Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BK4037

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-10-2009
Datum publicatie
12-03-2010
Zaaknummer
AWB 08/4205
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. Het concrete verwijt dat de behandelend rechter wordt gemaakt, is in het wrakingsverzoek op geen enkele wijze geconcretiseerd en/of nader onderbouwd. De overige verwijten zijn niet gelegen in feiten of omstandigheden die de persoon van de individuele rechter betreffen. Een volgend wrakingsverzoek tegen de rechter die nu is gewraakt, zal niet in behandeling worden genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Wrakingskamer

registratienummer: AWB 08/4205, 08/4206 en 08/4207

Beschikking van 26 oktober 2009

inzake

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker tot wraking,

en

mr. [rechter],

in zijn hoedanigheid van bestuursrechter in de zaken met registratienummer AWB 08/4205, 08/4206 en 08/4207.

1. De procedure

1.1. Bij brief van 1 oktober 2009 heeft verzoeker, voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de hiervoor genoemde zaken, schriftelijk een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. [rechter].

1.2. Bij brief van 8 oktober 2009 heeft mr. [rechter] desgevraagd aangegeven in de brief van verzoeker geen argumenten te lezen het door hem ingediende wrakingsverzoek te honoreren.

1.3. Op 15 oktober 2009 is het wrakingsverzoek tegen mr. [rechter] ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker is niet verschenen. Mr. [rechter] heeft in genoemd schrijven van 8 oktober 2009 te kennen gegeven dat hij er geen prijs op stelt te worden gehoord tijdens de mondelinge behandeling.

1.4. Ten slotte is de uitspraak bepaald op heden.

2. Het wettelijk kader

2.1. Gelet op artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dient in een wrakingsprocedure te worden beslist of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.2. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid bij de rechter in de zin van artikel 6 van het EVRM (artikel 14 lid 1 IVBPR) dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.

3. De beoordeling

3.1. Het concrete verwijt dat verzoeker in zijn wrakingsverzoek van 1 oktober 2009 mr. [rechter] maakt, is dat deze niet alle stukken zou hebben gelezen voor de zitting die vier dagen daarna, op 5 oktober 2009, zou plaatsvinden. De wrakingskamer stelt vast dat dit verwijt slechts een aanname betreft. Verzoeker heeft op geen enkele wijze zijn stelling op dit punt geconcretiseerd en/of nader onderbouwd. In zoverre kan het wrakingsverzoek dan ook niet worden toegewezen.

3.2. Met betrekking tot de overige in het wrakingsverzoek opgenomen verwijten merkt de wrakingskamer op dat deze niet zijn gelegen in feiten of omstandigheden die de persoon van de individuele rechter betreffen die betrokken is bij de behandeling van de hierboven genoemde zaken, zijnde mr. [rechter]. Voor zover de gronden van het verzoek daarop zien, kunnen zij dus evenmin leiden tot een toewijzing van het wrakingsverzoek.

3.3. Verzoeker heeft in zijn wrakingsverzoek ten slotte een aanhoudingsverzoek gedaan in de zaken met registratienummer AWB 08/4205, 08/4206 en 08/4207. Het is echter niet aan de wrakingskamer om hierover te oordelen, maar aan de behandelend rechter.

3.4. Uit het voorgaande volgt dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.

3.5. De wrakingskamer ziet aanleiding om, met toepassing van artikel 8:18, vierde lid, van de Awb, te bepalen dat volgende verzoeken tot wraking van mr. [rechter] in de zaken met registratienummer AWB 08/4205, 08/4206 en 08/4207 niet in behandeling zullen worden genomen.

4. De beslissing

De rechtbank:

4.1. wijst het verzoek tot wraking af,

4.2. bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van mr. [rechter] in de zaken met registratienummer AWB 08/4205, 08/4206 en 08/4207 niet in behandeling wordt genomen.

Deze beslissing is gegeven door mrs. P.J. Wiegman (voorzitter), T.P.E.E. van Groeningen en D.S.M. Bak en in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Gameren uitgesproken op 26 oktober 2009.

de griffier de voorzitter