Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BK1848

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
07-10-2009
Datum publicatie
03-11-2009
Zaaknummer
178762
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot opheffing van een lokaalverbod waarbij de toegang tot diverse café's in Nijmegen voor onbepaalde tijd is ontzegd.

De rechtbank acht het lokaalverod op zichzelf niet onrechtmatig, maar het feit dat het is opgelegd voor onbepaalde tijd acht zij disproportioneel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 178762 / HA ZA 08-2163

Vonnis van 7 oktober 2009

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats]

eiser,

advocaat mr. C.C.J.M. Weijers,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EL SOMBRERO NIJMEGEN B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. M.B.J. Thijssen.

Partijen zullen hierna [eiser] en El Sombrero genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 februari 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 26 augustus 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. El Sombrero voert een cafébedrijf aan de Molenstraat te Nijmegen. Op 16 februari 2008 heeft de bedrijfsleider van El Sombrero aan [eiser] een lokaalverbod opgelegd voor onbepaalde tijd. Het lokaalverbod geldt niet alleen voor El Sombero maar ook voor de café’s Malle Babbe, Stretto, De Drie Gezusters, de Groote Griet, Heidi’s skihut, Van Buren, Boogie Wonderland en Sjors en Sjimmie. Dit zijn alle café’s in de Molenstraat en Koningstraat van Nijmegen die worden geëxploiteerd door aan El Sombrero gelieerde vennootschappen.

2.2. Een zustervennootschap van El Sombrero, De Grote Broer B.V., houdt zich bezig met het leveren van portiersdiensten. De Grote Broer levert portiers voor onder andere El Sombrero, Malle Babbe en De Drie Gezusters.

2.3. El Sombrero heeft voor het lokaalverbod, dat zij op schrift heeft gesteld en aan [eiser] heeft overhandigd, de volgende reden gegeven:

“Rede hiervoor is het niet opvolgen van aanwijzingen van het personeel en het opzettelijk aan de kant duwen van ons personeel. Beide acties geven mij aanleiding tot het verstrekken van dit lokaal verbod. Opvolgen van instructies van ons personeel staat als regel beschreven in ons huisreglement. Deze ontzegging geldt tot: ONBEPAALDE TIJD”

3. Het geschil en de beoordeling

3.1. [eiser] vordert primair opheffing van het op 16 februari 2008 aan hem uitgereikte lokaalverbod onder verbeurte van een onmiddellijk opeisbare en aan hem te betalen dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat El Sombrero na betekening van het vonnis nalaat het lokaalverbod in te trekken, tot een maximum van € 10.000,00. Subsidiair vordert hij de duur van het lokaalverbod in redelijkheid en in goede justitie te bepalen. Beide vorderingen onder veroordeling van El Sombrero in de kosten van het geding.

3.2. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat hem de toegang op onterechte gronden is ontzegd en dat hij zich ernstig beperkt voelt in zijn bewegingsvrijheid. [eiser] heeft daaraan toegevoegd dat het lokaalverbod geldt voor onbepaalde tijd, zodat het voor hem feitelijk nimmer meer mogelijk zal zijn de betreffende café’s te bezoeken. Op de comparitie is nader toegelicht dat de juridische grondslag van de vordering onrechtmatige daad is.

3.3. El Sombrero heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Zij heeft allereerst aangevoerd dat de dagvaarding nietig is nu de gronden van de vordering daarin niet zijn vermeld. Dat verweer wordt verworpen. De grondslag van de vordering, zoals hiervoor onder 3.2. weergegeven, is voldoende duidelijk. Dat als juridische grondslag onrechtmatige daad wordt gesteld, heeft El Sombrero blijkens haar conclusie van antwoord begrepen. Daarmee is het voor El Sombrero voldoende duidelijk waartegen zij zich heeft te verweren.

