Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BK1728

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
14-10-2009
Datum publicatie
02-11-2009
Zaaknummer
180531
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij een conservatoir derdenbeslag ontstaat de bevoegdheid van de beslaglegger om de verklaring te betwisten, dan wel de bevoegdheid te vorderen dat de derdebeslagene wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd als ware hij daarvan zelf schuldenaar, níet direct nadat de verklaring is afgelegd. Artikel 723 Rv bepaalt immers dat de in artikel 477a Rv bedoelde bevoegdheden van de executant niet ingaan voordat vier weken sedert de in artikel 722 Rv bedoelde betekening, dus de betekening van de executoriale titel in de hoofdzaak aan de derde, zijn verstreken. Uit het procesdossier valt echter niet op te maken dat en wanneer het vonnis van 24 september 2008 is betekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 180531 / HA ZA 09-177

Vonnis van 14 oktober 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ASSURANTIEKANTOOR [eiseres] B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J. van Zinderen,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. L.C.H. Karstanje.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 april 2009

- de conclusie van antwoord in reconventie

- het proces-verbaal van comparitie van 3 september 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] is statutair directeur en groot-aandeelhouder van de besloten vennootschappen Lange Jacht B.V. (hierna te noemen: Lange Jacht) en [gedaagde] Beheer B.V. (hierna: [gedaagde] Beheer). Per 1 oktober 2000 heeft [gedaagde] zijn bedrijf via een activa-passivatransactie verkocht aan [eiseres]. Uit die verkoop is een geschil ontstaan, dat heeft geleid tot een procedure bij deze rechtbank, aanhangig gemaakt door [eiseres] tegen Lange Jacht, [gedaagde] Beheer en [gedaagde].

2.2. Op 20 mei 2008 heeft [eiseres] voor zijn vordering jegens beide vennootschappen conservatoir derdenbeslag gelegd onder [gedaagde].

2.3. Op 15 juni 2008 heeft [gedaagde] de verklaring derdenbeslag voor het derdenbeslag ten laste van Lange Jacht ondertekend en verzonden. Hij heeft daarop verklaard:

“Tussen ondergetekende en de schuldenaar bestaat(n) (nog) de volgende rechtsverhouding(en): overeenkomst van geldlening 30 jr loopt

Aan de schuldenaar zijn de volgende bedragen verschuldigd:

€ 347.789,=

(...)

Voorwaarden: alleen opeisbaar indien schriftelijk wordt opgezegd.

Bijlagen: Aan [gedaagde] nog verschuldigd een nader te bepalen management vergoeding, afhankelijk van de afloop van dit rechtsgeding.”

2.4. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van deze rechtbank van 24 september 2008 zijn Lange Jacht en [gedaagde] Beheer hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan van der Roest van € 167.546,26, met wettelijke rente vanaf 1 oktober 2003. Van deze veroordeling is in ieder geval Lange Jacht in hoger beroep gegaan.

2.5. [eiseres] heeft het vonnis van 24 september 2008 aan beide vennootschappen doen betekenen, waarbij bevel van betaling is gedaan. Op de vordering is echter nog niets betaald.

2.6. Op 5 november 2008 heeft de deurwaarder namens [eiseres] betalingsbevel gedaan aan [gedaagde] als derde, met sommatie onmiddellijk over te gaan tot uitkering van het door hem aan Lange Jacht verschuldigde tot maximaal hetgeen [eiseres] opeisbaar te vorderen had van de vennootschappen.

2.7. Mr. Karstanje, de advocaat van [gedaagde], heeft daarop aan de deurwaarder een niet-ondertekende brief, gedateerd 28 november 2008, verzonden met de volgende inhoud:

“In bovengenoemde zaak kan de heer [gedaagde] het volgende verklaren naar aanleiding van het beslagexploit dat is uitgebracht.

In 2001 heeft hij een geldleningovereenkomst gesloten met de Lange Jacht B.V., welke in 2006 op nadere voorwaarden is aangepast. In 2006 bedroeg de geldschuld € 347789 en op 20 mei 2008 nog

€ 308018,-.

De geldlening is opeisbaar op 31 december 2031, maar er mogen tussentijds onverplicht gedeeltelijke aflossingen plaatsvinden.

Verder is de heer [gedaagde] nog schuldeiser in verband met achterstallig salaris, rekening-courant ten gunste van [gedaagde] privé, stamrechtverplichting en pensioen in eigen beheer en wel als volgt:

Voorziening pensioenrechten [gedaagde] en [betrokkene] € 89103 en € 51643.

Deze pensioenaanspraken zijn niet verzekerd, maar worden in eigen beheer gehouden.

Kortlopende vordering op de besloten vennootschap van € 711.

Een stamrechtverplichting van € 51625.

Een rekening courant ten gunste van [gedaagde] ter grootte van € 30049.

Achterstallig salaris van € 2565.

In totaal dus € 225696.

De pensioenvoorzieningen zijn niet voor beslag vatbaar.

Gelet op het gestelde in artikel 477 lid 3 Rv kan pas na 31 december 2031 enige uitkering plaatsvinden.”

2.8. [gedaagde] heeft tot op heden niets aan [eiseres] betaald.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Bij dagvaarding heeft [eiseres] gevorderd [gedaagde] te veroordelen

- tot het doen van een gerechtelijke verklaring en

- tot betaling van hetgeen volgens de vaststelling van de rechter aan de executant zal blijken toe te komen, zulks tegen behoorlijk bewijs van kwijting, en

- gedaagde te veroordelen in de kosten van het geding.

