Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BK3985

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
20-11-2009
Zaaknummer
179121
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De algemene voorwaarden bepalen dat het gedaagde onder meer niet is toegestaan door Liander aangebrachte verzegelingen te verbreken dan wel handelingen te verrichten waardoor de hoeveelheid getransporteerde elektriciteit niet of niet juist kan worden vastgesteld. Zij vordert vergoeding van de door haar geleden schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 179121 / HA ZA 08-2216

Vonnis van 4 november 2009

in de zaak van

de naamloze vennootschap

LIANDER N.V.,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

advocaat mr. J.G. Keizer te Amsterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. S. Demirtas te Utrecht.

Partijen zullen hierna Liander en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 april 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 1 september 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Liander verzorgt het transport van elektriciteit, onder meer ten aanzien van het adres [adres] te [woonplaats]. De elektriciteitsaansluiting van de woning op dat adres staat op naam van [gedaagde].

2.2. N.V. Nuon Monitoring, hierna te noemen Nuon, heeft van Liander werkzaamheden opgedragen gekregen die samenhangen met “het doen voorkomen, het opsporen, het doen van aangifte en het in rekening brengen van de diefstal van energie”.

2.3. Op 15 mei 2008 is er een hennepkwekerij aangetroffen op het adres [adres] te [woonplaats]. Een bij Nuon werkzame fraudespecialist heeft op verzoek van en in samenwerking met de politie op dit adres een onderzoek ingesteld naar de meetinrichting van Liander. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de benodigde elektriciteit voor de apparatuur van deze kwekerij werd verkregen door middel van een illegale aftakking in de meterkast.

2.4. Van de bevindingen ter plaatse heeft de fraudespecialist van Nuon een rapport opgesteld en er is aangifte gedaan bij de politie. Uit het frauderapport blijkt dat zich 23 assimilatielampen, een aantal ventilatoren en kachels, een afzuiginstallatie en een airco in een kweekruimte bevonden en dat de aangetroffen hennepplanten ongeveer 28 dagen in groei en bloei waren. Er zijn meerdere lege voedingsflacons gevonden en er bevond zich kalkaanslag op de plantpotten. Uit het rapport blijkt verder dat er tenminste één keer eerder was geoogst. Deze conclusie was gebaseerd op de mate van vervuiling van de koolstoffilters. Op grond hiervan en op grond van de aangetroffen apparatuur heeft Nuon de verbruikte, niet gemeten, elektriciteit vastgesteld op 33.628 kWh.

2.5. Uit overgelegde correspondentie tussen Liander en [gedaagde] blijkt dat Liander er vanuit gaat dat er sprake is geweest van fraude in de periode van februari 2008 tot 15 mei 2008.

2.6. Liander heeft geleverde elektriciteit, transportkosten en overige kosten bij [gedaagde] in rekening gebracht tot een bedrag van EUR 9.496,87. [gedaagde] heeft deze factuur niet voldaan.

3. Het geschil

3.1. Liander vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 10.525,70, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Liander heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd de stelling dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst met Liander. Liander stelt dat de algemene voorwaarden bepalen dat het [gedaagde] onder meer niet is toegestaan door Liander aangebrachte verzegelingen te verbreken dan wel handelingen te verrichten waardoor de hoeveelheid getransporteerde elektriciteit niet of niet juist kan worden vastgesteld. Zij vordert vergoeding van de door haar geleden schade.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde] voert allereerst aan dat hij geen overeenkomst heeft gesloten met Liander maar alleen met N.V. Nuon. Liander heeft evenwel ter zitting gesteld, hetgeen door [gedaagde] vervolgens ook is erkend, dat [gedaagde] via haar energie afnam en daarvoor ook (jaar)facturen heeft ontvangen en voldaan. Gelet hierop had [gedaagde] zijn verweer nader moeten onderbouwen. Nu hij dat heeft nagelaten, gaat de rechtbank uit van de juistheid van het standpunt van Liander dat partijen wel degelijk een overeenkomst met elkaar hadden, op grond waarvan Liander elektriciteit transporteerde naar de woning aan de [adres] te [woonplaats] waarvoor [gedaagde] betaalde.

4.2. [gedaagde] heeft niet betwist dat op de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn met een inhoud zoals door Liander naar voren gebracht. De rechtbank zal daar dan ook vanuit gaan. Ten overvloede wordt opgemerkt dat de algemene voorwaarden waarop Liander zich beroept verplichtingen bevatten die partijen ook reeds uit hoofde van de overeenkomst tot transport van elektriciteit hadden. Door gebruik te maken van een ‘illegale’ aansluiting, waardoor het verbruik niet kon worden gemeten, is [gedaagde] toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst met Liander.

