Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BK0576

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
19-10-2009
Datum publicatie
19-10-2009
Zaaknummer
05/800813-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer acht een 29-jarige militair schuldig aan medeplichtigheid aan twee pogingen tot afpersing. Zij wordt veroordeeld tot militaire detentie voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk. Voorts dient zij 180 uur werkstraf te verrichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Militaire kamer

Promis

Parketnummer : 05/800813-09

Datum zitting : 5 oktober 2009

Datum uitspraak : 19 oktober 2009

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in : Militair Penitentiair Centrum Stroe,

: Wolweg 76, Stroe.

raadsman : mr J.F. van Halderen, advocaat te Haarlem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de militaire kamer toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 juli 2009 tot en met 28 juli 2009 te Hogerheide en/of Huijbergen, gemeente Woensdrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een bedrag van 15.000 euro, in ieder geval een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) brieven naar die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hebben gestuurd met(onder meer) als inhoud:

- Nu kunt u heel erg moeilijk gaan doen, maar wij zijn er van overtuigd dat het voor u beter zal zijn als u uw woede en trots aan de kant zet en onze eisen accepteert en uitvoert. Aangezien we bij de politie/justitie contacten hebben zijn wij zeer snel op de hoogte als u deze wilt inschakelen. Ik kan u nu al beloven dat als u dit onderneemt er in de wijde omgeving van uw locatie erg sterkt zal ruiken naar brand. Ik hoop dat deze waarschuwing duidelijk voor u is!"

en/of

"Wij kunnen u nu al beloven dat dit de grootste fout van uw leven gaat worden, de keus is en blijft aan u. Wij zullen dan weer contact met u opnemen (hoe, dat merkt u dan vanzelf wel) echter u zult spijt krijgen dat u deze weg bent ingeslagen"

en/of

"Wees verstandig en laat u niet beïnvloeden door emoties, derden en politie waardoor al wat u hebt opgebouwd, in de toekomst, met de grond gelijk wordt gemaakt. Dit kunnen wij op een dermate wijze dat u voor opzettelijke brandstichting wordt vervolgd";

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 juli 2009 tot en met 28 juli 2009 te Hoogerheide en/of Huijbergen, gemeente Woensdrecht, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 15.000 euro, in ieder geval een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), met voormeld oogmerk brieven naar die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] hebben gestuurd met (onder meer) als inhoud:

- Nu kunt u heel erg moeilijk gaan doen, maar wij zijn er van overtuigd dat het voor u beter zal zijn als u uw woede en trots aan de kant zet en onze eisen accepteert en uitvoert. Aangezien we bij de politie/justitie contacten hebben zijn wij zeer snel op de hoogte als u deze wilt inschakelen. Ik kan u nu al beloven dat als u dit onderneemt er in de wijde omgeving van uw locatie erg sterkt zal ruiken naar brand. Ik hoop dat deze waarschuwing duidelijk voor u is!"

en/of

"Wij kunnen u nu al beloven dat dit de grootste fout van uw leven gaat worden, de keus is en blijft aan u. Wij zullen dan weer contact met u opnemen (hoe, dat merkt u dan vanzelf wel) echter u zult spijt krijgen dat u deze weg bent ingeslagen"

en/of

"Wees verstandig en laat u niet beïnvloeden door emoties, derden en politie waardoor al wat u hebt opgebouwd, in de toekomst, met de grond gelijk wordt gemaakt. Dit kunnen wij op een dermate wijze dat u voor opzettelijke brandstichting wordt vervolgd",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair:

[medeverdachte] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 juli 2009 tot en met 28 juli 2009 te Hoogerheide en/of Huijbergen, gemeente Woensdrecht, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 15.000 euro, in ieder geval een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), met voormeld oogmerk brieven naar die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] hebben gestuurd met(onder meer) als inhoud:

- Nu kunt u heel erg moeilijk gaan doen, maar wij zijn er van overtuigd dat het voor u beter zal zijn als u uw woede en trots aan de kant zet en onze eisen accepteert en uitvoert. Aangezien we bij de politie/justitie contacten hebben zijn wij zeer snel op de hoogte als u deze wilt inschakelen. Ik kan u nu al beloven dat als u dit onderneemt er in de wijde omgeving van uw locatie erg sterkt zal ruiken naar brand. Ik hoop dat deze waarschuwing duidelijk voor u is!"

en/of

"Wij kunnen u nu al beloven dat dit de grootste fout van uw leven gaat worden, de keus is en blijft aan u. Wij zullen dan weer contact met u opnemen (hoe, dat merkt u dan vanzelf wel) echter u zult spijt krijgen dat u deze weg bent ingeslagen"

en/of

"Wees verstandig en laat u niet beïnvloeden door emoties, derden en politie waardoor al wat u hebt opgebouwd, in de toekomst, met de grond gelijk wordt gemaakt. Dit kunnen wij op een dermate wijze dat u voor opzettelijke brandstichting wordt vervolgd",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 27 juli 2009 te Hoogerheid en/of Huijbergen, gemeente Woensdrecht, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest

