Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ8080

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
19-08-2009
Datum publicatie
21-09-2009
Zaaknummer
178663
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling van onbetaald gebleven facturen. Verweer dat vervalbeding in algemene voorwaarden niet toepasselijk is, wordt verworpen; beroep op vervaltermijnen van de facturen treft doel.

In reconventie wordt gevorderd een verklaring voor recht dat eiser toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van haar verplichtingen voor wat betreft de advieswerkzaamheden ter zake de AWBZ-toelating en derhalve gehouden is de daardoor door TCE geleden schade aan haar te vergoeden.

Bewijsopdracht aan TCE te bewijzen dat de AWBZ-aanvraag is afgewezen als gevolg van onjuiste advisering door Schuiteman.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 178663 / HA ZA 08-2133

Vonnis van 19 augustus 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] ACCOUNTANTS & ADVISEURS B.V.,

gevestigd te Barneveld,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. C.D.R. Schoonderbeek te Soest,

tegen

1. de maatschap THERAPEUTISCH CENTRUM EMMELOORD,

gevestigd te Emmeloord,

2. [gedaagde], in haar hoedanigheid van maat van Therapeutisch Centrum Emmeloord,

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde], in zijn hoedanigheid van maat van Therapeutisch Centrum Emmeloord,

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. J.M. Lenards te Urk.

Partijen zullen hierna [eiseres] en TCE genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 maart 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 9 juli 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 8 december 2005 heeft [eiseres] aan TCE een voorstel met betrekking tot dienstverlening van haar aan TCE gedaan. Over de kosten staat daarin:

3. De kosten van de dienstverlening

Wij bieden u aan onze dienstverlening voor het boekjaar 2005 uit te voeren voor de volgende bedragen exclusief BTW, inclusief kosten (gebaseerd op het prijspeil van 2005 en de huidige omvang van uw onderneming overeenkomstig de door u verstrekte informatie):

(in €)

Samenstellen jaarrekening 2.500

Verzorgen van de salarisadministratie 1.500

Verzorgen van de aangiften inkomstenbelasting 500

Additionele advieswerkzaamheden (en ieder kwartaal overleg maandrapportages) 3.600

Het totale pakket aan dienstverlening komt daarbij uit op een maandbedrag van € 675,- exclusief BTW.

Indien bij de uitvoering van onze werk geconstateerd wordt dat als gevolg van onvoorziene omstandigheden aanvullende werkzaamheden noodzakelijk zijn, dan zullen wij uiteraard vooraf met u overleg voeren over de verwachte kosten van deze aanvullende werkzaamheden.

Eventuele extra werkzaamheden, zoals additionele accountantsverklaringen en specifiek door u verzochte advisering, zijn niet in bovenstaande bedragen begrepen. Deze werkzaamheden zullen wij factureren naar rato van de bestede uren tegen de geldende tarieven, die afhankelijk zijn van de ervaring en deskundigheid van de hiervoor ingezette medewerkers. Desgewenst kunt u gespecificeerde nota’s van ons ontvangen. Onze tarieven variëren van € 40 tot € 165 per uur.

Wij vertrouwen erop u hiermee een passend voorstel te hebben gedaan en zijn graag bereid dit nader toe te lichten.

Aan de voet van pagina 1 van dat voorstel staat onder meer:

Op alle overeenkomsten met [eiseres] Accountants & Adviseurs B.V. zijn de algemene voorwaarden van toepassing waarin een beperking van aansprakelijkheid is opgenomen.

2.2. TCE heeft dit voorstel aanvaard. Op 3 januari 2006 heeft [eiseres] aan TCE een opdrachtbevestiging gestuurd betreffende de samenstelling van de jaarrekening en overige werkzaamheden. In die opdrachtbevestiging staat onder meer:

Geldigheidsduur en algemene voorwaarden

Deze opdrachtbevestiging blijft voor de komende jaren van kracht voor zover deze niet wordt ingetrokken, aangevuld of vervangen.

Op deze opdracht en al onze overige dienstverlening zijn onze Algemene Voorwaarden van toepassing, waarvan u een exemplaar aantreft.

