Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ9791

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
09-09-2009
Datum publicatie
09-10-2009
Zaaknummer
188636
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Centraal in deze zaak staat de vraag of de auto beantwoordt aan de koopovereenkomst.

De koper van een tweedehandsauto moet tegenover het voordeel van een veel lagere aanschafprijs in het algemeen bedacht zijn op het nadeel dat een tweedehands auto doorgaans eerder gebreken zal vertonen dan een nieuwe. Daarop moest ook eiseres in conventie bedacht zijn, temeer nu slechts een zeer beperkte garantie was verleend.

Van een koper van een vijf jaar oude auto mag in het algemeen worden verwacht dat, zeker indien de verkoper, zoals hier, een zeer beperkte garantie ter zake geeft, hij zich ervan vergewist dat de auto niet zodanige gebreken heeft dat deze bijvoorbeeld een gevaar op de weg oplevert.

Vorderingen in conventie (o.a. tot terugbetaling koopsom) worden afgewezen. Vordering in reconventie tot verwijderen van internet van kritisch artikel over de gang van zaken wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2009, 87
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 188636 / KG ZA 09-537

Vonnis in kort geding van 9 september 2009

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. E.G. van Heusden te Amsterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. J.A.N. Lap te Gennep.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [gedaagde]

- de eis in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] exploiteert in [woonplaats] een onderneming die zich bezighoudt met de in- en verkoop van gebruikte auto’s.

2.2. Op 22 mei 2009 is [eiseres] bij [gedaagde] gekomen om een gebruikte [de auto] (hierna: de auto) te bekijken. Diezelfde dag heeft [eiseres] na een proefrit de auto gekocht voor de prijs van

€ 18.900,00 en is zij met de auto naar haar huis in [woonplaats] gereden. De koopprijs is door [eiseres] betaald.

2.3. De auto was op 19 mei 2009 APK goedgekeurd.

2.4. De verkoopfactuur van 22 mei 2009, die door beide partijen is ondertekend, vermeldt onderaan:

“Op bovenstaande auto wordt 1 week garantie gegeven op het draaiende gedeelte van de motor. Verder geen garantie.”

2.5. Op 25 mei 2009 is de auto door de ANWB Wegenwacht weggesleept naar [de Volkswagendealer] in [woonplaats] (hierna: de Volkswagendealer).

2.6. [eiseres] heeft de auto laten keuren door de Volkswagendealer. Op 27 mei 2009 heeft de Volkswagendealer vele gebreken aan de auto vastgesteld, waarvan de reparatiekosten op € 2.440,00 zijn geraamd. In een diagnoserapport van 27 mei 2009 zijn de gebreken opgesomd.

2.7. Op 2 juni 2009 heeft de Volkswagendealer vastgesteld dat de cylinderkoppakking van de motor defect is. De kosten van reparatie daarvan zijn door de Volkswagendealer geraamd op € 3.450,00. De auto staat sindsdien bij de Volkswagendealer.

2.8. Bij brieven van 8 en 10 juni heeft [eiseres] [gedaagde] in gebreke gesteld en hem gesommeerd de gebreken van de auto te herstellen.

2.9. Bij brief van 16 juni 2009 heeft [eiseres] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en [gedaagde] gesommeerd de door haar geleden en nog te lijden schade te vergoeden.

2.10. Bij brief van 13 juli 2009 heeft de raadsman van [eiseres] [gedaagde] gesommeerd de koopprijs aan [eiseres] terug te betalen, de auto terug te nemen en de door [eiseres] geleden schade te vergoeden.

2.11. [eiseres] heeft op 11 juni 2009 op de internetsite www.klachtenradar.nl een artikel geplaatst met als titel: “Autobedrijf [gedaagde] verkoopt kapotte auto’s”.

3. Het geschil in conventie

3.1. [eiseres] vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] om:

A. aan [eiseres] de koopsom van de auto van € 18.900,00 terug te betalen,

B. mee te werken aan de teruglevering van de auto door [eiseres] aan [gedaagde],

C. [eiseres] een voorschot op de schadevergoeding te betalen van € 6.883,50, vermeerderd met rente en kosten, en

D. de proceskosten van dit geding te betalen.

3.2. [eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat er sprake is van non-conformiteit, nu [gedaagde], gelet op de gebreken van de auto, niet de auto heeft geleverd die zij in de gegeven omstandigheden mocht verwachten, en dat [gedaagde] daarmee tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Op grond van het vorenstaande heeft [eiseres] op goede gronden de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en is [gedaagde] gehouden om mee te werken aan het feitelijk ongedaan maken van de overeenkomst door de koopprijs terug te betalen, de auto terug te nemen en de schade die zij hierdoor heeft geleden te vergoeden, aldus [eiseres].