- door [medeverdachte] voormeld (per auto) te vervoeren naar een plaats in de directe nabijheid van de locatie waar het geld aan [medeverdachte] diende te worden overgedragen, althans de plaats waar het geld gedeponeerd diende te worden,

en/of

- door in de (directe) nabijheid van de locatie waar het geld aan [medeverdachte] diende te worden overgedragen, althans de plaats waar het geld gedeponeerd diende te worden, rond te gaan rijden om [medeverdachte] te kunnen waarschuwen voor onbekende personen en/of de aanwezigheid van opsporingsambtenaren van politie en/of Koninklijke Marechaussee,

en/of

door zich gereed te houden om Van der meer op een zogenaamde pick-up plaats op te halen indien nodig;

2.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 juni 2009 tot en met 28 juli 2009 te Hoogerheide en/of Huijbergen, gemeente Woensdrecht, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 10.000 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), met voormeld oogmerk brieven naar die [slachtoffer 3] heeft gestuurd met (onder meer) als inhoud:

"Nu kunt u moeilijk gaan doen, maar wij zijn er van overtuigd dat het voor u beter zal zijn als u uw woede en trots aan de kant zet en onze eisen accepteert en uitvoert. Aangezien we bij de politie/justitie contacten hebben zijn wij zeer snel op de hoogte als u deze wilt inschakelen. Ik kan u nu al beloven dat als u dit onderneemt er in de wijze omgeving van uw locatie het de

eerste tijden erg sterk zal ruiken naar brand. Ik hoop dat deze waarschuwing duidelijk voor u is"

en/of

"Wij kunnen u nu al beloven dat dit de grootste fout van uw leven gaat worden, de keus is en blijft aan u. Wij zullen dan weer contact met u opnemen, (hoe, dat merkt u dan vanzelf wel) echter zult u dan spijt krijgen dat u deze weg bent ingeslagen"

en/of

"Wees verstandig en laat u niet beïnvloeden door emoties en derden waardoor al dat wat u hebt opgebouwd, met de grond gelijk wordt gemaakt. Dit kunnen wij op een dermate wijze uitvoeren dat u voor opzettelijke brandstichting wordt vervolgd",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

[medeverdachte] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 juni 2009 tot en met 28 juli 2009 te Hoogerheide en/of Huijbergen, gemeente Woensdrecht, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 10.000 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), met voormeld oogmerk brieven naar die [slachtoffer 3] heeft gestuurd met (onder meer) als inhoud:

"Nu kunt u moeilijk gaan doen, maar wij zijn er van overtuigd dat het voor u beter zal zijn als u uw woede en trots aan de kant zet en onze eisen accepteert en uitvoert. Aangezien we bij de politie/justitie contacten hebben zijn wij zeer snel op de hoogte als u deze wilt inschakelen. Ik kan u nu al beloven dat als u dit onderneemt er in de wijze omgeving van uw locatie het de

eerste tijden erg sterk zal ruiken naar brand. Ik hoop dat deze waarschuwing duidelijk voor u is"

en/of

"Wij kunnen u nu al beloven dat dit de grootste fout van uw leven gaat worden, de keus is en blijft aan u. Wij zullen dan weer contact met u opnemen, (hoe, dat merkt u dan vanzelf wel) echter zult u dan spijt krijgen dat u deze weg bent ingeslagen"

en/of

"Wees verstandig en laat u niet beïnvloeden door emoties en derden waardoor al dat wat u hebt opgebouwd, met de grond gelijk wordt gemaakt. Dit kunnen wij op een dermate wijze uitvoeren dat u voor opzettelijke brandstichting wordt vervolgd",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 27 juli 2009 te Hoogerheid en/of Huijbergen, gemeente Woensdrecht, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest

- door [medeverdachte] voormeld (per auto) te vervoeren naar een plaats in de directe nabijheid van de locatie waar het geld aan [medeverdachte] diende te worden overgedragen, althans de plaats waar het geld gedeponeerd diende te worden,

en/of

- door in de (directe) nabijheid van de Manege van [slachtoffer 3] rond te gaan lopen/wandelen om [medeverdachte] te kunnen waarschuwen voor onbekende personen en/of de aanwezigheid van opsporingsambtenaren van politie en/of Koninklijke Marechaussee.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 5 oktober 2009 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr J.F. van Halderen, advocaat te Haarlem.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

• [slachtoffer 4] (feit 3) tevens ter terechtzitting verschenen

• [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6] (feit 2)

De officier heeft geëist dat verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 primair tenlastegelegde.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden, waarvan 4 (vier) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, en voorts tot het verrichten van 240 uren werkstraf subsidiair 120 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] / [slachtoffer 6] tot een bedrag € 2.307,02 wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het gebruikelijke aantal dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

De officier van justitie heeft voorts gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu zijn vordering geen verband houdt met hetgeen verdachte is tenlastegelegd.

