Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BK6628

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
09-11-2009
Datum publicatie
15-12-2009
Zaaknummer
192518
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Beslissing ten aanzien van proceskosten, nadat partijen ter zitting een schikking hadden getroffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 192518 / KG ZA 09-761

Vonnis in kort geding van 27 november 2009

in de zaak van

1. de commanditaire vennootschap

[eiser] SPORTHORSES C.V.,

gevestigd te Gameren,

2. [eiseres],

wonende te Wijk en Aalburg,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser] BEHEER B.V.,

gevestigd te Wijk en Aalburg,

eisers,

advocaat mr. L.M. Schelstraete te Tilburg,

tegen

[gedaagde],

wonende te Krefeld, Duitsland,

gedaagde,

advocaat mr. F.D.P. Nobel te Breda.

Eisers zullen hierna gezamenlijk (in enkelvoud) [eisers] en gedaagde [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met bijbehorende producties

- de door [gedaagde] overgelegde producties

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eisers]

- de wijziging van eis

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2. Naar aanleiding van een tussen partijen ter terechtzitting bereikte overeenstemming over hun inhoudelijke geschilpunten heeft [eisers] haar vordering ingetrokken behoudens ten aanzien van de proceskostenveroordeling. Partijen hebben de voorzieningenrechter verzocht op dit punt vonnis te wijzen. Dit vonnis is op heden bepaald.

2. De motivering van de beslissing

2.1. De door [eisers] ingestelde, ter zitting ingetrokken vordering hield – kort gezegd – in de opheffing van het door [gedaagde] gelegde beslag op een aantal paarden, behorende tot de handelsvoorraad van de onderneming die [ ] [eisers] (eiseres sub 2) voert. Die onderneming betreft een manege en de in- en verkoop en training van ren-, dressuur- en springpaarden, welke onderneming [ ] [eisers] voorheen tezamen - in de vorm van een commanditaire vennootschap - met [gedaagde] en [eisers] Beheer B.V. (eiseres sub 3) voerde.

2.2. Voormeld beslag omvatte - onder meer - een zevental paarden. De ter terechtzitting bereikte schikking tussen partijen betrof echter ‘slechts’ drie paarden die [eisers] wilde laten veilen bij veilinghuis Brightwells in Engeland. In zoverre heeft [eisers] dus minder gekregen dan door haar was gevorderd, zodat zij op dit punt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij moet worden beschouwd.

2.3. Anderzijds geldt het volgende. Bij brief van 6 november 2009 heeft de advocaat van [eisers] aan de advocaat van [gedaagde] verzocht om laatstgenoemde te bewegen mee te werken aan een praktische oplossing zodat bedoelde veiling van de drie paarden onverminderd doorgang zou kunnen vinden. De advocaat van [gedaagde] heeft op die brief enkel gereageerd door zijn verhinderdata op te geven ten behoeve van de mondelinge behandeling van dit kort geding. Eerst tijdens die behandeling is [gedaagde] tot bedoelde praktische oplossing bereid gevonden.

2.4. Het voorgaande is aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.2. weigert het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier E.J. Wouters op 27 november 2009.