoon van de eventueel later te benoemen deskundige (en de aan deze te stellen vragen) uit te laten en daarover - en eventueel over andere aspecten van de zaak - zo mogelijk overeenstemming te bereiken.

4.7. De partijen wordt verzocht de stukken waarop zij tijdens de comparitie een beroep willen doen, uiterlijk twee weken tevoren in fotokopie aan de andere partij en aan de rechtbank toe te zenden.

4.8. De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

4.9. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van de daartoe tot rechter-commissaris benoemde mr. C.M.E. Lagarde in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op donderdag 11 maart 2010 van 11:00 tot 15:00 uur,

5.2. bepaalt dat [eiser], [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 4] dan in persoon aanwezig moeten zijn en dat Motorclub [gedaagde motorclub] en Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

5.3. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank ter attentie van de enquêtegriffie van de sector civiel (e-mail: rc.civiel.rb.arnhem@rechtspraak.nl)

- om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van de verhinderdata van alle partijen op donderdagen in de drie maanden volgend op genoemde datum,

5.4. bepaalt dat de in de overweging 4.6 genoemde stukken uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting aan de rechtbank en aan de wederpartij moeten zijn toegestuurd,

5.5. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp, mr. A.E.B. ter Heide en mr. C.M.E. Lagarde en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2009.