Verdachte en haar raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

3.1 Ten aanzien van feit 1 primair

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken. Immers, zoals door de officier van justitie en de verdediging is geconcludeerd, is er geen sprake van een voltooide afpersing zoals onder 1 primair is tenlastegelegd.

3.2 Ten aanzien van feiten 1 subsidiair en 2 primair

3.2.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en 2 primair tenlastegelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte weliswaar niet de initiatiefnemer was van de poging afpersing (het schrijven en versturen van de afpersingsbrieven), maar dat er sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking waar het gaat om de daadwerkelijke verkrijging van het geld, waardoor zij als medepleger gezien kan worden.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft, aldus de officier van justitie, in meerdere verklaringen gezegd dat verdachte van de inhoud van de door hem verstuurde brieven op de hoogte was. Voorts moest ze de manege ([naam]) in de gaten houden opdat er geen politie(auto) van het erf zou rijden. Die avond meldt ze dat er politie rond rijdt, terwijl dat niet zo is. Verdachte heeft verklaard dat zij wist dat het niet in de haak was hetgeen medeverdachte [medeverdachte] aan het doen was. Toch zet ze hem met de auto een tweede keer af, bij ‘de geitjes’, en ook hier moet ze van medeverdachte [medeverdachte] weer opletten of er niemand in de buurt is. Ook in dit geval heeft medeverdachte [medeverdachte] haar op de hoogte gesteld dat hij een brief had verstuurd en dat hij geld zou gaan ophalen. Zulks blijkt ook uit verdachtes eigen verklaringen. Bovendien gebruiken beiden militaire termen op een zodanige manier dat het lijkt alsof ze een missie aan het uitvoeren zijn. Ze wist wellicht niet wat er precies in de brief stond, maar dat hoeft volgens de officier van justitie ook niet. Verdachte heeft in ieder geval het voorwaardelijk opzet op de afpersing gehad. Immers, zij moest [medeverdachte] afzetten in het donker op een wat vreemde locatie, terwijl hij camouflagekleding aan had en zijn gezicht geschminkt was. Bovendien zet verdachte medeverdachte [medeverdachte] tweemaal af om geld op te halen. De grens van de medeplichtigheid is overschreven en er is sprake van medeplegen, aldus de officier van justitie.

3.2.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft geconcludeerd tot vrijspraak van het tenlastegelegde. Hij heeft daartoe naar voren gebracht dat verdachte niet wist dat medeverdachte [medeverdachte] de brieven had opgesteld en had verstuurd, terwijl juist dat deel van de poging haar tenlastegelegd wordt. Niet valt in te zien hoe het medeplegen achteraf gereconstrueerd kan worden. Verdachte wist eigenlijk heel weinig en het Openbaar Ministerie heeft daar achteraf zelf invulling aan gegeven. Echter, kijkende naar de verklaringen van zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte] blijkt dat zij steeds even voordat zij [medeverdachte] afzette globaal op de hoogte werd gesteld van het versturen van een brief waarmee [medeverdachte] geld op trachtte te halen. Verdachte was echter niet op de hoogte van de inhoud van de brieven en met name niet van de daarin geuite dreigementen in het geval dat niet tot betaling van het geëiste bedrag zou worden overgegaan. De gebruikte militaire termen zijn te verklaren uit het feit dat beide verdachten reeds geruime tijd militair zijn en er onvermijdelijk enig militair jargon in het spraakgebruik tussen beiden zal zijn geslopen. Verdachtes handelingen waren, achteraf beschouwd, niet van zodanige aard dat er sprake is van medeplegen, maar hooguit van medeplichtigheid.

3.2.3 Beoordeling en conclusie

De militaire kamer is van oordeel dat er geen sprake is van de omstandigheid dat verdachte de tenlastegelegde feiten onder 1 subsidiair en 2 primair tezamen en in vereniging met een ander, te weten [medeverdachte], heeft gepleegd en zij overweegt daartoe als volgt:

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij degene is geweest die de verschillende afpersingsbrieven heeft geschreven en het plan heeft opgevat om middels dergelijke brieven geld te verkrijgen. Verdachte heeft verklaard dat zij van dit deel niet op de hoogte was. Verdachte heeft wel verklaard dat zij tot twee keer toe [medeverdachte] heeft weggebracht en dat zij heeft gelet op mogelijke aanwezigheid van politie. Daarbij heeft medeverdachte [medeverdachte] haar globaal verteld waartoe een en ander diende.

De militaire kamer is van oordeel dat niet uit het dossier blijkt dat verdachte medeverdachte [medeverdachte] heeft bijgestaan ten tijde van het schrijven en versturen van de twee afpersingsbrieven die hebben geleid tot de feiten welke haar ten laste zijn gelegd. De militaire kamer stelt vast dat het niet verdachte was die het plan heeft opgevat om de brieven in kwestie te schrijven en te versturen. De militaire kamer kwalificeert de handelingen van verdachte dan ook niet als medeplegen.

