Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BK2770

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-10-2009
Datum publicatie
10-11-2009
Zaaknummer
173595
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Auteursrecht. Vaststelling omvang schade als gevolg van inbreuk op auteursrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 173595 / HA ZA 08-1325

Vonnis van 21 oktober 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE ROODE ROOS B.V.,

gevestigd te Den Haag,

eiseres,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

REFORM- EN VITAMINECENTRUM [gedaagde] B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. T.J. van Veen te Arnhem.

Partijen zullen hierna De Roode Roos en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 maart 2009

- de akte inclusief wijziging van eis d.d. 17 juni 2009 van De Roode Roos

- de antwoordakte d.d. 15 juli 2009 van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De eiswijziging

2.1. In het tussenvonnis van 25 maart 2009 (hierna: het tussenvonnis) is de rechtbank tot de slotsom gekomen dat de grond voor de vordering van De Roode Roos tot het vergoeden van de schade die zij stelt te hebben geleden ten gevolge van de overgenomen productomschrijvingen gelegen is in auteursrechtinbreuk (geschriftenbescherming). De schade die zij stelt te hebben geleden ten gevolge van de overgenomen productafbeeldingen is gelegen in onrechtmatige daad. De rechtbank heeft De Roode Roos in de gelegenheid gesteld om een nadere onderbouwing te geven van die schade. Naar aanleiding daarvan heeft De Roode Roos haar vordering tot schadevergoeding, die zij mede had gebaseerd op diverse andere grondslagen, aangepast en nader gespecificeerd. [gedaagde] heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt.

2.2. De Roode Roos vordert nu, na wijziging van eis, om [gedaagde] te veroordelen om, binnen tien dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis:

I aan De Roode Roos in verband met de inbreuk op artikel 10 lid 1 sub 1 Aw op grond van artikel 27 Aw een bedrag te betalen van € 6.958,-- dan wel een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, te verhogen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW over de verschuldigde bedragen vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele betaling,

II aan De Roode Roos in verband met de onrechtmatige daad dan wel de inbreuk op artikel 10 lid 1 sub 1 Aw een bedrag te betalen van € 93.330,-- (wegens gederfde omzet), dan wel het bedrag van de winst van [gedaagde] overeenkomstig de berekening in de onderdelen 10 en 11 van de akte van De Roode Roos, de hoogste van beide dan wel het door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, te verhogen met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW over de verschuldigde bedragen vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van algehele betaling,

III ieder gebruik van de afbeeldingen en productbeschrijvingen op straffe van een dwangsom te staken en gestaakt te houden, alsmede de betreffende afbeeldingen en productbeschrijvingen te vernietigen door deze te (doen) verwijderen en verwijderd te houden uit iedere – elektronische – gegevensdrager van [gedaagde], alsmede te bevestigen dat ook op alle apparatuur die is gekoppeld (geweest) aan het IP adres 82.72.77.28 deze afbeeldingen en productomschrijvingen, in welke vorm dan ook, zijn verwijderd,

IV aan De Roode Roos op grond van artikel 6:96 lid 2 sub a BW een bedrag te betalen van € 5.000,-- als vergoeding voor de redelijke kosten ter voorkoming of beperking van de schade alsmede het bedrag van de in billijkheid bepaalde kosten van dit geding en van de middelen tot bewaring van haar recht waarvan De Roode Roos gebruik heeft moeten maken, een en ander te berekenen als de som van 50% van het overeenkomstig artikel 1019h Rv. te bepalen bedrag alsof de gehele procedure een zogenaamde IE-zaak betreft, nader bepaald op € 31.883,59 vermeerderd met 50% van het bedrag te bepalen overeenkomstig het liquidatietarief van de rechtbanken civiele sector.

2.3. [gedaagde] voert bij antwoordakte gemotiveerd verweer tegen de schadeberekening van De Roode Roos. Volgens haar dient De Roode Roos, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de integrale kosten van de door [gedaagde] ingeroepen rechtsbijstand, die tot en met 13 juli 2009 € 16.000,-- bedragen. De door De Roode Roos gelegde beslagen voor haar veel te hoog begrote vordering dienen terstond te worden opgeheven.

