Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BK4023

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
09-11-2009
Datum publicatie
23-11-2009
Zaaknummer
625817 - CV EXPL 09-6502
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

"Koopovereenkomst met betrekking tot een waterbed. Koop op proef niet aannemelijk geworden. Beroep op ontbinding op grond van non-conformiteit of dwaling c.q. vernietiging op grond van onvoorziene omstandigheden afgewezen."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Arnhem

zaakgegevens 625817 \ CV EXPL 09-6502 \ MB/392/MvL

uitspraak van 9 november 2009

vonnis

in de zaak van

[koper]

wonende te Arnhem

eisende partij

gemachtigde mr. D.W. Peters

toevoegingsnummer [nummer toevoeging]

tegen

[verkoper], h.o.d.n. [handelsnaam]

wonende te Westervoort

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna [koper] en [verkoper] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

- het tussenvonnis van 14 september 2009

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 16 oktober 2009.

2. De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

2.1 Op 2 februari 2008 zijn [verkoper] (als verkoper) en [koper] (als koper) een koopovereenkomst aangegaan terzake van een waterbed. De overeenkomst is vastgelegd in een door beide partijen ondertekende koopovereenkomst. De koopprijs bedroeg € 1.319,-, hetgeen door [koper] destijds is betaald.

2.2 [koper] gaf bij de koop aan [verkoper] aan dat zij lijdt aan fibromyalgie.

2.3 Het waterbed is medio februari 2008 door [verkoper] aan [koper] geleverd en door [verkoper] gemonteerd.

2.4 [koper] heeft na enkele maanden bij [verkoper] geklaagd over het waterbed. Zij stelde dat sprake was van luchtvorming in de waterzak. Door [verkoper] is medio 2008 om niet een nieuwe waterzak geleverd.

2.5 [koper] klaagde daarna opnieuw bij [verkoper] over luchtvorming in de waterzak. Door [verkoper] zijn vervolgens in november 2008 op verzoek van [koper] schuimmatrassen en tijdelijk lattenbodems geleverd. Deze pasten in de ombouw van het eerder geleverde waterbed. De waterzak van het waterbed is door [verkoper] afgevoerd. Hiervoor bestaat een bestelorder (van 24 november 2008), welke niet door [koper] is ondertekend. In de bestelorder stond een koopprijs voor de schuimmatrassen en lattenbodems van € 900,-.

2.6 Door [koper] is bij de aflevering contant € 500,- betaald aan [verkoper]. Aan [koper] zouden verstelbare lattenbodems worden geleverd, deze waren toen echter nog niet beschikbaar. Zij zouden worden nageleverd.

2.7 [koper] meldde nadien aan [verkoper] dat zij de geleverde schuimmatrassen te hard vond. Door [verkoper] zijn bij de aflevering van de verstelbare lattenbodems (eind december 2008) de schuimmatrassen (om niet) vervangen door zachtere exemplaren.

3. De vordering en het verweer

3.1 [koper] vordert een verklaring voor recht dat de tussen haar en [verkoper] gesloten koopovereenkomst(en) rechtsgeldig is/zijn ontbonden. Voor zover de overeenkomsten tussen [koper] en [verkoper] niet reeds ontbonden zijn, vordert [koper] in deze procedure ontbinding danwel vernietiging van de overeenkomst(en) tussen [verkoper] en [koper].

3.2 [koper] vordert tevens veroordeling van [verkoper] tot terugbetaling van het door [koper] aan [verkoper] betaalde bedrag ad € 1.819,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening alsmede veroordeling van [verkoper] in de kosten van de procedure.

3.3 [koper] legt aan haar vorderingen ten grondslag de stelling dat zij de overeenkomst van 2 februari 2008 heeft ontbonden. Daarna is een door [verkoper] gedaan aanbod niet aanvaard, danwel (subsidiair) met [verkoper] een koop op proef gesloten waarbij [koper] de ontbindende voorwaarde heeft ingeroepen. Meer subsidiair doet [koper] een beroep op non-conformiteit, dwaling en/of vernietiging op grond van onvoorziene omstandigheden.

3.4 [verkoper] voert gemotiveerd verweer waarop hierna, waar nodig, wordt ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 Tussen [koper] en [verkoper] is in ieder geval één overeenkomst tot stand gekomen, te weten de overeenkomst van 2 februari 2008 inzake het waterbed. In de visie van [koper] is deze overeenkomst echter ontbonden. Nadien is door [verkoper] een andere levering aan [koper] gedaan (de lattenbodems en schuimmatrassen), waarvan de rechtsgrond tussen partijen in geschil is. Beoordeeld dient derhalve te worden of tussen partijen nog een overeenkomst, danwel overeenkomsten bestaan.

4.2 [koper] stelt dat zij in 2008 de koopovereenkomst van 2 februari 2008 heeft ontbonden door middel van een brief, welke zij aan [verkoper] in persoon heeft gegeven. De betreffende brief niet is overgelegd. [koper] heeft ter comparitie aangegeven dat zij ook geen kopie voorhanden heeft. [verkoper] ontkent dat hij van [koper] een ontbindingsbrief heeft ontvangen en wijst op de nadien door hem aan [koper] verrichte leveringen.

4.3 Door het ontbreken van de vermeende ontbindingsbrief dient de gestelde ontbinding uit de omstandigheden van het geval te worden afgeleid. De gestelde ontbinding zou hebben plaatsgevonden halverwege 2008. Sindsdien is door [verkoper] een nieuwe waterzak geleverd en vervolgens de lattenbodems en schuimmatrassen.