Feit 2 primair

Verdachte heeft medeverdachte [medeverdachte] bij manege [naam] afgezet teneinde geld te op te halen. [medeverdachte] had ook aan verdachte verteld dat hij een brief had geschreven en dat het met geld had te maken, de precieze inhoud, hoogte van het bedrag en zijn werkwijze heeft hij verdachte echter niet verteld, aldus [medeverdachte]. Verdachte heeft de verklaring van [medeverdachte] op dit punt bevestigd en daarbij ook te kennen gegeven dat zij hem niet serieus nam.

Feit 1 subsidiair

Hoewel verdachte de ervaring bij manege [naam] al had opgedaan, heeft zij desondanks medeverdachte [medeverdachte] vervolgens afgezet bij ‘de geitjes’ om daar geld op te halen. [medeverdachte] zou op eigen gelegenheid naar huis komen en zij zou van hem rondjes moeten rijden in de omgeving teneinde te kijken of er geen politie in de buurt was. Wederom had medeverdachte [medeverdachte] verdachte niet geïnformeerd over de inhoud van de brief zoals de dreigementen bij niet-betalen en de hoogte van het op te halen bedrag.

Conclusie

De militaire kamer is van oordeel dat medeverdachte [medeverdachte] onmiskenbaar de initiatiefnemer is geweest van de afpersingspogingen door middel van het schrijven van brieven, waarvan verdachte pas in een laat stadium op de hoogte was. Verdachte heeft eerst nadat [medeverdachte] de brieven geschreven en verstuurd had een relatief kleine bijdrage geleverd in de vorm van het in de gaten houden van de locatie waar het geld zou worden gebracht zonder dat zij van details van de poging tot afpersing op de hoogte was.

Nu verdachte pas op een relatief laat moment is betrokken bij de afpersingspogingen van [medeverdachte] en zij een relatief kleine bijdrage heeft geleverd is er naar het oordeel van de militaire kamer geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. Verdachte heeft de uitvoering van de pogingen ´slechts´ ondersteund en is ten opzichte van haar medeverdachte een ´tweederangsfiguur´. Derhalve zal de militaire kamer verdachte vrijspreken van het onder 1 subsidiair en 2 primair tenlastegelegde.

3.3 Ten aanzien van feit 1 meer subsidiair en feit 2 subsidiair

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Nu de tenlastegelegde feiten dusdanig veel gelijkenis vertonen en zowel de officier van justitie en de raadsman voor beide feiten een gelijkluidend requisitoir respectievelijk pleidooi hebben gehouden volstaat de militaire kamer met het vaststellen van de feiten per tenlastegelegde feit. Vervolgens gaat zij in op de verschillende standpunten waar die zien op de deelnemingsvorm en niet zozeer op de feitelijkheden per feit.

3.3.1 Vaststaande feiten

Feit 1 meer subsidiair

Op grond van de bewijsmiddelen worden de navolgende feiten, die verder ook niet ter discussie staan, vastgesteld.

[medeverdachte] heeft een brief gedateerd 6 juli 2009 en een ongedateerde tweede brief verstuurd aan de eigenaren van de Manege [naam 2] . De eigenaren van de Manege [naam 2] zijn [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. [medeverdachte] eiste in de eerste brief een bedrag van € 15.000,00. Hij schreef onder meer de navolgende bedreigingen in twee verschillende brieven :

“Nu kunt u heel erg moeilijk gaan doen, maar wij zijn er van overtuigd dat het voor u beter zal zijn als u uw woede en trots aan de kant zet en onze eisen accepteert en uitvoert. Aangezien we bij de politie/justitie contacten hebben zijn wij zeer snel op de hoogte als u deze wilt inschakelen. Ik kan u nu al beloven dat als u dit onderneemt er in de wijde omgeving van uw locatie

erg sterkt zal ruiken naar brand. Ik hoop dat deze waarschuwing duidelijk voor u is!"

"Wij kunnen u nu al beloven dat dit de grootste fout van uw leven gaat worden, de keus is en blijft aan u. Wij zullen dan weer contact met u opnemen (hoe, dat merkt u dan vanzelf wel) echter u zult spijt krijgen dat u deze weg bent ingeslagen"

"Wees verstandig en laat u niet beïnvloeden door emoties, derden en politie waardoor al wat u hebt opgebouwd, in de toekomst, met de grond gelijk wordt gemaakt. Dit kunnen wij op een dermate wijze dat u voor opzettelijke brandstichting wordt vervolgd"

Verdachte heeft op 27 juli 2009 van [medeverdachte] gehoord dat hij geld op ging halen. Zij heeft hem diezelfde dag met de auto afgezet en ze wist, althans vermoedde, dat hij daar geld ging ophalen dat door afpersing was verkregen. Tevens heeft verdachte toen en aldaar rondjes gereden om uit te kijken naar verdachte auto’s. [medeverdachte] had haar gevraagd om uit te kijken naar politie of mensen en auto’s die er niet thuis horen. Mocht er iets mislopen dan zou verdachte [medeverdachte] ophalen vanaf een pick-up plaats. Ze hadden vooraf besproken dat dit een bospaadje tussen Hoogerheide en Huijbergen zou zijn.