3. De verdere beoordeling

Ad III Staking gebruik afbeeldingen en productteksten, vernietiging en verwijdering daarvan

3.1. In rechtsoverweging 4.36 van het tussenvonnis heeft de rechtbank al geoordeeld dat er voldoende grondslag is voor toewijzing van dit deel van de vordering en dat De Roode Roos daarbij voldoende belang heeft, omdat niet vast staat dat [gedaagde] hieraan reeds volledig heeft voldaan. Dit deel van de vordering zal worden toegewezen en worden versterkt met een dwangsom, die aan een maximum zal worden gebonden.

Ad I en II Schadevergoeding

3.2. De Roode Roos stelt dat zij schade heeft geleden door het handelen van [gedaagde], waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is. Zij is ervan overtuigd dat het overnemen door [gedaagde] van productomschrijvingen en van productafbeeldingen tot vermogensschade bij De Roode Roos heeft geleid, die aan [gedaagde] kan worden toegerekend.

3.3. De Roode Roos begroot de vermogensschade als gevolg van auteursrechtinbreuk allereerst op het bedrag aan gemiste licentievergoedingen. Dit bedrag stelt zij gelijk aan de concrete salariskosten die zij zelf heeft gemaakt voor het produceren van de teksten. Zij berekent deze salariskosten als volgt. Aan de opbouw van de databank stelt De Roode Roos een bedrag te hebben besteed van € 3.212,-- wegens tekstverwerking door werknemer [werknemer] plus € 4.393,-- wegens tekstverwerking door [ ] [werknemer 2]. Voor het uitbreiden van de hoeveelheid artikelen in mei 2005 tot april 2008 is volgens De Roode Roos per jaar een bedrag gemoeid van € 10.983,-- per jaar wegens werkzaamheden door [werknemer 2], dus in totaal € 32.949. Het totale bedrag aan salariskosten beloopt dan € 40.554 voor 4.080 artikelen. Per artikel is dat € 9,94. Omdat [gedaagde] 700 productomschrijvingen zou hebben gekopieerd, belopen de kosten die [gedaagde] zich hiervoor heeft bespaard 700 x € 9,94 = € 6.958,--. De Roode Roos stelt dus in feite dat zij dit bedrag zou kunnen hebben bedingen indien zij aan [gedaagde] een licentie zou hebben verleend voor het verveelvoudigen van deze verzameling van 700 productomschrijvingen. Indien de rechtbank deze redenering niet volgt, stelt zij voor om een deskundige te laten bepalen wat een redelijke licentievergoeding zou zijn.

3.4. [gedaagde] betwist dat er sprake is van gederfde licentievergoedingen. Bij onpersoonlijke geschriften is er volgens haar geen sprake van een prestatie op intellectueel niveau, die een dergelijke beloning rechtvaardigt. Het enige nadeel dat De Roode Roos heeft ondervonden is het feit dat [gedaagde] zelf geen tijd en geld heeft hoeven spenderen ter verkrijging van de verzameling van 700 productomschrijvingen. De aanspraak van De Roode Roos kan volgens [gedaagde] niet verder gaan dan het ongedaan maken van die concurrentievoorsprong, in die zin dat [gedaagde] een versnelde toegang tot de markt had. Het zelf maken van 700 productomschrijvingen – over te nemen uit het digitale VIG-Vademecum of CD-rom’s van leveranciers – had [gedaagde] wellicht een paar dagen tijd gekost en maximaal € 700,--.

