Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BK9421

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
15-01-2010
Zaaknummer
186213
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- erkenning adoptie

- Massachusetts

- beginseltoestemming

- art. 2 Wobka

- art. 7 lid 1 sub a van de WCAd

- adoptie

- art. 1:227 lid 2 BW

- art. 1:228 lid 1 sub f BW

- (adoptief)ouder

- gezamenlijk gezag

- art. 1:252 lid 1 BW

Twee Nederlandse vrouwen, die samenwonen maar niet gehuwd zijn, noch geregistreerde partners zijn, verzoeken primair om erkenning van een in Massachusetts (Verenigde Staten van Amerika) ten behoeve van verzoeksters uitgesproken adoptie en subsidiair om erkenning van die adoptie uit te spreken ten behoeve van de verzoekster aan wie beginseltoestemming is verleend (X) en de partneradoptie naar Nederlands recht uit te spreken ten behoeve van de andere verzoekster (Y). Voorts verzoeken zij het gezamenlijk gezag uit te spreken over de minderjarige.

Nu de beginseltoestemming alleen aan X is verleend, is op grond van art. 2 Wobka en art. 7 lid 1 sub a van de WCAd alleen ten aanzien van X voldaan aan de voorwaarden voor erkenning van de buitenlandse adoptie.

Ten aanzien van Y geldt dat, nu de onderhavige beschikking nog niet onherroepelijk is geworden, er strikt formeel niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 1:227 lid 2 en art. 1:228 lid 1 sub f van het BW. Het moet ingevolge deze bepalingen immers gaan om een adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de (adoptief)ouder is. De rechtbank is van oordeel dat vanwege het belang van het kind en proceseconomische redenen een dergelijke strikte uitleg van artikel 1:227 lid 2 en art. 1:228 lid 1 sub f BW niet wenselijk is.

Het ontstaan van familierechtelijke betrekkingen brengt niet mee het van rechtswege ontstaan van gezamenlijk gezag, nu hiervoor in de wet geen bijzondere voorziening is getroffen ten aanzien van adoptiefouders die niet zijn gehuwd en die geen geregistreerde partners zijn. Voor deze situatie geldt dat verzoekers op grond van art. 1:252 lid 1 BW het gezamenlijk gezag kunnen uitoefenen indien dit op hun beider verzoek wordt aangetekend in het gezagregister.

Wetsverwijzingen
Wet conflictenrecht adoptie
Wet conflictenrecht adoptie 7
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 227
Burgerlijk Wetboek Boek 1 228
Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie
Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2010/146 met annotatie van I. Curry-SumnerCurry-SumnerI
JPF 2010/23 met annotatie van I. Curry-Sumner

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector Familie en Jeugd

Zaakgegevens: 186213 / FA RK 09-11503

Datum uitspraak:

beschikking erkenning buitenlandse adoptie en adoptie

in de zaak van

Y

en

X,

nader te noemen: de verzoeksters,

beiden wonende te (plaats),

advocaat mr. (naam) te (plaats).

Het verloop van de procedure

Gezien de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 5 juni 2009;

- een brief van de Officier van Justitie van 30 juli 2009;

- het aanvullend verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 september 2009.

De feiten

Y is geboren op (datum) te (plaats). X is op (datum) geboren te (plaats). Verzoeksters wonen sinds 25 augustus 2003 aan (straat) te (plaats).

Uit de stukken blijkt dat op (datum) te Cleveland, Mississippi (Verenigde Staten van Amerika, nader te noemen: VS) is geboren de minderjarige Z, oorspronkelijk genaamd: baby girl (naam). De moeder van de minderjarige is (naam), geboren op (datum). De vader van de minderjarige is (naam), geboren op (datum). De ouders van de minderjarige hebben de minderjarige op (datum) afgestaan ter adoptie.

Bij besluit van 7 januari 2008 heeft de Minister van Justitie aan X toestemming verleend tot opneming ter adoptie van Z.