Feit 2 subsidiair

[medeverdachte] heeft een brief aan de eigenaren van de Manege [naam] verstuurd. De eigenaar van de Manege [naam] is de heer [slachtoffer 3]. [medeverdachte] eiste in die brief een bedrag van € 15.000,00. Hij schreef onder meer de navolgende bedreigingen in die brief :

"Nu kunt u moeilijk gaan doen, maar wij zijn er van overtuigd dat het voor u beter zal zijn als u uw woede en trots aan de kant zet en onze eisen accepteert en uitvoert. Aangezien we bij de politie/justitie contacten hebben zijn wij zeer snel op de hoogte als u deze wilt inschakelen. Ik kan u nu al beloven dat als u dit onderneemt er in de wijze omgeving van uw locatie het de

eerste tijden erg sterk zal ruiken naar brand. Ik hoop dat deze waarschuwing duidelijk voor u is"

"Wij kunnen u nu al beloven dat dit de grootste fout van uw leven gaat worden, de keus is en blijft aan u. Wij zullen dan weer contact met u opnemen, (hoe, dat merkt u dan vanzelf wel) echter zult u dan spijt krijgen dat u deze weg bent ingeslagen"

"Wees verstandig en laat u niet beïnvloeden door emoties en derden waardoor al dat wat u hebt opgebouwd, met de grond gelijk wordt gemaakt. Dit kunnen wij op een dermate wijze uitvoeren dat u voor opzettelijke brandstichting wordt vervolgd"

Verdachte heeft op 16 juli 2009 van [medeverdachte] gehoord dat hij geld ging ophalen. Zij heeft hem diezelfde dag met de auto afgezet en ze wist, althans vermoedde, dat hij daar geld ging ophalen dat door afpersing was verkregen. Tevens heeft verdachte toen en aldaar rondjes gereden om uit te kijken naar verdachte auto’s. [medeverdachte] had haar gevraagd om uit te kijken naar politie of mensen en auto’s die er niet thuis horen.

3.3.2 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is primair van oordeel dat sprake is van medeplegen. Subsidiair geeft hij aan dat hij in ieder geval termen aanwezig acht dat er sprake is van medeplichtigheid, mocht de militaire kamer niet komen tot een bewezenverklaring van het medeplegen.

3.3.3 Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor beide feiten nu zijns inziens geen sprake is van medeplichtigheid aan het plegen van die feiten. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het opzet niet alleen moet zien op de hulp, maar ook op het misdrijf dat gepleegd wordt en dat opzet op het laatste is niet aanwezig bij verdachte. Immers, medeverdachte [medeverdachte] had de brief reeds begin juli 2009 verstuurd en de avond zelf deelt hij, overigens op een zodanig autoritaire wijze dat zij het gevoel had niet anders te kunnen dan hem te gehoorzamen, aan verdachte mee dat ze hem moet afzetten om het geld te kunnen ophalen. Dat is niet te kwalificeren als opzet en derhalve dient verdachte vrijgesproken te worden van al hetgeen haar is tenlastegelegd.

3.3.4 Beoordeling en conclusie

De militaire kamer is van oordeel dat het handelen van verdachte zoals onder 3.3.1 is vastgesteld als medeplichtigheid aan een misdrijf moet worden gezien. Zij overweegt daartoe als volgt.

Verdachte wist dat medeverdachte [medeverdachte] brieven naar manege [naam] en [naam 2] had gestuurd en zij wist dat de strekking van die brieven was dat [medeverdachte] om geld had gevraagd. De militaire kamer gaat ervan uit dat zij niet wist van de precieze inhoud van de brieven, in het bijzonder de bedreigingen in het geval er niet zou worden betaald en het gevraagde geldbedrag. Voor medeplichtigheid aan een misdrijf is niet vereist dat de opzet van de verdachte ziet op de precieze uitvoering van het misdrijf. Dat verdachte niet op de hoogte was van de precieze inhoud van de geschreven brieven hoeft aan de opzet op het misdrijf derhalve niet af te doen. Voorzover het verweer van de raadsman daartoe strekt verwerpt de militaire kamer dat verweer.

Voorts dient vastgesteld te worden of verdachte met haar handelen opzet had op de hulpverlening bij het misdrijf en of zij de opzet had op het misdrijf zelf. Dienaangaande is de militaire kamer van oordeel dat zij vanwege de bij haar op de te onderscheiden momenten bestaande kennis van de bedoelingen van haar medeverdachte en de uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van verdachte, de opzet had op de hulpverlening. Niet is gebleken dat zij onder dusdanig grote druk heeft gestaan dat zij geen weerstand kon bieden aan medeverdachte [medeverdachte] door hem niet te willen vervoeren met de auto.