3.5. In de rechtspraak en literatuur wordt in de regel enkel gesproken van gemiste royalties wanneer de benadeelde partij licenties pleegt te verlenen voor het overnemen van de auteursrechtelijk beschermde werken en die partij bij gebreke van de inbreuk op die teksten meer licentie-inkomsten zou hebben ontvangen dan die welke daadwerkelijk zijn ontvangen. Hoewel De Roode Roos nog geen licenties heeft verleend voor het overnemen van haar productteksten, en zij hiervoor tot op heden nog geen concrete licentievergoeding heeft gehanteerd, oordeelt de rechtbank dat De Roode Roos voor het overnemen van (een deel van) haar verzameling productomschrijvingen een eenmalige licentievergoeding zou hebben kunnen bedingen. Aan de rechtbank zijn echter geen doorgaans gehanteerde licentietarieven bekend voor het overnemen van een verzameling van niet-oorspronkelijke productomschrijvingen als de onderhavige. De rechtbank heeft dus in het geheel geen aanknopingspunt bij het schatten van het bedrag dat De Roode Roos gezien haar marktpositie had kunnen bedingen. Dit bedrag is, behoudens bijzondere omstandigheden die noch zijn gesteld noch zijn gebleken, naar het oordeel van de rechtbank niet gelijk aan de salariskosten per productomschrijving, zoals De Roode Roos stelt. Deze benadering zou ertoe leiden dat De Roode Roos de verrichte inspanningen, waarvan zij in de eerste plaats zelf profiteert, volledig zou kunnen verhalen op [gedaagde]. Het had op de weg van De Roode Roos gelegen dit deel van haar vordering nader te onderbouwen. Nu zij dit onvoldoende heeft gedaan, is het voor de rechtbank onmogelijk om een bedrag als redelijke gebruiksvergoeding te begroten en ziet de rechtbank geen aanleiding om in dit kader een deskundige aan te wijzen. Het deel van de vordering dat ziet op vermogensschade door gemiste licentievergoedingen zal worden afgewezen.

3.6. Daarnaast stelt De Roode Roos dat zij door het onrechtmatig handelen van [gedaagde] schade heeft geleden in de vorm van gederfde omzet. Om dit aannemelijk te maken heeft zij een grafiek overgelegd van de hoogte van haar (dag)omzetten sinds de opening van haar webwinkel. Op die grafiek is volgens haar te zien dat de omzetgroei van haar webwinkel aanzienlijke vertraging heeft opgelopen in de periode van april 2007 tot april 2008, de periode waarin [gedaagde] op haar website de productafbeeldingen en productomschrijvingen van De Roode Roos heeft gebruikt. Zij begroot haar omzetderving in die periode op € 93.330,--. Zij stelt gewichtige redenen te hebben om de financiële details van haar bedrijfsvoering, zoals omzet, inkoopprijs en marges, waarop zij haar schadebegroting baseert, niet bekend te maken aan [gedaagde]. Als de rechtbank het toch nodig acht deze omzetderving te laten vaststellen, stelt ze voor dat dit gebeurt via een door de rechtbank aan te wijzen accountant, die de uitkomst van zijn onderzoek aan de rechtbank zal meedelen.

3.7. Het causaal verband is volgens De Roode Roos gegeven. Zij stelt dat de groei van haar omzetten die worden gegenereerd via haar papieren catalogus en door moleculair werkende therapeuten, in de periode april 2007 tot april 2008 géén vertraging heeft laten zien, terwijl de omzet gegenereerd via haar webwinkel wel een daling heeft vertoond. Zij stelt hiermee haar schade voldoende aannemelijk te hebben gemaakt en voldoende te hebben gesteld voor het rechterlijk vermoeden dat het stagneren van de omzet via haar webwinkel is veroorzaakt door het onrechtmatig handelen van [gedaagde]. De Roode Roos pleit voor toepassing van de omkeringsregel, in die zin dat [gedaagde] moet aantonen dat er geen causaal verband is tussen de onrechtmatige daad en de schade.

