Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BK4475

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-09-2009
Datum publicatie
25-11-2009
Zaaknummer
AWB 09/1521
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvraag PKB terecht afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

registratienummer: AWB 09/1521

uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

van 21 september 2009

inzake

[naam], eiseres,

wonende te [woonplaats], vertegenwoordigd door mr. J.M.H.F. Teunissen,

en

Argonaut Advies B.V., verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 13 maart 2009.

2. Procesverloop

Op 22 december 2008 heeft eiseres een aanvraag ingediend om toekenning van een zogenoemd hoog persoonlijk kilometerbudget in het kader van het vervoerssysteem Valys (hierna: hoog PKB).

Bij besluit van 7 januari 2009 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen.

Bij het in rubriek 1 aangeduide besluit heeft verweerder het ingediende bezwaar ongegrond verklaard en het eerder genoemde besluit gehandhaafd.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 6 juli 2009. Eiseres is daar in persoon verschenen, bijgestaan door mevrouw [naam], haar begeleidster. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.R.D. Koster, advocaat te Den Haag en T. Schraven, arts, werkzaam bij verweerder.

3. Overwegingen

Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiseres niet voldoet aan de in het Protocol inzake de afhandeling van indicatie aanvragen hoog persoonlijk kilometerbudget Bovenregionaal Vervoer Gehandicapten (hierna: het Protocol) neergelegde voorwaarden voor toekenning van een hoog PKB. Volgens verweerder kan niet worden gezegd dat eiseres door de medische beperkingen niet in staat is om met begeleiding met de trein te reizen. Verweerder acht evenmin ergonomische beperkingen aanwezig die het reizen per trein voor eiseres onmogelijk maken. Verweerder merkt de situatie van eiseres ten slotte niet als zodanig uitzonderlijk aan dat afwijking van de in het Protocol neergelegde criteria is aangewezen.

Eiseres kan zich hiermee niet verenigen. Op haar stellingen zal de rechtbank hierna ingaan.

In 2004 heeft de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een nieuw stelsel ingevoerd voor het bovenregionale vervoer van gehandicapten. Binnen dit nieuwe vervoerssysteem, Valys, kunnen gehandicapten die daarvoor geïndiceerd zijn in aanmerking komen voor een hoog PKB. De organisatie en uitvoering van de indicatiestelling liggen in handen van verweerder. Daartoe is een overeenkomst gesloten tussen verweerder en de Staat. Het Protocol maakt deel uit van deze overeenkomst.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in een uitspraak van 31 maart 2006

(LJN: AV8198) bepaald dat de in het Protocol neergelegde toekenningscriteria het beoordelingskader vormen voor de indicatiestelling. Daarbij heeft de CRvB overwogen dat de toekenningscriteria de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten gaan. Verweerder heeft op 1 mei 2006 het Protocol als beleidsregel vastgesteld.

Op grond van het Protocol komen voor een hoog PKB alleen die gehandicapten in aanmerking, die daarvoor zijn geïndiceerd. Een indicatie voor een hoog PKB wordt alleen gegeven aan gehandicapten die wegens ergonomische belemmeringen, dan wel chronische medische beperkingen, niet met de trein kunnen reizen. Van ergonomische belemmeringen is sprake als de gehandicapte gebruik moet maken van een scootmobiel of een rolstoel waarvan gewicht en maatvoering in combinatie met de betrokken aanvrager zodanig zijn dat deze de grenzen van de mogelijkheid van assistentieverlening door NS Reizigers overschrijden. Van chronische medische beperkingen is sprake als door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard, vanuit strikt medische optiek, de betrokkene niet in staat is om met de trein te reizen. In het Protocol is voorts opgenomen dat bij de indicatiestelling geen rekening wordt gehouden met omgevingsgebonden factoren, zoals de bereikbaarheid en toegankelijkheid van stations en perrons en de mogelijkheid van assistentieverlening door NS Reizigers. Er wordt van uitgegaan dat - uitzonderlijke gevallen daargelaten - op een substantieel aantal stations, die geografisch ook voldoende zijn gespreid, assistentieverlening door NS Reizigers mogelijk is.

De rechtbank stelt voorop dat zij in hetgeen eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding ziet om - in afwijking van het oordeel van de CRvB in de uitspraak van 31 maart 2006 - te bepalen dat de toekenningscriteria de grenzen van een redelijke beleidsbepaling te buiten gaan. De rechtbank zal bij de beoordeling van het beroep dus uitgaan van deze criteria.

De rechtbank zal eerst ingaan op hetgeen eiseres heeft aangevoerd over de medische beperkingen van chronische beperkingen.

Het staat niet ter discussie dat eiseres bekend is met meerdere chronische aandoeningen die haar mobiliteit beperken. De vraag is evenwel of de beperkingen die eiseres heeft van dien aard zijn dat zij in aanmerking komt voor een hoog PKB.