2.3. De algemene voorwaarden luiden, voor zover voor de beoordeling van belang:

Artikel 9 - Reclames

9.1 Een reclame met betrekking tot verrichte werkzaamheden of het factuurbedrag dient op straffe van verval van alle aanspraken binnen 30 dagen na de verzenddatum van de stukken of informatie waarover Opdrachtgever reclameert, dan wel, indien Opdrachtgever aantoont dat hij het gebrek redelijkerwijs niet eerder kon ontdekken, binnen 30 dagen na de ontdekking van het gebrek, schriftelijk aan Opdrachtgever te worden kenbaar gemaakt.

2.4. De bedragen die [eiseres] in verband met de door haar verrichte werkzaamheden aan TCE heeft gefactureerd, zijn tot een bedrag van in totaal € 10.056,45 onbetaald gebleven.

2.5. Op een verzoek van TCE tot toelating als bedoeld in de AWBZ, gedaan bij brief van 31 augustus 2007, heeft de Staatssecretaris van Volksgezondheid op 4 december 2007 het volgende besluit genomen:

Op grond van artikel 9, eerste lid, onder b, van de WTZi, weiger ik Stichting Therapeutisch Centrum Flevoland toe te laten als instelling voor ondersteunende begeleiding, activerende begeleiding en behandeling als bedoeld in de artikelen 6, 7 en 8 van het Besluit Zorgaanspraken AWBZ, omdat Stichting Therapeutisch Centrum Flevoland niet voldoet aan de transparantie-eisen inzake de bestuursstructuur en bedrijfsvoering zoals vastgelegd in het Uitvoeringsbesluit WTZi.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eiseres] vordert – samengevat – de veroordeling van TCE tot betaling van € 10.056,45, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Aan deze vordering legt [eiseres] ten grondslag dat zij werkzaamheden voor TCE heeft verricht en dat een viertal facturen die zij in verband daarmee aan TCE heeft verstuurd, onbetaald zijn gebleven.

3.3. TCE voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. TCE vordert – samengevat –

- te verklaren voor recht dat [eiseres] toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van haar verplichtingen voor wat betreft de advieswerkzaamheden ter zake de AWBZ-toelating en derhalve gehouden is de daardoor door TCE geleden schade aan haar te vergoeden

- [eiseres] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 47.129,41 met rente

- voorwaardelijk: de veroordeling van [eiseres] tot betaling van € 8.697,75 met rente,

- met veroordeling van [eiseres] in de kosten van dit geding.

3.5. Aan deze vorderingen legt TCE het volgende ten grondslag. [eiseres] heeft TCE geadviseerd in verband met een aanvraag van TCE tot AWBZ-toelating. Deze toelating is geweigerd als gevolg van onjuiste advisering door [eiseres]. Zij is aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade van € 47.129,41.

[eiseres] heeft in het jaar 2006 een bedrag van € 4.983,35, welk bedrag TCE onverschuldigd heeft betaald. En van het in het jaar 2007 gefactureerde bedrag betwist TCE een gedeelte ter grootte van € 3.714,40. TCE stelt de vordering tot betaling van deze bedragen in voor zover het beroep op verrekening in conventie niet slaagt.

3.6. [eiseres] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. TCE erkent dat zij een viertal facturen onbetaald heeft gelaten. Als onbetwist zal de rechtbank ervan uitgaan dat het de volgende door [eiseres] genoemde facturen betreft:

factuurdatum factuurnummer factuurbedrag

29 mei 2007 704971 € 5.340,60

27 september 2007 708446 € 4.052,19

27 november 2007 710421 € 473,26

12 december 2007 710863 € 190,40

4.2. TCE betwist ten dele de verschuldigdheid daarvan en doet voor het overige een beroep op verrekening.

4.3. [eiseres] stelt dat TCE haar vordering voor de eerste maal op 18 februari 2008 heeft betwist, hetgeen TCE niet weerspreekt. [eiseres] stelt zich, onder verwijzing naar artikel 9 van haar algemene voorwaarden, op het standpunt dat zulks te laat is. TCE betwist op diverse gronden de toepasselijkheid van artikel 9.