3.8. [gedaagde] betwist het door De Roode Roos begrote bedrag van € 93.300,-- aan schade allereerst omdat een cijfermatige onderbouwing ontbreekt. [gedaagde] betwist voorts dat de door De Roode Roos gepresenteerde grafieken uitgaan van een realistische trendlijn en dat de door De Roode Roos gederfde omzet als het ware als een communicerend vat aan de omzet van [gedaagde] ten goede is gekomen. [gedaagde] betwist dus het causaal verband tussen de normschending en de door De Roode Roos gepretendeerde lagere omzetstijging. Niet zou zijn voldaan aan de voorwaarde voor toepassing van de omkeringsregel. Indien [gedaagde] niet had gekopieerd maar zelf de productomschrijvingen en productafbeeldingen van de CD-rom’s van leveranciers en het VIG-Vademecum had verzameld of vervaardigd en op haar website had gezet, was zij enkele dagen later met productomschrijvingen en afbeeldingen van die producten op de internetmarkt verschenen. De eventuele schade kan volgens [gedaagde] niet omzet- of winstverlies over de gehele periode april 2007 tot april 2008 betreffen, maar op zijn hoogst over de periode van enkele dagen waarin [gedaagde] zich ‘versneld’ toegang tot de markt heeft verschaft.

Indien de rechtbank al een causaal verband aanwezig zou achten tussen het kopiëren en de omzetderving, merkt [gedaagde] nog op dat er blijkens de door haar overgelegde lijst een groot aantal webwinkels is die dezelfde producten in Nederland aanbieden, zodat niet kan worden volgehouden dat alleen de activiteiten van [gedaagde] van invloed zijn geweest op de omzetontwikkeling in de periode april 2007 tot april 2008 van de webwinkel van De Roode Roos.

3.9. De rechtbank is van oordeel dat De Roode Roos met de door haar overgelegde, niet cijfermatige onderbouwde, grafieken onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat haar omzet tussen april 2007 en april 2008 minder is gestegen dan gebruikelijk. Een onderzoek daarnaar door een registeraccountant, zoals De Roode Roos voorstelt, acht de rechtbank niet nodig omdat onvoldoende aannemelijk is geworden dat een eventuele omzetstagnatie bij De Roode Roos is veroorzaakt door het onrechtmatige overnemen door [gedaagde] van een deel van de productfoto’s en productteksten van De Roode Roos. Indien [gedaagde] haar eigen afbeeldingen en teksten zou hebben gegenereerd, zou [gedaagde] in de periode van april 2007 tot april 2008 mogelijk evenveel omzet hebben gedraaid - met wellicht wat meer investeringen - dan zij nu heeft gedaan. [gedaagde] heeft dit laatste ook verdedigd door op haar beurt een - evenmin cijfermatig onderbouwde - grafiek over te leggen waaruit kan worden afgeleid dat haar gemiddelde omzet van 2005 tot en met 2008 ongeveer gelijk is gebleven. Bovendien hebben De Roode Roos en [gedaagde] veel concurrenten die hun orthomoleculaire voedingssupplementen ook via webwinkels verkopen. Het kan niet worden uitgesloten dat de aanwezigheid daarvan in die periode invloed heeft uitgeoefend op de omzet van De Roode Roos, bijvoorbeeld door acties of speciale aanbiedingen. De aansprakelijkheid van [gedaagde] voor een eventuele omzetstagnatie bij De Roode Roos in die periode kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld wegens het ontbreken van een causaal verband. Voor zover de gevorderde schadevergoeding ziet op omzetschade, zal dit deel worden afgewezen.