3.4. El Sombrero heeft betwist dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. Zij heeft aangevoerd dat [eiser] in 2006 al eens betrokken is geweest bij een incident voor café De Drie Gezusters, waarbij hij zich agressief heeft gedragen tegenover de portiers van De Drie Gezusters en uiteindelijk met hen op de vuist is gegaan. Nadat [eiser] eind 2007 door de portier [betrokkene] was herkend, verzocht was naar buiten te gaan en gevraagd de dag erna terug te komen, is [eiser] niet – zoals afgesproken – verschenen. Op 5 januari 2008 is [eiser] in café Malle Babbe, onder verwijzing naar het gesprek van eind 2007, verzocht naar buiten te gaan, waarna [eiser] de bedrijfsleider van Malle Babbe heeft beledigd en bedreigd. Naar aanleiding daarvan heeft [eiser] op 10 januari 2008 een lokaalverbod opgelegd gekregen. Vervolgens heeft [eiser], na bemiddeling door de politie, nog een kans gekregen, zo stelt El Sombrero. Het lokaalverbod van 10 januari 2008 is toen opgeheven. [eiser] is daarna ook enkele malen in de betreffende café’s geweest. Op 16 februari 2008 verscheen [eiser] echter omstreeks half vier ’s nachts bij El Sombrero, gedroeg zich agressief jegens de portier [betrokkene]en duwde hem opzij om naar binnen te gaan. Vervolgens is aan [eiser] wederom een lokaalverbod uitgereikt, het lokaalverbod dat [eiser] thans bestrijdt.

3.5. Ook daarna heeft [eiser] volgens El Sombrero met regelmaat blijk gegeven van agressief en intimiderend gedrag. Zo heeft hij op 11 oktober 2008 de bedrijfsleider van El Sombrero, [betrokkene 2], op straat van achteren geslagen. Ook gedraagt hij zich provocerend jegens de portiers aan de deur, loopt hij op intimiderende wijze door de rij wachtenden heen, etc.

3.6. Onder deze omstandigheden, zo heeft El Sombrero betoogd, is het niet onrechtmatig dat zij [eiser] de toegang tot haar etablissement en dat van haar zustervennootschappen heeft ontzegd. Het is juist haar taak de veiligheid van haar werknemers en haar gasten te waarborgen.

3.7. Volgens [eiser] zijn deze stellingen onjuist. Hij is in 2006 niet betrokken geweest bij een vechtpartij. Weliswaar is aan [eiser] in het verleden wel eens de toegang ontzegd door [betrokkene], maar waarom dat was is hem onduidelijk. Bovendien is [eiser] sindsdien regelmatig te gast geweest bij El Sombrero en Boogie Wonderland. Het klopt wel dat [eiser] niet is teruggekomen toen [betrokkene] hem dat eind 2007 had gezegd, maar er was geen goede aanleiding – volgens [eiser] – om hem op 10 januari 2008 El Sombrero uit te zetten, nog wel door tussenkomst van de politie. Hoe dan ook, na bemiddeling door de politie mocht [eiser] weer naar binnen. Dat [betrokkene] hem op 16 februari 2008 de toegang heeft geweigerd, was nergens voor nodig. [eiser] heeft [betrokkene] niet opzij geduwd om door te lopen, maar heeft diens aanwijzingen juist wél opgevolgd. Het is juist [betrokkene] geweest die [eiser] heeft geduwd. De op schrift gestelde redenen voor het lokaalverbod zijn dus onjuist. [betrokkene] heeft [eiser] gezegd dat hij een lokaalverbod kreeg omdat hij zou hebben gelogen en arrogant zou zijn. Ook dat is onjuist.

3.8. Hierover wordt als volgt overwogen. Een café is weliswaar voor het publiek toegankelijk, maar die publieke toegankelijkheid is gebaseerd op, al dan niet stilzwijgend gegeven, toestemming van de rechthebbende. Een café kan worden beschouwd als een ‘besloten lokaal’ in de zin van artikel 138 Sr, dat wil zeggen een ‘niet voor openbare dienst bestemd lokaal, waar het publiek met, al dan niet stilzwijgend gegeven, toestemming van de rechthebbende toegang heeft’. Het staat de uitbater van een café in beginsel vrij die toestemming aan individuele personen te onthouden, dat wil zeggen: gasten te weigeren.