4.4. Daaromtrent overweegt de rechtbank het volgende.

4.4.1. Terecht – nu TCE geen natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf – acht TCE artikel 6:237 Burgerlijk Wetboek (BW) niet rechtstreeks van toepassing. Naar de rechtbank begrijpt, beroept TCE zich primair en subsidiair op de vernietigbaarheid van artikel 9, onder meer met een beroep op de reflexwerking van artikel 6:237 aanhef en sub h BW. [eiseres] heeft er groot belang bij dat klanten van haar binnen korte tijd reclameren ingeval zij het niet eens zijn met een factuur. Van een klant op zijn beurt mag ook worden verlangd dat hij een factuur kort na ontvangst op juistheid controleert en ingeval van bezwaren reclameert. Een termijn van 30 dagen moet daartoe ruim voldoende worden geacht. Bovendien is niet ongebruikelijk dat een dergelijke termijn om te reclameren in algemene voorwaarden wordt opgenomen. TCE heeft niet gesteld dat de controle van facturen binnen een termijn van 30 dagen voor haar bezwaarlijk zou zijn. Zij heeft gewoonweg feitelijk geruime tijd in het geheel geen controle uitgevoerd. TCE heeft nog aangevoerd dat zij na verzending van de maandfacturen niet kan controleren of op juiste wijze en in lijn met de prijsafspraken is gefactureerd. Dit verweer is onbegrijpelijk nu de prijsafspraken tussen partijen vaststaan en TCE op eenvoudige wijze, namelijk door optelling van de desbetreffende factuurbedragen van een bepaald jaar, kan berekenen of [eiseres] zich aan die prijsafspraken houdt. Voorts voert zij aan dat pas later bleek dat [eiseres] voor een deel ondeugdelijk had gepresteerd en dat TCE daardoor schade had geleden. Ten aanzien daarvan geldt dat artikel 9 uitsluitend ziet op reclame ten aanzien van facturen, maar niet op vorderingen uit hoofde van toerekenbaar tekortschieten, zoals ontbinding of schadevergoeding. Artikel 9 belet TCE dus niet dergelijke vorderingen na het verstrijken van de termijn van 30 dagen in te stellen. Dat de algemene voorwaarden geen onderwerp van onderhandeling zijn geweest, is juist, maar dat is inherent aan algemene voorwaarden. Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat het beroep op de vernietigbaarheid niet kan slagen.

4.4.2. Meer subsidiair doet TCE een beroep op artikel 6:248 lid 2 BW door aan te voeren dat het beroep van [eiseres] op artikel 9 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geacht. Deze formulering brengt tot uitdrukking dat de rechter bij de toepassing van deze regel de nodige terughoudendheid zal dienen te betrachten. Hetgeen TCE aanvoert, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om TCE daarin te volgen.

4.4.3. Artikel 9 van de algemene voorwaarden is dan ook toepasselijk, zodat het beroep van [eiseres] op de vervaltermijn doel treft. Als TCE daardoor, zoals zij stelt, de dupe wordt van onjuist factureren en presteren van [eiseres], is dat naar het oordeel van de rechtbank veeleer het gevolg van haar eigen nalatigheid de facturen (tijdig) te controleren dan van het vervalbeding in de algemene voorwaarden.

4.5. Uit het bovenstaande volgt dat TCE de gevorderde factuurbedragen aan [eiseres] verschuldigd is.

4.6. TCE verweert zich voorts met een beroep op verrekening. De bedragen die TCE wenst te verrekenen, bestaan uit, ten eerste, ten onrechte door [eiseres] in rekening gebrachte en door TCE betaalde werkzaamheden en, ten tweede, geleden schade.

4.6.1. Het eerstbedoelde bedrag dat TCE in verrekening wenst te brengen, vormt het saldo van een aantal betalingen die zij, naar zij stelt, om uiteenlopende redenen onverschuldigd aan [eiseres] heeft gedaan ter voldoening van facturen van [eiseres]. Nu TCE door dit verweer de verschuldigdheid van de onderliggende facturen alsnog ter discussie stelt, stuit dit verrekeningsverweer reeds af op artikel 9 van de algemene voorwaarden.

