Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ9393

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
06-10-2009
Datum publicatie
06-10-2009
Zaaknummer
05/502156-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld ter zake van openlijke geweldpleging gepleegd in een café. Aan verdachte is een werkstraf opgelegd van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/502156-09

Datum zitting : 22 september 2009

Datum uitspraak : 6 oktober 2009

Verstek

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 05 december 2008 te Westervoort met een ander of anderen,

althans alleen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor

het publiek toegankelijke ruimte, te weten café "Local" gelegen aan het

Dorpsplein 12 te Westervoort, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen P. [slachtoffer1] en/of W.S. [slachtoffer2] en/of M. [slachtoffer3] en/of een of meer

andere bezoeker(s) van dat café, welk geweld bestond uit eenmaal en/of

meermalen duwen en/of trekken en/of slaan en/of stompen en/of schoppen van een

of meer van die perso(o)n(en);

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 22 september 2009 ter terechtzitting onderzocht. Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Vaststaande feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het navolgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 5 december 2008 is verdachte met zijn broer [medeverdachte1] en zijn vrienden [medeverdachte2], [medeverdachte3] en [medeverdachte4] naar café “Local”, gelegen aan het Dorpsplein 12 te Westervoort gegaan. Verdachte was verkleed als Sinterklaas, de anderen als zwarte piet. In het café hebben verdachte en zijn vrienden pepernoten rondgestrooid, hetgeen door één bezoeker niet op prijs werd gesteld. Hierdoor ontstond een woordenwisseling die uiteindelijk uitmondde in een vechtpartij. Tijdens deze vechtpartij is geweld gebruikt jegens een turkse jongen genaamd [naam], bestaande uit duwen, slaan, stompen en schoppen en jegens M.[slachtoffer3], bestaande uit slaan en stompen .

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan verdachte tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht. Volgens de officier van justitie blijkt uit de bewijsmiddelen waaronder de camerabeelden die terechtzitting zijn bekeken voldoende duidelijk dat verdachte samen met zijn medeverdachten openlijk geweld heeft gepleegd tegen

P. [slachtoffer1], W. [slachtoffer2], M. [slachtoffer3] en de Turkse man “[naam]”, bestaande uit het duwen en/of trekken en/of stompen en/of slaan en/of trappen van deze personen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig genaakt aan hetgeen hem tenlaste is gelegd.

De rechtbank stelt vast dat zich in het dossier, naast de aangiftes van P. [slachtoffer1],

W. [slachtoffer2] en M. [slachtoffer3], de verklaringen van medeverdachten O. [medeverdachte1], P. [medeverdachte2],

P.L. [medeverdachte3] en J. [medeverdachte4] en een verklaring van verdachte bevinden. Daarnaast zijn in het dossier getuigenverklaringen aanwezig van H. [getuige1], K. [getuige2] en G. [slachtoffer1]. De beheerder van café “Local”, de heer Dijkstra, heeft camerabeelden van de vechtpartij aan de politie ter beschikking gesteld. Deze camerabeelden en het proces-verbaal dat is opgemaakt naar aanleiding van het uitlezen van de beelden zijn eveneens aan het dossier gevoegd.

De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat de verklaringen van verdachte en van zijn medeverdachten over het ontstaan en verloop van de vechtpartij in café “Local” op de avond van 5 december 2008, op wezenlijke punten verschillen met de verklaringen die zijn afgelegd door de groep van aangeefster P. [slachtoffer1]. Gelet hierop zal de rechtbank – met betrekking tot de vraag wat zich nu feitelijk heeft afgespeeld in café Local – een belangrijk gewicht toekennen aan de camerabeelden die zijn gemaakt van die bewuste avond en die de rechtbank tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft bekeken..

Anders dan de officier van justitie heeft gesteld kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden bewezen dat verdachte openlijk geweld heeft gepleegd tegen P. [slachtoffer1] en W. [slachtoffer2]. De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

P. [slachtoffer1] verklaart in haar aangifte dat zij ten tijde van de vechtpartij een trap in haar buik heeft gekregen van O. [medeverdachte1], waarna zij achteruit tegen een wand is aangevallen.

