Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BK4025

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
05-11-2009
Datum publicatie
20-11-2009
Zaaknummer
BM3706
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bijzondere omstandigheid in de familie maakt dat ten laste van onder bewind staand vermogen van zoon een beperkte lening aan de vader kan worden verstrekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Geachte mevrouw,

In uw brief van 3 november 2009 verzoekt u machtiging voor het verstrekken van een geldlening van € 12.000 ten laste van het onder bewind gestelde vermogen van de heer [rechthebbende] aan zijn vader, de heer [naam vader]. De vader heeft ten gevolge van een ongeval thans geen of onvoldoende inkomsten.

Uit de stukken - de brief van mr De Haan - begrijp ik dat het allerminst zeker is dat de vader überhaupt enige uitkering in verband met zijn schade zal ontvangen en - indien dat wel het geval zal zijn - wat de hoogte van de uitkering zal zijn. Dat betekent dat de terugbetaling van de lening twijfelachtig is.

Niettemin dienen in deze kwestie twee andere aspecten mee te wegen, namelijk de omstandigheid dat de vader door een ongeval in deze situatie is gekomen. Dat is een situatie waarin het niet ongebruikelijk is dat familieleden elkaar bijstaan, wanneer op korte termijn geen (financiële) hulp van de kant van de overheid of derden te verwachten is. Dit klemt te meer als het - zoals hier - gaat om een kind en zijn hulpbehoevende ouders.

Het tweede aspect is dat de zoon enige financiële ruimte heeft om aan het verzoek om hulp te voldoen.

In verband met de omvang van het vermogen van de heer [rechthebbende] (ruim € 19.000), zal ik daarom in dit geval machtiging verlenen voor het verstrekken van een lening aan de vader van de heer [rechthebbende] tegen een rente gelijk aan het rentepercentage van een normale spaarrekening en voorzien van een terugbetalingsclausule in verband met de ontvangst van een schade-uitkering op grond van de procedure waar mr De Haan op doelt. Een en ander dient schriftelijk te worden vastgelegd en aan mij ter machtiging te worden voorgelegd. Het totaal van deze lening zal - gelet op de omvang van het vermogen van de heer [rechthebbende] - € 9.000,- bedragen.

Indien de heer [rechthebbende] of u het niet eens is met deze beslissing kan hij / kunt u gedurende drie maanden na de datum van deze brief door tussenkomst van een advocaat hoger beroep instellen bij het gerechtshof in Arnhem.

Naar ik vertrouw, heb ik u hiermee voldoende geinformeerd.

Met vriendelijke groet,

mr. P.A. Huidekoper,

kantonrechter