4.3. Nu vaststaat dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst met Liander, dient hij de kosten van het niet gemeten verbruik aan Liander te vergoeden. De rechtbank stelt voorop dat ten aanzien van de door Liander gevorderde schade geldt dat deze ingevolge het bepaalde in artikel 6:97 Burgerlijk Wetboek (BW) dient te worden begroot op de wijze die het meest met de aard daarvan in overeenstemming is. Omdat de hoogte van de schade in dit geval samenhangt met de hoeveelheid elektriciteit die door [gedaagde] illegaal is afgenomen en deze niet is geregistreerd kan de exacte omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld. De omvang van de schade zal om die reden worden geschat. De rechtbank overweegt daarbij dat, nu [gedaagde] frauduleuze handelingen heeft verricht, een eventuele onzekerheid omtrent het geschatte verbruik in zijn risicosfeer ligt.

4.4. Liander heeft het niet geregistreerde verbruik geschat op 33.628 kWh. [gedaagde] heeft deze omvang betwist. Volgens hem is het niet juist dat er één eerdere kweek is geweest dan wel dat hij de hennepplantage in de periode van februari 2008 tot 15 mei 2008 in gebruik heeft gehad. Volgens zijn eigen stelling had hij de kwekerij ten tijde van de inval slechts tweeënhalve week in gebruik. Hij wijst er op dat er geen sprake was van ernstige kalkvorming en algengroei en dat er bij hem thuis geen hennepafval is aangetroffen. De kalkvorming en algengroei die wel aanwezig waren, zouden zijn te verklaren door het dagelijks watergebruik en de tropische temperatuur die er heerste in het pand. Verder heeft hij aangevoerd dat hij de apparatuur tweedehands heeft gekocht. De vervuiling van de koolstoffilters is volgens hem ook te verklaren omdat deze te klein waren voor de ruimte waarin de hennepplantage heeft plaatsgevonden. Bovendien zou de vervuiling nog zijn versneld doordat tijdens het vullen van de potten met potgrond de afzuiging in werking was. Wat betreft de voedingsflacons die zijn aangetroffen, merkt [gedaagde] nog op dat hij deze heeft overgenomen van een niet nader te noemen persoon, van wie hij ook de overige apparatuur heeft gekocht. Deze voedingsflacons waren halfvol. Hij heeft vaker voeding gegeven dan nodig was omdat het warm weer was, zoals blijkt uit de aanwezigheid van de airco, aldus [gedaagde].

4.5. De rechtbank kan [gedaagde] hier echter niet zonder meer in volgen. Nog daargelaten dat hij zijn stelling dat hij apparatuur tweedehands heeft gekocht op geen enkele wijze heeft onderbouwd, blijkt ook uit niets dat het in de periode waarin hij volgens zijn eigen stelling heeft gekweekt zo warm was dat de planten extra voeding nodig hadden en dat algengroei versneld zou hebben plaatsgevonden. Een meteorologisch overzicht ontbreekt. In elk geval is de enkele aanwezigheid van een airco onvoldoende om aan te kunnen nemen dat er sprake was van warm weer. De aanwezigheid van die airco duidt veeleer op het tegendeel, namelijk dat de temperatuur in de kweekruimte werd gereguleerd. Nu verder ook niet precies is aangegeven welke maat het koolstoffilter had moeten hebben in de kweekruimte zoals die in gebruik was en ook niet verder is onderbouwd dat de vervuiling substantieel toeneemt als de afzuiging aanstaat tijdens het vullen van de potten met potgrond, dient te worden geconcludeerd dat [gedaagde] zijn stellingen onvoldoende heeft onderbouwd.

Dat brengt mee dat wordt uitgegaan van de juistheid van de (aan de hand van het frauderapport en bijbehorende foto’s onderbouwde) stellingen van Liander op dit punt.

4.6. Naast de op zich niet betwiste transportkosten met betrekking tot illegaal afgenomen elektriciteit, heeft Liander vergoeding gevorderd van het leveringsdeel. Het gaat hierbij om het zogenaamde netverlies. [gedaagde] betwist de bevoegdheid van Liander om schade bestaande uit netverlies te vorderen. Omdat Liander alleen zorg draagt voor het transport van elektriciteit en niet voor de levering daarvan zouden alleen de transportkosten in rekening mogen worden gebracht. Ter comparitie heeft Liander heeft evenwel uitvoerig toegelicht op grond waarvan zij bevoegd is om ook het netverlies als haar schade te vorderen. Zij heeft daarbij verwezen naar de Netcode. Volgens Liander mag een elektriciteitsleverancier alleen elektriciteit in rekening brengen die via de meter wordt geregistreerd. De rest komt voor rekening van de netbeheerder, in dit geval Liander, die de elektriciteit moet inkopen. Als buiten de meter om elektriciteit wordt verbruikt, lijdt de netbeheerder schade. [gedaagde] heeft nagelaten deze nadere toelichting (gemotiveerd) te betwisten. Dat brengt mee dat wordt uitgegaan van de juistheid van het standpunt van Liander en dat [gedaagde], naast de kosten van transport van elektriciteit, ook het netverlies aan Liander moet vergoeden.