De militaire kamer is van oordeel dat verdachte in ieder geval voorwaardelijk opzet had op de wederrechtelijke bevoordeling van medeverdachte [medeverdachte] door bedreiging met geweld mensen te dwingen tot afgifte van een geldbedrag. Behalve dat verdachte van de brieven als voornoemd op de hoogte was, zette zij medeverdachte [medeverdachte] in het donker af, was [medeverdachte] in camouflagetenue gekleed en had hij zijn gezicht gecamoufleerd. In de omstandigheden dat medeverdachte [medeverdachte] in de late avond, in het donker, in camouflagekleding vertrok, dat verdachte wist dat hij geld op wilde halen bij onbekenden en zij op de uitkijk moest staan om te kijken of er geen politie aankwam, ligt de aanmerkelijke kans besloten dat [medeverdachte] tenminste een poging tot afpersing zou gaan doen om aan geld te komen.

Gezien voornoemde feiten en omstandigheden heeft verdachte, naar het oordeel van de militaire kamer, de aanmerkelijke kans aanvaard dat [medeverdachte] iemand zou af persen. De militaire kamer is van oordeel, dat dit van toepassing is op zowel de poging tot afpersing van de [slachtoffer 3] (de eerste poging) als op die van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] (de tweede poging).

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1. meer subsidiair:

[medeverdachte] op tijdstippen in de periode van 6 juli 2009 tot en met 28 juli 2009 te Hoogerheide, gemeente Woensdrecht, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 15.000 euro, toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2], met voormeld oogmerk brieven naar die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft gestuurd met(onder meer) als inhoud:

- Nu kunt u heel erg moeilijk gaan doen, maar wij zijn er van overtuigd dat het voor u beter zal zijn als u uw woede en trots aan de kant zet en onze eisen accepteert en uitvoert. Aangezien we bij de politie/justitie contacten hebben zijn wij zeer snel op de hoogte als u deze wilt inschakelen. Ik kan u nu al beloven dat als u dit onderneemt er in de wijde omgeving van uw locatie erg sterkt zal ruiken naar brand. Ik hoop dat deze waarschuwing duidelijk voor u is!"

en

"Wij kunnen u nu al beloven dat dit de grootste fout van uw leven gaat worden, de keus is en blijft aan u. Wij zullen dan weer contact met u opnemen (hoe, dat merkt u dan vanzelf wel) echter u zult spijt krijgen dat u deze weg bent ingeslagen"

en

"Wees verstandig en laat u niet beïnvloeden door emoties, derden en politie waardoor al wat u hebt opgebouwd, in de toekomst, met de grond gelijk wordt gemaakt. Dit kunnen wij op een dermate wijze dat u voor opzettelijke brandstichting wordt vervolgd",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 27 juli 2009 te Hoogerheide, gemeente Woensdrecht, opzettelijk behulpzaam is geweest

- door [medeverdachte] voormeld per auto te vervoeren naar een plaats in de directe nabijheid van de locatie waar het geld aan [medeverdachte] diende te worden overgedragen, althans de plaats waar het geld gedeponeerd diende te worden,

en

- door in de (directe) nabijheid van de locatie waar het geld aan [medeverdachte] diende te worden overgedragen, althans de plaats waar het geld gedeponeerd diende te worden, rond te gaan rijden om [medeverdachte] te kunnen waarschuwen voor onbekende personen en de aanwezigheid van opsporingsambtenaren van politie en/of Koninklijke Marechaussee,

en

door zich gereed te houden om [medeverdachte] op een zogenaamde pick-up plaats op te halen indien nodig;

2. subsidiair

[medeverdachte] op tijdstippen in de periode van 26 juni 2009 tot en met 28 juli 2009 te Hoogerheide en/of Huijbergen, gemeente Woensdrecht, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 10.000 euro, toebehorende aan die [slachtoffer 3], met voormeld oogmerk een brief naar die [slachtoffer 3] heeft gestuurd met (onder meer) als inhoud:

"Nu kunt u moeilijk gaan doen, maar wij zijn er van overtuigd dat het voor u beter zal zijn als u uw woede en trots aan de kant zet en onze eisen accepteert en uitvoert. Aangezien we bij de politie/justitie contacten hebben zijn wij zeer snel op de hoogte als u deze wilt inschakelen. Ik kan u nu al beloven dat als u dit onderneemt er in de wijze omgeving van uw locatie het de

eerste tijden erg sterk zal ruiken naar brand. Ik hoop dat deze waarschuwing duidelijk voor u is"

en

"Wij kunnen u nu al beloven dat dit de grootste fout van uw leven gaat worden, de keus is en blijft aan u. Wij zullen dan weer contact met u opnemen, (hoe, dat merkt u dan vanzelf wel) echter zult u dan spijt krijgen dat u deze weg bent ingeslagen"

en

"Wees verstandig en laat u niet beïnvloeden door emoties en derden waardoor al dat wat u hebt opgebouwd, met de grond gelijk wordt gemaakt. Dit kunnen wij op een dermate wijze uitvoeren dat u voor opzettelijke brandstichting wordt vervolgd",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 27 juli 2009 te Hoogerheide en/of Huijbergen, gemeente Woensdrecht, opzettelijk behulpzaam is geweest