Bij conclusie van antwoord in het incident heeft [eiseres] zijn eis gewijzigd. Na wijziging van eis vordert [eiseres] primair dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd, als ware hij daarvan zelf schuldenaar, zulks te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en kosten, alsmede de kosten van dit geding. Subsidiair heeft [eiseres] de vordering als verwoord bij dagvaarding ingesteld.

3.2. [gedaagde] voert verweer dat hierna zal worden besproken.

in reconventie

3.3. In reconventie vordert [gedaagde] dat [eiseres] wordt veroordeeld bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot opheffing van alle beslagen op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 voor elke dag dat hij in gebreke blijft aan de inhoud daarvan te voldoen, voorts tot vergoeding van schade nader op te maken bij staat en te vereffenen naar de wet.

3.4. [eiseres] voert verweer dat hierna zal worden besproken.

4. De beoordeling

in conventie

de ontvankelijkheid

4.1. Bij conclusie van antwoord heeft [gedaagde] aangevoerd dat [eiseres] niet-ontvankelijk is in haar vordering. Nu de juistheid van dit standpunt in het vonnis van 29 april 2009 in het midden is gebleven (zie rechtsoverweging 2.3 van dat vonnis), dient daarop nog te worden beslist.

4.2. [gedaagde] heeft ter onderbouwing van dat verweer aangevoerd dat mr. Karstanje zijn brief van 28 november 2008 met bijlagen op die dag om 17:07 uur per faxbericht naar de deurwaarder heeft verzonden. Uit het faxoverzicht van het kantoor van mr. Karstanje blijkt dat de deurwaarder dat faxbericht toen ook heeft ontvangen. De termijn van twee maanden van artikel 477a lid 2 Rv is dus gaan lopen op 28 november 2008 en derhalve verstreken op woensdag 28 januari 2009. De dagvaarding is echter uitgebracht op vrijdag 30 januari 2009.

4.3. [eiseres] heeft bestreden dat de brief van 28 november 2008 als een verklaring is te beschouwen in de zin van artikel 476b Rv en artikel 477a lid 2 Rv. Deze brief voldoet niet aan de eisen die bij algemene maatregel van bestuur daaraan worden gesteld, omdat geen gebruik is gemaakt van het formulier dat door de deurwaarder is uitgereikt, omdat geen bescheiden zijn bijgevoegd, niet is aangegeven in welke hoedanigheid mr. Karstanje optrad, niet duidelijk is om welke beslaglegging het gaat, de advocaatgegevens van de schuldeiser ontbreken, niet aangegeven is wie de schuldenaar is ten behoeve van wie beslag is gelegd, en ook alle vereiste gegevens van de derde-beslagene zelf ontbreken. Ten slotte is de brief van 28 november 2008 niet ondertekend, aldus nog steeds [eiseres]. Volgens [eiseres] is de dagvaardingstermijn van artikel 477a lid 2 Rv daarom nimmer gaan lopen.

4.4. Hierover wordt als volgt overwogen. Uit de - op dat punt niet bestreden - dagvaarding volgt dat de onderhavige procedure een uitvloeisel is van een op 20 mei 2008 gelegd conservatoir derdenbeslag onder [gedaagde], ten laste van Lange Jacht. Het conservatoire derdenbeslag diende ter verzekering van de vordering van [eiseres] op Lange Jacht en [gedaagde] Beheer, welke vordering bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 24 september 2008 is toegewezen. Bij een conservatoir derdenbeslag ontstaat de bevoegdheid van de beslaglegger om de verklaring te betwisten, dan wel de bevoegdheid te vorderen dat de derdebeslagene wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor het beslag is gelegd als ware hij daarvan zelf schuldenaar, níet direct nadat de verklaring is afgelegd. Artikel 723 Rv bepaalt immers dat de in artikel 477a Rv bedoelde bevoegdheden van de executant niet ingaan voordat vier weken sedert de in artikel 722 Rv bedoelde betekening, dus de betekening van de executoriale titel in de hoofdzaak aan de derde, zijn verstreken. Uit het procesdossier valt echter niet op te maken dat en wanneer het vonnis van 24 september 2008 aan [gedaagde] is betekend. Ook in het algemeen valt op dat de exploiten waarover het in deze procedure gaat, door geen van beide partijen in het geding zijn gebracht.

4.5. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor akte aan de zijde van [eiseres], waarbij zij in het geding zal dienen te brengen:

- de complete beslagstukken van – in ieder geval – de conservatoire derdenbeslagen van 20 mei 2008;

- de exploiten waarbij het vonnis van 24 september 2008 is betekend aan Lange Jacht en [gedaagde] Beheer;

- het exploit of de exploiten waarbij het vonnis van 24 september 2008 is betekend aan [gedaagde];

- het betalingsbevel dat de deurwaarder op 5 november 2008 blijkens de dagvaarding aan [gedaagde] heeft gedaan.

4.6. Verder wordt iedere beslissing aangehouden.

in reconventie

4.7. In reconventie wordt iedere beslissing aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 oktober 2009 voor het nemen van een akte door [eiseres] over hetgeen is vermeld onder 4.5,

in reconventie

5.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 oktober 2009,

in conventie en in reconventie

5.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2009.