4.7. Met betrekking tot de overige vorderingen van Liander wordt als volgt overwogen.

4.8. Wat betreft de door Liander gevorderde BTW overweegt de rechtbank dat geen BTW verschuldigd is over schadevergoeding, zoals deze hier gevorderd wordt.

Voor zover Liander heeft beoogd te stellen dat zij het risico loopt dat de belastinginspecteur alsnog oordeelt dat er wel BTW geheven had moeten worden indien zij de feitelijke levering zonder BTW in rekening zou moeten brengen, heeft te gelden dat zij dit risico niet op [gedaagde] kan afwentelen.

De vordering tot vergoeding van BTW zal dan ook worden afgewezen.

4.9. Liander heeft voorts vergoeding gevorderd van energiebelasting. Op grond van - inmiddels - art. 50 lid 4 sub a Wet belastingen op milieugrondslag is de grondslag voor de heffing van energiebelasting ruim gedefinieerd en omvat deze ook een andere wijze van verkrijging van elektriciteit dan door levering. Dit betekent dat Liander terecht energiebelasting over haar vordering in rekening heeft gebracht. Deze zal worden toegewezen.

4.10. Tenslotte heeft Liander nog extra kosten in rekening gebracht, waaronder voorrijkosten, onderzoek meetinrichting, af/aansluitkosten en administratiekosten tot een totaalbedrag van EUR 739,78.

[gedaagde] heeft betwist dat deze kosten als schade kunnen worden aangemerkt dan wel volledig kunnen worden gevorderd. Hij stelt dat de voorrijkosten exorbitant hoog zijn. Daarnaast is niet duidelijk wat de verschillende administratiekosten inhouden.

4.11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Liander ter zitting voldoende onderbouwd dat zij geen exorbitante tarieven ten aanzien van de voorrijkosten in rekening heeft gebracht. Dit deel van de vordering ligt dan ook voor toewijzing gereed, net als de overige gevorderde en niet betwiste kostenposten. Dat ligt anders ten aanzien van de administratiekosten. Deze zijn niet zonder meer toewijsbaar. Ter comparitie heeft Liander aangegeven dat de administratieve kosten die worden gevorderd betrekking hebben op het verwerken van het frauderapport in een nota, het opstellen en doen van de aangifte en handelingen ten behoeve van het opnieuw aansluiten van het perceel. Voor deze werkzaamheden wordt een tarief van € 80,00 per uur aangehouden en wordt vier uur in rekening gebracht. De rechtbank acht dat bedrag aan de hoge kant. De rechtbank stelt dit bedrag in billijkheid vast op € 200,00.

4.12. Tegen de door Liander gevorderde buitengerechtelijke kosten is gemotiveerd verweer gevoerd door [gedaagde]. Volgens hem is er enkel een standaardsommatie uitgegaan en is er niet ingegaan op zijn voorstel om een betalingsregeling te treffen. Voorts is er niet gereageerd op zijn verzoek om stukken aan hem te doen toekomen.

4.13. Met [gedaagde] is de rechtbank van oordeel dat de werkzaamheden ter zake waarvan Liander thans vergoeding vordert niet meer omvatten dan het doen van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Mitsdien kunnen de daarop betrekking hebbende kosten worden aangemerkt als kosten betrekking hebbende op verrichtingen waarvoor de in de artikelen 56 en 57 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. De buitengerechtelijke kosten zijn naar het oordeel van de rechtbank daarom niet toewijsbaar.

4.14. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van Liander als volgt wordt toegewezen:

Netverlies EUR 4.516,27

Transportdeel 1.136,63

Energiebelasting tot 10.000 kWh 716,00

Energiebelasting van 10.000 tot 50.000 kWh 871,88

Voorrijkosten 100,00

Onderzoek meetinrichting 200,00

Af/aansluitkosten 119,78

Administratiekosten 200,00

Overige kosten 65,00

Totaal EUR 7.925,56

4.15. Liander heeft een vergoeding gevorderd van wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 november 2008. [gedaagde] heeft echter betwist gehouden te zijn tot vergoeding van deze rente omdat hij niet in gebreke zou zijn gesteld. In deze stelling kan hij echter niet worden gevolgd nu Liander correspondentie heeft overgelegd met (de raadsman van) [gedaagde] waaruit blijkt dat [gedaagde] in elk geval bekend was met de sommatie van Liander van 17 juli 2008. Verder heeft zij nog een ingebrekestelling van 27 oktober 2008 overgelegd, gericht aan het adres van de raadsman van [gedaagde]. Dat brengt mee dat wordt uitgegaan van de juistheid van het standpunt van Liander en dat de wettelijke rente kan worden toegewezen vanaf 20 november 2008.

4.16. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Liander worden begroot op:

- dagvaarding EUR 74,75

- vast recht 303,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.281,75

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Liander te betalen een bedrag van EUR 7.925,56 (zevenduizendnegenhonderdvijfentwintig euro en zesenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 20 november 2008 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Liander tot op heden begroot op EUR 1.281,75,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2009.