Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2009:BJ6240

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-08-2009
Datum publicatie
27-08-2009
Zaaknummer
94885
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. EVEX.

Rechtbank is ten aanzien van één partij bevoegd ex art. 5 aanhef en onder 3 EVEX omdat het schadebrengende feit effect heeft gesorteerd in Nederland, ten aanzien van de andere partij is de rechtbank bevoegd op grond van art. 7 lid 1 Rv. omdat tussen de vorderingen een zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 94885 / HA ZA 03-4

Vonnis in het incident en in de hoofdzaak van 12 augustus 2009

in de zaak van

1. [naam curator]

in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Roland van Keulen Holding B.V., Verzekerd Keur B.V., VK Finance B.V. en VK Nederland B.V.,

wonende te Arnhem,

2. de vereniging met volledige rechtbevoegdheid

CONSUMENTENBOND,

gevestigd te 's-Gravenhage,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERKEUKENGILDE B.V.,

gevestigd te Den Dolder, gemeente Zeist,

4. de informele vereniging

SAMENWERKENDE ONDERNEMERS CASH BACK (SOCA),

gevestigd te Den Dolder,

eisers in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. P.M. Wilmink te Arnhem,

tegen

1. de vennootschap naar buitenlands recht

AON RE (SWITSERLAND) LIMITED,

gevestigd te Basel, Zwitserland

gedaagde,

eiseres in het incident,

advocaat mr. C.W.M. Lieverse te Amsterdam,

2. de vennootschap naar buitenlands recht

SCANDINAVIAN REINSURANCE COMPANY LIMITED,

gevestigd te Hamilton, Bermuda,

gedaagde,

eiseres in het incident,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als: de curator c.s. indien eisers in de hoofdzaak gezamenlijk worden bedoeld, respectievelijk [curator], de Consumentenbond, Interkeukengilde en Soca indien (een der) eisers afzonderlijk worden bedoeld, en Aon Re en Scan Re.

Aon Re noemt zichzelf in haar eigen processtukken overigens Aon Re Limited en Aon Re Switzerland Limited.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis in het incident van 1 december 2004

- de akte overlegging tevens uitlating arrest Schweizerisches Bundesgericht te Lausanne van de curator c.s.

- de antwoordakte van Aon Re

- de akte van Scan Re.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De verdere beoordeling in het incident

2.1. De rechtbank verwijst naar het genoemde vonnis van 1 december 2004, waarin zij volhardt.

2.2. Bij dat vonnis heeft de rechtbank de zaak in de hoofdzaak en in het incident naar de parkeerrol verwezen. Deze beslissing tot aanhouding is ten aanzien van Aon Re gebaseerd op artikel 21 van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EVEX) en ten aanzien van Scan Re op de nauwe band van de vorderingen van de curator c.s. jegens Aon Re en Scan Re, op grond waarvan naar het oordeel van de rechtbank aanhouding van de zaak ten aanzien van Scan Re in de rede lag nu ook de zaak ten aanzien van Aon Re werd aangehouden.

2.3. Bij hun genoemde akte hebben de curator c.s. als productie 1 overgelegd een arrest van 13 maart 2007 van het Schweizerisches Bundesgericht te Lausanne in een procedure tussen Aon Re en de curator c.s. Daarbij is het beroep van Aon Re afgewezen. Daarmee is, naar de rechtbank begrijpt, in hoogste Zwitserse instantie beslist dat de Zwitserse rechter niet bevoegd is ten aanzien van de aldaar aanhangig gemaakte zaak. Zoals Aon Re terecht opmerkt, is hiermee de eerste door haar aangevoerde grond aan de exceptie van onbevoegdheid ontvallen.

2.4. Tussen partijen staat niet ter discussie dat EVEX in deze zaak van toepassing is. De rechtbank zal thans beoordelen of zij bevoegd is op grond van artikel 5 aanhef en onder 3 EVEX. Daarin is bepaald ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad dat een persoon die woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, opgeroepen kan worden voor het gerecht van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan.

2.5. Volgens vaste jurisprudentie zien de woorden “plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan” zowel op de plaats waar de schade is ingetreden als op de plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis.

2.6. De curator voert ter onderbouwing van zijn stelling dat deze rechtbank bevoegd is, aan dat:

het schadebrengende feit een samenweefsel is van de volgende handelingen:

• het (doen) opstellen van de “verzekeringspolis”;

• het (doen) opstellen van de Hold Harmless Agreement;

• het (doen) openbaren van de “verzekeringspolis” middels een depot bij de Kamer van Koophandel te Arnhem

en dat die handelingen de meeste raakvlakken hebben met Nederland, waaraan de volgende feiten bijdragen:

• de “polis” werd afgegeven ter (schijn)verzekering van de cash back activiteiten van Verzekerd Keur B.V.;

• cash back activiteiten werden alleen in Nederland uitgevoerd;

• Verzekerd Keur B.V. is gevestigd in Nederland;

• de Nederlandse consumenten zijn benadeeld;

• het initiatief kwam van Verzekerd Keur B.V. en dus uit Nederland;

• de polis is gedeponeerd in Nederland (te weten Arnhem).