Winstafdracht

3.10. De Roode Roos verzoek de rechtbank ook om de schade op grond van artikel 6:104 BW en artikel 27a Aw te begroten op het bedrag van de winst die [gedaagde] heeft genoten met de producten waarvan zij de afbeelding of de omschrijving ter beschikking heeft gehad op haar website in de relevante periode. Zij stelt voor om een door de rechtbank aan te wijzen deskundige (registeraccountant) de bedoelde winst in de periode van april 2007 tot april 2008 vast te laten stellen op basis van de boekhouding van [gedaagde]. De Roode Roos hoeft op die manier geen kennis te nemen van de bedrijfsgegevens van [gedaagde] zodat het vertrouwelijke karakter daarvan blijft gewaarborgd. De Roode Roos geeft hierbij in overweging om de te vergoeden schade te begroten op € 93.330,--. Het karakter van artikel 6:104 BW en artikel 27a Aw laat in de visie van De Roode Roos geen ruimte voor de stelling dat [gedaagde] met de bewuste producten ook omzet zou hebben behaald indien hij niet gebruik zou hebben gemaakt van de productomschrijvingen en productafbeeldingen van De Roode Roos. Indien de rechtbank een causaal verband aanwezig acht, moet de gehele toe te rekenen winst voor de bewuste producten worden geacht het gevolg te zijn van onrechtmatig handelen en de auteursrechtinbreuk van [gedaagde], onverminderd de bevoegdheid van de rechtbank tot matiging, aldus De Roode Roos.

3.11. Volgens [gedaagde] is winstafdracht een in dit geval te vergaande en zware sanctie, die weliswaar past bij inbreuk op ‘vol auteursrecht’ maar niet bij inbreuk op geschriftenbescherming. Bovendien zou de genoten winst ten gevolge van het gebruik van de gekopieerde productomschrijvingen uitsluitend de winst zijn, gemaakt over de verkopen in de korte periode die [gedaagde] anders benodigd zou hebben om zelf de productomschrijvingen van de CD-rom’s van leveranciers en het VIG Vademecum op internet te zetten. Ook het gevorderde bedrag van € 93.330,-- aan winstafdracht moet volgens [gedaagde] dus worden afgewezen wegens het ontbreken van verificatiemogelijkheden en van een causaal verband.

3.12. Allereerst moet worden nagegaan of er in dit geval sprake is van ten gevolge van de inbreukmakende handelingen behaalde winst. Ook hier is moeilijk vast te stellen of de door [gedaagde] behaalde winst kan worden toegerekend aan de inbreukmakende of onrechtmatige handelingen en zo ja, welk deel daarvan. De rechtbank acht in dit verband enkel een causaal verband aannemelijk voor zover [gedaagde] door haar kopieergedrag minder tijd en geld heeft hoeven te investeren om de in geding zijnde 700 productomschrijvingen en 1400 afbeeldingen op haar website te kunnen plaatsen en voor zover [gedaagde] zich daardoor een versnelde toegang tot de markt heeft kunnen verschaffen. Per saldo heeft zij daarmee meer winst kunnen maken. De rechtbank volgt niet het betoog van De Roode Roos dat uit het karakter van artikel 27a Aw en 6:104 BW volgt dat de gehele toe te rekenen winst voor de bewuste producten moet worden geacht het gevolg te zijn van onrechtmatig handelen en de auteursrechtinbreuk van [gedaagde]. Het aanwijzen van een registeraccountant om de met de in geding zijnde producten behaalde winst van [gedaagde] in de periode april van 2007 tot april 2008 te laten berekenen, zoals De Roode Roos wenst, acht de rechtbank daarom niet nodig. De uitkomst van de winst per product zegt immers nog niets over de winst die [gedaagde] met dat product zou hebben gemaakt indien [gedaagde] daarvoor niet de productomschrijving en afbeelding van [gedaagde] zou hebben overgenomen. De vordering tot winstafdracht ter hoogte van € 93.330,-- zal worden afgewezen.

Schadebegroting

3.13. Naar het oordeel van de rechtbank is een zekere vorm van geldelijk redres in dit geval op zijn plaats. De rechtbank acht wel aannemelijk dat De Roode Roos (enige) schade heeft geleden. Omdat de door De Roode Roos geleden schade en / of de met de inbreukmakende handelingen behaalde winst niet te construeren is en er onvoldoende objectieve cijfermatige aanknopingspunten zijn, zal de rechtbank de schade schatten. De rechtbank zoekt daarbij onder meer aansluiting bij de investeringen in geld en tijd die [gedaagde] heeft kunnen besparen.

