Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BK9303

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
09-12-2009
Datum publicatie
15-01-2010
Zaaknummer
644877 HA VERZ 09-1480
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 7:685 BW. Zieke werknemer toch arbeidsgeschikt. Rol behandelend artsen en bedrijfs-/verzekeringsarts. Ontbinding zonder toekenning vergoeding wegens volharding in weigeren reïntegratie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2010, 43
AR-Updates.nl 2010-0036
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 644877 \ HA VERZ 09-1480 \ 199 jt

uitspraak van 9 december 2009

beschikking

in de zaak van

de besloten vennootschap AVR-Industrial Services B.V.

gevestigd te Druten

verzoekende partij

gemachtigde mr. A.K.M. van Meer

tegen

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

gemachtigde mr. E.L.W. Oyen

Partijen worden hierna AVR en [werknemer] genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

- het verzoekschrift met producties

- het verweerschrift met producties

- de voorafgaand aan de mondelinge behandeling door de gemachtigde van AVR toegezonden productie

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling met de pleitnotities van de gemachtigde van AVR.

De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

1.1 [werknemer], geboren op [geboortedatum] en thans dus 45 jaar oud, is op 7 september 1998 in dienst getreden van AVR. Zijn huidige salaris bedraagt € 2.040,45 bruto per maand exclusief vakantietoeslag.

1.2 [werknemer] heeft zich op 12 februari 2009 ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft op 25 februari 2009 de arbeidsongeschiktheid beoordeeld. Zijns inziens duurde de arbeidsongeschiktheid toen waarschijnlijk nog twee weken voort. De bedrijfsarts heeft de arbeidsongeschiktheid op 9 maart 2009 opnieuw beoordeeld en achtte [werknemer] niet langer meer arbeidsongeschikt.

1.3 [werknemer] heeft op 10 maart 2009 zijn werkzaamheden hervat. Hij heeft zich kort na aanvang van zijn werkzaamheden ziek gemeld.

1.4 Partijen hebben op 12 maart 2009 een ziekteverzuimgesprek gevoerd.

1.5 [werknemer] heeft op 1 april 2009 zijn werkzaamheden hervat. Hij heeft zich op 2 april 2009 ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft de arbeidsongeschiktheid op 2 april 2009 beoordeeld en achtte [werknemer] arbeidsgeschikt.

1.6 Het UWV heeft in zijn deskundigenoordeel op verzoek van [werknemer] geoordeeld dat hij

op 12 maart 2009 zijn eigen werk niet kon doen.

1.7 Partijen hebben op 11 mei 2009 een ziekteverzuimgesprek gevoerd. Afgesproken is dat [werknemer] op 18 mei 2009 zijn passende werkzaamheden, bestaande uit het verrichten van lichte schoonmaakwerkzaamheden op het buitenterrein, zou aanvangen. Hij heeft zich toen gemeld op het werk. Hij heeft geen werkzaamheden verricht.

1.8 De bedrijfsarts heeft de arbeidsongeschiktheid beoordeeld en bij brief van 25 mei 2009 aan AVR meegedeeld dat deze waarschijnlijk nog een maand voortduurde.

1.9 De bedrijfsarts heeft in zijn probleemanalyse van 20 juli 2009 [werknemer] in staat geacht om 40 uur per week lichte werkzaamheden onder toezicht te verrichten.

1.10 AVR heeft bij brief van 6 augustus 2009 het nettoloon van [werknemer] teruggebracht tot 70%. Als reden daartoe wordt aangegeven dat hij niet meewerkt aan zijn reïntegratie, omdat hij weigert samen een plan van aanpak naar aanleiding van de probleemanalyse van de bedrijfsarts op te stellen.

1.11 De gemachtigden van partijen hebben zonder resultaat schriftelijk overleg gevoerd. AVR heeft bij brief van 24 augustus 2009 de loondoorbetaling volledig stopgezet, omdat [werknemer] geen medewerking heeft verleend aan het opstellen van een plan van aanpak en heeft geweigerd passende arbeid te verrichten.

1.12 Bij brief van 9 oktober 2009 heeft AVR het gesprek met [werknemer] van die dag in aanwezigheid met een arbeidsdeskundige van het UWV in het kader van een door AVR aangevraagd deskundigenoordeel bevestigd. Daarin is onder andere vermeld dat [werknemer] op 12 oktober 2009 aangepast werk zou gaan verrichten voor 8 uur per dag, 40 uur per week.

[werknemer] heeft op 12 oktober 2009 zijn werkzaamheden hervat. Hij heeft zich kort na aanvang van zijn werkzaamheden ziek gemeld.

1.13 De “Rapportage arbeidsdeskundige” van het UWV d.d. 13 oktober 2009 naar aanleiding van de aanvraag van AVR houdt, voor zover hier van belang, in:

“(…)

1. VRAAGSTELLING

Kan mijn werknemer weer aan de slag in eigen aangepaste arbeid.

(…)

2.3 Onderzoeksgegevens

(…)

Naar aanleiding van het onderzoek door de VA (lees: verzekeringsarts, kantonrechter) en het latere overleg tussen de VA en ondergetekende blijkt dat zonder meer van cliënt verlangd kan worden dat hij actief meewerkt aan het proces om tot volledige werkhervatting in het eigen werk te komen.

Eea is gedurende de eerste 4 weken mede afhankelijk van de geboden arbeid, waarbij rekening gehouden moet worden, dat hij niet te diepe buigingen hoeft te maken ivm maagproblematiek.

Verder zijn er eigenlijk geen beperkingen, zeker fysiek niet.

Inzake de prikkelbaarheid van cliënt is het belangrijk, dat er een vorm van begeleiding is waarop cliënt kan terugvallen.