W.S. [slachtoffer2] stelt in haar aangifte dat O. [medeverdachte1] rechtstreeks op P. [slachtoffer1] afrende en dat hij haar met zijn rechterbeen een schop in haar buik heeft gegeven. [slachtoffer2] heeft verder verklaard dat O. [medeverdachte1] daarna met zijn rechterbeen tegen haar linkerhand schopte. O. [medeverdachte1] ontkent beide vrouwen een trap te hebben gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank valt op de camerabeelden die ter terechtzitting zijn getoond evenmin waar te nemen dat O. [medeverdachte1] trappen heeft gegeven noch enig ander geweld als genoemd in de tenlastelegging heeft gepleegd tegen de beide aangeefsters. Voor zover de officier van justitie heeft beoogd te stellen dat het gepleegde geweld heeft bestaan uit het duwen van P. [slachtoffer1] door O. [medeverdachte1] gaat de rechtbank daaraan voorbij nu van dit duwen niet blijkt uit de aangifte van P. [slachtoffer1] en voorts uit de camerabeelden evenmin blijkt door welke oorzaak P. [slachtoffer1] ten val is gekomen. Het is evenwel goed mogelijk dat zij – als gevolg van het duw- en trekwerk van [slachtoffer1] met de cafébezoekers om haar heen of doordat iemand tegen haar aanviel of stootte – haar evenwicht heeft verloren en tegen de wand is aangevallen.

Ook van ander geweld jegens P. [slachtoffer1] en W. [slachtoffer2] is in het dossier geen bewijs aanwezig.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat wel wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte openlijk geweld heeft gepleegd tegen M. [slachtoffer3] en de Turkse man, [naam]. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Tijdens het verhoor bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij in café Local zag dat O. [medeverdachte1] en J. [medeverdachte4] een woordenwisseling hadden met een Turkse man (de rechtbank begrijpt: “[naam]/[naam]”). Deze woordenwisseling werd al snel een duw en trekpartij. Verdachte heeft verder verklaard dat hij die betreffende avond behoorlijk wat alcohol had genuttigd en dat hij zich niet veel meer kan herinneren van wat er gebeurd is voorafgaande en tijdens de vechtpartij. Verdachte heeft niet gezien wie er heeft geschopt of geslagen of anderszins geweld heeft gebruikt. Wel kan verdachte zich herinneren dat hij later op de avond bij de ingang van de kroeg op de grond lag met de Turkse man.

Bij het bekijken van de beelden ter terechtzitting heeft de rechtbank waargenomen dat verdachte deelneemt aan de vechtpartij en daarbij inslaat op M. [slachtoffer3]. Voorts is op die beelden te zien dat verdachte op enig moment in de richting van de Turkse man loopt en op hem gaat inslaan en schoppende bewegingen in diens richting maakt.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte met de hiervoor beschreven gedragingen een significante bijdrage heeft geleverd aan het in vereniging plegen van openlijk geweld tegen

M. [slachtoffer3] en de Turkse man, [naam]/[naam].

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 05 december 2008 te Westervoort met anderen, in een voor

het publiek toegankelijke ruimte, te weten café "Local" gelegen aan het

Dorpsplein 12 te Westervoort, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen M. [slachtoffer3] en/of een andere bezoeker van dat café, welk geweld bestond uit eenmaal en/of

meermalen duwen en/of slaan en/of stompen en/of schoppen van die personen;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

4b. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke en financiële omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 5 augustus 2009.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging. De rechtbank acht de openlijke geweldpleging een ernstig feit. De rechtbank neemt bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking dat verdachte en zijn medeverdachten onder invloed van alcohol in een uitgaansgelegenheid de confrontatie hebben opgezocht en fysiek geweld hebben gebruikt tegen de slachtoffers. Het betreft hier zogenaamd uitgaansgeweld hetgeen de gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving in het algemeen en bij het slachtoffer in het bijzonder oproept. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Gelet op het voorgaande alsmede gezien de straffen die in vergelijkbare gevallen van openlijk geweld plegen te worden opgelegd, acht de rechtbank in dit geval een werkstraf een passende sanctie voor het bewezen verklaarde feit. Voor wat betreft de duur van de op te leggen werkstraf houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte de meeste geweldshandelingen heeft gepleegd en daarmee een belangrijk aandeel heeft geleverd aan het gepleegde openlijke geweld. Het stompen en schoppen door verdachte kan als bijzonder gewelddadig worden aangemerkt. De rechtbank daarom een hogere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist.

De rechtbank zal een deel van de straf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Een en ander leidt de rechtbank tot het oordeel dat een (deels) voorwaardelijke werkstraf van na te noemen duur passend en geboden is.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 100 (honderd) uren subsidiair 50 dagen hechtenis.

Bepaalt dat van deze werkstraf 40 (veertig) uren subsidiair 20 dagen hechtenis niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Bepaalt dat het onvoorwaardelijk deel van deze werkstraf binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Aldus gewezen door:

mr. T.P.E.E. van Groeningen, als voorzitter, mr. M.M.L.A.T. Doll rechter, mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.L.D. Koning-van As, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 oktober 2009.