3.14. De Roode Roos stelt € 9,94 per productomschrijving, dus in totaal € 6.958,--. te hebben geïnvesteerd aan salariskosten voor het opstellen van de 700 productbeschrijvingen. [gedaagde] stelt daartegenover dat zij zelf slechts € 700,-- kwijt zou zijn geweest aan het laten knippen en plakken van productomschrijvingen van CD-rom’s van leveranciers of uit het digitale VIG-Vademecum om deze vervolgens op haar eigen webwinkel te laten plaatsen. Het betreft volgens haar werk dat zij door werkstudenten kan laten uitvoeren voor maximaal € 1,-- per omschrijving. De rechtbank schat de kosten hoger dan [gedaagde], omdat de omschrijvingen gezien de aard van de producten nauwkeurig dienen te zijn. De rechtbank gaat daarom uit van € 5,-- per omschrijving. [gedaagde] heeft in die geschatte situatie door het overnemen van de productomschrijvingen in dat geval 700 x € 5,-- = € 3.500,-- aan kosten kunnen besparen.

3.15. Ook voor de afbeeldingen die haar directeur [ ] [betrokkene] heeft gemaakt en bewerkt stelt De Roode Roos flinke kosten te hebben gemaakt, die zij echter niet specificeert. Zij stelt dat hij daarvoor dure camera’s en software heeft aangeschaft en daaraan veel tijd en moeite heeft besteed. Ter comparitie heeft de heer [betrokkene] vermeld dat hij aan 2 belangstellenden voor de foto’s een licentiebedrag van € 40,-- à € 50,-- per foto had voorgesteld, maar dat daarover geen overeenstemming is bereikt. [gedaagde] heeft daartegenover een concrete offerte overgelegd van 22 september 2008 van reclamestudio Edesign B.V. die voor een serie van 1400 zogenaamde ‘packshots’ van vitaminepotjes

€ 4,-- per stuk rekent, dus in totaal € 5.600,-- exclusief btw (is € 6.664,-- inclusief btw). De rechtbank gaat dus uit van dit bedrag.

3.16. Naar schatting heeft [gedaagde] een bedrag van in totaal ongeveer € 10.000,-- uitgespaard door op onrechtmatige wijze ten behoeve van haar webwinkel een deel van de webwinkel van De Roode Roos over te nemen. Deze kostenbesparing betreft zowel de overgenomen productomschrijvingen als de overgenomen productafbeeldingen. Zij heeft zich hierdoor ten koste van De Roode Roos een concurrentievoorsprong kunnen verschaffen. Voor zover die voorsprong daarnaast betrekking heeft op een voorsprong in tijd, doordat [gedaagde] zich versneld toegang tot de markt heeft kunnen verschaffen, begroot de rechtbank de schade aan de zijde van De Roode Roos op € 2.000,--. De rechtbank begroot de schade die [gedaagde] aan De Roode Roos dient te vergoeden naar redelijkheid dus in het totaal op € 12.000,-- en zal [gedaagde] veroordelen om dit bedrag aan De Roode Roos te vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor toewijzing van de gevorderde wettelijke handelsrente ex 6:119a BW daarover, omdat aan de vordering geen handelsovereenkomst ten grondslag ligt, maar een verbintenis uit onrechtmatige daad dan wel auteursrechtinbreuk. In plaats daarvan zal de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW worden toegewezen.

Vergoeding van andere kosten

3.17. Naast de hiervoor besproken schade vordert De Roode Roos op grond van artikel 6:96 lid 2 sub a BW € 5.000,-- als vergoeding voor de redelijke kosten ter voorkoming of beperking van de schade. [gedaagde] heeft dit bedrag betwist. Die kosten hebben volgens haar betrekking op de tijd en moeite die haar werknemer heeft gestoken in het opwerpen van steeds ingewikkeldere elektronische barrières tegen het kopiëren, in het zoekwerk om vast te stellen vanaf welk IP-adres de onrechtmatige activiteiten plaatsvonden en in het uitsluiten van het betreffende IP-adres.

