Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ9047

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28-07-2009
Datum publicatie
30-09-2009
Zaaknummer
611273 HA VERZ 09-5077
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Omzetgarantie , gegeven door vorige werkgever aan huidige werkgever, wordt als "rugzak" gebruikt bij berekening naar billijkheid van de vergoeding. Werkgever maakt gebruik van de mogelijkheid om het verzoek na de tussenbeschikking in te trekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0726

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Tiel

zaakgegevens 611273 \ HA VERZ 09-5077 \ WvE\51\BB

uitspraak van 28 juli 2009

beschikking

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Vurenhawa productie B.V.

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Vuren

verzoekende partij

gemachtigde mr. H. van Straten

en

[verwerende partij]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

gemachtigde mr. B.J. Dijk, jurist bij FNV Bouw, kantoorhoudende te Deventer

1. De procedure

1.1 Op 23 april 2009 is het verzoekschrift ter griffie binnengekomen, ingediend namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Vurenhawa productie B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te Vuren, te deze zake woonplaats kiezende ten kantore van Winkelman, Elings & Van Straten Advocaten te Tiel aan de Stationstraat 27, van wie mr. H. van Straten door verzoekster is gesteld tot gemachtigde ten einde haar als zodanig te vertegenwoordigen.

Vurenhawa verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] te ontbinden op de in het verzoekschrift verschreven gronden.

1.2 [verwerende partij] heeft een verweerschrift ingediend, ingekomen ter griffie op 4 juni 2009. Zijn gemachtigde is mr. B.J. Dijk, jurist bij FNV Bouw, kantoorhoudende te Deventer.

1.3 Ter zitting d.d. 10 juni 2009 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Beide partijen zijn voor de kantonrechter verschenen, Vurenhawa vertegenwoordigd door [naam medewerker], hoofd personeelszaken, bijgestaan voor mr. H. van Straten, [verwerende partij] in persoon, en bijgestaan door mr. B.J. Dijk. Beide partijen hebben een pleitnota overgelegd. Verwezen wordt naar de aantekeningen die de griffier van de mondelinge behandeling heeft gemaakt.

1.4 In overleg met partijen heeft verwijzing naar de extra judiciële terechtzitting plaatsgevonden voor akte aan de zijde van beide partijen. Deze akten zijn genomen.

1.5 De uitspraak van de beschikking is nader bepaald op heden.

2. Het verzoek, het verweer en de beoordeling daarvan

2.1 Tussen partijen staat vast dat [verwerende partij] (geboren op [dag en maand] 1956) op 5 november 2007 bij Vurenhawa in dienst is getreden. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor 3 jaar. Zijn functie is allround medewerker assemblage. Het overeengekomen salaris bedraagt thans € 2.472,14 exclusief 8,25% vakantiegeld. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor Timmerfabrieken van toepassing. Vurenhawa heeft een afschrift van de arbeidsovereenkomst als productie 1 aan het inleidend verzoekschrift gehecht.

2.2 Verzoekster legt aan haar ontbindingsverzoek ten grondslag de stelling, dat de omstandigheden gewijzigd zijn. Deze wijziging van omstandigheden merken zij aan als gewichtige redenen in de betekenis van artikel 7: 685 BW. Gesteld wordt dat zij zich in toenemende mate geconfronteerd ziet met het sterk teruglopen van de orderportefeuille. Nieuwbouwprojecten in de woningbouw worden voorlopig op de lange baan geschoven in verband met onvoldoende verkoop. Vurenhawa wordt geconfronteerd met een potentieel continuïteitsbedreigende financiële situatie. Het management van Vurenhawa heeft daarop besloten een reorganisatie door te voeren, met name inhoudende een forse reductie van het personeelsbestand (27 fte’s).

Vurenhawa stelt voorts dat er overleg is gevoerd met de vakbonden en dat er in overleg met de vakbonden een sociaal plan tot stand is gekomen. Voorts wordt gesteld dat zij bij de selectie van de gedwongen ontslagen het afspiegelingsbeginsel heeft gerespecteerd.

Vurenhawa is bereid aan [verwerende partij] een vergoeding te betalen van € 3.011,00, er vanuit gaande dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 augustus 2009.

2.3 Blijkens zijn verweerschrift concludeert [verwerende partij] primair tot afwijzing van het ontbindingsverzoek; subsidiair wordt bepleit dat aan hem een vergoeding wordt toegekend gelijk aan het gekapitaliseerde bedrag dat [verwerende partij] aan loon zou hebben ontvangen tot 30 september 2010, uit te betalen uiterlijk 2 weken na de ontbindingsdatum op een door [verwerende partij] aan te geven wijze, rekening houdend met de voor Vurenhawa geldende fictieve opzegtermijn, kosten rechtens.

2.4 De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek toe. De arbeidsoverkomst tussen partijen wordt ontbonden met ingang van 1 augustus 2009 onder toekenning van een vergoeding van € 9.261,00 aan [verwerende partij] ten laste van Vurenhawa. Vurenhawa heeft tot 31 juli 2009 de gelegenheid om het ontbindingsverzoek in te trekken. De proceskosten worden gecompenseerd, in die zijn dat beide partijen de eigen kosten dragen.