- door [medeverdachte] voormeld per auto te vervoeren naar een plaats in de directe nabijheid van de locatie waar het geld aan [medeverdachte] diende te worden overgedragen, althans de plaats waar het geld gedeponeerd diende te worden,

en

- door in de (directe) nabijheid van de Manege van [slachtoffer 3] rond te gaan lopen/wandelen om [medeverdachte] te kunnen waarschuwen voor onbekende personen en de aanwezigheid van opsporingsambtenaren van politie en/of Koninklijke Marechaussee.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 meer subsidiair en feit 2 subsidiair, telkens:

´medeplichtigheid aan poging tot afpersing´

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 09 september 2009;

• een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland betreffende verdachte, gedateerd 01 oktober 2009; en

• een briefrapportage van het NIFP betreffende verdachte, opgemaakt door A.K. Boksem (psychiater i.o.) en B. Gotink (psychiater), gedateerd 12 augustus 2009.

6.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en 2 primair tenlastegelegde. Tevens heeft hij ter terechtzitting aangegeven dat, gegeven de feitelijke handelingen van verdachte, zijn strafeis niet in grote mate is beïnvloed door de kwalificatie van medeplegen of medeplichtigheid, nu hij van oordeel is dat het onderhavige geval een grensgeval betreft. Hij heeft geconcludeerd tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk en voorts met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Verder heeft hij gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur 240 uur te vervangen door 120 dagen hechtenis.

De officier van justitie heeft hiertoe ondermeer gesteld dat het ernstige feiten betreft, deze feiten leed hebben toegebracht bij de slachtoffers en de rechtsorde hebben geschokt. De officier van justitie heeft ten voordele van verdachte overwogen dat zij een blanco strafblad heeft en de rol van verdachte bij de gepleegde feiten ten opzichte van die van haar medeverdachte per saldo gering is geweest.

6.2 Standpunt van de verdediging

Primair heeft de verdediging tot vrijspraak geconcludeerd. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat bij de strafoplegging het er wel degelijk toe doet of er sprake is van medeplichtigheid of medeplegen. Dat verschil moet duidelijk tot uitdrukking komen in de strafoplegging en, in zijn visie, ten voordele van verdachte. Voorts heeft hij naar voren gebracht dat verdachte een therapie volgt en wanneer die langer dan drie maanden stil komt te liggen de geboekte vooruitgang teniet wordt gedaan en dat is het geval wanneer verdachte langer dan drie maanden in detentie heeft doorgebracht. Voorts verzoekt de verdediging rekening te houden met het gegeven dat verdachte ontslag als militair boven het hoofd hangt wanneer haar een straf wordt opgelegd die de zes maanden te boven gaat, ongeacht de strafmodaliteit. Bovendien blijkt uit het reclasseringsrapport dat verdachte een goede kandidaat is voor een werkstraf en de verdediging ziet geen contra-indicaties wat dat betreft.

6.3 Beoordeling en conclusie

Verdachte is medeplichtig geweest aan twee pogingen tot afpersing. Zij heeft tot twee keer toe haar partner en medeverdachte [medeverdachte] met de auto afgezet op een plek om geld op te halen. Dergelijke delicten veroorzaken gevoelens van angst en onzekerheid bij de betrokken families. Maar ook hun omgeving wordt hierdoor getroffen. De militaire kamer meent dat er sprake is van ernstige feiten. Dat verdachte onder enige druk van de medeverdachte heeft gehandeld doet daar niet aan af. In beginsel acht de militaire kamer een deels voorwaardelijke gevangenisstraf geïndiceerd. Echter in het onderhavige geval acht de militaire kamer om na te noemen redenen een combinatie van strafmodaliteiten op zijn plaats.

Anders dan de officier van justitie is de militaire kamer van oordeel dat de juridische kwalificatie van medeplegen of medeplichtigheid in casu moet worden meegenomen in de strafmaat. De militaire kamer houdt rekening met het blanco strafblad en tevens met de therapie die verdachte moet volgen in verband met haar in het verleden opgelopen fysieke trauma. Tevens betrekt de militaire kamer in haar overwegingen de mogelijke gevolgen van de op te leggen straf voor haar functioneren als militair.

Om voornoemde redenen zal de militaire kamer een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist, maar gezien de ernst van de feiten een hogere straf dan door de raadsman is bepleit. Voorts zal de militaire kamer geen gevangenisstraf maar militaire detentie opleggen. De militaire kamer ziet in de ernst van de feiten reden om naast het onvoorwaardelijke gedeelte van de militaire detentie een voorwaardelijk deel op te leggen.

Tenslotte heft de militaire kamer de voorlopige hechtenis van verdachte op met ingang van het tijdstip waarop deze gelijk is aan de duur van de opgelegde straf.