3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. [gedaagde] vordert samengevat - [eiseres] op straffe van een dwangsom te veroordelen het artikel “Autobedrijf [gedaagde] verkoopt kapotte auto’s” van internet te verwijderen en verwijderd te houden, alsmede [eiseres] te gebieden af te zien van publicatie van negatieve berichten betreffende [gedaagde], met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

4.2. [gedaagde] stelt dat [eiseres] onrechtmatig jegens hem handelt door op internet te publiceren dat hij kapotte auto’s verkoopt. In het betreffende artikel staan volgens [gedaagde] verschillende leugenachtige en feitelijk onjuiste mededelingen.

4.3. [eiseres] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Niet in geschil is dat de auto vrijwel direct na de aankoop diverse gebreken vertoonde. [eiseres] is van mening dat de gebreken bij deelname met de auto aan het verkeer een gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren. [gedaagde] betwist dat.

5.2. Centraal in deze zaak staat de vraag of de auto beantwoordt aan de koop¬overeenkomst. Ingevolge artikel 7:17 lid 1 BW is de verkoper verplicht een zaak af te leveren die aan de overeenkomst beantwoordt. In geval een auto wordt gekocht om daarmee, naar de verkoper bekend is, aan het verkeer deel te nemen zal als regel moeten worden aangenomen dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst, indien als gevolg van een eraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. Deze regel kan onder omstandigheden uitzondering lijden bijvoorbeeld indien de koper geacht kan worden het risico van gebreken te hebben aanvaard (HR 15 april 1994, NJ 1995, 614).

De enkele omstandigheid dat de auto door [gedaagde] onder een zeer beperkte garantie is verkocht, zoals ook op de verkoopfactuur uitdrukkelijk was vermeld, acht de voorzieningenrechter hiervoor niet voldoende. Ingeval van consumentenkoop kan een professionele verkoper zich niet door een enkele mededeling als onder 2.4 bedoeld onttrekken aan de werking van de wettelijke regels omtrent conformiteit. Dat neemt niet weg dat [eiseres] door die aantekening als gewaarschuwd had te gelden en dat de beperkte garantie wel betekenis toekomt bij de beantwoording van de vraag wat [eiseres] als koper mocht verwachten.

5.3. Wat dat betreft is in de eerste plaats van belang dat het hier gaat om de koop van een ten tijde van de koop vijf jaar oude tweedehands auto met een kilometerstand van ruim 200.000. Een auto is ook bij normaal gebruik aan slijtage onderhevig en in het algemeen geldt dat de kans dat mankementen gaan optreden groter wordt naarmate de auto ouder is. Dat gegeven is verdisconteerd in de koopprijs van een tweedehands auto, die - afhankelijk van de ouderdom - daarom doorgaans lager is dan die van een nieuwe. De koper van een tweedehandsauto moet tegenover het voordeel van een veel lagere aanschafprijs in het algemeen bedacht zijn op het nadeel dat een tweedehands auto doorgaans eerder gebreken zal vertonen dan een nieuwe. Daarop moest ook [eiseres] bedacht zijn, temeer nu slechts een zeer beperkte garantie was verleend.

5.4. [gedaagde] heeft slechts een week garantie gegeven op het draaiende gedeelte van de motor. Op grond daarvan mocht [eiseres] - gelet op de ouderdom en de kilometersrand van de auto - niet zonder meer verwachten dat de auto vrij zou zijn van als normaal te achten gebreken. Het diagnoserapport van 27 mei 2009 van de Volkswagendealer vermeldt gebreken aan de volgende onderdelen van de auto: remvloeistof, banden, accu, achterremblokken en schijven, asbak, bovenste draagarmkogel, bevestigingsrubber van de motorafdekplaat, afdekkapje van de linkermotorplaat, mistlampen, verlichting rechtsachter, kentekenplaatlampje en ruitenwisserbladen. Op 2 juni 2009 heeft de Volkswagendealer bij een nieuwe inspectie tevens vastgesteld dat de koppakking van de auto stuk is. [gedaagde] heeft onvoldoende weersproken het verweer gevoerd dat dit allemaal zaken betreft die overwegend horen bij gewoon onderhoud van een auto van meer dan vijf jaar oud en dat het gebreken betreft die niet onder de garantie vallen. Ook heeft [eiseres] niet betwist dat een aantal van de gebreken uiterlijk waarneembaar was, zodat die gebreken bij een uitwendige inspectie aan het licht zouden zijn gekomen. Voorts is niet gebleken dat [gedaagde] bij de koop andere mededelingen heeft gedaan op grond waarvan [eiseres] mocht verwachten dat de auto vrij zou zijn van als normaal te achten gebreken, noch dat de koopprijs van de auto zoveel hoger was dan die van vergelijkbare tweedehands auto’s dat [eiseres] op grond daarvan meer mocht verwachten. Uit het vorenstaande blijkt bovendien dat vooralsnog niet aannemelijk is dat de auto zodanig ernstige gebreken vertoonde dat de auto vanuit veiligheidsoverwegingen niet geschikt was voor deelname aan het verkeer. Daarbij is tevens van belang dat de auto op 19 mei 2009, drie dagen voor de koop, APK is goedgekeurd zodat er in beginsel van mag worden uitgegaan dat daarmee vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid met de auto kon en mocht worden gereden. [eiseres] heeft dat ook na de koop gedaan, naar eigen zeggen in ieder geval van [woonplaats] naar [woonplaats].