3.9. Aangenomen moet worden dat een uitbater van een café die vrijheid dient uit te oefenen met inachtneming van de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt. Een café is immers in beginsel voor het publiek toegankelijk en heeft een zekere maatschappelijke functie. Met andere woorden: indien op onredelijke grond de toegang wordt ontzegd, kan dat onrechtmatig zijn, dan wel een misbruik van bevoegdheid opleveren. De bewijslast terzake van het ontbreken van een redelijke grond ligt bij de eiser, die immers stelt dat sprake is van een onrechtmatige daad (zie artikel 150 Rv).

3.10. Aan El Sombrero komt een ruime marge toe bij haar beleid bepaalde gasten de toegang te weigeren. El Sombrero heeft terecht aangevoerd dat zij een zekere vrijheid moet hebben personen te weigeren die zich agressief of anderszins ongewenst gedragen, aangezien het aan haar is de orde in haar etablissement te handhaven, ook in het belang van de veiligheid van de aanwezigen. Bij de beoordeling van de vraag of El Sombrero onrechtmatig heeft gehandeld door [eiser] een lokaalverbod op te leggen, gaat het er niet om alle gebeurtenissen op een goudschaaltje te wegen. Of iemand intimiderend en agressief overkomt, is afhankelijk van de context, de houding van betrokkene, de intonatie van hetgeen hij zegt, enzovoorts.

3.11. Hoewel de partijen over een aantal feiten van mening verschillen - [eiser] ontkent dat hij in 2006 bij een incident betrokken was, hij ontkent dat hij zich agressief of provocerend opstelt, hij ontkent dat hij [betrokkene] op 16 februari 2008 opzij heeft geduwd en geweigerd heeft instructies op te volgen en hij ontkent dat hij nadien [betrokkene 2] op straat van achteren een vuistslag tegen de schouder heeft gegeven -, staan een aantal dingen ook wel vast.

Vast staat dat het lokaalverbod van 16 februari 2008 niet geheel uit de lucht is komen vallen, maar dat de partijen al een voorgeschiedenis hadden. [eiser] is in 2006 al eens geweigerd door de portier [betrokkene], naar [eiser] ter comparitie heeft verklaard was dat op de grond dat hij - [eiser] - zich agressief gedroeg. Eind 2007 is [eiser] geweigerd door de hoofdportier [betrokkene] op de grond dat hij in het verleden bij een vechtpartij betrokken zou zijn geweest. Hoewel [eiser] die betrokkenheid ontkent, staat wel vast dat hij niet is verschenen op de uitnodiging de dag erna daarover te komen praten.

Enkele weken daarna, op 10 januari 2008, is [eiser] weliswaar aanvankelijk toegelaten, maar later alsnog geweigerd. Vast staat dat de bedrijfsleider van El Sombrero er toen twee agenten heeft bijgehaald. [eiser] heeft later van de politie gehoord dat hij eruit moest omdat hij dronken was. Na bemiddeling door de politie mocht [eiser] bij El Sombrero weer naar binnen. Hij is dan ook op 9 februari 2008, na aanvankelijk te zijn geweigerd, door tussenkomst van de politie alsnog toegelaten. Op 16 februari 2008 is echter weer onenigheid met [betrokkene] ontstaan, over de toedracht waarvan de partijen van mening verschillen, hetgeen ten slotte heeft geleid tot het lokaalverbod van die datum. Verder staat ook vast dat de verhouding tussen de portiers en [eiser] inmiddels behoorlijk verziekt is.