2.7. De rechtbank overweegt daaromtrent het volgende. In zijn arrest van 13 maart 2007 overweegt het Schweizerisches Bundesgericht (in de Nederlandse vertaling):

Conform de vaststellingen in de vorige instantie verwijten gedaagden eiseres dat deze door haar bemiddelingsactiviteiten gedaagde 1a welbewust geholpen zou hebben om de deelnemers aan de cast

h back acties een in werkelijkheid niet gegeven verzekeringsdekking voor te spiegelen en ze zo aan te zetten tot nadelige vermogensbeschikkingen. Het verwijt van de onrechtmatige daad heeft geen betrekking op de bemiddeling bij de herverzekeringsovereenkomst, maar op het daarop volgende samenspel van eiseres met de Herverzekeringsmaatschappij in verband met de “Hold Harmless Agreement”. […] (in r.ov. 5).

Gedaagden hebben in het arrest waarvan beroep toegegeven dat Basel een plaats van handeling is, en daar gaat ook de vorige instantie vanuit. Het verwijt van gedaagden tegen eiseres heeft evenwel betrekking op de vermeende samenwerking van hen met de overige betrokkenen bij het voorspiegelen van een verzekeringsdekking; de daaruit ontstane schade staat ter discussie. […] (r.ov. 5.3).

Naar het oordeel van de rechtbank is dit door het Schweizerisches Bundesgericht geformuleerde verwijt, kort gezegd de opstelling van de Hold Harmless Agreement, zulks in verbinding met het faillissement van Verzekerd Keur B.V., het feit waardoor de schade is ontstaan. Immers, als gevolg van dat faillissement van Verzekerd Keur B.V. konden crediteuren hun aanspraken uit hoofde van de cashbackactiviteiten niet geldend maken jegens Verzekerd Keur B.V. en als gevolg van de Hold Harmless Agreement bestond geen verzekeringsdekking ter zake van de daardoor door hen te lijden schade. Bij de opstelling van de Hold Harmless Agreement was Aon Re als bemiddelende partij betrokken.

2.8. Dit schadebrengende feit heeft haar effect gesorteerd in Nederland nu, zoals de curator c.s. terecht opmerken, de cashbackactiviteiten in Nederland werden uitgevoerd door Verzekerd Keur B.V., een in Nederland gevestigde onderneming, en Nederlandse consumenten schade hebben geleden. De plaats waar de schade is ingetreden, is dus Nederland. In zoverre komt de rechtbank ten aanzien van Aon Re dus tot een ander oordeel dan ten aanzien van Scan Re, gezien r.ov. 4.11 van het vonnis van 1 december 2004.

2.9. Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank zich op grond van artikel 5 aanhef en onder 3 EVEX bevoegd van de vordering jegens Aon Re kennis te nemen.

2.10. In r.ov. 4.20 van het vonnis van 1 december 2004 heeft de rechtbank reeds overwogen dat zij op grond van de stukken die op dat moment deel uitmaakten van het dossier, van oordeel was dat sprake was van een voldoende nauwe band tussen de vorderingen van de curator c.s. jegens Aon Re en jegens Scan Re. Dat oordeel is niet veranderd op grond van de stukken die sedertdien aan het dossier zijn toegevoegd. De rechtbank acht zich dan ook op grond van artikel 7 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevoegd van de vordering jegens Scan Re kennis te nemen, nu tussen die vorderingen een zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen.

2.11. De incidentele vorderingen van Aon Re en Scan Re zullen worden afgewezen.

2.12. Aon Re en Scan Re zullen worden veroordeeld in de kosten van dit incident, gevallen aan de zijde van de curator c.s. en tot aan dit vonnis begroot op een bedrag van € 8.027,50 (2,5 punten x € 3.211,00, tarief VIII) wegens salaris advocaat.

de beoordeling in de hoofdzaak

2.13. De zaak zal worden verwezen naar de rol voor conclusie van antwoord aan de zijde van Aon Re.

2.14. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. wijst de vorderingen van Aon Re en Scan Re af,

3.2. veroordeelt Aon Re en Scan Re in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van de curator c.s. en tot aan dit vonnis begroot op € 8.027,50,

3.3. wijst het meer of anders gevorderde af,

in de hoofdzaak

3.4. verwijst de zaak naar de rol van 23 september 2009 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Aon Re,

3.5. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis, mr. N.W. Huijgen en mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2009.