4.4 Gesteld noch gebleken is dat [koper] in de tussentijd enige aanspraak op terugbetaling van de koopprijs – hetgeen een gevolg zou zijn van de gestelde ontbinding – heeft gemaakt. [koper] heeft ook de ombouw van het waterbed steeds behouden zonder van [verkoper] te vorderen dat hij deze ombouw zou terugnemen. De ombouw vertegenwoordigt het grootste deel van de koopprijs van € 1.319,-. Daaruit blijkt derhalve niet van een ontbinding of daaraan verbonden gevolgen (teruglevering). Op gedeeltelijke ontbinding is door [koper] geen beroep gedaan.

4.5 Door [koper] is op grond van voornoemde omstandigheden, mede in het licht van de gemotiveerde betwisting door [verkoper], onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de koopovereenkomst van 2 februari 2008 door [koper] in 2008 is ontbonden.

4.6 Met betrekking tot de schuimmatrassen en lattenbodems geldt dat deze door [verkoper] aan [koper] zijn geleverd en [koper] in verband daarmee € 500,- heeft betaald. Dat duidt op een tweede koopovereenkomst. [verkoper] heeft onbetwist gesteld dat voor deze transactie een speciale prijs is afgesproken. De kantonrechter neemt dat als vaststaand aan.

4.7 Niet aannemelijk is dat sprake is van een koop op proef, zoals door [koper] subsidiair is gesteld. Een ontbindende of opschortende voorwaarde in die zin is niet vastgelegd, hetgeen op de weg van [koper] had gelegen indien zij zulks voor ogen had gehad. Met de gestelde koop op proef laat zich ook niet rijmen dat [koper] direct bij de aflevering het merendeel van de gestelde koopprijs (€ 500,- van de € 900,-) heeft voldaan. Veel eerder zou [koper] dan de koopprijs hebben betaald op het moment dat zij de koop definitief wenste te maken.

4.8 Ook overigens is de gestelde koop op proef onvoldoende komen vast te staan. De verwijzing naar de algemene vermelding op de website van [verkoper] met betrekking tot de mogelijkheid - onder voorwaarden – van een koop op proef heeft in het onderhavige geval op zichzelf geen betekenis. Ook het leveren van andere matrassen, ter vervanging van het waterbed, door [verkoper] maakt als zodanig niet dat een koop op proef dient te worden aangenomen. Het ligt evenzeer voor de hand dat [verkoper], zoals hij stelt, uit coulance onder de bestaande overeenkomst aan [koper] zachtere matrassen heeft geleverd, toen de eerder geleverd, hardere, matrassen niet bevielen.

4.9 Op grond van het vorenstaande neemt de kantonrechter aan dat tussen [koper] en [verkoper] twee overeenkomsten bestaan, te weten die van 2 februari 2008 en die van 11 november 2008.

4.10 De volgende te beantwoorden vraag is of er grond bestaat om deze overeenkomsten of één daarvan te ontbinden of te vernietigen, zoals [koper] vordert. In dat kader heeft [koper] gesteld dat zij niet op de door [verkoper] geleverde bedden kan slapen. [koper] wijst er daarbij op dat voor haar, door de fibromyalgie waaraan zij lijdt, niet ieder bed geschikt is. [koper] heeft tevens gewezen op het feit dat de beide waterzakken van het waterbed vol lucht liepen. Zij kan de nadien door [verkoper] geleverde lattenbodems niet verstellen en door de in de ombouw van het waterbed gelegde schuimmatrassen ventileert het bed onvoldoende.

4.11 Niet gebleken is dat de door [verkoper] geleverde producten ongeschikt zijn voor mensen die, zoals [koper], lijden aan fibromyalgie. [koper] verwijt [verkoper] ook niet dat hij haar op dit punt verkeerd zou hebben voorgelicht.

4.12 De gebrekkigheid van de waterzakken is, mede in het licht van de gemotiveerde betwisting van [verkoper] van deze stelling van [koper], niet aannemelijk geworden. De eerste waterzak is bovendien door [verkoper] gratis vervangen en de tweede is door hem teruggenomen waarbij een aanzienlijke korting op de ter vervanging door [koper] aangeschafte schuimmatrassen is gegeven, zodat, indien al sprake zou zijn van gebrekkige waterzakken, de gevolgen van dat gebrek door [verkoper] afdoende zijn weggenomen.

4.13 De gestelde gebrekkige ventilatie is ter comparitie door [verkoper] gemotiveerd betwist tegenover welke betwisting [koper] geen nieuwe argumenten heeft gesteld, zodat deze niet aannemelijk is geworden.

4.14 Ter comparitie heeft [koper] gesteld dat door [verkoper] elektrisch bedienbare lattenbodems zouden worden geleverd. Dit is echter in strijd met haar stellingen in de dagvaarding en de (niet-ondertekende) overeenkomst van 24 november 2008. Aangenomen wordt dan ook dat [verkoper] aan [koper] de afgesproken lattenbodems heeft geleverd.

4.15 Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de door [koper] gestelde omstandigheden niet de ontbinding danwel de vernietiging van (één van) de koopovereenkomsten rechtvaardigen. Het enkele gegeven dat de matrassen en lattenbodems [koper] niet bevallen en zij achteraf wellicht spijt heeft van de aankopen maakt, hoe vervelend voor haar ook, niet dat in juridische zin voldoende gronden bestaan om de koopovereenkomsten te ontbinden danwel te vernietigen. De vorderingen van [koper] worden dan ook afgewezen.

4.16 [koper] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1 wijst de vorderingen af;

5.2 veroordeelt [koper] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [verkoper] tot deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.J. Blaisse en in het openbaar uitgesproken op 9 november 2009.