Motivering

[verwerende partij] heeft niet betwist dat er door oorzaken van buitenaf voor Vurenhawa aanleiding is om een drastische reorganisatie door te voeren. Evenmin is betwist dat er in overleg met de vakbonden een sociaal plan tot stand is gekomen. In beginsel dient uitgegaan te worden van de gebondenheid van partijen aan dit sociaal plan. Door [verwerende partij] zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de kantonrechter zou kunnen besluiten van het sociaal plan af te wijken, behoudens voor zover door [verwerende partij] een beroep is gedaan op de door hem als “werkgarantie” aangemerkte omzetgarantie, welke door zijn vorige werkgever [naam vorige werkgever] afgegeven is aan Vurenhawa.

Op basis van de bij nadere akte in het geding gebrachte stukken is de kantonrechter met de gemachtigde van Vurenhawa van oordeel dat er van een werkgarantie, zoals geduid door [verwerende partij], in deze zaak geen sprake is. Enkel is er door de vorige werkgever van [verwerende partij] een omzetgarantie aan Vurenhawa gegeven van 3 miljoen euro voor een periode van 3 jaar, er vanuit gaande dat er in totaal 8 werknemers van [naam vorige werkgever] bij Vurenhawa in dienst zouden treden. De omzetgarantie is ingegaan per 1 november 2007. Zonder twijfel is de met [verwerende partij] gesloten arbeidsovereenkomst van 3 jaar op deze omzetgarantie geënt, hetgeen echter niet wil zeggen dat er tussentijds door Vurenhawa geen ontbinding verzocht zou kunnen worden ex. artikel 7: 685 BW, onder meer op grond van wijziging van omstandigheden als bedoeld in dat artikel. Dat deze omstandigheden zijn gewijzigd, zoals gesteld door Vurenhawa, is voldoende komen vast te staan.

Van belang is dat de door [naam vorige werkgever] aan Vurenhawa toegezegde omzetgarantie rechtstreeks verband houdt met de indiensttreding van 8 werknemers van [naam vorige werkgever] bij Vurenhawa, onder wie [verwerende partij]. Per werknemer is deze omzetgarantie € 375.000,00, dat is € 125.000,00 per werknemer per jaar. Van belang is ook dat de omzetgarantie pro rata wordt verminderd bij eerdere uitdiensttreding van deze werknemers. Bij toewijzing van het ontbindingsverzoek is daarvan sprake. Voorts zijn [naam vorige werkgever] en Vurenhawa overeengekomen dat, in geval [naam vorige werkgever] de omzetgarantie niet nakomt, zij 4% terzake van gederfde omzet aan Vurenhawa zal vergoeden. Deze vergoeding bedraagt (omgerekend per werknemer en per jaar) € 5.000,00.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is de term “rugzak” gevallen. Gebruikmakend van deze benaming is de kantonrechter van oordeel dat de billijkheid met zich meebrengt dat bij berekening van de aan [verwerende partij] toekomende vergoeding er vanuit gegaan dient te worden dat er naast de vergoeding waarop hij conform het sociaal plan aanspraak kan maken, € 6.250,00 in zijn rugzak zit, welk bedrag aan hem bij voortijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst uitbetaald dient te worden. In concreto betekent dit dat de aan [verwerende partij] te betalen vergoeding € 9.261,00 bruto bedraagt.

Voor wat betreft dit onderdeel behoeft het sociaal plan een aanvulling. In formele zin kan Vurenhawa alleen dan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid een beroep doen op nakoming van het sociaal plan wanneer zij ook bereid is het eerder genoemde bedrag van € 6.250,00 aan [verwerende partij] te betalen.

Blijkens het verweerschrift bepleit de gemachtigde van [verwerende partij] toepassing van

de fictieve opzegtermijn. Naar algemeen wordt aangenomen is daarvan in een ontbindingszaak als de onderhavige geen sprake, tenzij partijen anderszins zijn overeengekomen. Dat laatste is niet gesteld of ten processe gebleken.

3. De beschikking

De kantonrechter,

3.1 stelt de besloten vennootschap Vurenhawa productie B.V. in de gelegenheid om het ontbindingsverzoek in te trekken tot 31 juli 2009 door een schriftelijke mededeling aan de griffie van de rechtbank, Sector kanton, Locatie Tiel, Postbus 320, 4000 AH Tiel;

wanneer Vurenhawa het verzoek niet intrekt:

3.2 ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 augustus 2009 onder toekenning van een vergoeding van € 9.261,00 bruto aan [voornaam] [verwerende partij] ten laste van de besloten vennootschap Vurenhawa productie B.V.;

3.3 compenseert de proceskosten, in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen;

wanneer Vurenhawa het verzoek intrekt:

3.4 veroordeelt Vurenhawa tot betaling van de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verwerende partij] begroot op € 500,00;

3.5 wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. W.H. van Empel en in het openbaar uitgesproken op 28 juli 2009.