Er is echter geen enkele reden aan te geven waarom cliënt niet mee zou kunnen werken aan zijn terugkeer.

(…)

Hij wordt dan ook vanaf 6-8-2009 door de VA in staat geacht tot het verrichten van aangepaste arbeid.

(…)

2.3.2 De beschrijving van de door de werkgever aangeboden arbeid in termen van taken en belasting

Cliënt is werkzaam als handmatig cleaner.

Hij verricht daarbij normaliter alle vormen van schoonmaakwerkzaamheden vooral op locatie, laatstelijk bij Electrakabel.

Door werkgever is hem licht werk aangeboden in de vorm van afspuiten van vloeren in eigen tempo, het prikken van papier op het terrein of binnen, etc, eea in overleg met diens directe leidinggevende.

(…)

3. ARBEIDSKUNDIGE OORDEELSVORMING

Door mij is met beide partijen tegelijk overlegd.

(…)

Door mij is derhalve aangegeven, dat van cliënt wel degelijk verlangd kan en mag worden, dat hij zijn medewerking verleent.

Ook de daarbij aangeboden werkzaamheden als boven aangegeven en het feit, dat zijn direct leidinggevende heeft aangegeven, dat hij cliënt zeer duidelijk onder zijn hoede neemt, maken voor mij een goede basis die tot werkhervatting zal leiden.

(…)

Een afspraak is dan ook gemaakt om maandag 12-10-2009 zich te melden bij direct leidinggevende en alsdan zal hij aan het werk worden gezet.

(…)

4. CONCLUSIE

De door de werkgever aangeboden arbeid is passend.

Cliënt wordt per 6-8-2009 geschikt geacht tot het verrichten van passende arbeid.”

Het verzoek en het verweer

2. AVR verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden wegens gewichtige redenen, primair op grond van dringende redenen en subsidiair op grond van veranderingen in de omstandigheden, kosten rechtens.

AVR onderbouwt het verzoek, kort samengevat, als volgt. [werknemer] heeft het bepaalde in art. 7:660a BW bij herhaling niet nageleefd. AVR heeft [werknemer] kans op kans gegeven om zijn medewerking te verlenen aan de reïntegratie en gebruik gemaakt van alle pressiemiddelen die haar ter beschikking staan, maar dit heeft geen effect gesorteerd. Voor AVR zijn de mogelijkheden om [werknemer] aan te sporen alsnog aan zijn wettelijke verplichtingen te voldoen inmiddels volledig uitgeput. De ontslagbescherming van [werknemer] is als gevolg daarvan verloren gegaan.

3. [werknemer] voert gemotiveerd verweer. Volgens hem kan de conclusie slechts zijn, gezien de opvattingen van de behandelend psychiater en de huisarts, dat hij op medische gronden niet in staat is zijn eigen werk of lichtere schoonmaakwerkzaamheden te verrichten, alsmede dat hem geen verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van zijn inspanningen om te werken aan zijn reïntegratie.

De beoordeling

4. [werknemer] beroept zich voor zijn visie dat hij arbeidsongeschikt is op verklaringen van zijn behandelend psychiater en zijn huisarts. De verzekeringsarts en de bedrijfsarts zijn van menig dat [werknemer] per 20 juli 2009 respectievelijk 6 augustus 2009 geschikt was tot het verrichten van passende arbeid. Blijkens de rapportage arbeidsdeskundige d.d. 13 oktober 2009 in het kader van het door AVR aangevraagde deskundigenoordeel (zie hiervoor onder 1.13) is volgens het UWV de door AVR aangeboden arbeid passend. Volgens [werknemer] is het medisch oordeel van de verzekeringsarts onjuist, waardoor ook het deskundigenoordeel van onwaarde is.

De kantonrechter overweegt hieromtrent als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat [werknemer] ziek is. Wel verschillen zij van mening of [werknemer] in staat is tot het verrichten van passende arbeid in het kader van zijn reïntegratie. De bedrijfsarts en de verzekeringsarts zijn, anders dat de psychiater en de huisarts, specifiek opgeleid om te adviseren over arbeids(on)geschiktheid van werknemers. Dit in aanmerking genomen ziet de kantonrechter onvoldoende aanleiding om het (medisch) oordeel van de verzekeringarts terzijde te laten, omdat het niet strookt met de visie van de psychiater en de huisarts. Dit betekent dat in deze procedure uitgegaan wordt van de juistheid van het deskundigenoordeel van het UWV, zoals dat volgt uit de rapportage arbeidsdeskundige d.d. 13 oktober 2009. Feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, zijn niet gesteld of gebleken. Voorts dient hierbij in aanmerking te worden genomen dat deze procedure zich niet leent voor bewijslevering door middel het horen van getuigen en/of deskundigenbericht.

5. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [werknemer] de aangeboden passende arbeid gericht op volledige hervatting van zijn eigen werk niet had mogen weigeren. Nu [werknemer] ten onrechte volhardt in zijn weigering medewerking te verlenen aan zijn reïntegratie, waartoe hij door AVR meermalen in de gelegenheid is gesteld en ondanks dat AVR over is gegaan tot gedeeltelijke en later volledige stopzetting van loonbetaling, is sprake van een verstoorde arbeidsrelatie door toedoen van [werknemer]. Dit rechtvaardigt ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen op grond van veranderingen in de omstandigheden zonder toekenning van een vergoeding. De reflexwerking van het opzegverbod wegens ziekte leidt niet tot een ander oordeel, aangezien de grond (voor toewijzing) van het verzoek niet is gelegen in de ziekte van [werknemer].

6. [werknemer] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van heden,

veroordeelt [werknemer] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van AVR begroot op

€ 297,00 aan vastrecht en € 500,- aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2009.