3.12. Uit deze vaststaande feiten volgt op zichzelf al dat El Sombrero een redelijke grond had [eiser] de toegang te ontzeggen. De verdenking van betrokkenheid bij een vechtpartij met portiers, het niet verschijnen voor een gesprek daarover, het gegeven dat [eiser] op 10 januari 2008 is verwijderd uit Malle Babbe, naar de politie heeft verklaard omdat hij dronken was, en uiteindelijk onenigheid met de hoofdportier op 16 februari 2008 zijn voldoende grond voor een lokaalverbod. Dat de verhouding tussen [eiser] en de portiers slecht is, is ook – los van de oorzaak daarvan – een omstandigheid die bij de afweging dient te worden betrokken.

3.13. Weliswaar heeft [eiser] een belang bij intrekken van het lokaalverbod omdat zijn vrienden in de betreffende café’s komen en hij niet steeds spelbreker wil zijn, in die zin dat zijn vrienden vanwege [eiser]’ lokaalverbod naar een ander café toe moeten. Dat belang geeft echter niet de doorslag. In de stad Nijmegen zijn voldoende alternatieven beschikbaar. Dat wil zeggen dat er thans geen aanleiding is El Sombrero te gelasten het lokaalverbod met onmiddellijke ingang op straffe van een dwangsom in te trekken.

3.14. Het feit dat het lokaalverbod alle aan El Sombrero gelieerde café’s betreft, acht de rechtbank ook niet onrechtmatig. Vast staat dat de portiers voor deze café’s portierswerkzaamheden verrichten. Nu de slechte verhouding tussen [eiser] en de portiers onderdeel van het probleem is, is er voor een dergelijk lokaalverbod voldoende aanleiding. Bovendien blijven voor [eiser] voldoende alternatieven voorhanden.

3.15. Het feit dat het lokaalverbod voor onbepaalde tijd is uitgevaardigd, acht de rechtbank echter disproportioneel. Op de datum van het wijzen van dit vonnis is dat lokaalverbod bijna één jaar en negen maanden oud. Weliswaar heeft El Sombrero ter zitting aangevoerd dat [eiser] de portiers tot het afgelopen half jaar heeft uitgedaagd (hetgeen [eiser] overigens heeft betwist), maar daaruit vloeit eveneens voort dat het tussen [eiser] en de portiers sinds een half jaar rustig is. Het komt de rechtbank voor dat er voor betrokkene, bij een toch ingrijpend middel als een lokaalverbod, uitzicht zou moeten zijn op opheffing daarvan. Daarom zal de rechtbank bepalen dat het lokaalverbod na een half jaar na het in deze te wijzen vonnis dient te worden opgeheven, derhalve op 7 maart 2010. Aangenomen dat het tussen [eiser] en de portiers in die periode rustig blijft, is dan een periode van een jaar van rust verstreken.

3.16. Dit laat onverlet dat aan El Sombrero de vrijheid toekomt wederom een lokaalverbod uit te vaardigen indien zich in de periode tussen dit vonnis en 7 maart 2010 omstandigheden voordoen die een redelijke grond vormen om [eiser] alsnog de toegang per 7 maart 2010 te ontzeggen. Dit laat verder eveneens de vrijheid van El Sombrero onverlet om ná 7 maart 2010 aan [eiser] wederom een lokaalverbod op te leggen, indien daarvoor redelijke gronden bestaan.

3.17. Uit het voorgaande volgt dat de primaire vordering zal worden afgewezen. De subsidiaire vordering zal worden toegewezen zoals hieronder vermeld. Het staat de rechtbank niet vrij te bepalen dat het lokaalverbod slechts tot 7 maart 2010 zal gelden. Uit het hiervoor overwogene volgt dat de rechtbank van oordeel is dat het op 16 februari 2008 uitgevaardigde lokaalverbod onrechtmatig is voorzover het na 7 maart 2010 nog wordt gehandhaafd. De rechtbank vat de subsidiaire vordering dan op als een vordering te gebieden het per die datum op te heffen. Die vordering zal worden toegewezen.

3.18. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. gebiedt El Sombrero het lokaalverbod van 16 februari 2008 op te heffen per 7 maart 2010,

4.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

4.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2009.