6a. De beoordeling van de civiele vorde¬ring(en), alsmede de gevor¬derde op¬legging van de schadevergoedings¬maat¬regel

6a.1 Ten aanzien van de benadeelde [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6] (feit 2)

De benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6] vorderen een bedrag van

€ 2.587,02. Dit bedrag is als volgt verdeeld:

• materiële schade € 1.087,02

• immateriële schade € 1.500,00, te weten € 750,00 per persoon

6a.1.1 Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vordering voor wat betreft de lesuitval niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu dit deel van de vordering onvoldoende is onderbouwd en daarmee niet eenvoudig van aard is. De officier van justitie acht de resterende vordering voldoende onderbouwd en vordert derhalve toewijzing van een bedrag van € 2.307,02. Daarbij verzoekt de officier van justitie om een hoofdelijke veroordeling van verdachte samen met haar mededader en tevens de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

6a.1.2 Standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat het deel van de vordering dat ziet op de lesuitval niet-ontvankelijk moet worden verklaard vanwege de reden door de officier van justitie genoemd. Voor wat betreft de vordering terzake van de vakantieuitval heeft de raadsman het causale verband betwist, nu het de politie is geweest die de benadeelde partij heeft geadviseerd om niet met vakantie te gaan, zodat men zich beschikbaar kon houden voor het onderzoek. Dit geldt ook ten aanzien van de kosten van revisie van brandblussers, zoals vermeld op de factuur van 7 juli 2009. Voor wat betreft de immateriële schade heeft de raadsman, kort gezegd, aangevoerd dat de hoogte daarvan discutabel is.

6a.1.3 Beoordeling en conclusie

De militaire kamer zal de vordering terzake van de hittemelder (€ 19,99) toewijzen, nu deze niet is betwist. De vordering inzake de rookmelders ad € 37,84 zal eveneens worden toegewezen, nu het bedrag op de factuur van 7 juli 2009 uitsluitend betrekking heeft op de rookmelders. Revisie van brandblussers is blijkens die factuur wel geschied, maar niet in rekening gebracht.

Daarnaast zal de militaire kamer een bedrag toewijzen wegens vakantieuitval. Zij acht daartoe voldoende causaal verband aanwezig, nu het blijkens de brief van 17 augustus 2009 een dringend advies van de politie betrof om niet met vakantie te gaan en er van benadeelden aldus niet kon of mocht worden gevergd dat zij dit advies in de wind zouden slaan. Er zal een bedrag van € 600,00 worden toegewezen, overeenkomende met de kosten voor 5 dagen gederfde vakantieaccomodatie.

Ten slotte zal de militaire kamer een bedrag van € 500,00 per persoon toewijzen terzake van immateriële schade, daar de schade in ieder geval dit bedrag beloopt.

Gelet op het voorgaande zal de militaire kamer in totaal een bedrag van € 1.657,83 (hoofdelijk) toewijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Voor het overige zal de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, daar deze niet eenvoudig van aard is en zich derhalve niet leent voor toewijzing in deze strafzaak. De benadeelde partij kan nog wel trachten de resterende vordering te verhalen via het indienen van een civiele vordering.

6a.2 Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 3)

De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert een bedrag van € 4.576,60.

De militaire kamer zal, conform de vordering van de officier van justitie, de vordering niet-ontvankelijk verklaren, daar de schadeveroorzakende feiten niet aan deze verdachte ten laste zijn gelegd en de vordering aldus niet eenvoudig van aard is.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen

• 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 45, 48, 49, 57 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

• 6, 11 en 14 van het Wetboek van Militair Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair, 1 subsidiair en 2 primair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

A.

een militaire detentie voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat van deze militaire detentie 3 (drie) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, ten¬zij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van twee (2) jaren.

De tenuitvoerleg¬ging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proef¬tijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer¬legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

B.

het verrichten van een werkstraf gedurende 180 (honderdtachtig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens haar vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat zij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 90 (negentig) dagen.

Heft op het bevel voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde straf.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] en [slachtoffer 6] (t.a.v. feit 2)

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting - met dien verstande dat indien en voorzover haar mededader betaalt ook veroordeelde daardoor zal zijn gekweten - aan [slachtoffer 3] / [slachtoffer 6] wonende te [adres], te betalen € 1.657,83 (zegge zestienhonderdzevenenvijftig euro en drieëntachtig cent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde voort het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Maatregel van schadevergoeding ad € 1.657,83 subsidiair 26 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover haar mededader betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer 3] / [slachtoffer 6] zal zijn gekweten - de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] / [slachtoffer 6] wonende te [adres], te betalen € 1.657,83 (zegge zestienhonderdzevenenvijftig euro en drieëntachtig cent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 26 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (t.a.v. feit 3)

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Aldus gewezen door:

mr. B.F.M. Klappe (voorzitter), A.G. Broek-de Stigter, kapitein ter zee van administratie

mr. H.T. Wagenaar (militair lid) in tegenwoordigheid van S.P. Visser (griffier)

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober 2009.