Bij ‘Temporary order’ van (datum) van de ‘Probate and Family Court Hampshire Division’ van ‘Commonwealth of Massachusetts’ is onder meer bepaald dat verzoeksters als ‘temporary pyhysical custodians’ van de minderjarige het recht hebben van de VS naar Nederland te reizen.

Bij beslissing van (datum) van de ‘Probate and Family Court’ van ‘Commonwealth of Massachusetts, Hampshire Division, nummer …’ is de definitieve adoptie uitgesproken van de minderjarige. Voorts is bepaald dat de namen van de minderjarige luiden: (namen).

De minderjarige woont blijkens het uittreksel van de gemeentelijke basisadministratie sinds (datum) bij verzoeksters.

Het verzoek

Verzoeksters verzoeken bij gewijzigd verzoekschrift primair de erkenning uit te spreken van de adoptie van de minderjarige door hen, welke adoptie op (datum) door de Commonwealth of Massachusetts werd uitgesproken. Subsidiair verzoeken zij de erkenning van de adoptie uit te spreken door X, welke adoptie op (datum) door de Commonwealth of Massachusetts werd uitgesproken, alsmede de partneradoptie naar Nederlands recht uit te spreken ten behoeve van Y over de minderjarige. Voorts verzoeken verzoeksters het gezamenlijk gezag uit te spreken ten behoeve van verzoeksters over de minderjarige.

De beoordeling

Erkenning buitenlandse adoptie

De adoptie van voornoemde minderjarige door verzoeksters is in de Verenigde Staten van Amerika naar het recht van de staat Massachusetts vastgesteld door een ter plaatse bevoegde autoriteit. De minderjarige had ten tijde van het verzoek tot adoptie haar gewone verblijfplaats in de Verenigde Staten van Amerika. Ten tijde van de uitspraak van de adoptie had de minderjarige haar gewone verblijfplaats in Nederland. Nu aan verzoeksters bij ‘Temporary order’ van (datum) toestemming is verleend om met de minderjarige naar Nederland te reizen, kan naar het oordeel van de rechtbank voorbij worden gegaan aan het vereiste dat de minderjarige ten tijde van de (definitieve) adoptiebeslissing haar gewone verblijfplaats in de VS dient te hebben. Verzoeksters hadden en hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland.

Uit de stukken blijkt dat de beginseltoestemming tot adoptie van genoemde minderjarige door het Ministerie van Justitie alleen is verleend aan X. Art. 2 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (verder te noemen Wobka) verbiedt het opnemen van een buitenlands kind zonder voorafgaande beginseltoestemming. Ingevolge art. 7 lid 1 sub a van de Wet Conflictenrecht Adoptie (verder ook te noemen WCAd) wordt een buitenlandse adoptiebeslissing alleen erkend indien de bepalingen van de Wobka in acht zijn genomen. Hieruit volgt dat ten aanzien van Y niet is voldaan aan de voorwaarden voor erkenning van de buitenlandse adoptiebeslissing.

Ten aanzien van X geldt dat is voldaan aan de bepalingen van de Wobka en de WCAd en dat erkenning van de adoptie in het kennelijk belang van het kind is.

Nu aan de voorwaarden voor erkenning is voldaan kan de hierboven genoemde buitenlandse adoptiebeslissing opgenomen worden in een Nederlands register van de burgerlijke stand met dien verstande dat de erkenning alleen betrekking heeft op X.

De rechtbank zal op grond van het derde lid van artikel 7 WCAd ambtshalve de vermelding van deze adoptie door X in de registers van de burgerlijke stand gelasten.

Adoptie

Nu de erkenning geen betrekking heeft op Y, komt de rechtbank toe aan het subsidiaire verzoek om de adoptie van de minderjarige door Y naar Nederlands recht uit te spreken.

Uit de stukken blijkt dat verzoeksters niet zijn gehuwd, noch geregistreerde partners zijn. Zij wonen sedert (datum) samen.