5.5. Voor de vraag welke hoedanigheden en eigenschappen de koper mocht verwachten, is mede van belang welk normaal te achten onderzoek van de koper kon worden gevergd (HR 15 november 1985, NJ 1986, 213). Van een koper van een vijf jaar oude auto mag in het algemeen worden verwacht dat, zeker indien de verkoper, zoals hier, een zeer beperkte garantie ter zake geeft, hij zich ervan vergewist dat de auto niet zodanige gebreken heeft dat deze bijvoorbeeld een gevaar op de weg oplevert. Door elke ook maar minimale inspectie vóór de aanschaf van de auto na te laten - [eiseres] heeft ter zake niets gesteld dan dat zij is uitgegaan van de mededelingen van [gedaagde] dat er niets met de auto aan de hand was, hetgeen [gedaagde] overigens heeft weersproken - heeft [eiseres] dan ook het risico aanvaard dat de auto gebreken zou vertonen. In dit kader is tevens van belang dat [gedaagde] onbetwist heeft gesteld dat hij [eiseres] voor de aankoop van de auto had medegedeeld van de onderhoudshistorie van de auto niets af te weten omdat het onderhoudsboekje ontbrak. Ook gelet hierop had [eiseres] gewaarschuwd moeten zijn aanleiding moeten zien om enig onderzoek naar de staat van de auto te (laten) doen.

5.6. In het licht van al het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het niet in hoge mate waarschijnlijk is dat in een bodemprocedure geoordeeld zal worden dat

de litigieuze auto niet beantwoordt aan de koopovereenkomst en dat [eiseres] de koopovereenkomst wegens non-conformiteit mocht ontbinden. Dit betekent dat de vorderingen van [eiseres] zullen worden afgewezen.

5.7. Gelet op de afwijzing van de vorderingen om de hierboven genoemde reden laat de voorzieningenrechter in het midden of [eiseres] wel voldoende spoedeisend belang heeft.

5.8. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- vast recht € 262,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.078,00

6. De beoordeling in reconventie

6.1. Het spoedeisend belang van [gedaagde] vloeit in voldoende mate voort uit zijn stellingen en standpunten.

6.2. [eiseres] heeft als een ontevreden klant van [gedaagde] een kritisch artikel over hem geplaatst op internet. In het artikel heeft [eiseres] de feitelijke gang van zaken rond de aankoop van de auto en de vrijwel direct daarna ontstane klachten aan de auto beschreven, zoals zij die heeft ervaren en vanuit haar eigen perspectief. Daarbij dient niet uit het oog te worden verloren dat de door haar genoemde klachten een bron van ergernis kunnen zijn, zeker indien deze klachten zich zo kort na aankoop manifesteren. Dat [gedaagde] op onderdelen een ander beeld heeft van de feiten, is ook niet verwonderlijk. In het kader van het beperkte toetsingskader van dit kort geding kan thans niet vastgesteld worden welke beschrijving van de feitelijke gang van zaken de juiste is. Afgezien daarvan zijn de uitlatingen van [eiseres] in het bewuste artikel niet zodanig grievend of lasterlijk jegens [gedaagde] dat zij reeds daarom als onrechtmatig dienen te worden aangemerkt. Gelet hierop zullen de vorderingen van [gedaagde] worden afgewezen.

6.3. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- salaris advocaat € 408,00 (factor 0,5 × tarief € 816,00)

Totaal € 408,00

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. wijst de vorderingen af,

7.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 1.078,00,

7.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

7.4. wijst de vorderingen af,

7.5. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 408,00,

7.6. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. Siragedik op 9 september 2009.