Het bestreden besluit geeft er blijk van dat verweerder zorgvuldig onderzoek heeft verricht naar de medische beperkingen van eiseres en de gevolgen die zij daarvan ondervindt bij het reizen per trein. Verweerder bestrijdt niet dat deze manier van reizen voor eiseres vermoeiend is, maar ziet hierin geen reden gelegen om eiseres een hoog PKB toe te kennen. Verweerder heeft daartoe van belang geacht dat niet gebleken is dat vermoeidheid de medische toestand van eiseres blijvend nadeel toebrengt. Verweerder heeft verder overwogen dat de beschikbaarheid van begeleiding bij de beoordeling van de aanvraag buiten beschouwing moet blijven, omdat die omstandigheid geen deel uitmaakt van de indicatiecriteria. Conclusie van verweerder is dat de medische aandoeningen het eiseres niet onmogelijk maken om - met begeleiding - met de trein te reizen.

De rechtbank sluit zich hierbij aan. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat eiseres niet met medische stukken aannemelijk heeft gemaakt dat het reizen per trein voor haar een blijvend medisch nadeliger positie teweegbrengt. De rechtbank vindt in het Protocol ook geen steun voor het standpunt van eiseres dat zij in aanmerking komt voor een hoog PKB, omdat zij niet zelf in een begeleider kan voorzien. Verweerder heeft dit aspect naar het oordeel van de rechtbank terecht buiten de beoordeling gelaten.

Verweerder heeft evenmin ergonomische redenen aangenomen om eiseres een hoog PKB te verschaffen. Daarbij is verweerder uitgegaan van het type rolstoel waarvan eiseres blijkens het aanvraagformulier gebruik maakt. In het verweerschrift is toegelicht dat uitgaande van de door de NS gehanteerde afmetingen deze rolstoel geen belemmering is voor het reizen per trein. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat haar rolstoel niet in de trein past. Zij heeft echter niet concreet gemaakt dat haar rolstoel te zwaar, te lang of te breed is voor het reizen per trein. Ook deze beroepsgrond leidt dus niet tot de conclusie dat eiseres aanspraak kan maken op een hoog PKB.

Eiseres heeft er verder op gewezen dat op station Coevorden, waar zij in verband met familiebezoek vaak naar toe reist, geen voorzieningen voor rolstoelgebruikers aanwezig zijn. Verweerder heeft in het beleid als uitgangspunt genomen dat op een substantieel aantal stations die geografisch ook voldoende zijn gespreid, assistentieverlening door NS Reizigers mogelijk is. Zoals verweerder naar voren heeft gebracht betekent dit in de praktijk dat bij gebrek aan de voor eiseres noodzakelijke voorzieningen op station Coevorden, eiseres moet reizen naar een ander, nabijgelegen station waar de vereiste voorziening wel kan worden geboden en van waaruit verder gereisd kan worden. In het geval van eiseres is dat station Emmen. Tegen de achtergrond van de toekenningscriteria acht de rechtbank dit standpunt van verweerder juist. De omstandigheid dat op station Coevorden geen rolstoelbrug aanwezig is, leidt er niet toe dat eiseres in aanmerking komt voor een hoog PKB.

Eiser beroept zich voorts op artikel 9 van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Daargelaten of aan deze bepaling rechtstreekse werking toekomt, stelt de rechtbank vast dat Nederland dit verdrag nog niet heeft geratificeerd. Reeds hierom kan eiseres zich er niet op beroepen. Daarbij overweegt de rechtbank nog dat eiseres op grond van het bestreden besluit niet de toegang tot vervoersmiddelen wordt ontzegd, maar dat zij niet in aanmerking komt voor de vervoersvoorziening die zij wenst.

De rechtbank heeft begrip voor de sociale problematiek van eiseres en voor het feit dat zij opziet tegen het reizen per trein. In het kader van het vervoerssysteem Valys bestaat echter alleen dan aanspraak op een hoog PKB, als een gehandicapte ondanks de faciliteiten van het vervoerssysteem in het geheel niet per trein kan reizen. Wat eiseres heeft aangevoerd is niet toereikend om tot die conclusie te kunnen komen. De omstandigheden die eiseres naar voren heeft gebracht, zijn bovendien niet zodanig dat verweerder van het in het Protocol neergelegde beleid ten gunste van eiseres had moeten afwijken. Het gaat naar het oordeel van de rechtbank niet om bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Awb, maar om omstandigheden die verweerder bij de totstandkoming van het beleid al heeft betrokken.

Conclusie is dat het beroep niet slaagt. De rechtbank zal het beroep dan ook ongegrond verklaren.

De rechtbank acht geen termen aanwezig over te gaan tot een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

De rechtbank

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.R.H. Lutjes, rechter, in tegenwoordigheid van

mr. A. Azmi, griffier.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 21 september 2009.

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Verzonden op: 21 september 2009