3.18. De Roode Roos heeft het hiervoor genoemde bedrag van € 5.000,-- niet nader gespecificeerd. De rechtbank begroot de hiervoor genoemde schade in redelijkheid op

€ 1.000,-- aan gemaakte kosten in verband met het hiervoor genoemde zoekwerk. Om zich te beveiligen tegen kopiëren van internet moet De Roode Roos hoe dan ook kosten maken. Deze kosten behoeven naar het oordeel van de rechtbank niet voor rekening van [gedaagde] te komen.

Opheffing beslag

3.19. Nu er volgens [gedaagde] niets of vrijwel niets van de vordering van De Roode Roos overblijft, vraagt [gedaagde] - zonder daartoe een vordering in reconventie in te stellen – om de door De Roode Roos gelegde beslagen op te heffen of vervallen te verklaren. Daarvoor ziet de rechtbank geen aanleiding, nu in deze procedure een deel van de vordering wordt toegewezen. Daarmee staat vast dat de beslagen niet zonder grond zijn gelegd.

Proceskosten

3.20. De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding om [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten van De Roode Roos. De vorderingen die zijn toegewezen vinden grotendeels hun grondslag in het onrechtmatige handelen van [gedaagde]. Voor een klein deel vinden zij hun grondslag in de Auteurswet. Voor 1/5 deel van de proceskosten zal de rechtbank artikel 1019h Rv toepassen, waarbij de rechtbank aansluiting zoekt bij de Indicatietarieven in IE-zaken. Voor niet eenvoudige bodemzaken met repliek en dupliek geldt een maximaal tarief van € 25.000,--, waarvan 1/5 deel dus neerkomt op € 5.000,--. Voor de overige kosten wordt 4/5 deel van het toepasselijke liquidatietarief toegepast. Bovendien zal het griffierecht, waarin [gedaagde] zal worden veroordeeld, worden gerelateerd aan de hoogte van het toe te wijzen bedrag van in totaal € 13.000,-- (deels inclusief wettelijke rente), hetgeen neerkomt op € 316,--. Het meerdere (€ 2.585,-- minus € 316,-- = € 2.269,--) dient voor rekening van De Roode Roos te blijven. De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van De Roode Roos op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding € 71,80

- vast recht 316,00

- salaris advocaat 1019h Rv. (1/5 deel) 5.000,00 (€ 25.000,-- x 1/5)

- salaris advocaat forfaitair (4/5 deel) 904,00 (2,5 punten x tarief € 452,00 x 4/5)

Totaal € 6.291,80

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. veroordeelt [gedaagde] om, binnen 10 dagen na de betekening van dit vonnis, ieder gebruik van de afbeeldingen en productbeschrijvingen van De Roode Roos te staken en gestaakt te houden, alsmede de betreffende afbeeldingen en productbeschrijvingen te vernietigen door deze te (doen) verwijderen en verwijderd te houden uit iedere – elektronische – gegevensdrager van [gedaagde], alsmede te bevestigen dat ook op alle apparatuur die is gekoppeld (geweest) aan het IP adres 82.72.77.28 deze afbeeldingen en productomschrijvingen, in welke vorm dan ook, zijn verwijderd,

4.2. veroordeelt [gedaagde] om ingeval zij (na betekening van dit vonnis) in gebreke mocht blijven aan bovenstaande veroordeling te voldoen, aan De Roode Roos een dwangsom te betalen van € 1.000,-- per dag, echter met een maximum van € 100.000,--,

4.3. veroordeelt [gedaagde] om, binnen 10 dagen na de betekening van dit vonnis, aan De Roode Roos te betalen een bedrag van € 12.000,-- (twaalfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling,

4.4. veroordeelt [gedaagde] om, binnen 10 dagen na de betekening van dit vonnis, aan De Roode Roos op grond van artikel 6:96 lid 2 sub a BW te betalen een bedrag van € 1.000,-- (duizend euro),

4.5. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van De Roode Roos tot op heden begroot op € 6.291,80,

4.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Blaisse en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2009.

Coll.: ES