De onderhavige beschikking waarbij de buitenlandse adoptie zal worden erkend, heeft alleen op X betrekking en is nog niet onherroepelijk geworden, zodat X thans nog niet kan worden aangemerkt als (adoptief)ouder van de minderjarige.

Strikt formeel brengt dit mee dat ten aanzien van Y niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 1:227 lid 2 en art. 1:228 lid 1 sub f van het Burgerlijk Wetboek (nader te noemen: BW), aangezien het ingevolge deze bepalingen moet gaan om een adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de (adoptief)ouder is.

De rechtbank is van oordeel dat vanwege het belang van het kind en proceseconomische redenen een dergelijke strikte uitleg van artikel 1:227 lid 2 en art. 1:228 lid 1 sub f BW niet wenselijk is. Immers, gelet op het feit dat de minderjarige sedert (datum) feitelijk deel uitmaakt van het gezin, terwijl bovendien aannemelijk is dat Y wel betrokken is geweest bij het door de Raad voor de Kinderbescherming verrichte onderzoek in het kader van de beginseltoestemming en de adoptie in de Verenigde Staten bovendien is uitgesproken ten behoeve van beide verzoeksters, is de rechtbank van oordeel dat het belang van het kind hier voorop dient te staan, welk belang vergt dat het met beide opvoeders en verzorgers gelijktijdig in een gelijke familierechtelijke relatie komt te staan en niet nog geruime tijd in onzekerheid verkeert over het juridische ouderschap.

Nu aan de overige voorwaarden die de wet aan adoptie stelt is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie naar Nederlands recht toewijzen, opdat naar Nederlands recht ook tussen Y en de minderjarige familierechtelijke betrekkingen worden geschapen.

Gezag

De erkenning van de buitenlandse adoptie van de minderjarige door X houdt ingevolge art. 8 WCAd tevens in de erkenning van het gezag van X over de minderjarige. Door de adoptie komt Y blijkens artikel 1:229 BW in familierechtelijke betrekking tot de minderjarige te staan en houdt de familierechtelijke betrekking tussen de geadopteerde, zijn oorspronkelijke ouders en hun bloedverwanten op te bestaan. Het ontstaan van familierechtelijke betrekkingen brengt evenwel niet mee het van rechtswege ontstaan van gezamenlijk gezag, nu hiervoor in de wet geen bijzondere voorziening is getroffen ten aanzien van adoptiefouders die niet zijn gehuwd en die geen geregistreerde partners zijn. Voor deze situatie geldt dat verzoekers op grond van art. 1:252 lid 1 BW het gezamenlijk gezag kunnen uitoefenen indien dit op hun beider verzoek wordt aangetekend in het gezagregister. De rechtbank wijst, gelet op het voorgaande, het verzoek om het gezamenlijk gezag uit te spreken, af.

De beslissing

De rechtbank

1. stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarden voor erkenning van de adoptie van:

- Z, oorspronkelijk genaamd Baby girl (naam), geboren op (datum) te Cleveland, Mississippi, Verenigde Staten van Amerika,

door X, wonende te (plaats), (straat); tot stand gekomen bij beslissing van de ‘Probate and Family Court’ van ‘Commonwealth of Massachusetts, Hampshire Divison, nummer …’ van (datum) en verklaart voor recht dat voornoemde beslissing vatbaar is voor inschrijving;

2. spreekt uit de adoptie van:

- Z, oorspronkelijk genaamd Baby girl (naam), geboren op (datum) te Cleveland, Mississippi, Verenigde Staten van Amerika,

door Y, wonende te (plaats), (straat);

4. gelast vermelding van deze adopties in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage;

5. gelast de inschrijving van de akte van geboorte als bedoeld in artikel 1:25 lid 5 juncto lid 1 BW bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s Gravenhage;

6. wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. I. de Waal-van Wessem, kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.R. Moons als griffier en in het openbaar uitgesproken opIndien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoeksters en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof te Arnhem.

Zaakgegevens: 186213 FA RK 09-11503