Ten overvloede merkt de rechtbank nog het volgende op. TCE heeft door de betalingen van die bedragen de voor [eiseres] kenbare bedoeling gehad de desbetreffende facturen te voldoen en [eiseres] heeft deze betalingen – overeenkomstig artikel 3:35 Burgerlijk Wetboek (BW) – dan ook opgevat en mogen opvatten als een erkenning door TCE van de verschuldigdheid van die desbetreffende bedragen. Het enkele feit dat TCE later alsnog van oordeel is die bedragen niet verschuldigd te zijn geweest, is onvoldoende om die verschuldigdheid in rechte weer ter discussie te kunnen stellen. Dit geldt temeer indien TCE, naar zij erkent, de facturen destijds niet op juistheid heeft gecontroleerd. Die omstandigheid komt immers voor haar risico.

4.6.2. Het verrekeningsverweer met betrekking tot de schade (het laatstbedoelde bedrag in r.ov. 4.6) zal eerst na de beoordeling van de vordering in reconventie kunnen worden beoordeeld.

4.7. Het verweer wordt verworpen. De gevorderde hoofdsom is toewijsbaar.

4.8. Tegen de gevorderde vertragingsrente en buitengerechtelijke incassokosten is geen verweer gevoerd. Deze onderdelen van de vordering zijn eveneens toewijsbaar.

4.9. TCE zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [eiseres]. Deze bedragen tot heden € 71,80 wegens dagvaardingskosten, € 303,00 wegens vast recht en € 768,00 (2 punten x € 384,00, tarief I) wegens salaris advocaat.

4.10. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden om tegelijk met de reconventie te worden afgedaan.

in reconventie

4.11. Voor zover TCE haar vordering voorwaardelijk heeft ingesteld, is deze als gevolg van de beslissing in conventie onvoorwaardelijk van karakter geworden. Dat onderdeel van de vordering tot betaling van een bedrag van € 8.697,75 met rente zal op de in conventie in r.ov. 4.6.1 weergegeven gronden, worden afgewezen.

4.12. TCE verwijt [eiseres] dat zij ernstig tekortgeschoten is in de advisering met betrekking tot de AWBZ-toelating, waardoor zij schade heeft geleden. Volgens TCE blijkt de onjuiste advisering uit de genoemde brief van 4 december 2007 van de Staatssecretaris van Volksgezondheid nu volgens die brief het door [eiseres] verzorgde en door TCE ingediende verzoek tot toelating onjuist en onvolledig was. Voorts stelt TCE dat de door [eiseres] voorbereide statuten niet voldeden aan de vereisten voor toelating tot de AWBZ.

4.13. De rechtbank stelt voorop dat de statuten zijn opgesteld door de notaris en niet door [eiseres]. De notaris is dan ook primair verantwoordelijk voor de inhoud van de statuten. [eiseres] is, zo TCE dat zou hebben willen betogen, niet reeds aansprakelijk omdat zij de desbetreffende notaris aan TCE heeft aanbevolen.

4.14. Gezien het verweer van [eiseres], die betwist dat zij onjuist heeft geadviseerd, zal TCE dienen te bewijzen dat de AWBZ-aanvraag is afgewezen als gevolg van onjuiste advisering door [eiseres]. Tot dat bewijs zal TCE worden toegelaten.

4.15. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

in reconventie

5.1. draagt TCE op te bewijzen dat de AWBZ-aanvraag is afgewezen als gevolg van onjuiste advisering door [eiseres],

5.2. bepaalt dat, indien TCE het bewijs door middel van getuigen wil leveren, het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. O. Nijhuis in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4 op woensdag 21 oktober 2009 van 9:00 tot 12:00 uur,

5.3. bepaalt dat TCE binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank -ter attentie van de enquêtegriffie van de sector civiel (e-mail: rc.civiel.rb.arnhem@rechtspraak.nl)- en aan de wederpartij moet berichten of zij bewijs door getuigen wil leveren en zo ja, onder opgave van het aantal en de namen van de te horen getuigen.

5.4. bepaalt dat de partij die op genoemd tijdstip niet kan verschijnen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk en gemotiveerd aan de rechtbank -ter attentie van de enquêtegriffie van de sector civiel (e-mail: rc.civiel.rb.arnhem@rechtspraak.nl)

- om een nadere dag- en uurbepaling dient te vragen onder opgave van het aantal en de namen van de te horen getuigen en de verhinderdata van alle partijen in de drie maanden volgend op genoemde datum,

5.5. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle bewijsstukken die zij nog in het geding willen brengen aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

in conventie en in reconventie

5.6. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2009.